id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.342 Rolnummer: A. 63970/IX-399 Zaak: Arrest 172342 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 18/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-05 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-06-29 20:39 Fiche Arrest nr 172.342 van 18 juni 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.342 van 18 juni 2007 in de zaak A. 63.970/IX-
- In zake : Luc FOCQUET, die woonplaats kiest bij advocaat H. VAN HOECKE, kantoor houdende te WETTEREN, Begijneweidestraat 17 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Ambtenarenzaken, die woonplaats kiest bij advocaat T. BALTHAZAR, kantoor houdende te GENT, Onderbergen
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc FOCQUET op 11 mei 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "§ 5, eerste lid, van art. 25 van het K.B. van 17 maart 1995 houdende diverse wijzigingen aan de regelgeving toepasselijk op de ambtenaren van de Rijksbesturen" (lees : artikel 25 van het koninklijk besluit van 17 maart 1995 houdende diverse wijzigingen aan de regelgeving toepasselijk op de ambtenaren in de Rijksbesturen, in zoverre dit artikel voorziet in de invoeging van artikel 11, § 5, eerste lid, in het koninklijk besluit van 20 juli 1964 betreffende de hiërarchische indeling en de loopbaan van sommige personeelsleden van de Rijksbesturen); Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 17 februari 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; IX-399-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 14 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 11 juni 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. VAN HOECKE die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat R. JOSEPH die, loco advocaat T. BALTHAZAR verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het verzoekschrift tot nietigverklaring is geredigeerd als volgt: “Eind 1991 ben ik geslaagd voor het examen tot bevordering van onderbu- reauchef en eveneens voor dit van revisor-boekhouding. Aangezien beide graden dezelfde weddeschaal hadden (22/4) en ik als revisor-boekhouding ook mijn kandidatuur kon stellen voor een vacature van bestuurschef (dus dezelfde 1oopbaanmogelijkheden), heb ik geopteerd voor de betrekking van revisor- boekhouding (sedert 1/6/92). Aangezien ik nu ingevolge het KB houdende diverse wijzigingen aan de regelgeving toepasselijk op de ambtenaren in de Rijksbesturen van 17 maart 1995, ambtshalve naar niveau 2+ overgeheveld ben (sedert 1 januari 1994), eveneens als revisor-boekhouding, kan ik niet meer opteren voor de graad van bestuursassistent (loopbaan in niveau 2 met weddeschaal 20E) alhoewel ik geslaagd ben voor het examen van onderbureauchef op 7 december 1991 en ik aldus de hoogste weddeschaal zou genieten als bestuursassistent. Daar deze weddeschaal (20E) hoger is dan deze van revisor-boekhouding, word ik momenteel en dit tot 31 mei 2001 (tot ik in een hogere weddeschaal zit, ingevolge 9 jaar graadanciënniteit) op financieel gebied gedegradeerd, hetgeen toch in tegenspraak is met het doel van de oprichting van niveau 2+; namelijk de opwaardering en valorisatie van de graduaten. Om deze ondoelmatigheid te vermijden is het nodig bovenvermeld artikel (art.25 §1 eerste lid) te vernietigen en te vervangen waarbij de graadanciënniteit in de nieuwe graad gelijkgesteld wordt aan de niveau-anciënniteit in niveau 2 (voor de ambtenaren die revisor-boekhouding zijn geworden via het bevorde- ringsexamen). Dit naar analogie met de andere vlakke loopbanen (maatschappelijk assistent, verpleger, ...) waar de graadanciënniteit gelijk is aan de niveau- anciënniteit aangezien het ook wervingsgraden zijn. IX-399-2/4 Daardoor zal ik vlugger in een hogere weddeschaal terechtkomen zodat er een betere toenadering is tot de doelstelling van de oprichting van niveau 2+;” Overwegende dat het inleidend verzoekschrift volgens artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, behalve het voorwerp van de aanvraag of het beroep, een uiteenzetting van feiten en middelen dient te bevatten; dat onder "middel" moet worden verstaan, de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die regel door de bestreden rechtshandeling werd geschonden; Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift de "ondoelma- tigheid" van de bestreden bepaling aanvoert; dat hij in zijn memorie van wederant- woord stelt dat hij met de term "ondoelmatigheid" de schending van substantiële of op straf van nietigheid voorgeschreven vormen bedoelt, "welke wel degelijk een in het artikel 14 Raad van State-wet voorziene vernietigingsgrond is”, waarna hij uiteenzet welke naar zijn oordeel die vormgebreken zijn; dat verzoeker in zijn laatste memorie met betrekking tot de dubbele voorwaarde waaraan een middel in een verzoekschrift moet voldoen, verder het verzoekschrift verduidelijkt; Overwegende dat het verzoekschrift geen annulatiemiddel bevat dat aan de hiervóór vermelde vereisten beantwoordt; dat aanvullingen en verduidelij- kingen in verzoekers memorie van wederantwoord en laatste memorie dit gebrek niet kunnen verhelpen; dat het beroep derhalve onontvankelijk is. BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoeker. IX-399-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 18 juni 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-399-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.342 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.