id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.850 Rolnummer: A. 86416/XII-2204 Zaak: Arrest 172850 - Voogdij op provincies, gemeenten en intercommunales - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-13 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 21:36 Fiche Arrest nr 172.850 van 28 juni 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Voogdij op provincies, gemeenten en intercommunales Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.850 van 28 juni 2007 in de zaak A. 86.416/XII-
- In zake : Gaston MERCKX, die woonplaats kiest bij advocaten D. D’Hooghe en R. Heijse, kantoor houdende te Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51 bus 1 tegen : de NV INTERCOMMUNALE VENNOOTSCHAP ANTWERPSE WATERWERKEN, die woonplaats kiest bij advocaat I. Opdebeek, kantoor houdende te Aartselaar, Karel van de Woestijnelaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Gaston Merckx op 30 augustus 1999 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “- de beslissing van 30 juni 1999 van de Raad van Bestuur van de intercommunale vennootschap Antwerpse Waterwerken waarbij tegen de heer Merckx een tuchtprocedure wordt opgestart en waarbij hij, in zijn hoedanigheid van Directeur-Generaal van de intercommunale vennootschap Antwerpse Waterwerken, met onmiddellijk[e] ingang voor een periode van drie maand, preventief geschorst wordt; - de beslissing van 8 juli 1999 van de Raad van Bestuur van de intercommunale vennootschap Antwerpse Waterwerken waarbij de beslissing van de Raad van Bestuur van 30 juni 1999 houdende het opleggen van een preventieve schorsing wordt bevestigd en waarbij de heer Merckx gedurende de periode van preventieve schorsing de toegang tot de maatschappelijke zetel wordt ontzegd”; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 7 oktober 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; XII-2204-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 8 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2007, op welke datum in de zaak is uitgesteld tot de terechtzitting van 19 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. Van Cauter die, loco advocaat D. D'Hooghe verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat A. Coolsaet die, loco advocaat I. Opdebeek verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidende advies van eerste auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat verzoeker sinds 16 augustus 1965 als statutair personeelslid in dienst is van de NV intercommunale vennootschap Antwerpse Waterwerken (hierna: A.W.W.); dat hij bij beslissing van 25 maart 1987 van de raad van bestuur wordt benoemd tot directeur-generaal van de intercommunale; Overwegende dat op 23 maart 1999 bij A.W.W. een staking uitbreekt die tegen verzoekers handelwijze is gericht; dat in een pamflet onder meer vijf aantijgingen tegen verzoeker worden geformuleerd; Overwegende dat het directiecomité op 24 maart 1999 besluit door het bureau Arthur Andersen een audit te laten uitvoeren, waarvan de verslagen op 19 april 1999 en 11 mei 1999 worden ingediend; dat het directiecomité vervolgens op 17 mei 1999 besluit dat “een zorgvuldige overweging van de feitelijke gegevens vervat in het 1e deel van het onderzoek Andersen niet [toelaat] te besluiten tot ernstige beroepsfouten vanwege de Directeur-Generaal, laat staan tot persoonlijke verrijking of laakbare belangenvermenging”; dat op dezelfde datum ook de raad van bestuur kennis neemt van de verslagen van het bureau; dat de raad van bestuur op grond van de overwegingen dat gedurende de onderzoeken “de continuïteit van de bedrijfsvoering van de maatschappij verzekerd moet blijven” en dat in alle sereniteit XII-2204-2/4 “ten gronde” een beslissing moet kunnen worden genomen besluit verzoeker “voor onbepaalde tijd te ontlasten van de dagelijkse leiding van AWW met behoud van zijn administratief en geldelijk statuut”; Overwegende dat, nadat verzoeker bij hem een bezwaarschrift heeft ingediend, de commissaris van de Vlaamse regering op 18 juni 1999 beslist voormeld besluit te schorsen wegens ontoereikende motivering en schending van het tuchtreglement van A.W.W., minstens van de hoorplicht; dat vervolgens de raad van bestuur op 30 juni 1999 zijn beslissing van 17 mei 1999 intrekt en beslist ten aanzien van verzoeker een tuchtprocedure te openen; dat daarnaast wordt besloten verzoeker met onmiddellijke ingang preventief te schorsen voor een periode van drie maanden; dat dit het eerste bestreden besluit is; dat, na verzoeker op 5 juli 1999 te hebben gehoord, de raad van bestuur op 8 juli 1999 besluit hem met ingang van 30 juni 1999 andermaal preventief te schorsen voor een periode van drie maanden, alsook hem gedurende deze periode de toegang tot de maatschappelijke zetel van A.W.W. te ontzeggen; dat dit het tweede bestreden besluit is;
- Overwegende dat de beslissing van 30 juni 1999 van de raad van bestuur om verzoeker bij hoogdringendheid met onmiddellijke ingang gedurende drie maanden preventief te schorsen werd vernietigd bij besluit van 3 september 1999 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Ambtenarenzaken en Sport; dat, aangezien in het arrest nr. 133.802 van 12 juli 2004 van de Raad van State inzake het beroep tot nietigverklaring van laatstgenoemd besluit de afstand van het geding werd vastgesteld, de vernietiging die door dat besluit werd uitgesproken, definitief is; dat bijgevolg het beroep tot nietigverklaring geen voorwerp meer heeft en onontvankelijk is in zoverre het de nietigverklaring beoogt van de beslissing van 30 juni 1999 van de raad van bestuur betreffende verzoekers preventieve schorsing;
- Overwegende aangaande de andere aangevochten beslissing dat de auditeur, gelet op de concrete omstandigheden van de zaak, in zijn verslag concludeert dat ze “hoe dan ook vervallen [is] doordat binnen de termijn van de preventieve schorsing geen definitieve tuchtmaatregel is opgelegd”, maar dat het niettemin wenselijk is het besluit omwille van de duidelijkheid in het rechtsverkeer ook formeel uit dat rechtsverkeer te verwijderen; dat verwerende partij zich daar terecht niet tegen verzet; dat de Raad het standpunt van de auditeur bijvalt, XII-2204-3/4 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 8 juli 1999 van de raad van bestuur van de intercommunale vennootschap Antwerpse Waterwerken waarbij Gaston Merckx met ingang van 30 juni 1999 preventief wordt geschorst voor een periode van drie maanden en waarbij hem gedurende deze periode de toegang tot de maatschappelijke zetel wordt ontzegd. Artikel
- Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-2204-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.850 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div