id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.697 Rolnummer: A. 180391/IX-5550 Zaak: Arrest 172697 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 25/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-06 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 06:51 Fiche Arrest nr 172.697 van 25 juni 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.697 van 25 juni 2007 in de zaak A. 180.391/IX-
- In zake : Daniël COUCKUYT, die woonplaats kiest bij advocaat B. STAELENS, kantoor houdende te BRUGGE, Gerard Davidstraat 46 bus 1 tegen : de NV de POST, die woonplaats kiest bij advocaat C. VAN OLMEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Daniël COUCKUYT op 19 januari 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de “goedkeuring van de voorlopige benuttigingen tot teamleader van M. DEVILLE, M. VAN MIGERODE, B. DE BECKER, F. DEMOITIE, N. LOZENKO, J.L. SIMON en B. BOTILDE en van de beslissing houdende verwerping van verzoekers bezwaar van 21 november 2006 tegen de voorlopige benuttigingen”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. MAREEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 11 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 juni 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; IX-5550-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat B. STAELENS, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat S. FIORELLI, die loco advocaat C. VAN OLMEN verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: Ingevolge de nieuwe reorganisatiestructuur bij de “Human Resources” administratie van DE POST is de functie van teamleader personeelsadministratie ingesteld. Zeven dergelijke functies worden vacant verklaard. Verzoeker dient hiervoor zijn kandidatuur in op 16 augustus
- In een eerste selectiefase wordt hij positief geklasseerd. In de volgende selectiefase blijkt hij minder goed te scoren en wordt hem op 22 september 2006 gemeld dat “zijn kandidatuur (voor de functie van teamleader Personeelsadministratie) niet weerhouden werd na deze laatste selectiefase” en dat hij “indien hij informatie wenst omtrent deze beslissing, uitgenodigd wordt binnen de tien dagen contact op te nemen”. Verzoeker vraagt een “feedback”-gesprek aan dat plaatsvindt op 18 oktober
- Met een lijst nr. 3.2.3./87 van 20 oktober 2006 wordt aangekondigd dat drie personeelsleden van de Nederlandse taalrol en vier personeelsleden van de Franse taalrol “goedgekeurd zijn t.a.v. een voorlopige benuttiging”; deze lijst vermeldt dat “de personeelsleden die zich benadeeld achten, binnen de 10 dagen, langs hiërarchische weg, een bezwaarschrift kunnen indienen en dat de onmiddellijke chefs worden verzocht alle, na de vastgestelde termijn ingediende bezwaarschriften, ambtshalve te verwerpen”. Ook wordt verwezen naar de mogelijkheid van beroep bij de Raad van State “vanaf de betekening van de beslissingen”. IX-5550-2/6 Verzoeker schrijft op 3 november 2006 dat hij “verneemt dat de lijst met aanstellingen van de Teamleaders zou gepubliceerd zijn, dat hij afwezig is sinds 20 oktober 2006 en hierover nog niet werd ingelicht”. Hij vraagt kennis te krijgen van alle gele en witte lijsten en documenten die tijdens zijn afwezigheid zouden gepubliceerd worden. Bij brief van 10 november 2006 wordt aan verzoeker onder meer het volgende medegedeeld : “Ik vraag aan het secretariaat om u alle gele/witte lijsten sinds uw afwezigheid door te sturen. (...) Per beslissing van de reconversiecommissie van 26 oktober jl. werd u vanaf 27 oktober in reconversie geplaatst. Zodra u het werk hervat zal de dienst Oriëntering u uitnodigen om de verschillende stappen van de reconversiebegeleiding toe te lichten”. Verzoeker tekent op 16 november 2006 bezwaar aan tegen de goedkeuring van de voorlopige benuttigingen en stelt dat hij zich in het bijzonder richt op de aanstellingen van B. Botilde en B. De Becker wegens het niet voldoen aan het vereiste van “drie jaar in een gelijkwaardige functie”. Hij haalt onder meer aan dat hij het nut om “gehoord” te worden niet inziet omdat duidelijk werd gesteld dat “van een verdere samenwerking geen sprake meer kan zijn” en vervolgt : “deze stelling heeft u me trouwens ter kennis gebracht met uw schrijven van 10 november 2006 : per beslissing van de reconversiecommissie van 26 oktober 2006 jl. werd u vanaf 27 oktober 2006 in reconversie geplaatst. Het spreekt voor zich dat ik ook in deze niet akkoord kan gaan”. Bij brief van 20 november 2006 schrijft de raadsman van verzoeker aan de verwerende partij dat “zijn cliënt de witte lijsten pas ontvangen heeft gedurende zijn ziekte, op 13 november 2006, dat het bezwaar zeker tijdig is” Hij voert ook onder meer partijdigheid aan ten aanzien van twee juryleden. Met een brief van 21 november 2006 wordt hem het volgende geantwoord: “wij betwisten (...) het feit dat tijdens het onderhoud van 18.10.2006 door mij en dhr. Boesmans is gesteld dat er geen sprake meer kan zijn van een verdere samenwerking met u. IX-5550-3/6 Uw reconversie is het gevolg van de afschaffing van de betrekking van rang 25 bij de HR&0 administratie. Na uw terugkeer uit ziekteverlof zal de dienst Oriëntering u uitnodigen voor een gesprek met betrekking tot uw verdere loopbaan waarbij u tevens de mogelijkheid zal worden geboden om verder voor mij te werken weliswaar in een betrekking van lagere rang. Deze procedure werd gevolgd bij alle medewerkers van de HR&0 administratie die in reconversie werden geplaatst bij beslissing van 26 oktober 2006 door de reconversiecommissie”
- De gegrondheid van de vordering. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het regle- ment een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel kan berokkenen; 2.
- Overwegende dat verzoeker met betrekking tot de tweede voorwaarde aanvoert dat het zijn bedoeling is dat “de betwiste besluiten worden geschorst, verder vernietigd en dat na heroverweging hij wordt aangesteld”; dat hij hiermee een moreel en ook een materieel nadeel kan vermijden en dat zulks slechts mogelijk is “als het betwiste besluit ook wordt geschorst”; dat hij uiteenzet dat zijn moreel nadeel evident is; dat hij gefungeerd heeft “in een functie die later de naam teamleader kreeg”; dat hij gekandideerd heeft om manager te worden; dat hij “de duimen (heeft) moeten leggen voor de heer Boesmans” en hij die beslissing heeft aangevochten; dat hij nu ook nog wordt gedegradeerd en zijn vroegere functie van teamleader verliest; dat hij zou moeten functioneren onder de leiding van mensen waarover hij nu de leiding heeft, wat vernederend is en een openbare blaam van onbekwaamheid oplevert; dat hij ten aanzien van collega*s, familieleden, kennissen, vrienden publiek gestigmatiseerd wordt als iemand die niet eens meer in staat wordt geacht het werk dat hij al jaren doet naar behoren verder te zetten; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat wat het ingeroepen materieel nadeel betreft verzoeker verder geen enkele indicatie geeft, zodat aangenomen dient te worden dat er geen materieel nadeel is; dat zij vervolgt met verwijzing naar de vaste rechtspraak van de Raad van State dat het niet verkrijgen van een benoeming geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent; dat het moreel nadeel in principe volledig hersteld wordt door IX-5550-4/6 de morele genoegdoening die een vernietiging zou verschaffen en dat verzoeker geen element aanbrengt dat zou rechtvaardigen waarom in deze afgeweken zou moeten worden van de vaststaande rechtspraak: er is geen sprake van degradatie, alleen van een niet-benoeming en het is niet uitzonderlijk dat, na een selectieprocedure onder meer gebaseerd op een examen, ondergeschikte personen een betere score behalen; dat verzoeker, in reconversie werd geplaatst naar aanleiding van de reorganisatie waarbij hij de functie van teamleader niet heeft verkregen en dat hij zal begeleid worden naar een nieuwe functie bij de verwerende partij in zijn graad van bureauchef tenzij hij kiest om verder tewerkgesteld te worden in het nieuw opgericht dienstencentrum zodat hij daar dan wel tewerkgesteld zal worden in een lagere graad en functioneren onder leiding van personen met wie hij vroeger heeft samengewerkt, maar nooit de leiding heeft over gehad; 2.
- Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat verzoeker vanaf 27 oktober 2006 in reconversie is geplaatst als gevolg van de beslissing van de reconversiecommissie van 26 oktober 2006; dat hij aldus de verschillende stappen van de reconversiebegeleiding zou moeten doorlopen; dat hij weliswaar niet akkoord is gegaan met die beslissing, doch dat niet blijkt dat hij die beslissing rechtsgeldig heeft bestreden, zodat de vraag rijst of het definitief geworden reconversieproces van verzoeker, zijn doel om, door een schorsing gevolgd door een annulatie, tot een “heroverweging” te komen, niet zal voorbij schieten; dat, voorts, elke kandidaat bij een bevordering zich ervan moet bewust zijn dat hij die bevordering kan mislopen, zodat het, in die omstandigheden, het zich verongelijkt voelen of teleurgesteld zijn, niet als een ernstig moreel nadeel kan worden aanzien; dat bovendien een moreel nadeel, zoals het aanvoelen als een vernedering tegenover derden, in de regel niet moeilijk te herstellen is en volledig kan worden hersteld door de morele genoegdoening die verkregen wordt bij een gebeurlijke, overigens met terugwerkende kracht, verkregen vernietiging; dat het ten slotte inherent is aan een selectieprocedure, dat, uit een aantal kandidaten, een kandidaat wordt geselecteerd die mogelijk voorheen in een gelijke of zelfs in ondergeschikte positie stond tegenover de niet geselecteerde, zodat zulks ook niet als een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan worden beschouwd; Overwegende dat uit wat voorafgaat blijkt dat aan een van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van IX-5550-5/6 State niet is voldaan, dat die vaststelling volstaat om verzoekers vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 25 juni 2007, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. L. HELLIN. IX-5550-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.697 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.229 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.