id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.870 Rolnummer: A. 79647/X-8318 Zaak: Arrest 172870 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 21:40 Fiche Arrest nr 172.870 van 28 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.870 van 28 juni 2007 in de zaak A. 79.647/X-
- In zake : Johannes PHILIPS, die woonplaats kiest bij advocaat D. DE MEERLEER, kantoor houdende te 9300 AALST, Sylvain Vanderguchtlaan 5 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Johannes PHILIPS op 1 augustus 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 25 mei 1998 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, houdende verwerping van zijn beroep tegen de beslissing van 28 augustus 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen waarbij hem de vergunning is geweigerd voor de regularisatie van een gedeelte van een bestaande woning te Aalst (Baardegem), Europastraat 53, kadastraal bekend sectie D, nr. 170/f; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op de beschikking van 31 juli 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; X-8318-1/4 Gelet op de beschikking van 7 maart 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 30 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. DE MEERLEER, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat W. LAMMENS, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. VAN MINGEROET; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoeker in zijn verzoekschrift zijn belang bij de vernietiging van de bestreden weigering van een regularisatievergunning als volgt omschrijft: “Dat verzoeker blijk geeft van de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang, nu de bestreden beslissing voor verzoeker verregaande nadelige gevolgen van materiële, financiële en morele aard met zich (brengt), daar hem geweigerd wordt een regularisatievergunning af te leveren voor de wederrechtelijk uitgevoerde werken, waardoor hij het risico loopt dat zijn woning, minstens gedeeltelijk, zal afgebroken worden, op bevel van de overheid”; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord het belang van de verzoeker onder meer als volgt betwist: “Immers er kan niet ontkend worden dat de verzoeker geen wettig belang heeft: de regularisatieaanvraag had precies de bedoeling om het definitief afbraakvonnis - althans gedeeltelijk - opzij te zetten, m.a.w. de vergunningverlenende overheid (de uitvoerende macht) er toe aan te zetten om een definitieve beslissing van de rechter (rechterlijke macht) te ontdoen van het kracht van gewijsde. Uiteraard vermag de vergunningverlenende overheid zoiets niet op gevaar van schending van de scheiding der machten. De gevraagde vernietiging van het bestreden besluit zou precies de bedoeling hebben om de vergunningverlenende overheid opnieuw aan te zetten tot deze schending van de scheiding der machten. De verzoeker omschrijft zelf zijn belang als ‘het risico...dat zijn woning, minstens gedeeltelijk, zal afgebroken worden, op bevel van de overheid’. Dat bevel is al gegeven bij het voormeld definitief vonnis. M.a.w. de verzoeker wil met zijn annulatieberoep verhinderen dat dit afbraakvonnis wordt uitgevoerd. Het besluit is dan ook dat de verzoeker geen belang, althans niet (het) rechtens vereiste, heeft bij dit annulatieberoep”; X-8318-2/4 Overwegende dat de verzoeker deze exceptie als volgt beantwoordt in zijn memorie van wederantwoord: “Dat verzoeker daarnaast ook blijk geeft van de vereiste hoedanigheid en het vereiste belang. Dat inderdaad, de bestreden beslissing voor verzoeker verregaande nadelige gevolgen van materiële, financiële en morele aard met zich (brengt), daar hem geweigerd wordt een regularisatievergunning af te leveren voor de wederrechtelijk uitgevoerde werken, waardoor hij het risico loopt dat zijn woning, minstens gedeeltelijk, zal afgebroken worden, op bevel van de overheid. Dat hij de akte van overdracht van het kwestieus onroerend goed neerlegt. Dat hieruit niet blijkt dat verzoeker wist dat een definitief afbraakvonnis gold voor de door hem aangekochte woning”; Overwegende dat de verzoeker in zijn enig middel betwist dat de vergunningverlenende overheid niet tegen het bestaan van het in kracht van gewijsde gegane vonnis zou kunnen ingaan; Overwegende dat het bestreden besluit onder meer overweegt: “dat als primordiaal gegeven echter dient gesteld dat bij vonnis van de correctionele rechtbank van Dendermonde d.d. 7 september 1978 het herstel van de plaats in de vorige staat werd bevolen; dat dit vonnis daarenboven in kracht van gewijsde is gegaan; dat tegen het bestaan van een dergelijk vonnis niet kan worden ingegaan; dat door de particulier wel wordt aangevoerd dat ondertussen het tuinhuis en het zwembad reeds zijn afgebroken, doch dat dit gegeven niets verandert aan de essentie van bovengenoemd vonnis en hiertegen niet kan opwegen; dat trouwens in ondergeschikte orde ook nog kan worden vermeld dat zich op planologisch-stedenbouwkundig vlak ondertussen geen gewijzigde omstandigheden hebben voorgedaan; dat om deze redenen het beroep van de particulier niet in aanmerking komt voor inwilliging”; Overwegende dat het gezag van gewijsde van het bedoelde in kracht van gewijsde gegane vonnis en het grondwettelijk beginsel van de scheiding der machten zich ertegen verzetten dat de bevoegde minister een stedenbouwkundige vergunning verleent tot regularisatie van werken, waarvan in die uitspraak, het wederrechtelijk karakter werd vastgesteld, en waarbij de afbraak werd bevolen van de desbetreffende bouwwerken met het oog op het herstel van de plaats in de vorige toestand; dat de verzoeker dan ook geen wettig belang heeft bij de gevorderde vernietiging; dat het beroep niet ontvankelijk is, X-8318-3/4 BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. R. STEVENS. X-8318-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.870 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div