id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.773 Rolnummer: A. 181516/XII-5045 Zaak: Arrest 172773 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 26/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-24 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-02 12:12 Fiche Arrest nr 172.773 van 26 juni 2007 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.773 van 26 juni 2007 in de zaak A. 181.516/XII-
- In zake : Hilde BORTIER, die woonplaats kiest bij advocaat E. De Simone, kantoor houdende te Antwerpen, Broederminstraat 38 tegen : de UNIVERSITEIT ANTWERPEN, die woonplaats kiest bij advocaten C. Coen en J. Deridder, kantoor houdende te Antwerpen, Mechelsesteenweg 210A. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hilde Bortier op 5 maart 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 12 december 2006 waarbij het bestuurscollege van de Universiteit Antwerpen haar prestaties als “ondermaats” beoordeelt; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekster de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur D. Mareen; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; XII-5045-1\4 Gehoord de opmerkingen van advocaat E. De Simone die verschijnt voor verzoekster en van advocaat C. Coen die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : Voorgaanden
- Verzoekster is hoogleraar aan de faculteit geneeskunde van de Universiteit Antwerpen. Met de bestreden beslissing kent het bestuurscollege van de universiteit op 12 december 2006 aan verzoekster de beoordeling “ondermaats” toe. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
- Verzoekster betoogt met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel, dat zij door de beoordeling “ondermaats” zowel morele schade als materiële schade lijdt. Tot het eerste rekent zij een aanzienlijk imagoverlies in het academisch milieu en bij haar studenten; voor het tweede wijst zij op de hypotheek die de beoordeling legt op haar promotie- en carrièrekansen, “bijvoorbeeld in het kader van een toekomstige ‘promotie’ naar gewoon hoogleraar”. Daarenboven lijdt XII-5045-2\4 verzoekster fysiek en mentaal zwaar onder deze beslissing, mede door de willekeur waarin ze tot stand is gekomen.
- Een negatieve evaluatie brengt aan de geëvalueerde moreel leed. Als verzoekster beweert dat dit nadeel de voor een schorsing vereiste ernst heeft, toont zij evenwel niet aan dat dit rechtstreeks verband houdt met de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Uit de stukken van beide partijen blijkt integendeel dat verzoekster al meerdere jaren ziek is. Zij schrijft op 20 april 2006 zelf aan verwerende partij, er niet in geslaagd te zijn om een recent curriculum vitae te bezorgen wegens ziekte tijdens de academiejaren 2004, 2005 en 2006 en op 19 mei 2006 schrijft zij dan weer geen zelfevaluatieverslag te kunnen opstellen omdat zij meerdere periodes ziek is geweest. Dit nadeel kan dan ook niet worden toegeschreven aan de normale tenuitvoerlegging van een negatief uitvallende beoordeling. Uit de toepasselijke regelgeving blijkt dat verzoekster wegens de negatieve beoordeling, het daaropvolgende jaar reeds opnieuw aan een evaluatie moet worden onderworpen. Gelet hierop is het verlies aan promotie- en carrièrekansen louter hypothetisch, nu verzoekster in gebreke blijft om aan te tonen van welke bevorderingen zij in die korte periode ten gevolge van de gegeven beoordeling dreigt te worden uitgesloten -verzoekster beweert zelfs niet dat de toekomstige promotie naar gewoon hoogleraar waarop zij alludeert het voorwerp is van dit jaar lopende procedures. Verzoekster kan trouwens de schorsing en nietigverklaring vorderen van de bevorderingen waar zij naast grijpt ingevolge de bestreden beoordeling, zodat dit aspect van het aangevoerde nadeel hoe dan ook niet moeilijk te herstellen is. Wat dan blijft -het imagoverlies bij collega’s en studenten- is insgelijks een moreel nadeel waarvan verzoekster de Raad niet heeft kunnen overtuigen dat het niet hersteld kan worden, met name door de morele genoegdoening van de gebeurlijk uit te spreken nietigverklaring met terugwerkende kracht. Ook al omdat verzoekster binnenkort opnieuw geëvalueerd zal worden, ziet de Raad ook niet in waarom verzoekster onmogelijk de afloop van de annulatieprocedure zou kunnen afwachten.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad XII-5045-3\4 van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig juni 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5045-4\4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.773 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.211.411 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.