id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.837 Rolnummer: A. 88358/XII-2352 Zaak: Arrest 172837 - Politie - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-20 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 21:31 Fiche Arrest nr 172.837 van 28 juni 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.837 van 28 juni 2007 in de zaak A. 88.358/XII-
- In zake : Ernest SLEGERS, die woonplaats kiest bij advocaat P. Engelen, kantoor houdende te Maasmechelen, Rijksweg 358 tegen : de GEMEENTE LEOPOLDSBURG. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Ernest Slegers op 9 december 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 3 november 1998 van de gemeenteraad van Leopoldsburg houdende wijziging van het besluit van 30 december 1997 van de gemeenteraad betreffende de vergoeding voor wachtprestaties aan huis verricht door bepaalde officieren van de gemeentepolitie; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 14 januari 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van het geding van verzoeker; Gelet op de beschikking van 31 januari 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; XII-2352-1/9 Gehoord de opmerkingen van advocaat M. Thomaes, die loco advocaat P. Engelen verschijnt voor verzoeker, en van advocaat R. Maes, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker maakt deel uit van het politiekorps van Leopoldsburg. 1.
- In het Belgisch Staatsblad van 24 februari 1993 verschijnt de omzendbrief POL 44 van 22 februari 1993 van de minister van Binnenlandse Zaken “betreffende de permanentiedienst bij de gemeentepolitie en de vergoeding voor onregelmatige prestaties”. In deze omzendbrief wordt de gemeentebesturen meegedeeld : - dat de officieren van de gemeentepolitie die deelnemen aan de permanentiedienst van het korps of van de samenwerkende korpsen het weddesupplement voor onregelmatige prestaties kunnen genieten, zoals vermeld in eerdere omzendbrieven, indien zij ofwel de wachtprestatie verrichten op het politiecommissariaat, ofwel bovenop de normale dienstprestatie van 38 uur per week op het politiecommissariaat, supplementaire wachtprestatie verrichten door middel van een oproepsysteem; - dat de gemeenteraden van de steden en gemeenten ertoe gehouden zijn een reglement vast te stellen met de toekenningsmodaliteiten van dit weddesupplement in functie van de opdrachten en prestaties. 1.
- In het Belgisch Staatsblad van 12 juli 1994 verschijnt het koninklijk besluit van 20 juni 1994 tot vaststelling van de algemene bepalingen betreffende de toekenning van nacht-, zaterdag- en zondagtoelagen voor het personeel van openbare brandweerdiensten en de gemeentepolitie (hierna: het koninklijk besluit van 20 juni 1994). Dit besluit bepaalt onder meer wat als XII-2352-2/9 zaterdagprestatie, zondagprestatie en nachtprestatie wordt beschouwd, alsook het maximumbedrag per uur van de toelage voor deze prestaties. Luidens artikel 8, tweede lid, zijn de toelagen voor nachtwerk, werk op zaterdagen en zondagen niet cumuleerbaar met een ander compenserend voordeel voor dezelfde prestaties. Naar aanleiding van voormeld besluit, verschijnt in het Belgisch Staatsblad van 29 maart 1995 de omzendbrief van 3 maart 1995 van de minister van Binnenlandse Zaken betreffende “De vergoeding voor nacht-, zaterdag- en zondagprestaties en de vergoeding voor wachtprestaties aan huis verricht door bepaalde officieren van de gemeentepolitie en openbare brandweerlieden”. In die omzendbrief wordt de gemeentebesturen meegedeeld : - dat de vergoeding voor zaterdag-, zondag- en nachtprestaties, bedoeld bij koninklijk besluit van 20 juni 1994, niet kan worden gecumuleerd met het weddesupplement dat wordt toegekend voor prestaties verricht op het commissariaat of aan huis, zoals voorheen geregeld bij omzendbrief POL 44; - dat bijgevolg alleen de officieren van gerechtelijke politie van de gemeentepolitie op wie de regeling inzake toelage voor prestaties verricht op zaterdagen en zondagen en voor nachtwerk niet wordt toegepast, zoals voorheen een weddesupplement ontvangen onder de in de omzendbrief bepaalde voorwaarden; - dat, wat betreft de wachtprestaties aan huis, die voorwaarden onder meer zijn dat de permanentiedienst verricht aan huis doeltreffend en efficiënt moet zijn en dat bedoelde officieren geregeld, bovenop de normale dienstprestaties van 38 uur per week op het commissariaat, thuis door middel van een oproepsysteem wachtprestaties verrichten; - dat het weddesupplement dat kan worden toegekend voor wachtprestaties op het politiecommissariaat of aan huis jaarlijks maximum 85.294 fr aan index 138,01 bedraagt en dat de bevoegde overheden in hun reglement terzake de toekenningsmodaliteiten van dit weddesupplement onder meer in functie van de opdrachten moeten vaststellen. 1.
- Op 30 december 1997 neemt de gemeenteraad van Leopoldsburg twee besluiten, het ene met betrekking tot de vergoeding voor wachtprestaties aan huis verricht door bepaalde officieren van de gemeentepolitie, het andere met betrekking tot het toekennen van nacht-, zaterdag- en zondagtoelagen voor het personeel van de gemeentepolitie en van de gemeentelijke brandweerdienst. XII-2352-3/9 Luidens artikel 1 van het gemeenteraadsbesluit betreffende vergoeding voor wachtprestaties aan huis verricht door bepaalde officieren van de gemeentepolitie, dat in zijn aanhef verwijst naar de omzendbrief van 3 maart 1995 van de minister van Binnenlandse Zaken, is dat besluit van toepassing op de officieren van gerechtelijke politie van de gemeentepolitie op wie de regeling inzake toelage voor prestaties verricht op zaterdagen en zondagen en voor nachtwerk, zoals vermeld in het koninklijk besluit van 20 juni 1994, niet wordt toegepast. Luidens artikel 2 van dat besluit moeten de officieren bedoeld in artikel 1, bovenop de normale dienstprestaties van 38 uren per week, geregeld aan huis wachtprestaties verrichten door middel van een oproepsysteem en moet deze permanentiedienst doeltreffend en efficiënt zijn. Luidens artikel 3 van dat besluit kan het bedrag van de weddetoelage jaarlijks maximum 85.294 fr bedragen aan index 138,
- 1.
- Op 7 april 1998 besluit het college van burgemeester en schepenen van Leopoldsburg, op grond van de overweging dat het past de weddetoelage voor wachtprestaties individueel vast te stellen : - dat de bepalingen van het gemeenteraadsbesluit van 30 december 1997 waarbij aan bepaalde officieren van de gemeentepolitie een weddetoelage kan worden toegekend voor wachtprestaties op het politiecommissariaat en aan huis, op verzoeker van toepassing zijn; - dat aan verzoeker met ingang van 1 januari 1998 een jaarlijkse weddetoelage wordt toegekend van maximum 85.294 fr (index 138,01); - dat deze weddetoelage maandelijks en samen met de wedde wordt uitgekeerd. 1.
- Op 3 november 1998 besluit de gemeenteraad echter, op grond van de overweging dat het passend is de toekenningsmodaliteiten van de vergoeding voor wachtprestaties aan huis verricht door bepaalde officieren van de gemeentepolitie vast te stellen in functie van de opdrachten, zijn gemeenteraadsbesluit van 30 december 1997 te wijzigen in die zin dat, tussen artikel 3 en het oorspronkelijke artikel 4, een nieuwe artikel 4 wordt ingevoegd, dat luidt : “Deze weddetoelage wordt toegekend in functie van de opdrachten en de prestaties. Indien de betrokken officier niet al de opgedragen wachtdiensten vervult wordt de weddetoelage verminderd naar rato van de werkelijk uitgevoerde wachtdiensten”. XII-2352-4/9 Volgens verwerende partij werd verzoeker kort na de raadszitting door de personeelsdienst op de hoogte gebracht van het gemeenteraadsbesluit van 3 november 1998, maar kan zij hiervan geen formeel bewijs leveren, daar deze kennisgeving niet bij aangetekend schrijven gebeurde. 1.
- Op 22 december 1998 besluit het college van burgemeester en schepenen dat de bepalingen van de gemeenteraadsbesluiten van 30 december 1997 en 3 november 1998 op verzoeker van toepassing zijn, dat hem met ingang van 1 januari 1999 een jaarlijkse weddetoelage van maximum 85.294 fr (index 138,01) wordt toegekend voor wachtprestaties op het politiecommissariaat en aan huis, dat deze weddetoelage wordt toegekend in functie van de opdracht en de prestaties en wordt verminderd naar rato van de werkelijk uitgevoerde wachtdiensten indien niet al de opgedragen wachtdiensten worden vervuld en dat de weddetoelage maandelijks wordt uitgekeerd op grond van de prestatiestaat voor de verschuldigde maand. Volgens verwerende partij werd verzoeker door de personeelsdienst op de hoogte gebracht van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 22 december 1998, maar kan zij ook hiervan geen formeel bewijs leveren, aangezien deze kennisgeving niet bij aangetekend schrijven gebeurde. 1.
- Bij brief van 24 februari 1999 deelt het Nationaal Syndikaat van de Belgische Politie de burgemeester van Leopoldsburg mee dat het als syndicale organisatie door verzoeker werd geraadpleegd inzake een probleem betreffende onder meer de vergoeding “wachtprestaties aan huis”. Deze brief heeft onder meer betrekking op de op 3 november 1998 door de gemeenteraad goedgekeurde wijziging aan het gemeenteraadsbesluit van 30 december 1997, waarbij de vergoeding voor wachtprestaties aan huis wordt toegekend a rato van de werkelijk uitgevoerde wachtdiensten. 1.
- Bij brief van 6 juli 1999 met als opschrift “Omzendbrief van 3 maart
- - Wachtprestaties”, gericht aan de “Gemeentepolitie Leopoldsburg, t.a.v. de heren Plees R. en Slegers E.”, deelt adjunct-adviseur E. Goddro “voor de minister”, “voor de directeur-generaal” en “voor de adviseur” mee : “In antwoord op uw fax van 4 mei 1999 aangaande bovenvermelde aangelegenheid wens ik u vooreerst te wijzen op het feit dat het XII-2352-5/9 weddesupplement dat wordt toegekend voor wachtprestaties aan huis een toevoeging is aan de basiswedde. Dit weddesupplement wordt namelijk toegekend voor de ongemakken (o.m. het steeds bereikbaar moeten zijn) die verbonden zijn aan deze wachtprestaties. Het gaat hier dan ook niet om een uurverloning. De bedragen van dit supplement worden op voorhand vastgesteld, met dien verstande dat er, binnen de perken van de omzendbrief, een zelfde vast bedrag kan worden toegekend aan alle betrokken leden van het politiekorps, dan wel dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen de leden en dit in functie van een desgevallend systematisch meer/minder presteren van wachtprestaties dan hun collega’s. Het is dan ook geenszins de bedoeling om de grootte van dit weddesupplement te laten variëren in functie van bepaalde incidentsgewijze evenementen. Het komt het departement van Binnenlandse Zaken evenwel niet toe om de beslissingen van de gemeenteraad terzake te beoordelen. Dergelijke gemeenteraadsbesluiten zijn immers onderworpen aan het administratief toezicht dat in casu georganiseerd wordt door het Vlaams Gewest”. 1.
- Op 25 oktober 1999 ontvangt verzoeker een loonfiche, waaruit blijkt dat er een inhouding gebeurde op zijn wachtvergoeding. Volgens verzoeker gebeurde zulks omdat hij, ingevolge zijn jaarlijks verlof van 19 juni 1999 tot 9 juli 1999 en ingevolge een kort verlet van 12 juli 1999 tot 15 juli 1999, in de onmogelijkheid verkeerde in deze periodes wachtprestaties aan huis te verrichten;
- De ontvankelijkheid van het beroep. Overwegende dat verzoeker in zijn verzoekschrift aanvoert dat hij van het bestreden besluit pas kennis kreeg na ontvangst van zijn loonfiche van 25 oktober 1999, waarbij zijn nettoloon in uitvoering van voormelde besluiten verminderd wordt; Overwegende dat verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring betwist; dat in het auditoraatsverslag, na onderzoek, wordt geconcludeerd dat de exceptie niet opgaat; dat verwerende partij hierop geen laatste memorie neerlegt; dat aldus moet worden aangenomen dat zij niet langer aandringt op de exceptie;
- De grond van de zaak. 3.
- Overwegende dat verzoeker in een enig middel “machtsoverschrijding en schending van de wet” inroept; dat hij stelt dat artikel 4 XII-2352-6/9 van de bestreden beslissing in strijd is met het koninklijk besluit van 20 juni 1994 betreffende de toekenning van weekend- en nachtvergoedingen aan het personeel van de gemeentepolitie, alsook met de omzendbrief van 3 maart 1995 betreffende de vergoeding voor wachtprestaties aan huis verricht door bepaalde officieren, doordat het weddesupplement toegekend voor wachtprestaties een toevoeging aan de basiswedde is en een vergoeding voor de ongemakken verbonden aan de wachtprestaties en geenszins een uurverloning, zodat het in geen geval de bedoeling is de omvang ervan te laten variëren in functie van bepaalde incidentsgewijze elementen; Overwegende dat verwerende partij in haar memorie van antwoord stelt dat het bestreden besluit niet in strijd is met het koninklijk besluit van 20 juni 1994 en al evenmin met de omzendbrief van 3 maart 1995, dat de gemeenteraad enkel de toekenningsmodaliteiten in functie van de prestaties heeft vastgesteld, dat de omzendbrief van 3 maart 1995 uitdrukkelijk stelt dat de bevoegde overheden in hun reglementen terzake de toekenningsmodaliteiten van het weddesupplement onder meer in functie van de opdrachten moeten vaststellen, dat ook de omzendbrief POL 44 van 22 februari 1993 uitdrukkelijk vermeldt dat de gemeenten ertoe gehouden zijn een reglement vast te stellen met de toekenningsmodaliteiten in functie van de opdrachten en prestaties; Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord nader uiteenzet dat, conform het voormelde besluit en de voormelde omzendbrief, de betrokken weddetoelage moet worden beschouwd als een forfaitair en vast supplement bovenop de basiswedde en dus geenszins als een uurverloning, dat het bedrag van dit supplement op voorhand moet worden vastgesteld, met dien verstande dat eenzelfde vast bedrag kan worden toegekend aan alle betrokken leden van het politiekorps, dan wel dat een onderscheid wordt gemaakt tussen de leden in functie van een desgevallend systematisch meer/minder presteren van wachtprestaties dan hun collega’s, dat het weddesupplement alleszins niet kan variëren in functie van bepaalde occasionele gebeurtenissen, dat het supplement een forfaitaire vergoeding is voor de ongemakken verbonden aan de wachtprestaties; dat hij inzake het argument dat het bestreden besluit enkel de toekenningsmodaliteiten in functie van de opdrachten en de prestaties van het weddesupplement vaststelt verwijst naar de brief van 6 juli 1999 van het ministerie van Binnenlandse Zaken waarin wordt gesteld dat het niet gaat om een uurverloning en het geenszins de XII-2352-7/9 bedoeling kan zijn de grootte van het weddesupplement te laten variëren in functie van bepaalde incidentsgewijze evenementen; 3.
- Overwegende dat in zoverre verzoeker de schending aanvoert van het voornoemde koninklijk besluit van 20 juni 1994, moet worden vastgesteld dat hij in zijn verzoekschrift en in zijn memorie van wederantwoord wel stelt dat artikel 4 van het bestreden besluit in strijd is met voornoemd koninklijk besluit, doch voor het overige totaal niet aantoont op welke wijze dat koninklijk besluit door voornoemd artikel 4 zou zijn geschonden; dat echter hoe dan ook niet valt in te zien hoe verzoeker zijn middel zou kunnen adstrueren voor zover het wordt ontleend aan de schending van voornoemd koninklijk besluit, nu de bestreden beslissing juist van toepassing is op de officieren van gerechtelijke politie van de gemeentepolitie “op wie de regeling inzake toelage voor prestaties verricht op zaterdagen en zondagen en voor nachtwerk, zoals vermeld in het koninklijk besluit van 20 juni 1994, niet wordt toegepast”; Overwegende voorts, dat in zoverre verzoeker de schending aanvoert van de omzendbrief van 3 maart 1995, in de eerste plaats moet worden verwezen naar artikel 117 van de nieuwe gemeentewet, luidens welke bepaling de gemeenteraad alles regelt wat van gemeentelijk belang is en verder naar het te dezen nog toepasselijke artikel 189 van de nieuwe gemeentewet, luidens hetwelk de gemeenteraad, binnen de perken van de door de Koning vastgestelde algemene bepalingen, onder meer de toelagen of vergoedingen van de leden van het gemeentepolitiekorps bepaalt; dat de gemeentelijke autonomie terzake niet door omzendbrieven, doch enkel door koninklijke besluiten mag worden beperkt; Overwegende dat verzoekers beroep niet tot de gevraagde nietigverklaring kan leiden BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- XII-2352-8/9 De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2352-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.837 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div