← België

Arrest 172855 - Milieuvergunningen - 28/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.855 Rolnummer: A. 100375/VII-23180 Zaak: Arrest 172855 - Milieuvergunningen - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-31 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 21:38 Fiche Arrest nr 172.855 van 28 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.855 van 28 juni 2007 in de zaak A. 100.375/VII-23.180. In zake : de n.v. ECO-BETON, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te BERINGEN, Scheigoorstraat 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat 106. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. ECO-BETON op 12 februari 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van artikel 6, 2/,

  1. b)en c), van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 6 december 2000 houdende uitspraak over haar beroep ingesteld tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg van 8 juni 2000, houdende het weigeren van de vergunning aan de verzoekende partij voor het veranderen van de vergunde inrichting, gelegen te Sint-Truiden, Hasseltsesteenweg 119; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op de beschikking van 13 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-23.180-1/7 Gelet op de beschikking van 27 maart 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. BEELEN die, loco advocaat W. MERTENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat F. TEMMERMAN die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. CLEMENT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten 1.1. Op 22 december 1999 dient de verzoekende partij bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg een aanvraag in voor het verkrijgen van een milieuvergunning voor het veranderen van de vergunde inrichting door uitbreiding en wijziging van de bestaande voorwaarden. 1.2. De inrichting is volgens de bepalingen van het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden-Tongeren gelegen in een industriegebied en bufferzone, grenzend aan een agrarisch gebied, een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en een woongebied ander dan een woongebied met landelijk karakter. 1.3. Op 8 juni 2000 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg de vergunning en het verzoek tot wijziging van de voorwaarden. 1.4. Op 12 juli 2000 stelt de verzoekende partij bij de verwerende partij beroep in tegen deze beslissing. VII-23.180-2/7 1.5. Op 22 september 2000 adviseert het hoofdbestuur Milieuvergunningen het beroep ongegrond te verklaren omdat het van oordeel is dat de gevraagde uitbreiding meer dan 100 % bedraagt en er derhalve niet voldaan is aan de afstandsregel van artikel 5.30.0.2, § 1, 2/, van titel II van Vlarem. 1.6. Op 2 oktober 2000 adviseert de Gewestelijke Milieuvergunnings- commissie het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren. In dit advies wordt onder meer het volgende gesteld : "Overwegende dat gesteld kan worden dat de risico's voor de externe veiligheid, de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting veroorzaakt door de gevraagde verandering mits naleving van aangepaste milieuvoorwaarden tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt; Overwegende dat ten einde de exploitatie van de veranderde inrichting bestaanbaar te maken met de omgeving, zowel op het vlak van de risico's voor de externe veiligheid als op het vlak van de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting, het evenwel noodzakelijk is vergunningsvoorwaarden op te leggen die met de toepassing van een beste beschikbare schone technologie die geen overmatige hoge kosten meebrengt, technisch haalbaar zijn; dat op basis van de vanuit dit uitgangspunt gehanteerde technische criteria en de van toepassing zijnde normen, deze noodzakelijke voorwaarden kunnen worden geconcretiseerd als omschreven in het beschikkende gedeelte van de bestreden beslissing; Overwegende dat er bijgevolg aanleiding toe bestaat de vergunning te verlenen voor een termijn die eindigt op 1 september 2011, hetzij samenvallend met de vergunningstermijn van de lopende basisvergunning van 10 juli 1985". 1.7. Op 6 december 2000 neemt de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw het besluit waarvan de verzoekende partij artikel 6, 2/,
  2. b)en
  3. c)bestrijdt. In dit besluit wordt onder meer het volgende overwogen : "Overwegende dat ten einde de exploitatie van de veranderde inrichting bestaanbaar te maken met de omgeving, zowel op het vlak van de risico's voor de externe veiligheid als op het vlak van de hinder, de effecten op het leefmilieu, op de wateren, op de natuur en op de mens buiten de inrichting, het evenwel noodzakelijk is vergunningsvoorwaarden op te leggen die met de toepassing van een beste beschikbare schone technologie die geen overmatige hoge kosten meebrengt, technisch haalbaar zijn; dat op basis van de vanuit dit uitgangspunt gehanteerde technische criteria en de van toepassing zijnde normen, deze noodzakelijke voorwaarden kunnen worden geconcretiseerd als omschreven in het beschikkende gedeelte van onderhavige beslissing". VII-23.180-3/7 Artikel 6, 2/ legt volgende bijzondere voorwaarden op : "2/ bijzondere vergunningsvoorwaarden : onverminderd de in de basisvergunning van 10 juli 1985 opgenomen vergunningsvoorwaarden die strenger zijn dan, respectievelijk aanvullend zijn aan, de milieuvoorwaarden van titel II van het VLAREM gelden de volgende bijzondere vergunningsvoorwaarden:
  4. a)er mag geen ingedeelde exploitatie plaatsvinden in niet bouwvergunde constructies
  5. b)rondom de inrichting moet, op het industrieterrein zelf, een integraal groenscherm worden aangelegd en onderhouden van tenminste 50 m breedte ten opzichte van het woongebied en van tenminste 25 m breedte ten opzichte van het agrarische gebied; dit groenscherm moet uiterlijk op 1 maart 2001 zijn aangelegd; het dient te bestaan uit een mengeling van hoog- en laagopgaande inheemse bomen en struiken;
  6. c)er mogen geen activiteiten worden uitgevoerd, ressorterend onder rubrieken 30.2, 30.3 en 30.10 die gelegen zijn op minder dan 100 meter afstand van het woongebied
  7. d)vóór 1 juli 2001 moet in opdracht en op kosten van de exploitant een volledig akoestisch onderzoek door een milieudeskundige erkend in de discipline geluid zijn uitgevoerd; de exploitant bezorgt uiterlijk op 1 augustus 2001 een exemplaar van deze geluidsstudie ter goedkeuring aan de afdeling Milieuvergunningen en de afdeling Milieu-inspectie;
  8. e)bij deze geluidsstudie moet als uitgangssituatie de beoordeling t.a.v. nieuwe inrichtingen worden gehanteerd
  9. f)in zoverre in de geluidsstudie, vermeld in b), geluidssaneringsmaatregelen worden voorgesteld, moeten deze maatregelen binnen de door de afdeling Milieu-inspectie aanvaarde termijnen worden uitgevoerd.
  10. g)De tijdelijke opslag van afvalstoffen gebeurt in containers, welke regelmatig worden afgevoerd
  11. h)De lozing van het bedrijfsafvalwater, afkomstig van het afspuiten van de betoninstallaties en het met minerale produkten of andere verontreinigingen belast terreinwater, dient, voor lozing in oppervlaktewater, dermate behandeld in een nabezinkbekken of gelijkwaardige voorziening zodanig dat de vigerende lozingsnormen op elk lozingspunt steeds kunnen worden gerespecteerd. Deze voorwaarde dient ten laatste tegen 30 april 2001 gerealiseerd te zijn
  12. i)Het in
  13. f)vermelde bedrijfsafvalwater en het al dan niet verontreinigd terreinwater dient maximaal gerecupereerd te worden
  14. j)Het bedrijfsafvalwater afkomstig van de tankpiste dient via een KWS- afscheider of evenwaardige techniek geloosd te worden. Deze voorwaarde dient ten laatste tegen 30 april 2001 gerealiseerd te zijn
  15. k)Alle huishoudelijk afvalwater dient, indien nodig, dermate behandeld te worden in een kleinschalige waterzuiveringsinstallatie zodat de lozingsnormen voor oppervlaktewater op elk lozingspunt steeds kunnen worden gerespecteerd en bemonsterd. De gezame(n)lijke lozing van huishoudelijk afvalwater en al dan niet verontreinigd hemelwater via een gemeenschappelijk lozingspunt (m.a.w. verdunning van het huishoudelijk afvalwater) is verboden. Deze voorwaarde dient vervuld te zijn uiterlijk tegen 30 april 2001 1) De exploitant neemt alle nodige maatregelen om de stofhinder voor de omwonenden tot een absoluut minimum te beperken (regelmatig reinigen bedrijfsterreinen, evt. sproeiinstallatie, ...)". VII-23.180-4/7 2. De ontvankelijkheid 2.1. In het verzoekschrift stelt de verzoekende partij het volgende : "Verzoekende partij vordert op grond van artikel 14 van de gecoördineerde wetten van de Raad van State de nietigverklaring van artikel 6, 2/, b en c van het besluit van 06.12.2000 van de Vlaamse Minister van Leefmilieu en Landbouw, houdende uitspraak over het beroep, aangetekend tegen de beslissing van 08.06.2000 van de Bestendige Deputatie van de Provincieraad van Limburg houdende het weigeren van de vergunning van de NV Eco-Beton, Hasseltsesteenweg 119 te 3800 Sint-Truiden voor het veranderen van de vergunde inrichting, gelegen te 3800 Sint-Truiden, Hasseltsesteenweg 119. (...) I. VOORWERP VAN DE VORDERING Zoals hiervoor omschreven is het annulatieberoep beperkt, in die zin dat niet de vernietiging wordt gevraagd van het gehele besluit van 06.12.2000, maar enkel van twee bijzondere vergunningsvoorwaarden die aan verzoekende partij zijn opgelegd en die omschreven zijn in art. 6, 2/, b en c van het bestreden besluit : '
  16. b)Rondom de inrichting moet, op het industrieterrein zelf, een integraal groenscherm worden aangelegd en onderhouden van tenminste 50 meter breedte t.o.v. het woongebied en van tenminste 25 meter breedte t.o.v. het agrarische gebied; dit groenscherm moet uiterlijk op 01.03.2001 zijn aangelegd; het dient te bestaan uit een mengeling van hoog - en laagopgaande inheemse bomen en struiken;
  17. c)Er mogen geen activiteiten worden uitgevoerd, ressorterend onder rubrieken 30.2, 30.3 en 30.10, die gelegen zijn op minder dan 100 meter afstand van het woongebied'". 2.2. In haar memorie van wederantwoord herhaalt zij wat volgt : "Het annulatieberoep m.b.t. het ministerieel besluit van 6 december 2000 is beperkt, in die zin dat niet de vernietiging wordt gevraagd van het gehele besluit, maar enkel van twee bijzondere vergunningsvoorwaarden die aan verzoekende partij zijn opgelegd en die omschreven zijn in art. 6, 2/, b en c van het bestreden besluit : '
  18. b)Rondom de inrichting moet, op het industrieterrein zelf, een integraal groenscherm worden aangelegd en onderhouden van tenminste 50 meter breedte t.o.v. het woongebied en van tenminste 25 meter breedte t.o.v. het agrarische gebied; dit groenscherm moet uiterlijk op 01.03.2001 zijn aangelegd; het dient te bestaan uit een mengeling van hoog - en laagopgaande inheemse bomen en struiken;
  19. c)Er mogen geen activiteiten worden uitgevoerd, ressorterend onder rubrieken 30.2, 30.3 en 30.10, die gelegen zijn op minder dan 100 meter afstand van het woongebied'". 2.3. In haar laatste memorie beklemtoont zij dat haar beroep ontvankelijk is en vergelijkt zij de huidige zaak met diverse door de Raad van State in andere beoordeelde gevallen. VII-23.180-5/7 2.4. Uit de lezing van de overwegingen van het besluit van 6 december 2000 en uit het er aan voorafgaande advies van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie blijkt dat de in artikel 6, 2/,
  20. b)en
  21. c)opgenomen bijzondere voorwaarden voor de verwerende partij essentieel waren om de door de verzoekende partij aangevraagde veranderingen van de in eerste en de in tweede klasse ingedeelde inrichtingen toe te staan. Bijgevolg kunnen de genoemde bijzondere voorwaarden niet afzonderlijk worden aangevochten. De onderscheiden bestanddelen van het bestreden besluit, met name de vergunde activiteiten en de vergunningsvoorwaarden, vormen een onlosmakelijk geheel. De vraag tot nietigverklaring bij de Raad van State kan daarom niet worden beperkt tot één of enkele van die bestanddelen. Er anders over beslissen zou het risico inhouden dat de Raad van State zich rechtstreeks in de plaats zou stellen van de verwerende partij in de uitoefening van haar discretionaire bevoegdheid met betrekking tot het verlenen van een milieuvergunning. De beschouwingen in de laatste memorie doen daaraan geen afbreuk, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-23.180-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, de HH. E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-23.180-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.855 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.