id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.840 Rolnummer: A. 82116/XII-1871 Zaak: Arrest 172840 - Politie - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-13 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 21:32 Fiche Arrest nr 172.840 van 28 juni 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.840 van 28 juni 2007 in de zaak A. 82.116/XII-
- In zake : Dirk VAN HOOF, die woonplaats kiest bij advocaten W. Van der Gucht en F. Dieu, kantoor houdende te Gent, Sint-Denijslaan 201 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. tussenkomende partijen :
- Patrick TRUYENS,
- de GEMEENTE TREMELO, die woonplaats kiezen bij advocaat D. Lindemans, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Dirk Van Hoof op 22 januari 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 17 november 1998 waarbij Patrick Truyens wordt benoemd tot politiecommissaris van de gemeente Tremelo; Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 3 september 1999; Gelet op de beschikking van 6 september 1999 die de tussenkomst van Patrick Truyens toelaat; Gelet op de beschikking van 30 november 1999 die de tussenkomst van de gemeente Tremelo toelaat; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; XII-1871-1/7 Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 7 augustus 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 16 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 mei 2007, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 22 mei 2007; Gezien de aanvullende memorie van verzoeker; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van advocaat K. Gijsel, die verschijnt voor verzoeker, van attaché I. De Paepe, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaten J. Honnay en F. De Preter, die loco advocaat D. Lindemans verschijnen voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De gegevens van de zaak
- Verzoeker treedt in 1985 als veldwachter in dienst van de landelijke politie van Tremelo. Vanaf 1992 bekleedt hij er de functie van hoofdveldwachter.
- Op 25 maart 1997 beslist de gemeenteraad van Tremelo het landelijk politiekorps van Tremelo om te vormen tot een politiekorps met een stedelijk karakter. XII-1871-2/7
- Op 1 juli 1997 verklaart de gemeenteraad van Tremelo de betrekking van commissaris van politie in het stedelijk politiekorps vacant. Onder meer verzoeker en Patrick Truyens, sedert april 1982 werkzaam bij de politie van Leuven in de surveillance-afdeling en sinds 1993 rechercheur bij de opsporingsdienst van de politie van Leuven, stellen zich kandidaat.
- Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge proef voor de betrekking van politiecommissaris, hebben zich zes kandidaten voor deze proef aangeboden, onder wie Patrick Truyens. Van de vijf geslaagde kandidaten behaalt hij veruit het beste resultaat, met name 80 punten op 100 (de op de tweede plaats geklasseerde kandidaat behaalt 65 punten op 100).
- Op 17 maart 1998 besluit de gemeenteraad van Tremelo Patrick Truyens als eerste kandidaat, en verzoeker als tweede kandidaat voor te dragen voor de betrekking van politiecommissaris bij de stedelijke politie van Tremelo.
- Bij koninklijk besluit van 17 november 1998 wordt Patrick Truyens benoemd tot politiecommissaris van de gemeente Tremelo. Dat besluit, dat het voorwerp uitmaakt van het voorliggende beroep, is als volgt gemotiveerd : “Overwegende dat de heer Truyens uit de onderlinge vergelijking van titels en verdiensten als de meest geschikte kandidaat naar voren komt; Overwegende dat de heer Truyens, inspecteur van politie, immers kan bogen op een lange en onberispelijke staat van dienst tijdens zijn loopbaan als politieambtenaar sinds 1982; Overwegende dat hij over een degelijke theoretische kennis van het politiewezen beschikt; dat hij immers tijdens het mondeling gedeelte van het aanwervingsexamen gesitueerd binnen een ruim algemeen politiebeleidskader, waarbij de visie van de kandidaat op het hedendaagse politiebeleid aan bod kwam en dat werd afgenomen door een externe jury, 80 op 100 punten heeft behaald met bovendien een duidelijke voorsprong op de andere kandidaten; dat hij bovendien het officierenbrevet met onderscheiding heeft behaald; Overwegende dat hij over een rijke en gevarieerde beroepservaring beschikt die nuttig kan zijn bij het uitoefenen van het ambt van commissaris van politie in een klein korps zoals dit van Tremelo; dat hij namelijk meerdere graden en functies heeft doorlopen in het politiekorps van Leuven; dat hij alzo ondermeer verbonden was aan de surveillance-afdeling, waarvan een zestal jaren als wijkverantwoordelijke en naaste medewerker van de leidinggevende adjunct- commissaris; dat hij tevens als rechercheur bij de opsporingsdienst gespecia1iseerd was in de preventieve en repressieve bestrijding van de XII-1871-3/7 inbreuken op de drugswetgeving, waardoor hij zowel betrokken was bij het vierhoeksoverleg, de organisatie van drugsrazzia’s als het preventiewerk in scholen; Overwegende dat hij over de nodige persoonlijkheidskenmerken beschikt om enerzijds een korps met de grootte van dit van Tremelo te leiden en anderzijds hij voldoende open staat om een gezonde relatie te onderhouden met de andere gemeentelijke, administratieve en gerechtelijke instanties; dat uit de psychologische test immers blijkt dat hij een verantwoordelijk leider zou zijn, een weloverwogen beslisser die grote veranderingen mijdt en de grote lijnen controleert en de details delegeert; dat de gemeenteraad van Tremelo bovendien deze kwaliteiten apprecieert bij de heer Truyens aangezien ze in haar voordrachtsbesluit expliciet hiernaar verwijst; dat de korpschef van de heer Truyens tevens stelt dat deze over voldoende leiderschapscapaciteiten beschikt om een kleine groep van medewerkers te kunnen sturen en ondersteunen met voldoende zin voor empathie en diplomatie; dat diens korpschef ook nog meldt dat de heer Truyens zelfstandig beslissingen neemt in het kader van de gekregen opdrachten en de uitvoering ervan verzekert binnen de waarden en de missie van het korps; dat hij zich bewust is van het belang van een goede samenwerking met de burgemeester en het lokaal bestuur; Overwegende dat hij zijn verantwoordelijkheid opneemt eigen aan de functie die hij uitoefent; dat hij immers volgens zijn korpschef als lid van respectievelijk de surveillance-afdeling en de opsporingsdienst zijn taken met voldoende verantwoordelijkheidszin heeft uitgeoefend en hierbij heeft aangetoond de relevante verantwoordelijkheidszin voor beide functies aan te kunnen; dat hij omschreven wordt als een plichtsbewust, bekwaam en zelfstandig politieman; dat de gemeenteraad van Tremelo in haar voordrachtsbesluit melding maakt van deze gegevens; Overwegende dat hij volgens de gouverneur een goede kijk heeft op de werking, organisatie en leiding van een gemeentelijk politiekorps; dat hij immers door zijn 16-jarige beroepservaring in contact is gekomen met een grote verscheidenheid aan taken en politionele aangelegenheden; Overwegende dat hij door zijn huidige korpschef wordt geappreciëerd voor zijn geleverd werk; dat hij bovendien ook nog recent met andere leden van de opsporingsdienst uitgebreid werd gefeliciteerd door onderzoeksrechters, procureur des Konings en naasten van het slachtoffer in een moorddossier; dat hij bij vroegere evaluaties ook reeds als een goed rechercheur die zich kwijt van de hem toevertrouwde opdrachten werd bestempeld; Overwegende dat hij door de gemeenteraad van Tremelo als eerste kandidaat met 13 stemmen (tegen 7 stemmen voor de andere kandidaat) werd voorgedragen; dat de burgemeester van Tremelo geen derde kandidaat voordraagt, maar van deze gelegenheid gebruik maakt om zich aan te sluiten bij de rangorde van de gemeenteraad; Overwegende dat hij alzo betere waarborgen biedt dan de andere voorgedragen kandidaat om de betrekking van politiecommissaris-korpschef te bekleden; dat alle advizerende instanties namelijk een positief tot zeer positief advies hebben verstrekt inzake zijn kandidatuur”.
- Verzoeker, alsdan hoofdinspecteur 1ste klasse, biedt bij aangetekende brief van 26 juli 2000 zijn ontslag aan. Het college van burgemeester en schepenen van Tremelo aanvaardt op 1 augustus 2000 dit ontslag en stelt de beëindiging van het dienstverband vast op 31 augustus
- De gemeenteraad bekrachtigt deze beslissing op 19 september
- XII-1871-4/7 De ontvankelijkheid
- De verwerende partij wijst erop dat verzoeker door zijn ontslag “mogelijk geen actueel belang meer heeft”.
- Verzoeker betoogt in zijn aanvullende memorie omtrent zijn belang dat hij “wegens de vijandigheid van de toenmalige burgemeester Louis Haegemans en de nieuwe politiecommissaris Patrick Truyens t.a.v. verzoeker” geen andere uitweg zag dan zijn ontslag aan te bieden, dat hij niet langer in aanmerking komt voor een benoeming als politiecommissaris als gevolg van de gewijzigde benoemingsvoorwaarden maar dat hij nog steeds belang heeft bij de gevraagde nietigverklaring - wegens een moreel belang aangezien hij ernstig in zijn eer is gekrenkt doordat hij “het onderspit heeft moeten delven tegenover een buitenstander die, in tegenstelling tot verzoeker, niet de minste voeling had met de gemeente Tremelo” en dat de facto zijn ontslag neerkomt op een gedwongen ontslag dat rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing, getuige de verklaringen van zijn huisarts en van de huidige burgemeester; - wegens een materieel belang aangezien de nietigverklaring verzoeker voordelen kan opleveren in een burgerlijke procedure tot schadevergoeding wegens het verlies van een kans op benoeming gesteund op een fout van de overheid.
- Verzoeker steunt in zijn inleidend verzoekschrift zijn belang op het feit dat hij zelf kandidaat was voor de met het voorliggende beroep bestreden benoeming. Verzoeker heeft echter zijn ontslag aangeboden en gekregen en geeft zelf toe niet meer in aanmerking te komen voor de in het geding zijnde benoeming. Verzoeker kan dus zelfs met de gevraagde nietigverklaring geen nieuwe kans meer verkrijgen om die benoeming te verwerven, laat staan dat een recht op die benoeming zou kunnen worden vastgesteld, nu hij geen middel aanvoert met die strekking. Wat het eventueel resterend moreel belang betreft, kan dit niet worden aanvaard in zoverre het wordt verbonden met de keuze voor een andere kandidaat. Het risico dat een andere kandidaat wordt gekozen, is inherent aan elke benoemingsprocedure waaraan meer dan één kandidaat deelneemt. Het louter voorbijgezien zijn door de benoemende overheid volstaat niet als het bij een XII-1871-5/7 annulatieberoep vereiste belang, indien een nietigverklaring aan verzoeker geen kans meer oplevert op een nieuwe beoordeling. Voorts wordt niet aanvaard dat het door verzoeker zelf gegeven ontslag een gegeven is dat zijn moreel belang zou kunnen ondersteunen bij het aanvechten van de benoeming van zijn medekandidaat. In elk geval blijkt uit geen der stukken van het dossier dat verzoeker na de bestreden benoemingsbeslissing bijzonder leed onder de tegenstelling tussen hem en de benoemde. De tegenstellingen met de toenmalige burgemeester zijn vanuit dat oogpunt niet relevant aangezien deze ook reeds bestonden vóór die beslissing. Wat ten slotte het aangevoerde materieel belang betreft, is dit geen belang dat verbonden is aan het doen verdwijnen van de bestreden beslissing uit de rechtsorde, maar uitsluitend een belang om een of meer middelen gegrond te horen verklaren en aldus de onwettigheid van de bestreden beslissing te horen vaststellen en om op grond daarvan een eis tot schadevergoeding in te stellen bij de gewone rechter. Behoudens in bijzondere omstandigheden die te deze niet voorhanden zijn is dergelijk belang te onrechtstreeks om dienstig te zijn als het in rechte vereiste belang. Verzoeker ontbeert het nodige belang bij zijn beroep zodat het moet worden verworpen als niet ontvankelijk. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de tussenkomsten, bepaald op 247,90 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, elk voor de helft. XII-1871-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1871-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.840 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div