id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.867 Rolnummer: A. 70744/X-6855 Zaak: Arrest 172867 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-23 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 21:39 Fiche Arrest nr 172.867 van 28 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.867 van 28 juni 2007 in de zaak A. 70.744/X-
- In zake : Cyrille VAN LOON, die woonplaats kiest bij advocaat A. NAVASARTIAN, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Franklin Rooseveltlaan 156 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Cyrille VAN LOON op 2 september 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van artikel 1 van het besluit van 16 juli 1996 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening houdende, eensdeels, inwilliging van het beroep van de gemachtigde ambtenaar tegen de beslissing van 29 februari 1996 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen waarbij hem de bouwvergunning werd verleend voor het oprichten van een zoogkoeienstal en landbouwloods en de regularisatie van een rundveestal op een perceel gelegen aan de Over d’Aa nr. 153, te Essen, kadastraal bekend sectie A, nr. 588/b en de beroepen beslissing vernietigd wordt, anderdeels, de bouwvergunning wordt afgegeven voor de oprichting van de landbouwloods en de regularisatie van de mestveestal; Gelet op het arrest nr. 71.252 van 28 januari 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 13 februari 1998 ingediend door Cyrille VAN LOON; X-6855-1/7 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 11 oktober 2002 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoeker; Gelet op de beschikking van 7 maart 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 30 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. CLAES, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
- De verzoeker dient op 27 oktober 1994 bij het gemeentebestuur van Essen een aanvraag in tot “het bouwen van een rundveestal en landbouwloods en de regularisatie van rundveestal-loods” op een perceel gelegen te Essen, Over d’Aa 153 en kadastraal bekend sectie A, nr. 588/b. Deze aanvraag beoogt het bouwen van een zoogkoeienstal rechts op het perceel en het bouwen van een loods links op het perceel aansluitend aan een bestaande mestveestal waarvoor de regularisatie gevraagd wordt. X-6855-2/7 1.
- Het perceel is overeenkomstig het gewestplan Turnhout, vastgesteld bij koninklijk besluit van 30 september 1977, voor het grootste deel gelegen in een woongebied met landelijk karakter en voor de rest in agrarisch gebied. Het is niet gelegen binnen een gebied waarvoor een door de Vlaamse regering goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan bestaat, en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. 1.
- Op 6 maart 1995 verleent de gemachtigde ambtenaar volgend advies: “- overwegende dat het eigendom gelegen is in een woongebied met landelijk karakter langs de weg en in een dieperliggend agrarisch gebied volgens het vastgestelde gewestplan; - overwegende dat de aanvraag een uitbreiding betreft bij een bestaand landbouwbedrijf; - overwegende dat een groenscherm is vereist voor een goede integratie in het landschap; ONGUNSTIG voor de zoogkoeienstal en de regularisatie van de mestveestal. Gelet op de ligging op 3,20 m van de perceelsgrens en de ondiepe aanpalende kavels is de inplanting van de stal voor zoogkoeien onaanvaardbaar. De afstand tot de perceelsgrens dient min. 10 m te bedragen voorzien van een 6 m breed groenscherm. De regularisatie van de mestveestal is onaanvaardbaar gelet op het materiaalgebruik (grijze golfplaten als dak en gevelmateriaal). Pas nadat de grijze golfplaten zijn zwart geschilderd en de gevels tussen de spanten zijn uitgevoerd in rode baksteensnelbouwsteen kan deze constructie voor regularisatie in aanmerking komen. GUNSTIG voor de loods onder volgende voorwaarden: - de dakbedekking strikt uitvoeren met vezelcementgolfplaten in zwarte kleur; - de gevels strikt uitvoeren in opgevoegd baksteenmetselwerk; - het ontworpen groenscherm, zoals aangeduid op het inplantingsplan, aanplanten tijdens het eerstvolgende plantseizoen na de ingebruikname van de stal; - deze beplanting min. 6 m breed uitvoeren met drie rijen hoogstammige bomen met een tussenafstand van 2m, aangevuld met een dichte onderbegroeiing van streekeigen groenblijvende struiken, zodat een dichte houtkant als zichtscherm kan worden ontwikkeld; - deze beplanting doorlopend en op vakkundige wijze onderhouden teneinde zijn afschermende functie optimaal te behouden”; 1.
- Op 13 maart 1995 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Essen de vergunning voor het bouwen van de loods en weigert zij de bouwvergunning voor de zoogkoeienstal en de regularisatie van de mestveestal, overeenkomstig het advies van de gemachtigde ambtenaar. X-6855-3/7 1.
- Op 29 februari 1996 beslist de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen het beroep van de verzoeker ingesteld tegen voornoemde weigeringsbeslissing in te willigen en de bouwvergunning voorwaardelijk te verlenen overeenkomstig een gewijzigd plan. Deze beslissing stelt o.m. wat volgt: “Overwegende dat de eerste 50 m van het terrein volgens het gewestplan Turnhout, vastgesteld bij koninklijk besluit van 30 september 1977, in woongebied met landelijk karakter gelegen is; dat het terrein voor het overige in agrarisch gebied gesitueerd is; Overwegende dat het terrein aan de op 6m breedte betonkeien verharde gemeenteweg Over d’Aa paalt; Overwegende dat de aanvraag de regularisatie van een mestveestal beoogt; dat de zijwanden van deze stal aanvankelijk uit golfplaten en het dak uit grijze golfplaten bestonden; dat de aanvraag tevens het oprichten van een loods in het verlengde van deze stal beoogt; dat achteraan een 6 m breed groenscherm is voorzien; dat de aanvraag tenslotte een zoogkoeienstal in het verlengde van een oude bestaande stal op 3,2 m van de perceelsgrens voorziet; dat naast beide stallen een degelijk groenscherm voorzien is; Overwegende dat de golfplaten-zijwanden en de grijze dakbedekking van de te regulariseren mestveestal onaanvaardbaar waren; dat voor de wanden snelbouwbaksteen dient aangewend te worden en voor het dak een zwarte kleur vereist is; dat de loods in het verlengde van deze stal te aanvaarden is; dat de gevels echter wel in baksteenmetselwerk en het dak in zwarte golfplaten dienen uitgevoerd te worden en het groenscherm tijdens het eerstvolgend plantseizoen moet aangebracht worden; dat de inplanting van de zoogkoeienstal de goede ordening van de plaats niet in het gedrang brengt, gelet op het feit dat het verlengde van een bestaande stal gerespecteerd wordt; dat deze inplanting ook bouwtechnisch en bedrijfseconomisch het meest aangewezen is; dat het aanbrengen van het voorziene groenscherm (1 à 2 m breed) naast de bestaande en de nieuwe stal visuele hinder vermijdt; dat de aanplanting wel tijdens het eerstvolgend plantseizoen dient te gebeuren; dat de beperking van de bouwdiepte van de zoogkoeienstal tot +/- 11m, zijnde maximum in het verlengde van de linker zijdelingse perceelsgrens van het eerste aanpalend bebouwd perceel in de Steenpaalstraat, eveneens mogelijke hinder vermijdt; Overwegende dat in beroep een aangepast plan en foto’s betreffende de te regulariseren mestveestal bezorgd zijn; dat de foto’s voldoende aantonen dat de golfplaten zijwanden thans door snelbouwbaksteen vervangen zijn en de dakbedekking zwart gemaakt is; dat de bouwdiepte van de zoogkoeienstal tot 10,5 m beperkt is zodat de achtergevel in het verlengde van de linker zijdelingse perceelsgrens van het aanpalend bebouwd perceel, zijde Steenpaalstraat, voorzien is; dat de beoogde bouwvergunning derhalve kan verleend worden mits het aangeduid groenscherm tijdens het eerstvolgend plantseizoen aan te brengen en de loods in snelbouwbaksteen onder een zwarte golfplaten dak uit te voeren; (...) BESLUIT: Artikel 1: Het beroep van de heer Cyrille Van Loon tegen het besluit van 13 maart 1995 van het college van burgemeester en schepenen van Essen tot weigering van de vergunning tot het bouwen van rundveestal en regularisatie van X-6855-4/7 rundveestal en tot verlening van de vergunning tot het bouwen van een loods op een terrein, gelegen Over d’Aa 153, sectie A, nr. 588b, wordt ingewilligd en bouwvergunning wordt verleend overeenkomstig het gewijzigd plan mits het op het plan aangeduid groenscherm tijdens het eerstvolgend plantseizoen wordt aangebracht en de loods eveneens in baksteenmetselwerk onder een zwart golfplaten dak wordt uitgevoerd. Het groenscherm moet vervangen worden door nieuw groen wanneer het zou afsterven”. 1.
- De gemachtigde ambtenaar stelt op 10 april 1996 met toepassing van artikel 55, § 2, van de stedenbouwwet van 29 maart 1962 beroep in bij de minister tegen deze beslissing. Dit beroep is als volgt gemotiveerd: “Het uit te breiden landbouwbedrijf is een bestaand bedrijf dat deels in woongebied met landelijk karakter en deels in agrarisch gebied gelegen is. De te regulariseren mestveestal ligt grotendeels in het woongebied met landelijk karakter. De nieuwe loods ligt in agrarisch gebied en de uitbreiding van de zoogkoeienstal in het woongebied met landelijk karakter. Wat de nieuwe zoogkoeienstal betreft, blijft mijn standpunt negatief. De Bestendige Deputatie heeft een bouwvergunning verleend op basis van gewijzigde plans, hetgeen niet voorzien is in de wet. In dat geval had een nieuwe procedure van bouwaanvraag opgestart dienen te worden. Bovendien kunnen m.i. de gewijzigde plannen niet aanvaard worden, vermits de afstand van 10m tot de perceelsgrens en een min. 6m breed streekeigen groenscherm niet gerespecteerd worden. Gelet op de ligging in woongebied met landelijk karakter dienen deze regels ter bescherming (zicht, geur, ...) toegepast te worden. Het gewijzigde plan voorziet nog steeds verluchtingen langs de zijgevel, in weerwil van de afspraak met de familie Machielse die op basis daarvan haar bezwaar introk. De verkleining van de stal kan in dit geval ook geen argument geven om toch te vergunnen, gelet op de inplanting. Wat betreft de regularisatie van de mestveestal kan ik mijn standpunt niet bepalen vermits ik niet, zoals de Bestendige Deputatie, over de foto’s beschik waaruit afdoende zou blijken dat de gevraagde aanpassingswerken aan dak en gevel uitgevoerd zijn. Wat betreft de nieuwe loods heb ik geen bezwaar tegen de vergunning van de Bestendige Deputatie gelet op mijn advies dd. 06.03.
- De samenstelling van het dossier, ten behoeve van het Hoofdbestuur staat op volgend blad”. 1.
- Met het bestreden besluit van 16 juli 1996 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening wordt het beroep van de gemachtigde ambtenaar ingewilligd. De beslissing van 29 februari 1996 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Antwerpen wordt vernietigd. De vergunning wordt wel verleend voor de te regulariseren mestveestal en de nieuw op te richten loods, op voorwaarde dat de beide constructies in baksteenmetselwerk onder een zwart golfplatendak worden uitgevoerd. De vergunning voor de zoogkoeienstal wordt geweigerd; X-6855-5/7
- Ontvankelijkheid Overwegende dat ambtshalve dient te worden onderzocht of de verzoeker belang heeft bij de vernietiging van het bestreden besluit; dat hieromtrent een exceptie in het auditoraatsverslag werd opgeworpen; dat de verzoeker geen laatste memorie heeft ingediend; Overwegende dat het antwoord op die exceptie wordt bepaald door het antwoord op de voorafgaandelijke vraag of de minister wel bevoegd was om zich in beroep uit te spreken over de bouwaanvraag; Overwegende dat uit de feitenuiteenzetting genoegzaam blijkt - en de verzoeker trouwens geenszins betwist- dat het bouwplan onder meer wat betreft de inplanting en de grootte van de zoogkoeienstal fundamenteel werd gewijzigd tijdens de procedure voor de bestendige deputatie; Overwegende dat luidens artikel 44, § 1, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw, de beslissing over bouwaanvragen in de eerste plaats aan de gemeenteoverheid is opgedragen; dat buiten het in artikel 54 § 1, van dezelfde wet bedoelde geval waarin het college van burgemeester en schepenen verzuimd heeft zich binnen de aldaar gestelde termijn over de vergunningsaanvraag uit te spreken, door geen andere overheid op een vergunningsaanvraag beschikt kan worden zonder dat eerst de gemeente erover uitspraak heeft gedaan; dat daaruit volgt dat, ingeval er essentiële wijzigingen aan de oorspronkelijk aan het college voorgelegde bouwplannen worden aangebracht, nadat beroep werd ingesteld op grond van artikel 55 van de stedenbouwwet, naargelang van het geval, de bestendige deputatie en/of de minister zich over de aldus gewijzigde bouwplannen niet vermogen uit te spreken; dat uit wat voorafgaat volgt dat in casu noch de bestendige deputatie, noch de minister bevoegd waren om zich over de gewijzigde plannen uit te spreken; dat derhalve in geval van vernietiging van het bestreden besluit de Vlaamse minister bevoegd voor de Ruimtelijke Ordening niet anders zou kunnen dan de onbevoegdheid vaststellen van de bestendige deputatie om over de gewijzigde bouwaanvraag uitspraak te doen, het beroep van de gemachtigde ambtenaar opnieuw inwilligen, en de door de bestendige deputatie afgegeven bouwvergunning vernietigen; dat hieruit volgt dat de verzoeker geen belang heeft bij de gevraagde vernietiging; dat de ambtshalve opgeworpen exceptie gegrond is; dat het beroep niet ontvankelijk is, X-6855-6/7 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-6855-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.867 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.71.252 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div