← België

Arrest 172757 - Architecten - 26/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.757 Rolnummer: A. 69847/X-10223 Zaak: Arrest 172757 - Architecten - 26/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 21:12 Fiche Arrest nr 172.757 van 26 juni 2007 Beroepen - Architecten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.757 van 26 juni 2007 in de zaak A. 69.847/X-10.

  1. In zake : de ORDE VAN ARCHITECTEN, die woonplaats kiest bij advocaat H. GEINGER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Quatre Brasstraat 6 tegen : de gouverneur van de provincie VLAAMS-BRABANT. tussenkomende partij : Patrick WOUTERS, wonende te 3201 LANGDORP, Klein Welkensvenstraat
  2. ------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de ORDE VAN ARCHITECTEN op 12 juli 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 9 mei 1996 van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant waarbij Patrick WOUTERS, met toepassing van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, wordt gemachtigd zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering van de werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning, op een perceel gelegen te Langdorp (Aarschot), Gijmelsesteenweg, kadastraal bekend sectie G, nr. 241/b; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 14 december 1996 ingediend door Patrick WOUTERS; Gelet op de beschikking van 6 januari 1997 die de tussenkomst van Patrick WOUTERS toelaat; X-10.223-1/6 Gezien de memorie in tussenkomst; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 28 maart 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 9 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 februari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. MOONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. SONCK, die loco advocaat H. GEINGER verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De feiten Overwegende dat de tussenkomende partij op 11 maart 1996 bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Aarschot een aanvraag tot vrijstelling indient om “mijn (haar) plan voor mijn (haar) persoonlijke woning zelf te mogen tekenen en ondertekenen zonder de tussenkomst van een architect”; dat zij op 6 juli 1983 een diploma van kandidaat industrieel ingenieur en op 12 juli 1985 een diploma van industrieel ingenieur, afdeling elektromechanica heeft behaald aan de Katholieke Industriële Hogeschool Groep T Leuven; dat het stadsbestuur van Aarschot op 19 maart 1996 de aanvraag van de tussenkomende partij terugzendt omdat deze aanvraag X-10.223-2/6 dient gericht te worden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant; dat de gouverneur op 29 maart 1996 aan de tussenkomende partij ontvangst van de aanvraag tot vrijstelling meldt; dat het college van burgemeester en schepenen op 25 april 1996 een gunstig advies uitbrengt over de gevraagde vrijstelling; dat de gouverneur de gevraagde vrijstelling op 9 mei 1996 verleent met verwijzing naar artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect; dat dit de bestreden beslissing is;
  4. Ten gronde 2.
  5. Overwegende dat de verzoekster in een enig middel de schending aanvoert van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect; dat zij tevens machtsoverschrijding aanvoert; 2.
  6. Overwegende dat zij dat middel als volgt uitwerkt: “Doordat de verwerende partij de heer WOUTERS, die houder is van het diploma van ‘industrieel ingenieur, afdeling elektromechanica’, behaald op 12 juli 1985, machtigt, bij toepassing van voormeld artikel 4, tweede lid, zelf de plannen op te maken alsmede het toezicht op de uitvoering der werken uit te oefenen voor het bouwen van een eigen woning, uitsluitend bestemd voor zijn persoonlijk gebruik te Langdorp (Aarschot) op grond: dat dit diploma ‘overeenkomstig de bepalingen van het artikel 2 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs van universitair niveau is’, dat bovendien uit ‘het door de verzoeker doorlopen studieprogramma en de door hem uitgeoefende functie van industrieel ingenieur bij een onderneming werkzaam in de industriële sector uit hoofde waarvan hij goed bekend is (met) bouwtechnische aspecten en bouwplannen, redelijkerwijze kan afgeleid worden dat hij voldoende kennis en bekwaamheid bezit op het (gebied) van bouwtechniek en architectuur’ en ‘dat de woning die de belanghebbende wenst te bouwen uitsluitend voor zijn persoonlijk gebruik bestemd is’, Terwijl, eerste onderdeel, de vragen om afwijking in de zin van artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 in elk geval afzonderlijk in concreto door de provinciegouverneur moeten worden onderzocht en beoordeeld; deze laatste zich hierbij niet kan beperken tot een onderzoek van het ‘doorlopen studieprogramma’, en een algemene en vage verwijzing naar ‘de door hem uitgeoefende functie (...) uit hoofde waarvan hij goed bekend is met bouwtechnische aspecten en bouwplannen, om te besluiten dat de verzoeker een ‘voldoende kennis en bekwaamheid bezit op het gebied van bouwtechniek en architectuur’, en de gouverneur niet enkel rekening dient te houden met het feit dat de op te richten woning ‘voor persoonlijk gebruik’ bestemd is; voormeld onderzoek minstens onderstelt dat de gouverneur in zijn besluit de concrete feitelijke gegevens opsomt waaruit moet blijken dat de verzoeker niet enkel een ‘voldoende kennis’, maar eerst en vooral de nodige bekwaamheid bezit op het gebied van X-10.223-3/6 bouwtechniek en architectuur in al hun aspecten, meer bepaald teneinde, rekening houdend met de concrete aard en omvang van het bouwwerk, met de vereiste vakkennis hiervoor alle plannen op te stellen en toezicht op de uitvoering van alle werken uit te oefenen, Zodat de provinciegouverneur, door in uiterst vage en zeer algemene bewoordingen te steunen op het door de heer WOUTERS behaalde diploma en doorlopen studieprogramma en op zijn functie in een industriële onderneming, zonder enige concrete precisering betreffende voormelde bekwaamheidsvereisten, en door voor het overige enkel te verwijzen naar de bestemming voor ‘persoonlijk gebruik’, zonder aan te geven in welke mate zulks deze bekwaamheidsvereisten beïnvloedt, artikel 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 schendt en machtsoverschrijding pleegt, Terwijl, tweede onderdeel, uit geen enkel gegeven van het aangevochten besluit blijkt dat de heer WOUTERS, door het door hem doorlopen studieprogramma en zijn functie in een industriële onderneming, ‘voldoende kennis en bekwaamheid bezit op het gebied van bouwtechniek en architectuur’, laat staan voldoet aan de bekwaamheidsvereisten voor het opstellen van de plannen tot oprichting van een gebouw en voor het uitoefenen van toezicht op de uitvoering van de bouwwerken; integendeel uit de enige vermeldingen in het aangevochten besluit nopens de aard van het behaalde diploma (‘industrieel ingenieur, afdeling elektromechanica’), hoogstens volgt dat de betrokkene kan geacht worden een opleiding te hebben genoten op het gebied van de elektromechanica, doch geenszins inzake bouwtechniek en architectuur in hun diverse aspecten, terwijl geen enkel element de aard verduidelijkt van de ‘bouwtechnische aspecten’, waarmee de heer WOUTERS in zijn activiteiten wordt geconfronteerd, Zodat de provinciegouverneur niet wettig verwijst naar dit studieprogramma - overigens zonder nadere precisering - en naar de functie van de heer WOUTERS, tot staving van zijn besluit (schending van art. 4, tweede lid, van de wet van 20 februari 1939 en machtsoverschrijding)”; 2.
  7. Overwegende dat krachtens artikel 4, eerste lid, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, de Staat, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen en de particulieren een beroep moeten doen op de medewerking van een architect voor het opmaken van de plannen en de controle op de uitvoering van de werken, voor welke door de wetten, besluiten en reglementen een voorafgaande aanvraag om toelating tot bouwen is opgelegd; Overwegende dat, wat de openbare instellingen en de particulieren betreft, er krachtens het tweede lid van voornoemd artikel 4 afwijkingen mogen worden toegestaan door de gouverneur, op voorstel van het schepencollege van de gemeente waar de werken moeten worden uitgevoerd; 2.
  8. Overwegende dat het bestreden besluit in de aanhef verwijst naar de gevraagde vrijstelling door de tussenkomende partij en naar de terzake toepasselijke wetgeving; X-10.223-4/6 Overwegende dat het bestreden besluit vervolgens overweegt dat “de verzoeker houder is van het diploma van industrieel ingenieur, afdeling elektromechanica, uitgereikt op 12 juli 1985 door de Katholieke Industriële Hogeschool Groep T Leuven, dat overeenkomstig de bepalingen van het artikel 2 van de wet van 7 juli 1970 betreffende de algemene structuur van het hoger onderwijs van universitair niveau is”; dat het bestreden besluit daaraan toevoegt dat “uit de samenhang van alle elementen uit het dossier, te weten het door de verzoeker doorlopen studieprogramma en de door hem uitgeoefende functie van industrieel ingenieur bij een onderneming werkzaam in de industriële sector uit hoofde waarvan hij goed bekend is met bouwtechnische aspecten en bouwplannen, redelijkerwijze kan afgeleid worden dat hij voldoende kennis en bekwaamheid bezit op het gebied van bouwtechniek en architectuur”; Overwegende dat het bestreden besluit er tenslotte op wijst dat de woning die de belanghebbende wenst te bouwen uitsluitend voor zijn persoonlijk gebruik is bestemd; 2.
  9. Overwegende dat uit het bestreden besluit blijkt dat de verwerende partij rekening hield met alle stukken van het administratief dossier, dat dit blijkt uit de overweging “dat uit de samenhang van alle elementen uit het dossier (...)”; 2.
  10. Overwegende dat bijgevolg de verwerende partij er mocht van uitgaan dat zowel het diploma dat de tussenkomende partij behaalde als haar beroepservaring volstonden om de gevraagde afwijking in rechte te verantwoorden omdat deze elementen bleken uit de gegevens van het administratief dossier; dat bijgevolg het enig middel van de verzoekster in geen van de onderdelen gegrond is, X-10.223-5/6 BESLUIT: Artikel
  11. Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst bepaald op 74,37 euro komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni 2007, door de Xde kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-10.223-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.757 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.