id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.915 Rolnummer: A. 184057/XII-5140 Zaak: Arrest 172915 - Politie - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-04 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-06-29 21:43 Fiche Arrest nr 172.915 van 28 juni 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Politie Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.915 van 28 juni 2007 in de zaak A. 184.057/XII-
- In zake : Naeem MOHAMMAD, die woonplaats kiest bij advocaat J. Goethals, kantoor houdende te Ardooie, Brugstraat 39 tegen : de STAD BLANKENBERGE, die woonplaats kiest bij advocaat D. De Clerck, kantoor houdende te Brugge, Hoogstraat 28 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Naeem Mohammad op 19 juni 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 5 juni 2007 van de gemeenteraad van Blankenberge tot vaststelling van een “Tijdelijke Politieverordening betreffende het instellen van een sluitingsuur voor de ‘nachtwinkels’ in de periode van 01 juli 2007 tot en met 31 augustus 2007”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 20 juni 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 26 juni 2007, om 9.00 uur; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Goethals, die verschijnt voor verzoeker, en van advocaat D. De Clerck, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur B. Thys; XII-5140-1/6 Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De feiten
- Verzoeker baat een nachtwinkel uit te Blankenberge. Naar hij uiteenzet, en verwerende partij niet betwist, gold tijdens de zomer van 2005 en 2006 alleen een verbod om na middernacht nog alcoholhoudende dranken te verkopen. Met het bestreden gemeenteraadsbesluit van 5 juni 2007 wordt aan “de verantwoordelijke exploitanten of door hem aangestelde personen van ‘nachtwinkels’” het verbod opgelegd “om in de periode van 01 juli 2007 tot en met 31 augustus 2007, voor 12.00 uur en na 01.00 uur, de toegang van consumenten tot zijn vestigingseenheid toe te laten en de verkoop van produkten of diensten aan de consumenten in de vestigingseenheid uit te voeren”. De schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State mag slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden, dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is.
- De voorwaarde van een ernstig middel. In een enig middel voert verzoeker onder meer de schending aan van artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, van het decreet d’Allarde, van het proportionaliteitsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het materiële-motiveringsbeginsel aan. Hij licht toe dat hij niet betwist dat verwerende partij krachtens artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet een reglement mag uitvaardigen waarmee overlast beteugeld wordt, dat dergelijk reglement echter slechts “binnen bepaalde grenzen” mag worden opgelegd, dat uit de formele motivering van de aangevochten beslissing blijkt dat verwerende partij enkel heeft nagegaan wat de problematiek in de gemeente is, dat XII-5140-2/6 zij niet de economische impact van de maatregel op de handelszaken heeft nagegaan en geen afweging heeft gemaakt van het voordeel van de maatregel en het nadeel dat aan verzoeker wordt toegebracht, dat geen economische impactstudie aan het dossier is toegevoegd, dat het materiele-motiveringsbeginsel des te meer geschonden is aangezien uit de rapporten van de politie niet afgeleid kan worden dat de nachtwinkels de oorzaak van de aangevoerde overlast zouden zijn, dat, ten opzichte van het gestelde doel, nachtwinkels gelijk zijn aan frituren en kebabzaken, die echter ontzien worden.
- Verwerende partij antwoordt hierop in de nota dat artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet de bevoegdheid verleent om te voorzien in een goede politie, dat blijkt dat de openbare overlast rechtstreeks in verband staat met het verbruik van dranken en spijzen op de openbare weg, dat dit verbruik alleszins in de grootste mate veroorzaakt wordt door nachtwinkels, dat het reglement de “verstoring” voor de nachtwinkels duidelijk beperkt tot twee maanden, dat de gemeenteraad niet verplicht is om, bovenop de conclusies van de jarenlang bijgehouden en becijferde politierapporten inzake overlastinterventies, nog eens een deskundigenonderzoek te laten uitvoeren omtrent onder meer de economische repercussies per getroffen handelsonderneming, dat er een groot verschil is tussen de nachtwinkels en “alle andere drankgelegenheden, dancings, kebabzaken, frituren, etc.”, namelijk wat “hun direct impact op de openbare weg en de creatie van overlast” betreft.
- Het is de gemeenteraad, gelet op artikel 135, § 2, 7/, van de nieuwe gemeentewet, ongetwijfeld toegelaten politieverordeningen uit te vaardigen met het oog op het tegengaan van openbare overlast. Wel moeten de beperkingen die daarbij gesteld worden aan de -door het zogenaamde decreet d’Allarde gewaarborgde- vrijheid van handel en nijverheid, kunnen steunen op draagkrachtige motieven, wat onder andere inhoudt dat de beperkingen aangepast zijn aan de concrete ordehandhavingsbehoeften.
- Blijkens haar formele motivering is de bestreden beslissing hierdoor ingegeven dat er tijdens de nachtelijke uren van de zomermaanden juli en augustus een stijging is van de vormen van openbare overlast, “zoals vandalisme, zinloos geweld, openbare dronkenschap, nachtlawaai, wildplassen, milieu, ...”, dat het verbruik van dranken en spijzen op de openbare weg dergelijke vormen van XII-5140-3/6 overlast in de hand werkt en dat in de stad in meerdere nachtwinkels tijdens de nacht dranken en spijzen makkelijk kunnen aangekocht worden. Ter staving van die motieven is in het administratief dossier alleen het veertig bladzijden tellend zonaal veiligheidsplan 2005-2008 opgenomen. Daarin zijn vijf passages met een gele stift gemarkeerd. In geen ervan wordt het verband gelegd tussen, eensdeels, de verhoogde overlast tijdens het zomerseizoen en, anderdeels, specifiek de nachtwinkels. Integendeel wordt daarin de oorzaak van de overlast toegeschreven aan “de drank- en dansgelegenheden en hun bezoekers”, “het bruisend nachtleven”, en het drankmisbruik, zonder meer. Voorts wordt daarin, noch elders verklaard waarom het in 2007 ter bestrijding van de overlast niet meer zou volstaan om, zoals de laatste jaren het geval was, alleen te verbieden dat na middernacht nog alcoholhoudende dranken worden verkocht, en waarom de bestreden politiemaatregel zich niet ook uitstrekt tot bijvoorbeeld friet- en kebabzaken, waar op het eerste gezicht even gemakkelijk tijdens de nacht dranken en spijzen kunnen worden aangekocht, voor verbruik op de openbare weg.
- In de gegeven omstandigheden lijkt de bestreden beslissing een ondeugdelijk gemotiveerde en onevenredige beperking van de vrijheid van handel in te houden. Het enig middel is in die mate ernstig.
- De voorwaarde van het risico van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Verzoeker betoogt in essentie dat hij gemiddeld een vierde van zijn omzet na 1 uur ’s nachts realiseert en dat, gelet op zijn omzet in 2006, de bestreden beslissing een impact heeft die “verder gaat dan een louter pecuniaire schade”, maar de levensvatbaarheid zelf van de handelszaak in het gedrang brengt.
- Verwerende partij werpt in de nota tegen dat een pecuniair verlies steeds herstelbaar is, dat verzoeker niet geloofwaardig is en geen objectieve, controleerbare gegevens verstrekt, en dat niet wordt aangetoond welk niet-pecuniair nadeel precies wordt geleden.
- De bestreden beslissing verplicht verzoeker om zijn nachtwinkel tijdens de hele zomer, ogenschijnlijk met grote voorsprong de drukste periode van het jaar, reeds om 1 uur ’s nachts te sluiten. Voortgaande op de door hem XII-5140-4/6 bijgebrachte stukken, inbegrepen het schrijven van 19 juni 2007 van D&D Consulting, komt het althans in de huidige stand van de procedure aannemelijk voor dat hierdoor zijn zaak “niet langer winstgevend kan zijn” en het voorbestaan ervan gevaar loopt. Aldus beschouwd, kan worden bijgevallen dat verzoeker een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel riskeert.
- De voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Terecht voert verzoeker aan dat zonder een schorsing volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid “de periode waarbinnen de bestreden handeling uitwerking heeft, reeds voorbij [zal] zijn”. Ook de derde en laatste grondvoorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is vervuld. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De beslissing van 5 juni 2007 van de gemeenteraad van Blankenberge tot vaststelling van een “Tijdelijke Politieverordening betreffende het instellen van een sluitingsuur voor de ‘nachtwinkels’ in de periode van 01 juli 2007 tot en met 31 augustus 2007” wordt in haar tenuitvoerlegging geschorst. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. XII-5140-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-5140-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.915 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.874 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div