← België

Arrest 172524 - Jacht - Vergunningen - 21/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.524 Rolnummer: A. 79045/XII-1471 Zaak: Arrest 172524 - Jacht - Vergunningen - 21/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-13 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 20:52 Fiche Arrest nr 172.524 van 21 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Jacht - Vergunningen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.524 van 21 juni 2007 in de zaak A. 79.045/XII-

  1. In zake : Marcel DE HOEF, die woonplaats kiest bij advocaat J. De Man, kantoor houdende te Schoten, Venstraat 153A tegen : de GOUVERNEUR VAN DE PROVINCIE ANTWERPEN. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Marcel De Hoef op 19 juni 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 18 mei 1998 van de gouverneur van Antwerpen waarbij zijn beroep tegen de weigering tot afgifte van een jachtverlof voor het seizoen 1997-1998 niet wordt ingewilligd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur W. Weymeersch; Gelet op de beschikking van 19 februari 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 21 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 22 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord het eensluidend advies van auditeur W. Weymeersch; XII-1471-1/5 Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker op 24 september 1997 een aanvraag indient tot het verkrijgen van een jachtverlof voor het seizoen 1997-1998; dat een op 3 oktober 1997 afgeleverd “getuigschrift van goed zedelijk gedrag” vermeldt dat hij niet van goed zedelijk gedrag is; dat de arrondissementscommissaris op 19 november 1997 het advies vraagt van de procureur des Konings te Mechelen, die op 4 december 1997 een negatief advies uitbrengt; dat de arrondissements- commissaris vervolgens op 26 februari 1998 het jachtverlof voor het seizoen 1997- 1998 weigert, onder meer op grond van volgende overweging: “Overwegende dat de intrekking van de wapenvergunningen van aanvrager het gevolg is van een reële vrees dat hij een slecht gebruik van zijn wapens zou maken. Dergelijk gebruik zou hij ook van zijn jachtwapen kunnen maken, zodat hem een jachtverlof moet worden geweigerd op basis van artikel 7, 3/ van het K.B. van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen”; Overwegende dat verzoeker op 31 maart 1998 beroep instelt bij de gouverneur van de provincie Antwerpen; dat laatstgenoemde op 17 april 1998 het advies van de procureur des Konings te Mechelen en dat van de arrondissementscommissaris vraagt; dat de procureur des Konings op 23 april 1998 meedeelt dat hij zijn negatief advies integraal handhaaft; dat de arrondissementscommissaris bij brief van 11 mei 1998 zijn advies meedeelt; dat de gouverneur op 18 mei 1998 het bestreden besluit neemt dat luidt: “Overwegende dat de heer Marcel Dehoef, wonende te Bonheiden, Bruinbeekstraat 3, een aanvraag heeft ingediend voor het bekomen van een jachtverlof voor het seizoen 1997-1998, dat hem met besluit d.d. 26 februari 1998 door de arrondissementscommissaris van Mechelen werd geweigerd; Overwegende dat betrokkene op 15 april 1998 bij mijn ambt beroep heeft ingesteld tegen voormelde beslissing; Overwegende dat de weigering tot afgifte van voormeld jachtverlof gebaseerd is op artikel 7, 3/ van het koninklijk besluit van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen krachtens hetwelk de arrondissementscommissaris de afgifte van een jachtverlof kan weigeren aan degenen wier slecht gedrag, geestestoestand of vorig gedrag laat veronderstellen dat zij een slecht gebruik van hun wapens maken; Overwegende dat mijn ambt met besluit d.d. 8 juli 1997 de wapenvergunningen van de heer Dehoef heeft ingetrokken op basis van zijn gerechtelijk verleden en het gerechtelijk onderzoek dat tegen hem loopt; XII-1471-2/5 Overwegende dat de procureur des Konings van Mechelen in zijn negatief advies d.d. 29 april 1998 meedeelt dat hem elementen bekend zijn die voldoende zwaarwichtig zijn om tot grote omzichtigheid aan te zetten wanneer het erop aankomt iemand vergunningen af te leveren die hem zullen toelaten vuurwapens te manipuleren; Gelet op het negatief advies d.d. 11 mei 1998 aan mijn ambt van de arrondissementscommissaris van Mechelen, waarin deze erop attendeert dat zowel de intrekking van de wapenvergunningen, als de weigering van het jachtverlof bestuurlijke maatregelen zijn met het oog op de openbare orde; Overwegende dat de voormelde maatregelen gebaseerd zijn op het feitelijk gedrag van betrokkene en de beoordeling hiervan door de procureur des Konings; dat deze maatregelen geen afbreuk doen aan het strafrechterlijk vermoeden dat iemand onschuldig is zolang hij niet veroordeeld werd; Overwegende dat het gebruik van een wapen tijdens de jacht moet onderworpen zijn aan dezelfde strikte voorwaarden wat de persoonlijkheid van de aanvrager betreft, als deze die gelden met betrekking tot het bezit van verweerwapens; Besluit: Artikel
  2. - Het beroep van de heer Marcel Dehoef tegen de weigering tot afgifte van een jachtverlof voor het seizoen 1997-1998 wordt niet ingewilligd; Artikel
  3. - Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld binnen een termijn van zestig dagen na kennisname ervan bij de Raad van State, Wetenschapsstraat 33 te 1040 Brussel”; Overwegende dat ambtshalve wordt vastgesteld dat het bestreden besluit werd genomen door een onbevoegde overheid; Overwegende immers dat de artikelen 7 en 8 van het koninklijk besluit van 28 februari 1977 betreffende de afgifte van jachtverloven en jachtvergunningen (hierna: het koninklijk besluit van 28 februari 1977) luiden: “Art.
  4. Onverminderd het bepaalde betreffende het jachtexamen kan de arrondissementscommissaris het verlof weigeren : 1/ aan degenen die ingevolge een veroordeling ontzet zijn van één der rechten opgesomd in artikel 31, 1/ tot 5/ van het Strafwetboek; 2/ aan degenen die veroordeeld zijn geweest wegens landloperij, bedelarij, diefstal, oplichting of misbruik van vertrouwen; 3/ aan degenen wier slecht gedrag, geestestoestand of vorig gedrag laat veronderstellen dat zij een slecht gebruik van hun wapens maken. Art.
  5. §
  6. Tegen de beslissing waarbij de arrondissementscommissaris het verlof weigert, staat beroep open. Werd het verlof geweigerd op grond van artikel 6, dan wordt het beroep ingesteld bij de Minister of de Staatssecretaris die bevoegd is voor de jacht in het gewest waarin het ambtsgebied is gelegen van de arrondissementscommissaris van wie de weigering uitgaat. De Minister of de Staatssecretaris is niet gebonden door het bij dat artikel bepaalde. Alvorens een beslissing te treffen raadpleegt hij de gouverneur der provincie die op zijn beurt de arrondissementscommissaris en de procureur des Konings raadpleegt. Doet de provinciegouverneur zijn XII-1471-3/5 advies niet kennen binnen de twee maanden volgend op de aanvraag om advies, dan kan de Minister of de Staatssecretaris geldig beslissen. Zo het verlof geweigerd wordt op grond van artikel 7, wordt het beroep ingesteld bij de provinciegouverneur. Na de arrondissementscommissaris en de procureur des Konings te hebben geraadpleegd kan de gouverneur de afgifte van het verlof bevelen. Indien de gouverneur acht deze afgifte niet te kunnen bevelen, zal hij het dossier voor beslissing overzenden aan de Minister of de Staatssecretaris bevoegd voor de jacht in het gewest van de woonplaats van de beroeper. §
  7. Wordt het beroep tegen de weigering van een jachtverlof, overeenkomstig § 1 van dit artikel ingewilligd, dan kunnen de redenen waarop de weigering gegrond was niet meer in aanmerking worden genomen bij de beslissing over een volgende aanvraag tot jachtverlof”; Overwegende vervolgens dat de beslissing van de arrondissementscommissaris van Mechelen van 26 februari 1998, waarbij verzoeker het jachtverlof werd geweigerd, steunt op artikel 7, 3/, van het koninklijk besluit van 28 februari 1977; dat bijgevolg artikel 8, § 1, derde lid, van voormeld koninklijk besluit van toepassing is, zodat verzoeker beroep kan instellen bij de gouverneur -wat hij ook heeft gedaan - en de gouverneur, wanneer hij meende de afgifte van het jachtverlof niet te kunnen bevelen, het dossier voor beslissing diende over te zenden “aan de Minister of de staatssecretaris bevoegd voor de jacht in het gewest van de woonplaats van de beroeper”, begrijp te dezen: de bevoegde minister van het Vlaamse Gewest; dat derhalve uit het geheel van deze bepalingen voortvloeit dat de gouverneur niet zelf bevoegd was het jachtverlof te weigeren; dat de gouverneur in de bestreden beslissing evenwel uitdrukkelijk verklaart dat verzoekers beroep niet kan worden ingewilligd en stelt dat tegen deze beslissing beroep openstaat bij de Raad van State; dat derhalve uit de bewoordingen van de bestreden beslissing ontegensprekelijk blijkt dat de gouverneur zich te dezen een bevoegdheid heeft aangematigd die niet de zijne was, BESLUIT: Artikel
  8. Vernietigd wordt het besluit van 18 mei 1998 van de gouverneur van de provincie Antwerpen waarbij het beroep van Marcel De Hoef tegen de weigering tot afgifte van een jachtverlof voor het seizoen 1997-1998 niet wordt ingewilligd. XII-1471-4/5 Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit: de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1471-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.524 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.