← België

Arrest 172846 - Bevolkingsregister - 28/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.846 Rolnummer: A. 125233/XII-3629 Zaak: Arrest 172846 - Bevolkingsregister - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-13 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 21:35 Fiche Arrest nr 172.846 van 28 juni 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Bevolkingsregister Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.846 van 28 juni 2007 in de zaak A. 125.é/XII-

  1. In zake : Angelique PISCADOR, die woonplaats kiest bij advocaat B. De Winter, kantoor houdende te Dendermonde, L. Dosfelstraat 65 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Angelique Piscador op 8 augustus 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 4 juni 2002 van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken volgens dewelke haar ambtshalve inschrijving in het bevolkingsregister van Dendermonde, op het adres Hof ten Bos 78, als een gezin vormend met William Van Sinay, blijft behouden; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 4 april 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 8 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3629-1/11 Gehoord de opmerkingen van advocaat B. De Winter, die verschijnt voor verzoekster, en van attaché F. Verduyn, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; De gegevens van de zaak.
  2. Overwegende dat verzoekster bij besluit van 21 augustus 2001 van het college van burgemeester en schepenen van Dendermonde op dezelfde datum van ambtswege wordt ingeschreven in het bevolkingsregister, op het adres Hof ten Bos 78; dat dit besluit steunt op politieverslagen waarin wordt besloten dat verzoekster een fictieve inschrijving poogt te verkrijgen op het adres Hof ten Bos 46, terwijl zij bij haar gewezen echtgenoot William Van Sinay woont, op het adres Hof ten Bos 78; Overwegende dat de voorzitter en de secretaris van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn (hierna: OCMW) van Dendermonde bij brief van 14 november 2001 aan de directie van de Verkiezingen en van de Bevolking van het ministerie van Binnenlandse Zaken (hierna: de directie) meedelen dat de juridische dienst van het OCMW door verzoekster werd geraadpleegd met betrekking tot haar inschrijving in het bevolkingsregister; dat zij enkele documenten bijvoegen ter staving van verzoeksters verblijf op het adres Hof ten Bos 46: een huurcontract, een betaalorder van het huurgeld, een melding van adreswijziging aan de post, een factuur van de nutsverbruiken en een herinneringsbrief betreffende de betaling van de brandverzekering; dat zij eveneens vermelden dat op het adres Hof ten Bos 78 verzoeksters zoon en diens echtgenote wonen, verzoekster hen regelmatig bezoekt en zij, bij gebrek aan een badkamer in haar eigen woning, voor haar hygiënische behoeften bij haar zoon en bij haar dochter, die eveneens te Oudegem woont, terecht kan; Overwegende dat de directie bij brief van 26 november 2001 aan de burgemeester van Dendermonde vraagt een politieonderzoek te laten uitvoeren XII-3629-2/11 naar verzoeksters verblijfstoestand; dat het stadsbestuur de directie bij brief van 21 maart 2002 het verslag van 15 maart 2002 van de wijkinspecteur bezorgt; Overwegende dat ook een bevolkingsinspecteur een onderzoek instelt naar verzoeksters verblijfstoestand; dat hij op 26 maart 2002 rapporteert over zijn bevindingen en voorstelt verzoeksters ambtshalve inschrijving op het adres Hof ten Bos 78 te Dendermonde, als niet-verwante in het gezin van haar ex-echtgenoot William Van Sinay, te behouden; Overwegende dat bij aangetekende brieven van 27 maart 2002 aan verzoekster, William Van Sinay, de voorzitter van het OCMW van Dendermonde en de burgemeester van Dendermonde wordt meegedeeld dat uit het bevolkingsonderzoek is gebleken dat verzoekster haar hoofdverblijfplaats heeft op het adres Hof ten Bos 78 en dat het de bedoeling is de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken voor te stellen haar ambtshalve inschrijving op dat adres, als niet-verwante in het gezin van William Van Sinay, te behouden; dat daarnaast wordt meegedeeld dat opmerkingen of nieuwe gegevens die de voorgestelde beslissing zouden kunnen wijzigen binnen vijftien dagen schriftelijk kunnen worden bezorgd en dat betrokkenen het recht hebben, na schriftelijke aanvraag, het administratief dossier in te zien en door de gemachtigde ambtenaar te worden gehoord; Overwegende dat William Van Sinay bij brief van 29 maart 2002 antwoordt dat hij van verzoekster gescheiden is en dat zij niet bij hem inwoont; dat hij daarnaast stelt dat verzoekster van Overmere naar Oudegem is komen wonen, op het adres Hof ten Bos 46, dat de wijkagent meerdere keren is langs geweest om dat vast te stellen en dat ook iemand van de inspectie is gekomen; Overwegende dat ook verzoekster in haar brieven van 2 en 5 april 2002 volhoudt dat zij niet op het nummer 78, maar wel op het nummer 46 aan het Hof ten Bos is komen wonen; dat zij bij laatstgenoemde brief facturen voegt van het water-, gas- en elektriciteitsverbruik op het nummer 46 tijdens het voorbije jaar, alsook van de televisiedistributie; Overwegende dat de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken op 4 juni 2002 de bestreden beslissing neemt die steunt op volgende motivering: XII-3629-3/11 “Overwegende dat uit het onderzoek dd. 24, 30 januari 2002, 5 februari 2002 en 15 maart 2002 ter zake (door tussenkomst van de Directie van de Verkiezingen en de Bevolking) is gebleken dat : S de betrokkene sedert 21 augustus 2001 ambtshalve ingeschreven staat in het bevolkingsregister van Dendermonde, Hof ten Bos 78, in het gezin van de heer William Van Sinai, zijnde betrokkenes ex-echtgenoot; S de juridische dienst van het OCMW van Dendermonde bij brief dd. 14 november 2001 betrokkenes ambtshalve inschrijving aan voormeld adres te Dendermonde betwist, in bijlage o.m. betalingsbewijzen ter staving van haar verblijf aan Hof ten Bos 46 te Dendermonde voegt en mededeelt dat betrokkenes zoon en diens echtgenote aan nummer 78 wonen, die ze regelmatig bezoekt en waar ze voor haar hygiënische verzorging terecht kan; S de juridische dienst van het OCMW van Dendermonde bij brief dd. 2 december 2001 mededeelt dat betrokkene hen de opdracht gaf om haar ambtshalve inschrijving aan Hof ten Bos 78 te Dendermonde te betwisten omdat ze ongeletterd is; S de betrokkene dd. 30 januari 2002 o.m. verklaart dat : • ze sedert mei 2001 van Overmere naar hier, Hof ten Bos 46 te Dendermonde, verhuisd is; • ze niet meer samen is met haar ex-man, die aan Hof ten Bos 78 te Dendermonde woont met zijn zoon Geert, schoondochter en kind; • ze stempelt, evenals haar ex-man; • ze sedert 1 april 2001 een huurovereenkomst heeft voor deze woning, 3.650 frank huur per maand betaalt en hier over elektriciteit, kabeldistributie, aardgas en leidingwater beschikt; • ze dagelijks op haar kleinkind gaat passen aan Hof ten Bos 78 te Dendermonde terwijl de ouders werken zijn en blijft slapen wanneer ze in het weekend willen weggaan; S de bevoegde inspecteur dd. 30 januari 2002 aan Hof ten Bos 46 te Dendermonde vaststelt dat de woning bestaat uit een gemeubelde woonkamer, keuken met gasfornuis, koelkast met voedingswaren in en twee slaapkamers waarvan in één een beslapen bed en er een kleerkast met kledij staat; S betrokkenes zoon in zijn woning aan Hof ten Bos 78 te Dendermonde o.m. verklaart dat betrokkene op het kind komt passen, maar nooit blijft slapen en ze hier geen goederen heeft; S mevrouw Cuypers van Elektrabel dd. 15 februari 2002 telefonisch aan de bevoegde inspecteur verklaart dat aan Hof ten Bos 46 te Dendermonde een klein elektriciteitsverbruik is van minder dan 1.500 kWh per jaar, er met aardgas verwarmd wordt en er in totaal 18 m3 water verbruikt werd; S wijkagent Wilfried Moens dd. 15 maart 2002 telefonisch aan de bevoegde inspecteur verklaart dat de drie controles aan Hof ten Bos 46 te Dendermonde op 26, 27 en 31 januari 2002 tussen 5u en 5.30u ‘s morgens negatief waren, betrokkene bij talrijke controles op het nummer 46 slechts één keer kon worden aangetroffen, ze er dagelijks even aanwezig is, maar overnacht op het nummer 78, alwaar ze tevens werd aangetroffen terwijl de ouders van haar kleinkind aanwezig waren en ze samen met haar ex- man William Van Sinai in zijn wagen wordt opgemerkt; S dienvolgens de bevoegde inspecteur voorstelt de ambtshalve inschrijving van betrokkene dd. 21 augustus 2001 te Dendermonde, Hof ten Bos 78, als een gezin vormend met de heer William Van Sinai, te behouden; Overwegende dat artikel 1, § 1, 1/ van de voornoemde wet van 19 juli 1991 bepaalt dat in elke gemeente bevolkingsregisters worden gehouden waarin ingeschreven worden op de plaats waar zij hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben, ongeacht of zij er aanwezig dan wel tijdelijk afwezig zijn, de Belgen XII-3629-4/11 en de vreemdelingen die toegelaten of gemachtigd zijn om zich in het Rijk te vestigen of er te verblijven, met uitzondering van de vreemdelingen die zijn ingeschreven in het in 2/ bedoeld register; Overwegende dat het artikel 16, § 1 en § 3 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, bepaalt dat : Art. 16.- §1 De bepaling van de hoofdverblijfplaats is gebaseerd op een feitelijke situatie, dat wil zeggen de vaststelling van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste deel van het jaar. Deze vaststelling gebeurt op basis van verschillende elementen, met name de plaats waarheen de betrokkene gaat na zijn beroepsbezigheden, de plaats waar de kinderen naar school gaan, de arbeidsplaats, het energieverbruik en de telefoonkosten, het gewone verblijf van de echtgenoot of van andere leden van het huishouden. §3 Zo volstaat het ook niet dat iemand enkel de bedoeling uit om zijn hoofdverblijfplaats op een gegeven plaats te vestigen om voor het betrokken gemeentebestuur de inschrijving als hoofdverblijfplaats te rechtvaardigen. Overwegende dat de algemene onderrichtingen van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, Deel I, inzonderheid de nummers 11, 65 en 66 bepalen dat : 11.De hoofdverblijfplaats is de plaats waar de leden van een gezin dat uit verscheidene personen is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwantschap verbonden zijn, of de plaats waar een alleenstaande gewoonlijk leeft. De bepaling van de hoofdverblijfplaats is gebaseerd op een feitelijke situatie, dat wil zeggen de vaststelling van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste deel van het jaar. 65.Alle personen die hun hoofdverblijfplaats op het grondgebied van een gemeente gevestigd hebben, ongeacht of ze er aanwezig dan wel tijdelijk afwezig zijn, worden ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister. 66.De gezinnen die over meerdere verblijven of woningen beschikken, worden slechts ingeschreven in de registers van de plaats waar zij hun hoofdverblijfplaats hebben. Een eigendomstitel van een ander verblijf is geen geldig feit om er de inschrijving als hoofdverblijfplaats te verantwoorden. Overwegende dat de betrokkene, die bij brief dd. 27 maart 2002 hieromtrent door het departement werd aangeschreven, bij brieven dd. 2 en 5 april 2002 mededeelt dat ze vanaf 1 april 2001 woonachtig is aan Hof ten Bos 46 te Dendermonde en ter staving rekeningen van nutsverbruiken voegt, doch ze geen nieuwe elementen aanhaalt die een invloed zouden kunnen hebben op de voorgestelde beslissing; Overwegende dat de heer William Van Sinai, die bij brief dd. 27 maart 2002 hieromtrent door het departement werd aangeschreven, bij brief dd. 29 maart 2002 mededeelt dat hij sedert 1992 van betrokkene gescheiden is, ze niet bij hem inwoont en zij van Overmere naar Hof ten Bos 46 te Dendermonde verhuisd is waar de wijkagent dit meermaals komen vaststellen is, doch hij geen nieuwe elementen aanhaalt die een invloed zouden kunnen hebben op de voorgestelde beslissing; Overwegende dat de Voorzitter van het OCMW te Dendermonde en het stadsbestuur van Dendermonde, die bij brieven dd. 27 maart 2002 hieromtrent door het departement werden aangeschreven, binnen de gestelde termijn geen opmerkingen hebben medegedeeld”; XII-3629-5/11 De grond van de zaak. Stelling van partijen 2.
  3. Overwegende dat verzoekster in een enig middel aanvoert dat de bestreden beslissing met machtsoverschrijding is genomen omdat ze niet wettig is gemotiveerd; dat zij in een eerste onderdeel stelt dat uit de overwegingen van de bestreden beslissing blijkt dat verschillende elementen in het dossier wijzen op haar daadwerkelijke verblijf op het adres Hof ten Bos 46 en dat enkel de bevindingen van de wijkagent in haar nadeel pleiten, dat uit de bestreden beslissing impliciet kan worden afgeleid dat deze bevindingen zwaarder hebben gewogen dan de elementen die in haar voordeel spelen en dat dit de motivering van de bestreden beslissing uitmaakt, dat de bestreden beslissing onvoldoende is gemotiveerd omdat zij niet vermeldt of en waarom deze bevindingen zwaarder doorwegen; dat verzoekster in een tweede onderdeel betoogt dat overeenkomstig artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, het bepalen van de hoofdverblijfplaats steunt op een feitelijke situatie, namelijk het vaststellen van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste gedeelte van het jaar, dat de verklaringen van de wijkagent niet toelaten te besluiten dat zij niet het grootste deel van het jaar effectief op het adres Hof ten Bos 46 verblijft, dat het feit dat zij bij drie controles tussen 5.00 u en 5.30 u op 26, 27 en 31 januari 2002 op dat adres niet werd aangetroffen evenmin volstaat om tot voormeld besluit te komen, temeer daar de bevolkingsinspecteur op 30 januari 2002 vaststelde dat het bed beslapen was, dat de vermelding dat zij bij talrijke controles slechts één keer kon worden aangetroffen onvoldoende is gespecificeerd, dat niet blijkt of en wanneer haar overnachtingen op het adres Hof ten Bos 78 werden gecontroleerd; 2.
  4. Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord doet gelden dat de bestreden beslissing zowel aan de formele als aan de materiële motiveringsplicht voldoet; dat zij met betrekking tot het eerste onderdeel betoogt dat verzoekster erkent dat de bestreden beslissing een motivering bevat, daar zij stelt dat de bevindingen van de wijkagent in haar nadeel spelen en klaarblijkelijk zwaarder hebben gewogen dan de elementen die in haar voordeel zijn en dat dit de motivering van de bestreden beslissing uitmaakt, dat het onjuist is dat de motivering van de bestreden beslissing niet meer zou zijn dan de bevindingen van de wijkagent aangezien die bevindingen slechts één van de determinerende overwegingen van de XII-3629-6/11 bestreden beslissing uitmaken, dat immers ook rekening werd gehouden met afgelegde verklaringen, inlichtingen verstrekt door Electrabel en de bevindingen van de bevolkingsinspecteur, dat de formele motiveringsplicht niet inhoudt dat ook het waarom van de motieven moet worden geformaliseerd, dat verzoekster niet nader verklaart welke elementen van het dossier in haar voordeel zijn, dat er een tegenstrijdigheid bestaat tussen de verklaring van haar zoon dat zij nooit op het adres Hof ten Bos 78 blijft overnachten en haar eigen verklaring dat zij er soms blijft slapen, dat het gevoerde politieonderzoek betrekking heeft op een periode van ongeveer vier maanden en de wijkagent de nodige zorg heeft besteed aan de kwaliteit ervan, dat de controles op 26, 27 en 31 januari 2002 werden uitgevoerd door collega’s van de interventiediensten, dat nergens is bepaald dat uitsluitend op grond van deze drie controles werd besloten tot verzoeksters niet-verblijf op het adres Hof ten Bos 46, dat de vaststelling op 30 januari 2002 van de bevolkingsinspecteur dat het bed aldaar beslapen was, niet volstaat om te besluiten tot verzoeksters effectief verblijf op het adres Hof ten Bos 46 tijdens het grootste gedeelte van het jaar, dat de data en tijdstippen van de talrijke controles van de wijkagent zijn weergegeven in diens verslag, dat de formele motiveringsplicht niet vereist dat in extenso wordt weergegeven wat in het verslag van de onderzoekende instanties is gesteld; dat verwerende partij inzake het tweede onderdeel van het middel argumenteert dat de motieven van de bestreden beslissing zijn terug te vinden in het administratief dossier, dat de vraag naar de juiste verblijfplaats van een persoon moet worden opgelost vanuit het vermoeden dat de bestaande inschrijving in het bevolkingsregister aan de werkelijkheid beantwoordt, hetgeen betekent dat verzoeksters inschrijving op 21 augustus 2001 in het bevolkingsregister, op het adres Hof ten Bos 78 als een gezin vormend met William Van Sinay, geacht moet worden met de werkelijkheid overeen te stemmen, dat verzoekster onvoldoende overeenstemmende gegevens aanvoert die dit vermoeden weerleggen, dat ook de brief van 29 maart 2002 van William Van Sinay en verzoeksters brieven van 2 en 5 april 2002 niet van aard waren invloed uit te oefenen op de voorgenomen beslissing, dat bijgevolg verzoekster er niet in slaagt aannemelijk te maken dat verwerende partij op grond van de in acht genomen gegevens niet tot het bestreden besluit mocht komen; 2.
  5. Overwegende dat verzoekster in de memorie van wederantwoord uiteenzet dat zij enkel beschikt over een werkloosheidsuitkering, zodat zij noodgedwongen zuinig moet zijn met elektriciteit, verwarming en water, dat de door Electrabel telefonisch verstrekte inlichtingen dan ook niet toelaten te besluiten dat XII-3629-7/11 zij niet daadwerkelijk op het adres Hof ten Bos 46 verblijft, dat uit de verklaring van een buur aan de wijkagent dat zij tijdens de nacht van vrijdag 8 maart 2002 op zaterdag 9 maart 2002 op het adres Hof ten Bos 78 met veel lawaai is vertrokken, blijkt dat zij terecht heeft gesteld tijdens het weekend al eens in de woning van haar zoon te blijven overnachten, dat verwerende partij zelf stelt dat de motivering van de bestreden beslissing niet beperkt blijft tot de bevindingen van de wijkagent, waaruit blijkt dat het doel van de formele motiveringsplicht niet werd bereikt en zij niet in staat was alle motieven van de bestreden beslissing te kennen; dat verzoekster ten slotte betreffende het tweede onderdeel betoogt dat artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 niet voor interpretatie vatbaar is, dat moet worden aangetoond dat zij het grootste deel van het jaar op een ander adres dan Hof ten Bos 46 zou verblijven, dat het onderzoek derhalve minstens een periode van zes maanden moet omvatten, dat het niet opgaat aan haar inschrijving in het bevolkingsregister van Dendermonde, op het adres Hof ten Bos 78, een vermoeden van daadwerkelijk hoofdverblijf op dat adres te verbinden aangezien die inschrijving geen “bestaande inschrijving” is, doch voortvloeit uit een ambtshalve beslissing van het college van burgemeester en schepenen; 2.
  6. Overwegende dat verzoekster in de laatste memorie nog stelt dat het feit dat zij inhoudelijk kritiek kan uitoefenen op de motieven van de bestreden beslissing niet betekent dat het doel van de formele motiveringsplicht zou zijn bereikt; dat zij voorts argumenteert dat zij twijfelt aan het onbevooroordeeld en objectief karakter van de vaststellingen van de wijkagent aangezien diens verslag niet enkel objectieve vaststellingen, maar ook waardeoordelen en conclusies bevat die getuigen van een negatieve ingesteldheid tegenover verzoekster en het OCMW; Beoordeling 3.
  7. Overwegende in de eerste plaats dat de beslissing van de gemachtigde van de minister van Binnenlandse Zaken waarbij iemands hoofdverblijfplaats wordt vastgesteld formeel moet worden gemotiveerd; dat deze formele motiveringsplicht wordt voorgeschreven door artikel 8, § 2, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, naar luid waarvan de beslissing behoorlijk met redenen moet zijn omkleed; dat artikel 2 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen bovendien bepaalt dat bestuurshandelingen XII-3629-8/11 uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd, waaraan artikel 3 van de dezelfde wet toevoegt dat de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moet vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en afdoende moet zijn; Overwegende dat bovendien de motieven van de bestreden beslissing krachtens een algemeen rechtsbeginsel in feite moeten bestaan en in rechte aanvaardbaar moeten zijn; dat zij verifieerbaar moeten zijn in het administratief dossier; dat dit de materiële motiveringsplicht is; 3.
  8. Overwegende dat uit de uiteenzetting van het tweede onderdeel van het enige middel blijkt dat verzoekster de materiële motieven van de bestreden beslissing wel degelijk kent, zodat het eerste onderdeel van het enige middel, dat steunt op de schending van de formele motiveringsplicht, niet dienstig kan worden aangevoerd, nu het wezenlijke doel van de formele motiveringsverplichting zoals voorgeschreven door voormelde bepalingen, namelijk verzoekster in staat stellen terdege te oordelen of het zin heeft zich tegen de bestreden beslissing te verweren op het stuk van de motieven met de middelen die het recht haar ter beschikking stelt, onmiskenbaar is bereikt; dat het eerste onderdeel van het middel wordt afgewezen; 3.
  9. Overwegende, wat de schending van de materiële motiveringsplicht betreft, dat de bevindingen van het politieonderzoek een deugdelijke grondslag vormen voor de bestreden beslissing; dat uit het verslag van 15 maart 2002 van de wijkinspecteur immers blijkt dat een uitvoerig onderzoek werd gevoerd, waarbij de woning op het adres Hof ten Bos 46 talrijke keren op uiteenlopende dagen en tijdstippen werd gecontroleerd en verzoekster slechts een enkele keer werd aangetroffen, dat verzoekster optrekt met William Van Sinay en dat volgens een ambtenaar die in de buurt woont verzoekster op het adres Hof ten Bos 78 woont; dat het verslag ook verwijst naar de voorgeschiedenis, waaruit blijkt dat verzoekster al langer op het adres Hof ten Bos 78 bij William Van Sinay verblijft, zij daar meermaals werd aangetroffen, ook toen zij nog niet op een kleinkind diende te passen en zij op 13 juli 2001 zelf een aanvraag tot wijziging van haar adres naar Hof ten Bos 78 had ingediend, maar uiteindelijk weigerde het haar voorgelegde aangifteformulier te ondertekenen; dat er geen aanwijzing is om aan te nemen dat het onderzoek van de wijkagent niet objectief zou zijn gevoerd; dat verzoekster niet in het minst aannemelijk maakt dat er redenen zijn om de duidelijke bevindingen van de wijkagent te betwijfelen; XII-3629-9/11 Overwegende dat verwerende partij in de memorie van antwoord verkeerdelijk stelt dat uit verzoeksters inschrijving op het adres Hof ten Bos 78 het vermoeden voortvloeit dat zij daar haar hoofdverblijfplaats heeft; dat echter precies die inschrijving, door de beslissing van ambtswege van 21 augustus 2001 van het college van burgemeester en schepenen, het voorwerp van de betwisting bij de minister van Binnenlandse zaken is; dat hoe dan ook moet worden besloten dat voormelde bevindingen van de politie van Dendermonde verwerende partij terecht hebben kunnen doen besluiten dat verzoekster haar hoofdverblijf daadwerkelijk heeft op het adres Hof ten Bos 78 en dat derhalve haar ambtshalve inschrijving aldaar moet worden behouden; Overwegende dat verzoekster zich tevergeefs beroept op artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, naar luid waarvan “[d]e bepaling van de hoofdverblijfplaats is gebaseerd op een feitelijke situatie, dat wil zeggen de vaststelling van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste deel van het jaar”; dat deze bepaling immers niet impliceert dat een onderzoek naar iemands hoofdverblijfplaats minstens gedurende zes maanden en één dag moet worden gevoerd vooraleer tot een feitelijk hoofdverblijf van betrokkene op een bepaalde plaats kan worden besloten; dat immers ook een onderzoek gedurende een kortere maar voldoende representatieve periode tot een dergelijk besluit kan leiden; dat te dezen moet worden vastgesteld dat het onderzoek van de politie van Dendermonde een periode van drie maanden omvat en bovendien ook nog onderzoeksverrichtingen werden gesteld vóór de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot ambtshalve inschrijving van verzoekster; dat, zoals gezegd, talrijke plaatsbezoeken op verschillende dagen en tijdstippen hebben plaatsgevonden, waarvan de bevindingen terecht konden doen besluiten dat verzoekster haar hoofdverblijf niet heeft op het adres Hof ten Bos 46, maar wel bij William Van Sinay op het adres Hof ten Bos 78; dat bijgevolg de materiële motiveringsplicht niet geschonden is; dat ook het tweede onderdeel van het enige middel wordt afgewezen, BESLUIT: Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. XII-3629-10/11 Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3629-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.846 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.