← België

Arrest 172756 - Architecten - 26/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.756 Rolnummer: A. 69845/X-10221 Zaak: Arrest 172756 - Architecten - 26/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 21:12 Fiche Arrest nr 172.756 van 26 juni 2007 Beroepen - Architecten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.756 van 26 juni 2007 in de zaak A. 69.845/X-10.

  1. In zake : de ORDE VAN ARCHITECTEN, die woonplaats kiest bij advocaat H. GEINGER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Quatre Brasstraat 6 tegen : de gouverneur van de provincie VLAAMS-BRABANT. tussenkomende partij : Carl SERRY, die woonplaats kiest bij advocaat J.-J. VAN RAEMDONCK, kantoor houdende te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de ORDE VAN ARCHITECTEN op 12 juli 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 4 juni 1996 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant waarbij Carl SERRY, met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, wordt gemachtigd zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering van de werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning, op een perceel gelegen te Boortmeerbeek, Paepestraat, kadastraal bekend sectie B, nr. 201/m(deel); Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 20 januari 1997 ingediend door Carl SERRY; Gelet op de beschikking van 27 januari 1997 die de tussenkomst van Carl SERRY toelaat; X-10.221-1/6 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 28 maart 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 9 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SONCK, die loco advocaat H. GEINGER verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat K. ROELANDT, die loco advocaat J.-J. VAN RAEMDONCK verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De feiten 1.
  4. Overwegende dat op 20 maart 1996 de tussenkomende partij een brief richt aan de verwerende partij, waarin zij verzoekt, gelet op haar opleiding van industrieel ingenieur bouwkunde, om “een afwijking toe te laten om aan ondergetekende (de tussenkomende partij) zelf de organisatie (opmaken van plannen alsmede het volledige bouwdossier en opvolging van de uitvoering voor het bouwen van een nieuwe woning voor privédoeleinden) toe te laten”; dat zij in voornoemd schrijven de kadastrale gegevens van de bouwgrond meedeelt en de referenties van de verkavelingsvergunning; dat zij in bijlage een kopie voegt van de verkoopovereenkomst van de grond, een eensluidend afschrift van X-10.221-2/6 het diploma van “Hoger onderwijs van Academisch niveau, studiegebied (van) Industriële Wetenschappen Bouwkunde” waardoor aan de tussenkomende partij de graad wordt verleend van industrieel ingenieur; dat zij voorts in bijlage een eensluidend afschrift voegt van “goed zedelijk gedrag en van nationaliteit” en twee verklaringen, waarin zij in de eerste verklaart “geen aannemer (te zijn) van openbare en/of particuliere werken” en in de tweede, “dat (de) op te richten woning enkel en alleen als persoonlijke woonst zal dienst doen”; 1.
  5. Overwegende dat op 28 maart 1996 de verwerende partij een brief richt aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Boortmeerbeek om het “gemotiveerd voorstel” in te winnen van het college betreffende de aanvraag van de tussenkomende partij; 1.
  6. Overwegende dat op 4 juni 1996 de verwerende partij het bestreden besluit neemt;
  7. Ten gronde 2.
  8. Overwegende dat de verzoekster in een enig middel de schending aanvoert van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect; dat zij tevens machtsoverschrijding aanvoert; 2.
  9. Overwegende dat zij dit middel als volgt adstrueert: “Doordat de verwerende partij de heer SERRY, die houder is van het diploma van ‘industrieel ingenieur, afdeling bouwkunde’, behaald op

(6)juli 1993, machtigt, bij toepassing van voormeld artikel 4, tweede lid, zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering der werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning, uitsluitend bestemd voor zijn persoonlijk gebruik te Boortmeerbeek op grond dat de heer SERRY houder is van het diploma van industrieel ingenieur, afdeling bouwkunde, en bijgevolg mag verondersteld worden dat hij voldoende kennis en bekwaamheid bezit inzake het ontwerpen van een eigen woning’ en ‘dat de woning die de belanghebbende wenst te bouwen uitsluitend voor zijn persoonlijk gebruik bestemd is’, Terwijl de vragen om afwijking in de zin van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 in elk geval afzonderlijk in concreto door de provinciegouverneur moeten worden onderzocht en beoordeeld; deze laatste zich hierbij niet kan beperken tot een onderzoek van het bekomen diploma om te besluiten dat de verzoeker een ‘voldoende kennis en bekwaamheid bezit inzake het ontwerpen van een eigen woning’, en de gouverneur niet X-10.221-3/6 enkel rekening dient te houden met het feit dat de op te richten woning ‘voor persoonlijk gebruik’ bestemd is; voormeld onderzoek minstens onderstelt dat de gouverneur in zijn besluit de concrete feitelijke gegevens opsomt waaruit moet blijken dat de verzoeker niet enkel een ‘voldoende kennis’, maar eerst en vooral de nodige bekwaamheid bezit op het gebied van bouwtechniek en architectuur in al hun aspecten, meer bepaald teneinde, rekening houdend met de concrete aard en omvang van het bouwwerk, met de vereiste vakkennis hiervoor alle plannen op te stellen en toezicht op de uitvoering van alle werken uit te oefenen, Zodat de provinciegouverneur, door in uiterst vage en zeer algemene bewoordingen te steunen op het door de heer SERRY behaalde diploma en door voor het overige enkel te verwijzen naar de bestemming voor ‘persoonlijk gebruik’, zonder aan te geven in welke mate zulks deze bekwaamheidsvereisten beïnvloedt, artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 schendt en machtsoverschrijding pleegt”; 2.
  1. Overwegende dat krachtens artikel 4, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect de Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen en de particulieren een beroep moeten doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken, voor welke door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd; Overwegende dat wat de openbare instellingen en de particulieren betreft er krachtens het tweede lid van voornoemd artikel 4 afwijkingen mogen worden toegestaan door de gouverneur, op voorstel van het schepencollege van de gemeente waar de werken moeten worden uitgevoerd; 2.
  2. Overwegende dat het bestreden besluit in de aanhef verwijst naar de gevraagde vrijstelling door de tussenkomende partij en naar de terzake toepasselijke wetgeving; Overwegende dat het bestreden besluit vervolgens wijst op het uitreiken van het diploma van industrieel ingenieur, afdeling bouwkunde, op 6 juli 1993 door de Katholieke Industriële Hogeschool De Nayer te Mechelen aan de tussenkomende partij; dat de verwerende partij uit de omstandigheid dat de tussenkomende partij titularis is van voornoemd diploma afleidt dat ‘bijgevolg mag verondersteld worden dat hij (zij) voldoende technische kennis en bekwaamheid bezit inzake het ontwerpen van een eigen woning”; dat zij daaraan toevoegt dat “de woning die de belanghebbende wenst te bouwen uitsluitend voor zijn (haar) persoonlijk privé-gebruik bestemd is”; dat het bestreden besluit X-10.221-4/6 tenslotte verwijst naar “het gunstig gemotiveerd voorstel van het college van burgemeester en schepenen van Boortmeerbeek (op) datum van 15 april 1996”; Overwegende dat het bezit van een diploma industrieel ingenieur afdeling bouwkunde, de verwerende partij er wettig heeft toe kunnen brengen om de afwijking toe te staan bepaald in artikel 4, tweede lid, van voornoemde wet van 20 februari 1939, aangezien bouwkunde en alle vakken die daarmee verband houden, hebben bijgedragen tot de beroepsbekwaamheid en de vakkennis van de tussenkomende partij; dat het in voorliggend geval niet vereist is om de vakken op te sommen die de tussenkomende partij heeft gevolgd en waarvoor zij examen heeft afgelegd, gelet op de aard van het diploma dat de tussenkomende partij behaalde gerelateerd aan een eenmalig ontwerp van een woning voor persoonlijk gebruik en aan de eigenhandig ondertekende verklaring van de tussenkomende partij waarin zij verklaart “dat hij (zij) geen aannemer is van openbare en/of particuliere werken”, waarbij uit het administratief dossier blijkt dat noch het ene, noch het andere wordt betwist; dat de tussenkomende partij in haar verzoekschrift op goede gronden aanvoert dat “dit ingenieursdiploma bouwkunde (met als eindwerk het ontwerp van een hal in gewapend beton) (...) een voldoende grond (was) voor verwerende partij om te veronderstellen dat tussenkomende partij de nodige kennis en bekwaamheid bezat om zelf de plannen op te stellen voor zijn (haar) eigen woning, en om het toezicht op de werken uit te oefenen”; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat, in tegenstelling met wat de verzoekster betoogt in haar laatste memorie, het bestreden besluit kon overwegen dat de tussenkomende partij daadwerkelijk over de nodige kennis en bekwaamheid beschikt om de plannen van een eigen woning te ontwerpen en om de aannemingswerken te leiden en te controleren; 2.
  3. Overwegende dat het enig middel ongegrond is, X-10.221-5/6 BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 74,37 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni 2007, door de Xde kamer, die was samengesteld uit: de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.221-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.756 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.