← België

Arrest 172845 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 28/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.845 Rolnummer: A. 181799/XII-5057 Zaak: Arrest 172845 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-03 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 21:34 Fiche Arrest nr 172.845 van 28 juni 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.845 van 28 juni 2007 in de zaak A. 181.799/XII-

  1. VERVALLENVERKLARING VAN DIRK BRANKAER VAN HET MANDAAT VAN GEMEENTERAADSLID VAN DE GEMEENTE OVERIJSE. In zake : Eric SCHAMP, die woonplaats kiest bij advocaat J. Ghysels, kantoor houdende te 1170 Brussel, Terhulpsesteenweg 187 belanghebbende partijen :
  2. de GEMEENTE OVERIJSE,
  3. Dirk BRANKAER, die woonplaats kiezen bij advocaten D. Lindemans en F. Judo, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het beroep dat Eric Schamp op 19 maart 2007 heeft ingediend tegen de beslissing van 5 maart 2007 van de Vlaamse Controlecommissie voor de verkiezingsuitgaven waarbij zijn bezwaar tegen de verkiezing van Dirk Brankaer als gemeenteraadslid te Overijse verworpen wordt; Gelet op het bericht voorgeschreven bij artikel 5, van het koninklijk besluit van 15 juli 1956, tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld bij artikel 76bis van de gemeentekieswet, gewijzigd bij koninklijk besluiten van 16 september 1982 en 28 oktober 1994; Gezien het administratief dossier; Gezien de memorie van antwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; XII-5057-1/6 Gelet op de beschikking van 30 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2007; Gelet op de kennisgeving aan partijen van de beschikking tot vaststelling en van het verslag; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat Y. Sacreas, die loco advocaat J. Ghysels verschijnt voor verzoeker, en van advocaat F. Judo, die verschijnt voor de belanghebbende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De voorgaanden
  5. Verzoeker en Dirk Brankaer zijn bij de gemeenteraadsverkiezing van 8 oktober 2006 te Overijse lijsttrekker van respectievelijk de lijst nr. 9 CDoV - Blauw - Plus en de lijst nr. 8 OV2002 - CD&V - N-VA. Beiden worden verkozen. Op 20 november 2006 dient verzoeker bij de Vlaamse Controle- commissie voor de verkiezingsuitgaven (hierna: “de Controlecommissie”) een bezwaar in dat steunt op een overtreding van de bepalingen van het decreet van 7 mei 2004 houdende regeling van de controle van de verkiezingsuitgaven en de herkomst van de geldmiddelen voor de verkiezing van het Vlaams Parlement, de provincieraden, de gemeenteraden en de districtsraden (hierna: “het decreet van 7 mei 2004”). Verzoeker voert in zijn bezwaarschrift aan dat bij nazicht van de aangiften van de verkiezingsuitgaven op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel is gebleken dat de lijst nr. 8 OV2002 - CD&V - N-VA en zijn lijsttrekker Dirk Brankaer ten onrechte geen aangifte hebben gedaan van welbepaal- XII-5057-2/6 de verkiezingsuitgaven. Hij vraagt aan de Controlecommissie om “[o]ver te gaan tot de vervallenverklaring van de mandaten van de lijsttrekker, de Heer Dirk Brankaer en/of eventueel alle andere betrokkenen en/of alle andere wettelijke sancties”. Op 15 december 2006 doet verzoeker schriftelijk afstand van zijn mandaat van gemeenteraadslid. Op 2 januari 2007 neemt de gemeenteraad van Overijse tijdens zijn installatievergadering kennis van die afstand. Op 5 maart 2007 verklaart de Controlecommissie het bezwaar ontvankelijk, maar ongegrond. Onder meer overweegt zij wat volgt : “Volgens de verweerder beschikt de verzoeker niet over ‘een voldoende persoonlijk, rechtstreeks, stellig en geoorloofd belang’ bij zijn verzoek tot vervallenverklaring van het mandaat van gemeenteraadslid van verweerder. Evenwel zijn in artikel 85ter Gemeentekieswet en in de artikels 37/1bis tot 37/5 Provinciekieswet geen andere vereisten aan de verzoeker gesteld dan dat hij kandidaat was. Het feit dat de verzoeker intussen afstand heeft gedaan van zijn mandaat, is niet relevant”. De procedure
  6. Volgens verzoeker is de gemeente Overijse niet gerechtigd een memorie van antwoord in te dienen.
  7. De betrokken memorie van antwoord gaat uit én van de gemeente Overijse én van Dirk Brankaer. Nu niet betwist wordt, noch kan worden, dat ze in elk geval ontvankelijk is in hoofde van Dirk Brankaer, kan de opwerping er hoe dan ook niet toe leiden dat de memorie buiten beschouwing wordt gelaten. De opwerping is bijgevolg zonder belang. Het belang van verzoeker
  8. In de memorie van antwoord wordt opgeworpen dat verzoeker zonder actueel belang is. Betoogd wordt dat hij op 15 december 2006 vrijwillig ontslag heeft genomen als lid van de gemeenteraad van Overijse, dat hij het voorliggende beroep bij de Raad van State, in tegenstelling tot zijn bezwaar bij de Controlecommissie, heeft ingediend op een ogenblik dat hij reeds ontslag had genomen, dat dan ook onduidelijk is welk voordeel hij nog uit zijn beroep kan halen, dat de feitelijke wijziging die zich in zijn positie heeft voorgedaan alleen het gevolg is van zijn eigen beslissing, dat kan worden aangenomen dat hij op het ogenblik van XII-5057-3/6 zijn ontslag ten volle besefte dat deze keuze hem zijn belang bij het voorliggende beroep deed verliezen, zodat het ontslag als een “impliciete, doch onmiskenbare uiting van de afstand van zijn recht op de huidige procedure” moet worden beschouwd.
  9. In zijn bezwaar bij de Controlecommissie voerde verzoeker aan dat de lijst nr. 8 en lijsttrekker Brankaer verzuimden sommige uitgaven voor verkiezingspropaganda aan te geven en zodoende, impliciet, dat de door artikel 8ter van het decreet van 7 mei 2004 vastgestelde maximumbedragen overschreden werden. Gelet op artikel 85ter, § 4, van de gemeentekieswet juncto artikel 37/1bis, tweede lid, van de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsver- kiezingen, mogen alleen kandidaat-gemeenteraadsleden een dergelijk bezwaar indienen. Bovendien is het voor een ontvankelijk bezwaar niet voldoende de wettelijk voorgeschreven hoedanigheid van kandidaat te bezitten. De bezwaarin- diener moet tevens blijk te geven van een voldoende belang. Dit belang kan slechts geacht worden een reële betekenis te hebben en te bestaan voor de kandidaat die tenminste tot tweede opvolger werd verkozen of die onregelmatigheden aanvoert die tot gevolg kunnen hebben gehad dat hij niet tenminste tot tweede opvolger werd verkozen.
  10. Toen verzoeker op 20 november 2006 zijn bezwaarschrift bij de Controlecommissie indiende, was hij verkozen kandidaat-gemeenteraadslid en beschikte hij bijgevolg over de wettelijk vereiste hoedanigheid voor het indienen van het bezwaar. Op 15 december 2006 deed hij evenwel afstand van zijn mandaat van gemeenteraadslid en op 2 januari 2007 heeft de gemeenteraad van Overijse tijdens zijn installatievergadering daarvan kennis genomen. Krachtens artikel 9 van het gemeentedecreet van 15 juli 2005 is de afstand door die kennisneming definitief geworden.
  11. Niet meer tot het mandaat van gemeenteraadslid geroepen zijnde, heeft verzoeker geen persoonlijk belang erbij om nog te doen vaststellen wie rechtmatig zitting zal hebben in de gemeenteraad. In die omstandigheden valt zijn belang om de overtreding van het decreet van 7 mei 2004 te doen vaststellen en om, XII-5057-4/6 vanwege een dergelijke overtreding, Dirk Brankaer van zijn mandaat van gemeenteraadslid vervallen te doen verklaren, samen met het belang dat elkeen heeft bij de naleving van de wet. Een dergelijk belang is ontoereikend ter ondersteuning van een ontvankelijk bezwaar bij de Controlecommissie, evenals om een beroep in te dienen bij de Raad van State tegen de beslissing van die commissie. Tevergeefs bepleit verzoeker ter terechtzitting dat hij tenminste een moreel belang mag doen gelden, ontleend aan de specifieke aard van de betrokken verkiezingspropaganda, die er meer bepaald op gericht zou zijn geweest de lijst van verzoeker in een kwaad daglicht te plaatsen. Wat er van de precieze aard van die verkiezingspropaganda ook zij, het doet niet ter zake. De betwisting die verzoeker met zijn initiële bezwaar, respectievelijk het voorliggende beroep heeft aangebracht, betreft louter de vraag of de uitgaven voor de kwestieuze propaganda terecht of ten onrechte niet zijn aangegeven en, zo het laatste het geval is, of dan het maximum toegelaten totaal van de uitgaven is overschreden.
  12. De exceptie is in de besproken mate gegrond. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
  13. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  14. Het onverschuldigd gekweten zegelrecht, ten bedrage van 175 euro, wordt aan verzoeker terugbetaald. XII-5057-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5057-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.845 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.