id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.747 Rolnummer: A. 65215/X-10206 Zaak: Arrest 172747 - Architecten - 26/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 21:10 Fiche Arrest nr 172.747 van 26 juni 2007 Beroepen - Architecten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.747 van 26 juni 2007 in de zaak A. 65.215/X-10.
- In zake : de ORDE VAN ARCHITECTEN, die woonplaats kiest bij advocaat H. GEINGER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Quatre Brasstraat 6 tegen : de gouverneur van de provincie VLAAMS-BRABANT. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de ORDE VAN ARCHITECTEN op 18 augustus 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 16 juni 1995 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant waarbij Luc JUWE, met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, wordt gemachtigd zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering der werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning, op een perceel gelegen te Landen (Overwinden), Neerwindenstraat, kadastraal bekend sectie A, nr. 311/s3ex; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 4 juli 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 9 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; X-10.206-1/5 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SONCK, die loco advocaat H. GEINGER verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten Overwegende dat L. JUWE op 20 april 1995 bij de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant een aanvraag tot vrijstelling indient om zijn “eerste eigen huis zelf te mogen tekenen en ondertekenen”; dat hij op 24 september 1982 een diploma technisch hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan, afdeling Bouwbedrijf heeft behaald bij het Sint-Lukas Hoger Architectuurinstituut te Schaarbeek; dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Landen op 2 mei 1995 een gunstig advies uitbrengt over de gevraagde vrijstelling; dat de gouverneur de gevraagde vrijstelling op 16 juni 1995 verleent met verwijzing naar artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect; dat dit de bestreden beslissing is;
- Ten gronde 2.
- Overwegende dat de verzoekster een enig middel afleidt uit de schending van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect; dat zij tevens machtsoverschrijding aanvoert; Overwegende dat zij dit middel als volgt adstrueert: “Doordat de verwerende partij de heer JUWE, die aantoont het diploma van ‘Technisch Hoger Onderwijs van het korte type met volledig leerplan - Afdeling Bouwbedrijf’ te hebben behaald, machtigt, bij toepassing van voormeld artikel 4, tweede lid, zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering der werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning, uitsluitend bestemd voor zijn persoonlijk gebruik op zijn eigendom te Landen, gekadastreerd sectie A nr. 311/S/3ex, groot 13a 49ca, op grond dat ingevolge het door de verzoeker behaalde diploma ‘redelijkerwijze’ mag gesteld worden dat hij een voldoende kennis bezit inzake ‘bouwaangelegenheden’ en ‘dat de woning die de belanghebbende wenst te bouwen uitsluitend voor zijn persoonlijk gebruik bestemd is’, Terwijl eerste onderdeel de vragen om afwijking in de zin van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 in elk geval afzonderlijk in concreto door de provinciegouverneur moeten worden onderzocht en beoordeeld, deze laatste zich hierbij niet kan beperken tot een verwijzing naar het behaalde diploma om te besluiten dat de verzoeker ‘een voldoende kennis bezit inzake X-10.206-2/5 bouwaangelegenheden’ en de gouverneur niet enkel rekening dient te houden met het feit dat de op te richten woning voor ‘persoonlijk gebruik’ bestemd is; voormeld onderzoek minstens onderstelt dat de gouverneur in zijn besluit de concrete feitelijke gegevens opsomt waaruit moet blijken dat de verzoeker niet enkel ‘een voldoende kennis’ maar eerst en vooral de nodige bekwaamheid bezit op het gebied van bouwtechniek en architectuur in al hun aspecten, meer bepaald teneinde, rekening houdend met de concrete aard en omvang van het bouwwerk, met de vereiste vakkennis hiervoor alle plannen op te stellen en toezicht op de uitvoering der werken uit te oefenen, zodat de provinciegouverneur, door in vage en zeer algemene bewoordingen te steunen op het door de heer JUWE behaalde diploma, zonder enige concrete precisering betreffende voormelde bekwaamheidsvereisten, en door voorts enkel te wijzen naar de bestemming voor ‘persoonlijk gebruik’, zonder aan te geven in welke mate zulks deze bekwaamheidsvereisten beïnvloedt, artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 schendt en machtsoverschrijding pleegt, Terwijl, tweede onderdeel, uit het studieprogramma dat de heer JUWE destijds heeft gevolgd om voormeld diploma van technisch hoger onderwijs - afdeling bouwbedrijf te behalen, niet kan worden afgeleid dat hij ‘een voldoende kennis bezit inzake bouwaangelegenheden’, laat staan voldoet aan de bekwaamheidsvereisten voor het opstellen van de plannen tot oprichting van een gebouw en voor het uitoefenen van toezicht op de uitvoering van de bouwwerken, zodat het aangevochten besluit niet wettig steunt op de loutere omstandigheid dat de verzoeker het diploma van ‘Technische Hoger Onderwijs van het korte type met volledig leerplan - afdeling bouwbedrijf’ heeft behaald om daaruit af te leiden dat hij voor de oprichting van zijn privé-woning ‘een voldoende kennis bezit inzake bouwaangelegenheden’ (schending van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 en machtsoverschrijding)”; 2.
- Overwegende dat de raadsman van de verzoekster geen laatste memorie heeft ingediend en in zijn aangetekende brief met ontvangstmelding van 12 augustus 2002 verzoekt om de voortzetting van de procedure “overeenkomstig het artikel 14 quater van het besluit van de regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, zoals vervangen door artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 26 juni 2000”; dat de raadsman van de verzoekster daar het volgende aan toevoegt: “Nu de argumentatie van het verzoekschrift en van de memorie van wederantwoord die ik in deze zaak heb ingediend, niet kan worden uitgebreid, zal ik geen laatste memorie neerleggen”; 2.
- Overwegende dat krachtens artikel 4, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect de Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen en de particulieren een beroep moeten doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken, voor welke door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd; Overwegende dat wat de openbare instellingen en de particulieren betreft, mogen er krachtens het tweede lid van voornoemd artikel 4 afwijkingen worden X-10.206-3/5 toegestaan door de gouverneur, op voorstel van het schepencollege van de gemeente waar de werken moeten worden uitgevoerd; 2.
- Overwegende dat het bestreden besluit in de aanhef verwijst naar de gevraagde vrijstelling door L. JUWE en naar de toepasselijke wetgeving terzake; Overwegende dat het bestreden besluit vervolgens aangeeft op welke gronden het beslist om L. JUWE te machtigen om zelf de plannen op te maken en om toezicht uit te oefenen op de uitvoering van de werken voor het bouwen van zijn woning; dat het bestreden besluit desbetreffend steunt op de volgende overwegingen:
- De heer L. JUWE is houder van het diploma van “Technisch Hoger Onderwijs van het korte type met volledig leerplan - Afdeling Bouwbedrijf”, afgeleverd door het Hoger Architectuursinstituut St.-Lukas te Schaarbeek; het bestreden besluit leidt daaruit af dat “bijgevolg redelijkerwijze mag worden gesteld dat hij een voldoende kennis bezit inzake bouwaangelegenheden”;
- De woning die de belanghebbende wenst te bouwen is uitsluitend bestemd voor zijn persoonlijk gebruik;
- Het voorstel van het college van burgemeester en schepenen van de stad Landen d.d. 2 mei 1995 is gunstig; Overwegende dat de eerste overweging van het bestreden besluit steunt op het diploma dat L. JUWE heeft behaald op 24 september 1982; dat een eensluidend afschrift van dit diploma zich bevindt in het administratief dossier en bijgevolg door de verwerende partij bij de besluitvorming werd betrokken; dat het behalen van dit diploma door L. JUWE inhoudt dat hij onder meer over de volgende vakken, verdeeld over twee studiejaren, examen heeft afgelegd: wiskunde, bouwkundige ontleding en grafisch werk, bouwfysica, constructieleer, verwarming en koeling, beroepstechniek, bouwplaatsorganisatie, topografie, mechanica en sterkteleer, burgerlijke bouwkunde, betonberekenen, staalconstructie, riolering, elektriciteit en mechanische uitrusting van gebouwen, materialenleer, stabiliteit, grondmechanica en bouwwetgeving; Overwegende dat, uit de omstandigheid dat L. JUWE voornoemd diploma heeft behaald mede gelet op de specificiteit van de vakken waarover hij examen heeft afgelegd, de verwerende partij wettig kon besluiten dat L. JUWE zowel beschikt over een voldoende kennis als over de vereiste bekwaamheid op het gebied van bouwtechniek en architectuur om de plannen te maken van zijn eigen woning en om toezicht uit te oefenen op de uitvoering der werken; dat uit dit diploma tevens kan worden afgeleid dat hij over voldoende kennis beschikt betreffende bouw- aangelegenheden; X-10.206-4/5 Overwegende dat in de tweede overweging de verwerende partij op goede gronden, tevens rekening hield bij het nemen van haar besluit met de omstandigheid dat de aanvraag van L. JUWE eenmalig is, vermits zij betrekking heeft op het ontwerpen en bouwen van een eigen woning; dat in de derde overweging het bestreden besluit op goede gronden rekening houdt met het gunstig voorstel van het college van burgemeester en schepenen van de stad Landen; Overwegende dat het enig middel ongegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni tweeduizend en zeven, door de Xe kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.206-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.747 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.