id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.508 Rolnummer: A. 176392/XII-4855 Zaak: Arrest 172508 - Varia (onderwijs en cultuur) - 20/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-30 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 20:48 Fiche Arrest nr 172.508 van 20 juni 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.508 van 20 juni 2007 in de zaak A. 176.392/XII-
- In zake : Anastasia REDKOKASHINA, die woonplaats kiest bij advocaat J.-S. Sablon, kantoor houdende te Brugge, Jan Boninstraat 12 tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP, die woonplaats kiest bij de Juridische Cel van de afdeling “Advies en Ondersteuning Onderwijspersoneel”, Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan 15, kamer 1C24, 1210 Brussel. ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Anastasia Redkokashina op 1 september 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “de bevestigende beslissing van terugvordering studiefinanciering van het Ministerie van Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Overheid ter kennis gebracht bij schrijven van 4 juli 2006”; Gelet op de beschikking van 5 september 2006 waarbij verzoekster het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; XII-4855-1\4 Gelet op de beschikking van 23 maart 2007 houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 april 2007; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Mosselmans, die loco advocaat J.-S. Sablon verschijnt voor verzoekster, en van adjunct van de directeur M. Broucke, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Op aanvraag van verzoekster beslist verwerende partij om haar voor het academiejaar 2004-2005 een studietoelage toe te kennen van 3.069 euro. Die beslissing -waaraan op 15 april 2005 met de verzending aan verzoekster van een circulaire cheque uitvoering is gegeven- vormt niet het voorwerp van het voorliggend beroep, wel de beslissing waarbij verwerende partij blijkens haar schrijven van 4 juli 2006 de studietoelage terugvordert met een afbetalingsplan van 50 euro per maand. In het auditoraatsverslag wordt daaromtrent vastgesteld dat het huidig geschil -beperkt zijnde tot de terugvordering van de studiefinanciering- “als werkelijk voorwerp de betwisting [heeft] betreffende het bestaan en de omvang van een subjectief recht op studiefinanciering, waarbij het de justitiële rechter toekomt vast te stellen of verzoekster zich op goede gronden op een dergelijk recht kan beroepen, inzonderheid dan door na te gaan en vast te stellen hoe, voor het concrete geval, de reglementair vastgelegde toekenningsvoorwaarden, bedoeld in artikel 12, 4/, van het meergenoemd decreet van 30 april 2004 [betreffende de XII-4855-2\4 studiefinanciering en studentenvoorzieningen in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap], uitgelegd en toegepast dienen te worden”. XII-4855-3\4 Nu verzoekster na kennisname van dit verslag geen enkele inspanning levert om deze vaststelling tegen te spreken en het werkelijk voorwerp van haar vordering binnen de rechtsmacht van de Raad van State te situeren, neemt de Raad van State aan dat zij de analyse daaromtrent bijvalt. In het auditoraatsverslag is om de aangehaalde reden dan ook terecht besloten dat het beroep dient te worden verworpen, nu de Raad van State kennelijk onbevoegd is om van het geschil kennis te nemen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 20 juni 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4855-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.508 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.