id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.789 Rolnummer: A. 182026/XII-5066 Zaak: Arrest 172789 - Varia (onderwijs en cultuur) - 27/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-27 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 21:22 Fiche Arrest nr 172.789 van 27 juni 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.789 van 27 juni 2007 in de zaak A. 182.026/XII-
- In zake : Els VAN ROEY, wonende te Ravels, De Vijf Kuilen 27, tegen : VZW HOGER INSTITUUT VOOR VERPLEEGKUNDE SINT- ELISABETH. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Els Van Roey op 27 maart 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 25 januari 2007 waarbij de delibererende klassenraad van het derde leerjaar van de opleiding personenzorg-verpleegkunde aan het Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint-Elisabeth te Turnhout haar niet geslaagd verklaart; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien het administratief dossier; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 25 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 12 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. Van Lommel, die loco advocaat A. Peeters verschijnt voor verzoekster; XII-5066-1\5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur- afdelingshoofd R. Van Der Gucht; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De gegevens van de zaak
- Tijdens het schooljaar 2005-2006 volgt verzoekster de lessen van het derde en laatste jaar van de opleiding verpleegkunde (modules studiegebied personenzorg - verpleegkunde) aan het Hoger Instituut voor Verpleegkunde Sint-Elisabeth te Turnhout. Op 29 juni 2006 beslist de delibererende klassenraad dat de beslissing over de module toegepaste verpleegkunde wordt uitgesteld en dat verzoekster ter zake een bijkomende proef dient af te leggen. Op 16 oktober 2006 beslist de delibererende klassenraad verzoekster niet geslaagd te verklaren. Bij schrijven van 19 oktober 2006 tekent verzoekster bij de schooldirectie bezwaar aan tegen die beslissing. Op 6 november 2006 bevestigt de delibererende klassenraad haar eerdere beslissing. Bij schrijven van 10 november 2006 stelt verzoekster bij de beroepscommissie beroep in tegen de voornoemde beslissing. Nadat verzoekster op 8 december 2006 door de beroepscommissie werd gehoord, beslist het schoolbestuur op 12 december 2006 dat de delibererende klassenraad op 25 januari 2007 “in delibererende vergadering” zal samenkomen. XII-5066-2\5 Op 25 januari 2006 beslist de delibererende klassenraad om de beslissingen van de vorige klassenraden te bevestigen en verzoekster andermaal niet geslaagd te verklaren. Dit is de bestreden beslissing. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de tweede schorsingsvoorwaarde
- In het auditoraatsverslag wordt het merkwaardig genoemd dat verzoekster, wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft, niet het dreigend verlies van een schooljaar aanvoert. Wat verzoekster wél aanvoert is dat ze als gevolg van de bestreden beslissing niet meer in staat is haar studies af te maken, aangezien ze studeerde via een “VDAB-contract-opleiding”, die als gevolg van de bestreden beslissing is opgezegd, zodat ze derhalve voor de arbeidsmarkt beschikbaar zal moeten zijn. Terecht doet dit in het auditoraatsverslag de vraag rijzen -nog daargelaten dat van die VDAB-beslissing bij de vordering geen feitelijk bewijs is overgelegd- in welk opzicht dit nadeel het gevolg is van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, dan wel van een niet tot voorwerp van de vordering gemaakte beslissing van de VDAB. In het verslag wordt ook vastgesteld dat verzoekster zich in een situatie bevindt vergelijkbaar met die van andere studenten en dat op het eerste gezicht niets haar belet om haar studies verder te zetten en gebeurlijk af te maken. Daarenboven is op te merken dat in het verzoekschrift te lezen is dat het VDAB-contract “is opgezegd”, wat de indruk wekt dat het nadeel - aangenomen dat de VDAB-beslissing het voornaamste obstakel zou zijn- al is XII-5066-3\5 gerealiseerd. De vraag rijst dus ook hoe een schorsingsarrest, dat enkel voor de toekomst geldt, het aangevoerde nadeel daadwerkelijk zou kunnen verhelpen. Ook op de terechtzitting zijn deze vragen uitdrukkelijk door de Raad van State aan de raadsman van verzoekster gesteld. De raadsman van verzoekster moest het antwoord op elk van die vragen schuldig blijven. Hij verklaarde zelfs niet over de tekst van het verzoekschrift te beschikken. Door de hiervoor geschetste twijfels over het nadeel te laten voortbestaan, kan verzoekster de Raad er niet toe brengen de besproken schorsingsvoorwaarde als vervuld te beschouwen.
- Er is bijgevolg niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-5066-4\5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig juni 2007, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-5066-5\5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.789 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.179.479 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.