id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.753 Rolnummer: A. 69717/X-10535 Zaak: Arrest 172753 - Architecten - 26/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 21:11 Fiche Arrest nr 172.753 van 26 juni 2007 Beroepen - Architecten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.753 van 26 juni 2007 in de zaak A. 69.717/X-10.535. In zake : de ORDE VAN ARCHITECTEN, die woonplaats kiest bij advocaat H. GEINGER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Quatre Brasstraat 6 tegen : de gouverneur van de provincie VLAAMS-BRABANT. ------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de ORDE VAN ARCHITECTEN op 5 juli 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 30 april 1996 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant waarbij Eric GIJBELS, met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, wordt gemachtigd zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering van de werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning, op een perceel gelegen te Halle-Lembeek, Dr. Spitaelslaan, kadastraal bekend wijk E, nr. 136/b (deel); Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 11 september 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij; X-10.535-1/7 Gelet op de beschikking van 8 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SONCK, die loco advocaat H. GEINGER, verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten 1.1. Overwegende dat op 4 maart 1996 E. GIJBELS een brief richt aan de verwerende partij, waarin hij verzoekt om gemachtigd te worden zelf de plannen en het lastenboek van zijn woning op te maken gelegen aan de Dr. Spitaelslaan te Halle-Lembeek, en zelf toezicht op de uitvoering van de werken uit te oefenen; dat het volgens E. GIJBELS gaat om een eerste woning die hij na de uitvoering van de werken met zijn echtgenote en twee kinderen zal betrekken; dat hij in zijn brief meedeelt dat hij “uit hoofde van (zijn) opleiding als industrieel ingenieur (...) sterkteleer, toegepaste sterkteleer en specialisatie klimatisering (heeft gevolgd
- en)voldoende bekend (
- is)met het opmaken van plans en lastenboeken”; dat hij daaraan toevoegt dat hij tewerkgesteld is in een industrieel automatiseringsbedrijf, waar hij als projectleider vaak met bouwtechnische aspecten wordt geconfronteerd; dat hij in bijlage bij zijn schrijven van 4 maart 1996 ondermeer een voor eensluidend verklaard afschrift voegt van zijn diploma “industrieel ingenieur”; 1.2. Overwegende dat op 11 maart 1996 de verwerende partij ontvangst meldt van de brief van E. GIJBELS met bijlagen, en verzoekt om haar in de mogelijkheid te stellen om zijn aanvraag te onderzoeken door haar de volgende documenten mee te delen: - een voor eensluidend verklaard afschrift van het kandidaatsdiploma van industrieel ingenieur, afdeling mechanica, waarop de vakken dienen te X-10.535-2/7 worden vermeld die betrekking hebben op het bouwen. Indien dit niet het geval zou zijn, dient E. GIJBELS een lijst op te sturen van de onderwijsinstelling waar hij zijn diploma heeft behaald, met de gevraagde informatie; - een op eer ondertekende verklaring dat hij geen aannemer is van openbare of private werken en dat de op te richten woning uitsluitend voor zijn persoonlijk gebruik zal bestemd zijn; dat op 19 maart 1996 E. GIJBELS de gevraagde documenten meedeelt aan de verwerende partij; 1.3. Overwegende dat op 9 april 1996 het college van burgemeester en schepenen van de stad Halle een gunstig advies verleent met als motivering: “Gelet op de reeds opgedane ervaring als industrieel ingenieur (in een) automatiseringsbedrijf waar belanghebbende als projectleider met bouwtechnische aspecten wordt geconfronteerd”; dat in het advies tevens wordt gewezen op het feit dat “het hier gaat om een ontwerp voor een alleenstaande ééngezinswoning en uitsluitend bestemd is voor persoonlijk gebruik”; 1.4. Overwegende dat op 30 april 1996 de verwerende partij het bestreden besluit neemt; 2. Ten gronde 2.1. Overwegende dat de verzoekster in een enig middel de schending aanvoert van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect; dat zij tevens machtsoverschrijding aanvoert; 2.2. Overwegende dat zij dit middel als volgt adstrueert: “Doordat de verwerende partij de heer GIJBELS, die houder is van het diploma van ‘industrieel ingenieur, afdeling mechanica’, behaald op 5 juli 1986, machtigt, bij toepassing van voormeld artikel 4, tweede lid, zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering der werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning, uitsluitend bestemd voor zijn persoonlijk gebruik te Lembeek (Halle), gekadastreerd wijk E, deel van nummer 136/B, groot 11a 16ca, op grond: X-10.535-3/7 dat dit diploma ‘overeenkomstig de bepalingen van het artikel 2 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs van universitair niveau is’, dat bovendien uit ‘het door de verzoeker doorlopen studieprogramma en de door hem uitgeoefende functie van projectleider bij een onderneming werkzaam in de industriële sector waar hij met bouwtechnische aspecten wordt geconfronteerd, redelijkerwijze kan afgeleid worden dat hij voldoende kennis en bekwaamheid bezit op het (gebied) van bouwtechniek en architectuur’ en ‘dat de woning die de belanghebbende wenst te bouwen uitsluitend voor zijn persoonlijk gebruik bestemd is’, Terwijl, eerste onderdeel, de vragen om afwijking in de zin van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 in elk geval afzonderlijk in concreto door de provinciegouverneur moeten worden onderzocht en beoordeeld; deze laatste zich hierbij niet kan beperken tot een onderzoek van het ‘doorlopen studieprogramma’ en een algemene en vage verwijzing naar ‘de door hem uitgeoefende functie (..) waar hij met bouwtechnische aspecten wordt geconfronteerd’, om te besluiten dat de verzoeker een ‘voldoende kennis en bekwaamheid bezit op het gebied van bouwtechniek en architectuur’, en de gouverneur niet enkel rekening dient te houden met het feit dat de op te richten woning ‘voor persoonlijk gebruik’ bestemd is; voormeld onderzoek minstens onderstelt dat de gouverneur in zijn besluit de concrete feitelijke gegevens opsomt waaruit moet blijken dat de verzoeker niet enkel een ‘voldoende kennis’, maar eerst en vooral de nodige bekwaamheid bezit op het gebied van bouwtechniek en architectuur in al hun aspecten, meer bepaald teneinde, rekening houdend met de concrete aard en omvang van het bouwwerk, met de vereiste vakkennis hiervoor alle plannen op te stellen en toezicht op de uitvoering van alle werken uit te oefenen, Zodat de provinciegouverneur, door in uiterst vage en zeer algemene bewoordingen te steunen op het door de heer GIJBELS behaalde diploma en doorlopen studieprogramma en op zijn functie in een industriële onderneming, zonder enige concrete precisering betreffende voormelde bekwaamheidsvereisten, en door voor het overige enkel te verwijzen naar de bestemming voor ‘persoonlijk gebruik’, zonder aan te geven in welke mate zulks deze bekwaamheidsvereisten beïnvloedt, artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 schendt en machtsoverschrijding pleegt, Terwijl, tweede onderdeel, uit geen enkel gegeven van het aangevochten besluit blijkt dat de heer GIJBELS, vanwege het door hem doorlopen studieprogramma en zijn functie in een industriële onderneming, ‘voldoende kennis en bekwaamheid bezit op het gebied van bouwtechniek en architectuur’, laat staan voldoet aan de bekwaamheidsvereisten voor het opstellen van de plannen tot oprichting van een gebouw en voor het uitoefenen van toezicht op de uitvoering van de bouwwerken; integendeel uit de enige vermeldingen in het aangevochten besluit nopens de aard van het behaalde diploma (‘industrieel ingenieur, afdeling mechanica’), hoogstens volgt dat de betrokkene kan geacht worden een opleiding te hebben genoten op het gebied van de mechanica, doch geenszins inzake bouwtechniek en architectuur in hun diverse aspecten, terwijl geen enkel element de aard verduidelijkt van de ‘bouwtechnische aspecten’, waarmee de heer GIJBELS in zijn activiteiten wordt geconfronteerd, Zodat de provinciegouverneur niet wettig verwijst naar dit studieprogramma - overigens zonder nadere precisering - en naar de functie van de heer GIJBELS, tot staving van zijn besluit (schending van art. 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 en machtsoverschrijding)”; X-10.535-4/7 2.3. Overwegende dat de raadsman van de verzoekster geen laatste memorie heeft ingediend en in zijn aangetekend schrijven met ontvangstmelding van 16 oktober 2001 verzoekt om de voortzetting van de procedure, “overeenkomstig artikel 14, tweede lid van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State”; 2.4. Overwegende dat krachtens artikel 4, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect de Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen en de particulieren een beroep moeten doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering der werken, voor welke door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd; Overwegende dat wat de openbare instellingen en de particulieren betreft er krachtens het tweede lid van voornoemd artikel 4 afwijkingen mogen worden toegestaan door de gouverneur, op voorstel van het schepencollege van de gemeente waar de werken moeten worden uitgevoerd; 2.5. Overwegende dat het bestreden besluit in de aanhef verwijst naar de gevraagde vrijstelling door E. GIJBELS en naar de toepasselijke wetgeving terzake; Overwegende dat het bestreden besluit vervolgens aangeeft op welke gronden werd besloten om E. GIJBELS te machtigen zelf de plannen te maken en toezicht uit te oefenen op de uitvoering van de werken voor het bouwen van zijn woning; dat het bestreden besluit desbetreffend steunt op de volgende motieven: 1. E. GIJBELS is houder van een diploma van industrieel ingenieur, afdeling mechanica, uitgereikt op 5 juli 1986 door de Industriële Hogeschool van het Rijk - Brussel, dat overeenkomstig de bepalingen van het artikel 2 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs van universitair niveau is; 2. het studieprogramma dat E. GIJBELS heeft doorlopen in samenhang met de functie van projectleider die hij uitoefent in een onderneming die actief is in de industriële sector, waar hij met bouwtechnische aspecten X-10.535-5/7 te maken heeft, verantwoordt in redelijkheid de conclusie dat hij over voldoende kennis en bekwaamheid beschikt op het gebied van bouwtechniek en architectuur; 3. de woning die de belanghebbende wenst te bouwen is uitsluitend bestemd voor zijn persoonlijk gebruik; 4. het bestreden besluit verwijst ten slotte naar het gemotiveerd gunstig voorstel van het college van burgemeester en schepenen van de stad Halle van 9 april 1996; 2.6.1. Overwegende dat het eerste motief van het bestreden besluit steunt op het diploma dat E. GIJBELS heeft behaald op 5 juli 1986; dat een eensluidend afschrift van dit diploma zich bevindt in het administratief dossier en bijgevolg door de verwerende partij werd betrokken bij de besluitvorming; dat het behalen van dit diploma door E. GIJBELS inhoudt dat hij onder meer over de volgende vakken examen heeft afgelegd: bouwkunde, industriële constructies, sterkteleer, toegepaste sterkteleer en specialisatie klimatisering; dat op uitdrukkelijk verzoek van de verwerende partij gedetailleerde programmalijsten waarop de gevolgde cursussen voorkomen, werden overgemaakt door E. GIJBELS aan de verwerende partij; 2.6.2. Overwegende dat het bestreden besluit naast het studieprogramma tevens op goede gronden rekening hield met de functie die E. GIJBELS uitoefende op het tijdstip van het nemen van het bestreden besluit, met name projectleider in een onderneming actief in de industriële sector waar hij met bouwtechnische aspecten werd geconfronteerd; dat de verwijzing naar een dergelijke leidinggevende functie een bijkomend relevant tweede motief uitmaakt om te besluiten dat E. GIJBELS in aanmerking kwam om de plannen van zijn woning te tekenen en de bouwwerken te leiden; 2.6.3. Overwegende dat E. GIJBELS enkel plannen heeft gemaakt voor een eigen gezinswoning; dat dit bijkomend motief, voor wat de eigen gezinswoning betreft, dient te worden samengelezen met de twee overige motieven die het bestreden besluit schragen; 2.6.4. Overwegende dat het bestreden besluit tenslotte verwijst naar het gemotiveerd gunstig voorstel van het college van burgemeester en schepenen van de stad Halle, dat expliciet verwijst naar de “reeds opgedane ervaring (door X-10.535-6/7 E. GIJBELS) als industrieel ingenieur (in een) automatiseringsbedrijf waar belanghebbende als projectleider met bouwtechnische aspecten wordt geconfronteerd”; Overwegende dat dit motief op goede gronden werd overgenomen in het bestreden besluit; 2.7. Overwegende dat het enig middel ongegrond is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.535-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.753 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div