← België

Arrest 172405 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 19/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.405 Rolnummer: A. 75477/X-7684 Zaak: Arrest 172405 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 19/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-06-29 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 06:49 Fiche Arrest nr 172.405 van 19 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.405 van 19 juni 2007 in de zaak A. 75.477/X-

  1. In zake : 1) Theo DEFERME, 2) Patrick VANDEBROEK, die woonplaats kiezen bij advocaat K. GEELEN, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Theo DEFERME en Patrick VANDEBROEK op 26 augustus 1997 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 juni 1997 van de Vlaamse Regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Hasselt-Genk op het grondgebied van de gemeente Lummen, “in de mate dat dit besluit ten zuiden van de Bosstraat een strook van het bestaande woonuitbreidingsgebied wijzigt in industriegebied bestemd voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 27 februari 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; X-7684-1/5 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 7 maart 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 30 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. WAUTERS, die loco advocaat K. GEELEN verschijnt voor de verzoekende partijen, en van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij het belang van de verzoekers als volgt betwist: “De verzoekende partij laat na haar belang aan te tonen. Zij zijn geen eigenaar van percelen die deel uitmaken van het gebied dat voorwerp is van de bestreden gewestplanwijziging. De verzoekende partij dient haar belang concreet aan te tonen. Dit concrete bewijs dringt zich des te meer op nu de verzoekende partij uitdrukkelijk het voorwerp van hun annulatieberoep beperken tot het besluit van 17 juni 1997 houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Hasselt-Genk en dan nog enkel in de mate dat ‘dit besluit ten zuiden van de Bosstraat een strook van het bestaande woon- uitbreidingsgebied wijzigt in industriegebied bestemd voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen’. Te meer omdat het door de verzoekende partij ingediende bezwaar geen betrekking had op de grieven die bij dit annulatieberoep worden aangevoerd”; Overwegende dat de verzoekers het volgende antwoorden: “De ontvankelijkheid ratione temporis van het annulatieverzoekschrift wordt door de verwerende partij niet betwist. De verwerende partij meent wel dat verzoekende partijen hun belang dienen aan te tonen bij het ingediende verzoekschrift. Het belang van de verzoekende partijen is evident. X-7684-2/5 De woning van eerste verzoekende partij is gelegen in de Bosstraat nr. 42, de woning van tweede verzoekende partij is gelegen in de Oostereindestraat nr. 61, die parallel loopt met de Bosstraat. Verzoekende partijen hebben een verzoekschrift ingediend ter bestrijding van het aangehaalde besluit in de mate dat dit besluit ten zuiden van de Bosstraat een strook van het bestaande woonuitbreidingsgebied wijzigt in industriegebied bestemd voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen. Beide verzoekers wonen in de onmiddellijke nabijheid van het woonuitbreidingsgebied. De eerste verzoekende partij woont in de Bosstraat zelf, op een afstand van minder dan 200 meter van de rand van het gewijzigde gebied. De tweede verzoekende partij heeft een eigendom aan de Oostereindestraat. Dit is een straat die parallel loopt aan de Bosstraat. De achtergrens van het perceel van de tweede verzoekende partij ligt op ongeveer 100 meter van de rand van het gewijzigde gebied. Gelet op het feit dat verzoekende partijen in de buurt van het gewijzigde gebied wonen, geeft verzoekende partijen een voldoende belang (...)”; Overwegende dat de verzoekers in hun laatste memorie het volgende stellen: “Het feit dat zij slechts een beperkt deel van het bestreden besluit bestrijden, laat niet toe te besluiten dat zij slechts een beperkt belang hebben. Zij hebben een voldoende belang bij het bestrijden van dit deel van het besluit. De enige mogelijke consequentie hiervan is dat Uw Raad kan beslissen om enkel de bepalingen of onderdelen van het bestreden besluit waarop de grieven/middelen van verzoekende partijen betrekking hebben, te vernietigen. Niettegenstaande verzoekende partijen van oordeel zijn dat hun belang evident is, hebben zij concrete toelichting gegeven. Zij hebben gespecifieerd waar hun woning ligt t.o.v. (...) de kwestieuze strook van het bestaande woonuitbreidingsgebied ten zuiden van de Bosstraat (...) Het belang van verzoekende partijen kan inderdaad worden afgeleid uit de toelichting bij het tweede middel. Volledigheidshalve lichten verzoekende partijen dit nogmaals toe. De bestreden wijziging van het gewestplan zal er toe leiden dat het gebied, dat thans bestaat uit een bos, zal aangetast worden wanneer de overheid overgaat tot het realiseren van het K.M.O.-gebied. Dit bos heeft diverse belangrijke functies naar de buurtbewoners en inwoners van de gemeente Lummen toe: • het bos zorgt ervoor dat de kwaliteit van de woonomgeving overwegend goed is; het ingesloten landschapskarakter straalt een zekere rust en geborgenheid uit (M.E.R. p. 213). • het bos vormt een buffer en heeft een geluidsdempende invloed tegenover het verkeerslawaai van de A2 (pag. 214). • het bos heeft een belangrijke recreatieve functie voor mountainbikers, joggers en jeugdbewegingen (M.E.R. pag. 214). Het behoud van het bos is een voldoende belang; het is daartoe zelfs niet noodzakelijk dat de eigendom van de verzoekende partijen onmiddellijk grenst aan het betrokken gebied. Zoals uit het M.E.R. blijkt heeft het bos een belangrijke functie naar de inwoners van heel Lummen. De verzoekende partijen hebben in elk geval deze hoedanigheid (...) Het ruimtelijk structuurplan geeft de gewenste ruimtelijke structuur weer en bevat de essentiële keuzes over de ruimtelijke ontwikkeling van het gebied, en heeft dus betrekking op de toekomst van het gebied (...) X-7684-3/5 De toekomst van het gebied bestaat in het kader van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen in een behoud van het bos. Het is duidelijk dat wanneer een gedeelte van de zone waarin dit bos gelegen is wordt gewijzigd naar een K.M.O.-zone het bos minstens op deze strook ernstig bedreigd is. De gedeeltelijke vernietiging leidt ertoe dat dit bos niet meer direct bedreigd wordt terwijl anderzijds de realisatie van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen tot het behoud van het bos zal leiden”; Overwegende dat de verweerder in zijn laatste memorie hierop als volgt repliceert: “(...) Bij de behandeling gaan de verzoekende partijen echter voorbij aan de essentie van wat de Auditeur heeft gesteld, nl. dat, wanneer de bestreden beslissing zou worden vernietigd, het gebied slechts zijn vorige bestemming herkrijgt, nl. woonuitbreidingsgebied, wat evenmin het behoud van het bestaande bos waarborgt. De verzoekende partijen verwijzen naar het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) dat volgens hen oplegt dat de toekomst van het gebied bestaat in het behouden van het bos. Het structuurplan zou het betrokken bos beschouwen als structureel belangrijk. Dit laatste concrete gegeven blijkt geenszins uit het RSV. Verzoekers laten trouwens na aan te tonen waar in het RSV dit precies zou zijn opgenomen. Vooraf moet in elk geval worden opgeworpen dat de RSV slechts definitief werd vastgesteld na de bestreden beslissing. Voor zover de verzoekers de schending van het RSV zouden inroepen - en dus een nieuw middel zouden creëren - dient te worden vastgesteld dat dit niet meer kan in een laatste memorie. De vrees die verzoekers hebben, is dat het bestaande bos zou verdwijnen. Voor dit laatste is in elk geval een vergunning noodzakelijk. Een vergunning kan echter niet worden verleend op basis van het RSV. Het RSV vormt geen beoordelingsgrond bij het toestaan of weigeren van bouw- of verkavelingsvergunningen. De structuurplannen zijn immers beleidsplannen, geen bestemmingsplannen. Bij het verlenen van dergelijke vergunningen zal derhalve met de bestemming van het gewestplan rekening moeten worden gehouden. Zoals reeds aangeduid, heeft de wijziging van de bestemming geen enkele invloed. Noch door de vorige bestemming (woonuitbreidingsgebied), noch door de bestemming van de bestreden beslissing (ambachtelijke bedrijven en KMO- zone), wordt het behoud van het bos gewaarborgd. De waarborg voor het behoud van het bos, kan desgevallend wel schuilen in het Bosdecreet. Dit geldt echter ongeacht de bestemming van het gebied. Ook uit de laatste memorie kan geen belang worden afgeleid in hoofde van de verzoekende partijen om de bestreden beslissing te horen vernietigen”; Overwegende dat de nietigverklaring van een beslissing aan de verzoekers enig voordeel dient te verschaffen; dat de verzoekers, wier eigendommen zich bovendien op enige afstand van het kwestieuze gebied situeren, met hun annulatieberoep het behoud van de thans bestaande feitelijke toestand beogen, meer bepaald het behoud van een door hen waardevol geacht bos; dat dit bos zich uitstrekt X-7684-4/5 over een gebied dat door het bestreden besluit bestemd wordt tot gebied voor ambachtelijke bedrijven en voor kleine en middelgrote ondernemingen; dat bij nietigverklaring van de bestreden beslissing dit gebied zijn vorige bestemming, met name woonuitbreidingsgebied, herkrijgt; dat die bestemming net zo min het behoud van het bestaande bos waarborgt; dat de verzoekers bijgevolg niet doen blijken van het rechtens vereiste belang; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-7684-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.405 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.