id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.869 Rolnummer: A. 78871/X-8175 Zaak: Arrest 172869 - Plannen van aanleg - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 21:39 Fiche Arrest nr 172.869 van 28 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.869 van 28 juni 2007 in de zaak A. 78.871/X-
- In zake : de gemeente BRAKEL, die woonplaats kiest bij advocaat Ph. VAN WESEMAEL, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Jan Jacobsplein 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat S. DE WOLF, kantoor houdende te 9270 LAARNE, Kouterstraat
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente BRAKEL op 5 juni 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 6 april 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, “in zoverre dit een bijzonder plan van aanleg nr. 4 ‘Breeveld’ van de gemeente Brakel met bijhorend onteigeningsplan slechts gedeeltelijk goedkeurt, met uitsluiting van de met een blauwe rand omzoomde delen van het bestemmingsplan vel 1 en het onteigeningsplan vel 1, en van de met een blauwe rand omzoomde delen van de bijhorende bestemmingsvoorschriften”; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur- afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 3 maart 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; X-8175-1/4 Gelet op de beschikking van 7 maart 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 30 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. HULPIAU, die loco advocaat Ph. VAN WESEMAEL verschijnt voor de verzoekende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag ambtshalve opwerpt dat het beroep tot nietigverklaring onontvankelijk is, dat de in de artikelen 123,8/, en 270, van de Nieuwe Gemeentewet bepaalde bevoegdheidsverdeling niet in acht werd genomen en dat het college, binnen de beroepstermijn, geen beslissing heeft genomen om in rechte te treden; Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie hierop het volgende repliceert: “dat zowel het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Brakel binnen de beroepstermijn een formele beslissing hebben genomen met betrekking tot het instellen van het beroep tot nietigverklaring. Het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Brakel vermeldt hierbij dat het besluit een beroep tot nietigverklaring in te stellen. Het besluit van het College van Burgemeester en Schepenen vermeldt dat een advocaat aanstelt om het beroep tot nietigverklaring in te dienen. Uit lezing van deze besluiten moet worden afgeleid dat de onhandige bewoordingen die erin worden gehanteerd er niet aan in de weg staan dat het College van Burgemeester en Schepenen, toen het besliste om in deze welbepaalde zaak een raadsman aan te stellen om bij de Raad van State een beroep tot nietigverklaring in te dienen geacht wordt in werkelijkheid ook besloten te hebben bij de Raad van State een annulatieberoep in te dienen en dat de gemeenteraad, toen hij besliste om het annulatieberoep in dienen, geacht wordt in werkelijkheid besloten te hebben het College te machtigen om het annulatieberoep in te dienen. Daarbij moet immers worden opgemerkt dat in de twee beslissingen uitdrukkelijk naar de gemeentewet wordt verwezen, wat erop wijst dat zowel de gemeenteraad als het College van Burgemeester en Schepenen zich hebben willen inpassen in de voorschriften van deze wet. Bovendien wijst geen enkel X-8175-2/4 element uit de gevoegde beslissingen dat de gemeenteraad zich bij het treffen van de beslissing daadwerkelijk de bedoeling had de eigen bevoegdheid van het College van Burgemeester en Schepenen effectief in te perken, of dat het College van Burgemeester en Schepenen zijn bevoegdheid zou hebben opgevat als een zuivere uitvoering van een hem door de gemeenteraad gegeven bevel. Uit de bij het beroep tot nietigverklaring gevoegde beslissingen blijkt aldus dat de beide gemeentelijke organen, elk binnen de grenzen van hun eigen specifieke bevoegdheid een beslissing hebben genomen met betrekking tot het concrete dossier waarin het annulatieberoep is ingediend. De gemeente Brakel is aldus op een correcte wijze in rechte getreden, en het beroep tot nietigverklaring is bijgevolg ontvankelijk (...)”; Overwegende dat, met toepassing van de artikelen 123,8/, en 270 van de Nieuwe Gemeentewet, de beslissing tot het instellen van voorliggende vordering door het college van burgemeester en schepenen moest worden genomen; Overwegende dat de genoemde bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet voor het instellen van een annulatieberoep door een gemeente een machtiging door de gemeenteraad én een beslissing van het college van burgemeester en schepenen vereisen; dat de beslissing om in rechte op te treden op uitdrukkelijke wijze dient uit te gaan van het college van burgemeester en schepenen; dat uit de gebruikte bewoordingen van het collegebesluit moet blijken dat het college van burgemeester en schepenen zelf de beslissing heeft genomen om in rechte te treden; Overwegende dat de gemeenteraad van Brakel op 25 mei 1998 beslist heeft een annulatieberoep bij de Raad van State in te dienen en het college te machtigen om een raadsman aan te stellen; dat het college van burgemeester en schepenen, eveneens op 25 mei 1998, onder verwijzing naar voornoemde beslissing van de gemeenteraad een advocaat heeft aangesteld om dit beroep in te dienen; dat de beslissing om het annulatieberoep te dezen in te stellen dus niet uitgaat van het college van burgemeester en schepenen, maar wel van de gemeenteraad; dat de gemeente niet naar behoren in rechte is getreden; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. X-8175-3/4 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-8175-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.869 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div