← België

Arrest 172750 - Architecten - 26/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.750 Rolnummer: A. 66493/X-10326 Zaak: Arrest 172750 - Architecten - 26/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 06:51 Fiche Arrest nr 172.750 van 26 juni 2007 Beroepen - Architecten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.750 van 26 juni 2007 in de zaak A. 66.493/X-10.

  1. In zake : de ORDE VAN ARCHITECTEN, die woonplaats kiest bij advocaat H. GEINGER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Quatre Brasstraat 6 tegen : de gouverneur van de provincie VLAAMS-BRABANT. tussenkomende partij : Christian VANDEZANDE, wonende te 3050 OUD-HEVERLEE, Winkelweg
  2. ---------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de ORDE VAN ARCHITECTEN op 21 november 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 22 september 1995 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant waarbij Christian VANDEZANDE, met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, wordt gemachtigd zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering der werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning op een perceel gelegen te Oud-Heverlee, Ruitersweg, kadastraal bekend wijk B, nr. 234/p (deel); Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 7 mei 1996 ingediend door Christian VANDEZANDE; Gelet op de beschikking van 13 juni 1996 die de tussenkomst van Christian VANDEZANDE toelaat; X-10.326-1/3 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 16 mei 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 8 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SONCK, die loco advocaat H. GEINGER verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de tussenkomende partij een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt, waarin zij inzake de procesbevoegdheid van de verzoekster vaststelt dat deze niet het bewijs voorlegt dat het bevoegde orgaan van de Orde der Architecten, met name de Nationale Raad, binnen de beroepstermijn heeft beslist om een annulatieberoep in te dienen; dat het auditoraatsverslag bij gebreke aan het voorleggen van een dergelijk bewijs, besluit tot de onontvankelijkheid van het beroep; dat de verzoekster geen laatste memorie heeft ingediend en enkel in een aangetekende brief met ontvangstbewijs d.d. 27 juni 2001 verstuurd door haar raadsman om de voortzetting van de procedure verzoekt; Overwegende dat voornoemd bewijs niet werd neergelegd ter zitting van 9 februari 2007, hoewel enerzijds in de beschikking tot vaststelling X-10.326-2/3 van 8 januari 2007 uitdrukkelijk werd gevraagd om het dossier te actualiseren en om wezenlijke elementen mee te delen die een weerslag zouden kunnen hebben op de ontvankelijkheid van het beroep en anderzijds de auditeur dit probleem ter sprake bracht ter zitting; dat hierop geen reactie kwam van de verzoekster; dat de opgeworpen exceptie bijgevolg gegrond is en dat het annulatieberoep onontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  3. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  4. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.326-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.750 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.