id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.401 Rolnummer: A. 180019/X-13131 Zaak: Arrest 172401 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 19/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-05 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 20:43 Fiche Arrest nr 172.401 van 19 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.401 van 19 juni 2007 in de zaak A. 180.019/X-13.
(415)van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, welke op 9 november 2005 een gunstig advies heeft verleend; dat de voorwaarden gesteld in beide hoger vermelde externe adviezen, strikt dienen gevolgd te worden en bij een eventuele stedenbouwkundige vergunning als voorwaarde dienen opgelegd te worden’. Verder vreest verzoeker dat er onvoldoende parkeerplaatsen werden voorzien op het terrein zelf, zodat ook op de gemeentelijke Oosterzelesteenweg zal geparkeerd worden. In verband met de parkeerplaatsen heeft de deputatie volgende vaststellingen gedaan: ‘dat het beoogde complex vooreerst volledig zou onderkelderd worden, met een toegang aan de linkse zijgevel, bereikbaar via het gedeelte gemeentelijke weg van de Oosterzelesteenweg, via een inrit met breedte ongeveer 3,20 m, welke toegang geeft tot de ondergrondse parkeerruimte, waar 14 wagens kunnen X-13.131-12/21 gestald worden en welke bereikbaar is via een lift en centraal trappensas met bijhorende bergruimte midden het kelderniveau’. En verder: ‘dat ondergronds wordt voorzien in 14 parkeerplaatsen in de keldergarage, als hoger omschreven, en dat bovengronds nog wordt voorzien in 25 parkeerplaatsen verspreid over het terrein; dat de circulatie op het terrein gebeurt in tegenwijzerszin, de inrit van de bovengrondse parkings situeert zich vanaf de linkerzijde, voor het gebouw en de uitrit via de achterzijde van het gebouw, eveneens aan de linkerzijde, uitgevend op het gedeelte gemeenteweg Oosterzelesteenweg’. De afdeling Wegen en Verkeer had geen opmerkingen i.v.m. de parkeerplaatsen. De bezwaren in verband met de parkeerplaatsen werden in het besluit van de deputatie als volgt (...) weerlegd (punt 3, pagina 7): ‘Aangezien het decretaal niet verplicht is om een mobiliteitseffectenrapport op te maken en er ook geen verordeningen bestaan met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen, is het niet exact te berekenen hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. In de meeste studies wordt een gemiddelde van 2,5 personen per auto aangenomen, en aangezien er bovengronds 25 parkeerplaatsen zijn voorzien, zou dit concreet betekenen dat er gelijktijdig ca. 62 personen aanwezig kunnen zijn in het gebouwencomplex. Bovendien worden de ondergrondse parkeerplaatsen dan niet meegerekend, zodat kan gesteld worden dat het voorziene aantal parkeerplaatsen voldoende zou moeten zijn voor de capaciteit van het gebouw (restaurant; 80, hotel: 16, bussinesscenter: 15, personeel 4 personen).’ En in de slotoverwegingen van het besluit: ‘dat het onbebouwde terreindeel grotendeels is verhard in functie van parkeergelegenheid en toegankelijkheid via een omlopende toegangsweg, vertrekkende links langs de gemeenteweg, en in tegenwijzerszin om het gebouw omlopend, zodat deze achter de beoogde bebouwing terug links bij de gemeenteweg het openbaar domein bereikt; dat alle verhardingen in waterdoorlatende materialen zullen worden uitgevoerd wat de waterhuishouding ten goede komt en de mogelijke effecten op dit vlak voor de omgeving beperkt; dat ondergronds wordt voorzien in 14 parkings en bovengronds in 25 parkeerplaatsen, zodat de overlast voor de omgeving tot een minimum zal worden herleid’. De deputatie is derhalve van mening dat voldoende parkeerplaatsen werden voorzien en dat verzoekende partij hier geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal lijden. Verzoekende partij meent verder dat zij, gelet op het volume van het gebouw, een visueel nadeel zal ondervinden, dat zij zon-en daglicht zal verliezen en dat haar privacy zal geschonden worden. De deputatie geeft in haar besluit zowel een omschrijving van het voorziene volume, een weergave van de desbetreffende bezwaren, de weerlegging ervan en, daar waar de bezwaren gegrond werden bevonden, duidt zij aan welke aanpassingen aan de plannen werden aangebracht om aan de bezwaren tegemoet te komen. Vooreerst beschrijft zij de aanvraag: ‘dat het beoogde gebouw geheel een bouwdiepte heeft van 10 m en op de rechtse hoek ter plaatse van de halfronde uitbouw een bouwdiepte van 13,23 m, bij een voorgevellengte van 41,50 m en 44,45 m eveneens ter hoogte van deze halfrond hoekuitbouw in het beoogde ontwerp rechts; dat het beoogde gebouw opgevat is in drie delen, links en rechts een gedeelte van 15,40 m gevellengte opgevat met twee bouwlagen, afgewerkt met een X-13.131-13/21 zadeldak, met een kroonlijsthoogte van 6,33 m en nokhoogte 11, 16 m en aan elkaar gesloten door een middengedeelte met breedte 10, 70 m eveneens opgevat met twee bouwlagen en afgewerkt met een zadeldak, maar met een lager gabariet dan de twee buitengedeeltes, waarbij hier de kroonlijsthoogte 5,83 m bedraagt en de nokhoogte 10,33 m; dat in het hoekgedeelte rechts, dat halfrond op de hoger omschreven volumebouw uitspringt op het gelijkvloers het restaurant wordt gesitueerd, dat wordt afgewerkt met een plat dak op hoogte circa 3,50 m’. Kwestieuze bezwaren die men terugvindt op pagina 5 en 6 van het besluit werden als volgt weerlegd: Met betrekking tot de bouwlijn werden door de bouwheer afspraken gemaakt met de wegbeheerder (A. W V.), nl. er werd een akte afstand van meerwaarde opgemaakt en ondertekend zodat door A. W V. een gunstig advies verleend werd. Door het loutere feit dat het gebouw meer naar de gewestweg toe zal opgetrokken worden, kan geen bijkomende hinder voor de achterliggende percelen ontstaan, zodat dit bezwaarschrift als ongegrond kan worden verworpen. ... De afstand vanaf de perceelsgrens tot aan de bestaande woningen is wellicht correct ingemeten, maar hierbij wordt abstractie gemaakt van de achterliggende bijgebouwen die bijna tot op de perceelsgrens gebouwd zijn. Bovendien kan uit het al dan niet aanwezig zijn op een perceel van gebouwen geen recht geput worden voor de toekomst en ook het omgekeerde kan niet Elke aanvraag dient in zijn context beoordeeld te worden zonder dat rekening dient gehouden te worden met bestaande af te breken gebouwen. Bezwaarschrift verworpen. Dat er op de percelen een grotere volume en een grotere bebouwde oppervlakte zal gerealiseerd worden is juist Maar ook hiervoor geldt dat de nieuwe ontwikkeling dient beoordeeld te worden in de totale context en niet alleen ten opzichte van de achterliggende woonwijk (verkaveling). Bezwaarschrift verworpen. De nieuwe ontwikkeling heeft allerminst een grotere terreinbezetting dan het aanpalende perceel uit de verkaveling, ook de kroonlijsthoogte, nokhoogte en bouwdiepte zijn vergelijkbaar met, en gangbaar in een heterogeen lint van residentiële en industrieel ogende gebouwen. Bezwaarschrift verworpen; ... Dat het nieuwe gebouw schaduw zal veroorzaken op het aanpalende perceel valt niet te ontkennen, maar door het achteruitschuiven van het gebouw t.o.v. de gemeenteweg zal de schaduwwerking enigszins beperkt blijven. Vanuit de ramen op de eerste verdieping en vanuit de dakramen is zeer beperkte inkijk mogelijk op het aanpalende perceel, bovendien door het plaatsen van een voldoende hoge groen buffer zal deze mogelijke inkijk onbestaande zijn. Bezwaarschrift verworpen.’ Toch werden tijdens de procedure in eerste aanleg door de aanvrager nog wijzigingen voorgesteld om ook aan bepaalde van deze bezwaren tegemoet te komen, zoals men kan lezen op pagina 9 van het betwiste besluit: ‘dat eveneens de raamhoogtes aan de achterzijde bij het eerste gedeelte ter hoogte van de bewoning op het aanpalende perceel, zowel op het gelijkvloers als de verdieping worden gewijzigd, zodat enkel nog bovenramen worden voorzien met hoogte 0,50 m, naar beneden gemeten vanaf het raamlinteel’. En verder: ‘dat de heden doorgevoerde aanpassingen bij de plannen het gevolg zijn van de gegronde bezwaren bij het eerste openbaar onderzoek, waarbij in eerste instantie het woonklimaat en de privacy van de achteraan aanpalende eigenaar wordt bevorderd; dat door het voorzien van een geluidsscherm en plantenbakken, een klimopbegroeiing, wegversmallingen bij de uitrit om de snelheid af te remmen X-13.131-14/21 en het uitvoeren van de grootste delen in dolomiet als waterdoorlatend materiaal, de hinder voor de aanpalende eigenaar sterk wordt gereduceerd; dat door het aanpassen van de raamhoogtes naar uitsluitend bovenramen met hoogte 0, 50 m, bij het eerste gedeelte van de beoogde bebouwing ter hoogte van de woning van de achteraan aanpalende eigenaar, dit zowel op het gelijkvloers als de verdieping, de inkijk naar het aanpalende perceel quasi onmogelijk wordt; dat ook deze doorgevoerde aanpassing tegemoet komt aan de deels gegronde bezwaren van het eerste openbaar onderzoek; dat het deel van het bezwaar aangaande inkijk en privacy, door deze aanpassingen van de raamhoogtes wordt tegemoetgekomen, dat de plannen in deze zin werden aangepast en deze aangepaste plannen deel uitmaken van het dossier dat werd onderworpen aan een tweede openbaar onderzoek, zodat het bezwaar met betrekking tot schending privacy door inkijk van de ramen aan de achterzijde op het aanpalende perceel momenteel niet meer gegrond is’. In verband met de omvang van het project en het volume van het gebouw besluit de deputatie als volgt: ‘Overwegende dat de bouwplaats zich situeert op een ruim en druk kruispunt van twee gewestwegen, samen met een links van de bouwplaats gesitueerd gedeelte gemeentelijke weg van de Oosterzelesteenweg; dat het terrein een goede zichtlocatie vormt waarop een project als voorliggend met de functie hotel - restaurant - bedrijvencentrum past, midden de handelsbedrijvigheden langs de gewestwegen; dat het voorstel qua bestemming volledig in overeenstemming is met de omgeving van de gewestwegen en met de planologische bestemming van het gebied volgens bovenvermeld gewestplan; dat het beoogde complex bestaat uit drie delen, waarbij het middendeel een lager gabariet heeft dan de twee omliggende delen; dat hierdoor de grootschaligheid wordt gebroken en de gevellengte van ongeveer 44 m wordt opgedeeld in drie aan elkaar gebouwde volumes; dat de grootschalige gevellengte architecturaal en wat betreft volumewerking bijkomend wordt gebroken door de halfronde uitbouw op de rechtse hoek, van het uitspringende restaurant; dat door deze ingrepen op architecturaal vlak de vooropgestelde bebouwing met een ruimere gevellengte te verantwoorden is en het straatbeeld op de hoek van drie wegen op een aanvaardbare wijze invult; dat het vooropgestelde complex inpasbaar is binnen de ruimtelijke context van het ruime kruispunt van de twee gewestwegen en de ruimtelijke draagkracht er niet wordt door overschreden; dat de beoogde werken een duidelijke sanering zijn van de bestaande toestand op de percelen, welke heden wat betreft in en uitrit via de gewestweg een gevaarlijkere verkeerstechnische situatie inhouden dan de beoogde werken welke hun verkeersafwikkeling richten op de links aangrenzende gemeenteweg’. Uit alles wat voorafgaat blijkt duidelijk dat de deputatie veel aandacht heeft besteed aan alle bezwaren die tijdens de openbare onderzoeken werden naar voor gebracht. De aanvrager heeft zijn plannen aangepast om aan de bezwaren tegemoet te komen. Zoals weergegeven in het besluit van de deputatie zal het nieuwe project een duidelijke sanering betekenen van de bestaande toestand. Hiervoor kan verwezen worden naar de foto’s die bij de aanvraag werden gevoegd en ook naar de foto’s bij het bezwaarschrift van 15 juli 2005 van verzoekende partij. Men ziet dat de bestaande gebouwen een vrij troosteloze aanblik geven. Er kan worden opgemerkt dat vanuit het bestaande aanpalende gebouw op heden ook inkijk mogelijk is in de woning en tuin van verzoeker, wat, zoals hierboven. weergegeven, nu zal worden voorkomen. Bovendien wordt een geluidsdempend X-13.131-15/21 scherm van 2m voorzien met klimopbegroeiing en twee rijen bloembakken, zoals te zien is op het plan nr.
- Wat de omvang van het project en de sanering van de site betreft, willen we ook verwijzen naar de simulatie ‘Project Otus’ die bij de aanvraag werd gevoegd. Uit alles wat voorafgaat, menen wij te mogen concluderen dat het voorziene ontwerp verzoekende partij geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal berokkenen”; 3.2.1.
- Overwegende dat de tussenkomende partij aanvoert : “In tegenstelling met hetgeen verzoekende partij trachtte te doen geloven, is het bouwperceel niet gelegen binnen de verkaveling, waarin verzoekende partij woonachtig is. Het bouwperceel is daarentegen gelegen op het kruispunt van twee gewestwegen, de Brusselsesteenweg gekend als de N9 en de Oosterzelesteenweg gekend als de N42, ter hoogte van het Bourgondisch Kruis, en een gedeelte gemeenteweg eveneens Oosterzelesteenweg, uitgevend op de verkaveling achteraan de bouwplaats gesitueerd en waarin verzoekende partij woonachtig is. Het bouwperceel sluit visueel aan bij de omgeving gekenmerkt door industriële en commerciële bebouwingen langs de gewestwegen. Aan de overzijde van de gewestweg Oosterzelesteenweg is een benzinestation en een bedrijvencentrum met winkelcentrum gelegen. Achteraan het bouwperceel is, binnen dezelfde verkaveling waar verzoekende partij woonachtig is en gelegen achter het woonperceel van verzoekende partij een benzinestation gelegen palend aan de Brusselsesteenweg. Bovendien bevindt zich thans op het bouwperceel een restaurant/brasserie, met een afzonderlijk bijgebouw achteraan links en twee halfopen woningen op het linkse perceelsdeel langs de Oosterzelesteenweg, met een afzonderlijke garage opgericht achteraan deze woningen met toegang langs de gemeenteweg. Het vergunde bouwproject van verzoekster tot tussenkomst houdt voor de aanpalende eigenaars zelfs een verbetering van de toestand in. In de huidige bestaande toestand kan niet alleen voor het restaurant ‘De Vier Armen’ worden geparkeerd maar evenzeer naast het gebouw, aanpalend aan de terras- living- en slaapkamerzijde van de woning van verzoekende partij. Door de bovengrondse parkeerplaatsen, naast de ondergrondse parking, te voorzien aan de voorzijde van en naast de nieuwbouw, wordt juist deze hinder vermeden. De inplanting van de uitrit verplicht bovendien tot traag en aangepast rijden langsheen de achterzijde van de nieuwbouw, aangrenzend aan de perceelsgrens van verzoekende partij. Door het voorzien van een geluidswerende wand met klimopbegroeiing wordt bovendien de eventuele hinder maximaal beperkt. Het feit dat een in- en uitrit moet worden genomen via de gemeenteweg, dienstig als toegang voor de verkaveling, vloeit voort uit de verplichting van de bevoegde administratie Wegen en Verkeer Oost-Vlaanderen. Aangezien het bouwperceel gelegen is langs twee gewestwegen, gekenmerkt als primaire wegen, is een rechtstreekse toegang tot de gewestwegen onmogelijk. Dit geldt zeker in het vooruitzicht van de aanpassing van het kruispunt Brusselsesteenweg - Oosterzelesteenweg met de inplanting van een rotonde. Ook de voorgehouden hinder, veroorzaakt door de lastvoorzieningen achteraan het in te planten gebouw, wordt door verzoekende partij verkeerd voorgesteld en ingeschat. X-13.131-16/21 De mond van de technische installaties zal op ongeveer 9 meter hoogte uitmonden in de leidingkoker, waardoor de geluids- en geurhinder beperkt zal blijven. Het bezwaar van verzoekende partij in dit verband is hoogst merkwaardig, aangezien binnen de verkaveling en achter het woonperceel van verzoekende partij een benzinestation staat ingeplant aan de zijde van de Brusselsesteenweg. De bestaande geluids- en geurhinder veroorzaakt door dit benzinestation wordt door verzoekende partij niet in het ingeroepen nadeel mee betrokken. Dit toont alleen maar de eenzijdige en niet-realistische beoordeling van verzoekende partij aan. Ook het bezwaar m.b.t. het zogenaamd wildparkeren en overlast binnen de verkaveling wegens een tekort aan parkeerplaatsen is louter hypothetisch en niet-bewezen. Naast de 14 ondergrondse parkeerplaatsen, worden 25 bovengrondse parkeerplaatsen voorzien, hetgeen het totaal brengt op 39 parkeerplaatsen. Het restaurant is opgebouwd in functie van enerzijds de behoeften van het hotel en anderzijds de behoeften aan een restaurant vergelijkbaar met de tot op heden bestaande en aanwezige horecazaak. Het buffetgedeelte voor het ontbijt van de hotelgasten telt in totaliteit 20 zitplaatsen. Het bargedeelte voor de avondmogelijkheden van de hotelgasten telt in totaliteit 16 zitplaatsen. Dit heeft tot gevolg dat er slechts 80 zitplaatsen of couverts overblijven voor het gedeelte restaurant. Volgens een normale bezettingsregel (2,5 personen per voertuig) zouden bij een volledige bezetting van het restaurant met 80 plaatsen 32 parkeerplaatsen nodig zijn. Door verzoekster tot tussenkomst werd nergens voorgehouden dat parkeerplaatsen aan de overzijde zouden gebruikt worden. Wel werd gesteld dat een gedeelte van de restaurantklanten wellicht bezoekers zullen zijn van het bedrijven en winkelcentrum dat aan de andere zijde van de gewestweg Oosterzelesteenweg gelegen is. Deze bezoekers zullen wellicht niet de wagen nemen om aan de overzijde van de gewestweg naar het restaurant te komen maar zullen eerder de wagen op de aldaar voorziene parking laten staan. Dit is totaal anders dan de voorstelling alsof verzoekster tot tussenkomst zou hebben voorgehouden dat de restaurantbezoekers aldaar hun wagen zouden kunnen parkeren om (alleen) het restaurant te bezoeken. Waar bovendien deze berekening uitgaat van een volledige en constante bezetting van het restaurant, zal in realiteit een beduidend minder aantal parkeerplaatsen nodig zijn voor het restaurant. Niettegenstaande de huidige uitbating van het restaurant/brasserie ‘De vier armen’ beduidend minder parkeerplaatsen zijn voorzien, zijn er inzake parkeergelegenheid nooit problemen geweest met de uitbating van het bestaande restaurant. Het betreft een restaurant met 60 zitplaatsen of couverts. Het gevaar voor wildparkeren is dan ook niet alleen hypothetisch, maar zo goed als onbestaande gelet op de voorziene parkeergelegenheid en bestaande omgeving. Het visueel nadeel is evenmin aanwezig en zeker niet bewezen. Het komt in de eerste plaats aan de verzoekende partij toe om niet louter een standpunt te poneren maar dit met concrete elementen te bewijzen en te ondersteunen. Op het perceel bevinden zich momenteel bestaande gebouwen en bijgebouwen, waaronder een restaurant/brasserie op de hoek rechts met de Brusselsesteenweg, met een afzonderlijk bijgebouw achteraan links, en twee halfopen woningen op het linkse perceelsdeel langs de Oosterzelesteenweg, met een afzonderlijke garage opgericht achteraan deze woningen aan de perceelsgrens met de eigendom van verzoekende partij. De verleende vergunning strekt tot het oprichten op het perceel van een nieuwbouw, ingeplant op minimum 8 meter achter de rooilijn met de X-13.131-17/21 gemeenteweg, Oosterzelesteenweg, links en vooraan op ongeveer 5,50 meter achter de rooilijn en de afstand tot de perceelsgrens met de eigendom van verzoekende partij bedraagt 3,50 meter. De bouwdiepte van de nieuwbouw van 10 meter is identiek dezelfde als deze van het bestaande gebouw. Het beoogde gebouw is opgevat in drie delen, links en rechts met een gedeelte van 15,40 meter gevellengte in twee bouwlagen, afgewerkt met een zadeldak, met een kroonlijsthoogte van 6,33 meter en een nokhoogte van 11,16 meter. De delen links en rechts worden aan elkaar gesloten door een middengedeelte met breedte 10,70 meter, eveneens opgevat met twee bouwlagen en afgewerkt met een zadeldak, maar met een lager gabarit met een kroonlijsthoogte van 5,83 meter en een nokhoogte van 10,33 meter. Verzoekende partij is niet ernstig in de bewering dat het daglicht en zonlicht nog nauwelijks het terras en living kunnen bereiken. De schaduwlijnen voor de zomer bereiken zowel in de bestaande toestand als in de toekomstige toestand niet de woonst van verzoekende partij. Voor de wintertoestand is er evenmin een verschil. De huidige gebouwen projecteren hun schaduwvlak tot in de tuin van de aanpalenden. Dit is ook het geval bij de nieuw geplande gebouwen, maar het schaduwvlak reikt nooit tot aan de woning van verzoekende partij. M.a.w. er zal geen dag- noch zonlicht in de woning van verzoekende partij worden weggenomen. Wat de tuin betreft bestaat er geen verschil tussen de huidige situatie en de gevolgen van de nieuwbouw. Wanneer verzoekende partij in het verzoekschrift tot schorsing spreekt over een schending van de privacy en de inkijkmogelijkheden, dan houdt verzoekende partij geen rekening met de vergunde aangepaste bouwplannen. Teneinde aan de bezwaren van verzoekende partij m.b.t. de inkijkmogelijkheden van het oorspronkelijke project te voldoen, werden in de aangepaste bouwplannen in het linkse bouwgedeelte, dat rechtstreeks paalt aan de eigendom (woning en tuin) van verzoekende partij, de raamhoogtes aangepast naar uitsluitend bovenramen met een hoogte van 0,50 meter zowel op het gelijkvloers als op de verdieping. Een inkijk naar het aanpalende perceel van verzoekende partij is hierdoor quasi onmogelijk. Bovendien wordt dit gedeelte van de beoogde bebouwing bestemd als kantoorruimtes, meer specifiek als vergaderruimte. Met de huidige bebouwing en type van bebouwing heeft verzoekende partij meer risico's op inkijk en inzichten in zijn woning en/of tuin dan met de vergunde nieuwbouw. Het is dan ook duidelijk dat, in tegenstelling met hetgeen verzoekende partij tracht voor te houden, het vergunde bouwproject een duidelijke verbetering zal betekenen t.o.v. de bestaande toestand. Hieruit volgt dan ook dat de door verzoekende partijen ingeroepen nadelen niet ernstig zijn, hypothetisch en op zijn minst niet bewezen voorkomen. Ook aan de tweede voorwaarde van art. 17 § 2 van de Gecoördineerde Wetten is derhalve niet voldaan”; 3.2.
- Overwegende, wat de geluids- en geurhinder ten gevolge van het aan- en afrijden van wagens langsheen verzoekers perceel betreft, dat de verwerende en de tussenkomende partij aannemelijk maken, en uit de gegevens van de zaak blijkt, dat de beweerde aantasting van de rust in de verkaveling waarin de verzoeker woont, door het verkeer naar en van het vergunde complex, zich grotendeels situeert aan het begin van de gemeenteweg, vóór de eigenlijke verkaveling; dat wat de geplande uitrit langsheen de perceelgrens met de verzoeker betreft, een uitvoering in dolomiet is voorzien, evenals een wegversmalling met bloembakken en het X-13.131-18/21 plaatsen van een geluidsdempende wand met een hoogte van 1,80 m, met klimopbegroeiing; dat bovendien in rekening dient te worden gebracht dat verzoekers perceel gelegen is in de onmiddellijke omgeving van gewestwegen, en, vooral, ook naast een tankstation; Overwegende, wat de geluids- en geurhinder, voortvloeiend uit het gebruik van het ontworpen bouwwerk zelf betreft, dat uit het dossier blijkt dat de afzuiging en luchtzuivering zullen worden georganiseerd via een installatie die in de kelder wordt geplaatst, en de mond van de technische installaties op ca. 9 m hoogte zal uitkomen in de leidingkoker; dat uit de plannen blijkt dat het vuilnis zal worden opgeslagen in een afgesloten ruimte; Overwegende, wat het ‘wildparkeren’ betreft, dat de verwerende en de tussenkomende partij met hun betoog aannemelijk maken dat de verzoeker niet concreet aantoont dat, gelet op de thans bestaande situatie ter plaatse, door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, een ernstige toename van dit fenomeen valt te vrezen; Overwegende, wat de aangevoerde visuele hinder betreft, dat dient te worden vastgesteld dat zich thans op het bouwperceel verouderde gebouwen en bijgebouwen, waaronder een restaurant-brasserie op de hoek rechts met de Brusselsesteenweg, met een afzonderlijk bijgebouw achteraan links, en twee halfopen woningen op het linkse perceeldeel langs de Oosterzelesteenweg, met een afzonderlijke garage opgericht achteraan deze woningen aan de perceelgrens met de eigendom van verzoeker, bevinden; Overwegende, wat het aangevoerde verlies van zicht en licht betreft, dat de ontworpen nieuwbouw zich ten oost-zuidoosten van verzoekers woning situeert en in vergelijking met de bestaande halfopen bebouwing verder weg van de gemeenteweg langs de zuidkant wordt ingeplant; dat de verzoeker niet concreet aantoont dat de uitvoering van het bestreden besluit het verlies aan zonlicht in ernstige mate zal doen toenemen; Overwegende, wat het aangevoerde verlies aan privacy betreft, dat de verzoeker in zijn betoog eraan voorbij gaat dat de bij het bestreden besluit gevoegde bouwplannen in de achtergevel van het linkse bouwgedeelte, rechtstreeks palend aan verzoekers eigendom, uitsluitend bovenramen voorzien, met zeer X-13.131-19/21 beperkte inkijkmogelijkheden; dat die mogelijkheden vanuit de veluxramen in de ruimtes onder het dak nog beperkter zijn; Overwegende dat uit het voorgaande dient te worden besloten dat het betoog van de verzoeker, afgezet tegen het verweer van de verwerende en de tussenkomende partij en de gegevens van het dossier, niet erin slaagt aannemelijk te maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in hoofde van de verzoeker een ernstig nadeel in de zin van artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dreigt te veroorzaken; dat aan de tweede schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. FIN-PROJEKTEN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. X-13.131-20/21 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien juni 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-13.131-21/21 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.401 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.202.750 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div