← België

Arrest 172259 - Milieuvergunningen - 14/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.259 Rolnummer: A. 99422/VII-23144 Zaak: Arrest 172259 - Milieuvergunningen - 14/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-28 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 20:34 Fiche Arrest nr 172.259 van 14 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.259 van 14 juni 2007 in de zaak A. 99.422/VII-23.

  1. In zake : Helena AVERMAETE-HOUSEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de deputatie van de provincie LIMBURG, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Helena AVERMAETE-HOUSEN op 15 januari 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 9 november 2000 waarbij deze op beroep van het buurtcomité "HET GENITS" tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meeuwen-Gruitrode van 8 december 1994, houdende het gedeeltelijk verlenen aan verzoekster van de milieuvergunning voor het veranderen van een bestaand veeteeltbedrijf, haar de milieuvergunning weigert voor de uitbreiding van haar bedrijf met 19.300 kippen en 45 varkens; Gelet op het arrest nr. 96.812 van 21 juni 2001 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoekster; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-23.144-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 11 juli 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 27 maart 2007 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 3 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. SACREAS die, loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor verzoekster, en van advocaat A. BEELEN die, loco advocaat W. MERTENS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De feiten 1.
  4. Verzoekster exploiteert een gemengd veeteeltbedrijf, gelegen aan de Guytjensstraat te Meeuwen-Gruitrode. 1.
  5. Bij wege van akteneming van 10 januari 1978 wordt haar door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Meeuwen-Gruitrode een vergunning verleend voor een termijn van dertig jaar, voor de exploitatie van 20 varkens, 200 stuks pluimvee en 50 runderen. 1.
  6. Volgens het bij koninklijk besluit van 21 maart 1978 vastgestelde gewestplan Neerpelt-Bree is de inrichting deels gelegen in agrarisch gebied en deels gelegen in een woongebied met landelijk karakter, op ongeveer 125 meter van een VII-23.144-2/6 woongebied, anders dan een woongebied met landelijk karakter en op ongeveer 175 meter van een woonuitbreidingsgebied. 1.
  7. Op 8 december 1994 wordt aan verzoekster een regularisatiever- gunning toegekend voor de bijkomende exploitatie van een stal voor 19.300 braadkippen, voor twee bovengrondse opslaghouders voor 4.000 liter petroleum en 4.000 liter stookolie en voor mestopslagplaatsen voor 485 m³ mest. 1.
  8. Op 3 januari 1995 stelt het buurtcomité "HET GENITS" tegen deze beslissing beroep in bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg. 1.
  9. Op 1 juni 1995, nadat de beslissingstermijn met één maand werd verlengd, willigt de bestendige deputatie het beroep van het buurtcomité gedeeltelijk in. 1.
  10. Verzoekster vecht deze beslissing echter aan met een annulatiebe- roep bij de Raad van State. Bij arrest nr. 88.483 van 29 juni 2000 wordt dit beroep gegrond verklaard en wordt de bestreden beslissing vernietigd. 1.
  11. Na de betekening van het vernietigingsarrest, deelt de bestendige deputatie op 4 augustus 2000 aan verzoekster mee, dat opnieuw uitspraak zal worden gedaan over het administratief beroep van het buurtcomité "HET GENITS". 1.
  12. Na het inwinnen van de nodige adviezen, neemt de bestendige deputatie op 9 november 2000 het thans bestreden besluit, waarbij het beroep van het buurtcomité "HET GENITS" opnieuw ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en waarbij de vergunning opnieuw wordt geweigerd aan verzoekster.
  13. De ontvankelijkheid 2.
  14. In de memorie van antwoord geeft de verwerende partij een overzicht van al de weigeringen die verzoekster reeds heeft opgelopen en van het stopzettingsbevel dat haar werd gegeven. De verwerende partij vestigt eveneens de aandacht op het feit dat verzoekster haar inrichting op een onwettige wijze verder is blijven exploiteren. Zij besluit dan ook dat verzoekster niet beschikt over het rechtens vereiste belang om de bestendiging van deze onwettige toestand te VII-23.144-3/6 verkrijgen door middel van een annulatiearrest van de Raad van State. Zij citeert onder meer uit het arrest nr. 82.284 van 16 september
  15. 2.
  16. De verwerende partij steunt zich ten onrechte op het arrest nr. 82.284 van 16 september
  17. In die zaak werd immers de schorsing gevraagd van een dwangmaatregel tot stopzetting van niet-vergunde activiteiten, terwijl het in de huidige zaak gaat om de nietigverklaring van een regularisatievergunning. In het eerste geval was de vordering gericht op het laten voortbestaan van een onwettige situatie, waardoor verzoekster het rechtens vereiste belang ontbeert. Het huidige beroep is er niet op gericht een onwettige situatie voort te zetten, maar de kwestieuze milieuvergunning te bekomen, waardoor de toestand van verzoekster voor de toekomst zou worden gewettigd. De exceptie wordt verworpen.
  18. De beoordeling 3.
  19. In een eerste middel voert verzoekster de schending aan van artikel 24, §1, 5/, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (milieuvergunningsdecreet) en van artikel 49, §1, 4/, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaamse reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I). Verzoekster stelt dat de verwerende partij het beroep van het buurtcomité "HET GENITS" ontvankelijk heeft verklaard, daar waar dit buurtcomité als feitelijke vereniging geen rechtspersoonlijkheid heeft en dus niet op ontvankelijke wijze een beroep kon instellen bij de verwerende partij tegen verzoeksters regularisatievergunning van 8 december
  20. Verzoekster stelt bovendien in de memorie van wederantwoord dat maar éénmalig een dossiertaks werd betaald, daar waar dit volgens artikel 19bis van het milieuvergunningsdecreet wordt geheven ten laste van elke natuurlijke persoon die op eigen initiatief een beroep indient. 3.
  21. De verwerende partij merkt in haar memorie van antwoord op dat het beroepschrift van "HET GENITS" is ondertekend door "acht natuurlijke personen (met adresvermelding), waarvan Mathieu Geusens, Genitsstraat 40 te 3670 Meeuwen-Gruitrode is aangeduid als contactpersoon" en dat "de eenmalige betaling van de dossiertaks van 250 BEF" een bewijs is dat "de contactpersoon (werd) aangeduid als zijnde de beroepsindiener". VII-23.144-4/6 3.
  22. Volgens artikel 49, §1, 4/, van Vlarem I en artikel 24, §1, 5/, van het milieuvergunningsdecreet kan elke natuurlijke of rechtspersoon die tengevolge van de vestiging en de exploitatie van een inrichting rechtstreeks hinder kan ondervinden, beroep instellen tegen een milieuvergunning. Het beroepschrift dat "HET GENITS" tegen de toekenning van de regularisatievergunning van 8 december 1994 instelde bij de bestendige deputatie, werd ondertekend door acht personen, waaronder Mathieu GEUSENS die in de onmiddellijke omgeving van de betrokken inrichting woont, en die dus zelf een persoonlijk belang heeft bij het beroep. Het feit dat de bedoelde actiegroep geen rechtspersoonlijkheid heeft, kan bijgevolg niet de onontvankelijkheid van het administratief beroep bij de bestendige deputatie met zich meebrengen. Het eerste middel is niet gegrond. Het auditoraatsverslag was beperkt tot de bespreking van het eerste middel, zodat een aanvullend onderzoek van de zaak moet worden bevolen, BESLUIT: Artikel
  23. De debatten worden heropend. Artikel
  24. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak. VII-23.144-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien juni tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, de HH. E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-23.144-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.259 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2001:ARR.96.812 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.181.879 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.