← België

Arrest 172928 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.928 Rolnummer: A. 177409/X-13042 Zaak: Arrest 172928 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 28/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-05 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 21:48 Fiche Arrest nr 172.928 van 28 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.928 van 28 juni 2007 in de zaak A. 177.409/X-13.042. In zake : Henri VANVOORDEN, die woonplaats kiest bij advocaat I. DEDECKER, kantoor houdende te 3600 GENK, Sint-Martensbergstraat 9 tegen : 1. de gemeente HERK-DE-STAD, 2. het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat L. DEHAESE, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Luikersteenweg 187. tussenkomende partij : Antoon LAVRIJSEN, die woonplaats kiest bij advocaat J. SURMONT, kantoor houdende te 2300 TURNHOUT, de Merodelei 112. DE WND. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Henri VANVOORDEN op 5 oktober 2006 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 31 januari 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herk-de-Stad houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan Toon LAVRIJSEN voor het bouwen van een biogasinstallatie met verharding, groenscherm, weegbrug en waterbuffering op een perceel gelegen te Herk-de-Stad, Herkkantstraat 47, kadastraal bekend sectie B, nrs. 138/a, 139/c, 139/d, 140/h, 146/a en sectie C, nrs. 751/a, 752/b en 752/c; Gezien de nota van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur A. EYLENBOSCH; X-13.042-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 13 december 2006 waarbij de terecht-zitting bepaald wordt op 19 januari 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. DEDECKER, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat A.-M. SWINNEN, die loco advocaat L. DEHAESE verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat N. THYSEN, die loco advocaat J. SURMONT verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Rechtspleging Overwegende dat Antoon LAVRIJSEN met een verzoekschrift van 26 oktober 2006 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; 2. De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt: Op 3 oktober 2005 dient Antoon LAVRIJSEN bij het gemeente- bestuur van Herk-de-Stad een aanvraag in om stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een biogasinstallatie met verharding, groenscherm, weegbrug en waterbuffering op het perceel gelegen te Herk-de-Stad, Herkkantstraat 47, kadastraal bekend sectie B, nrs. 138/a, 139/c, 139/d, 140/h, 146/a en sectie C, nrs. 751/a, 752/b en 752/c. Hij baat ter plaatse een landbouwbedrijf uit dat thans bestaat uit een bedrijfswoning, 2 landbouwloodsen en 2 varkensstallen. X-13.042-2/7 De bedoelde biogasinstallatie wordt ten opzichte van de Herkkantstraat achter de bestaande gebouwen ingeplant. Rondom de installatie wordt voorzien in een groenscherm op een gronddam. Het bouwperceel is volgens het gewestplan Hasselt-Genk, vastgesteld bij koninklijk besluit van 3 april 1979 gelegen in landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Het is niet gelegen binnen een gebied waarvoor een goedgekeurd bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan bestaat, noch binnen de omschrijving van een behoorlijk vergunde, niet vervallen verkaveling. De verzoeker woont aan de Steenweg 109 te Herk-de-Stad. Op 20 oktober 2005 verleent de Afdeling Land een voorwaardelijk gunstig advies. Tijdens het openbaar onderzoek, dat wordt georganiseerd van 18 oktober 2005 tot en met 17 november 2005, worden geen bezwaarschriften ingediend. Op 29 november 2005 verleent het college van burgemeester en schepenen een voorwaardelijk gunstig advies over de aanvraag. Op 17 januari 2006 verleent ook de gemachtigde ambtenaar een voorwaardelijk gunstig advies. Bij het bestreden besluit van 31 januari 2006 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herk-de-Stad de gevraagde stedenbouwkundige vergunning onder de volgende voorwaarden: “-Het voorziene groenscherm (op gronddam) dient effectief uitgevoerd en dit het eerstvolgend plantseizoen na de bouw van de installatie. - De agrarische activiteit dient aanwezig te blijven op het bedrijf. - De installatie mag niet evolueren naar een louter verwerkingsinstallatie van afval uit de industrie (en/of huishoudens) die een residu oplevert dat niet onvoorwaardelijk voor bemesting op akkers en weiden mag gebruikt worden. - Minstens de helft van de verwerkte hoeveelheid organisch materiaal dient te bestaan uit dierlijke mest of minstens uit eigen teelt. - Het geleverde eindproduct dient aanwendbaar te zijn zoals dierlijke mest op eigen bedrijfsgronden”. X-13.042-3/7 Bij besluit van 25 juli 2006 verleent de Vlaamse minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur aan Antoon LAVRIJSEN de (milieu)vergunning voor het veranderen door toevoeging en uitbreiding van een vergund varkensbedrijf. In de zaak gekend onder het rolnummer G/A 177.275/VII-36.601 vordert de verzoeker de schorsing van de tenuitvoerlegging alsmede de vernietiging van laatstbedoeld besluit. Bij arrest nr. 166.911 van 18 januari 2007 werd de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging verworpen. Het beroep tot nietigverklaring is thans nog hangende; 3. Ontvankelijkheid Overwegende dat uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing; dat het in die omstandigheden niet nodig is om de opgeworpen excepties te onderzoeken; 4. Ten gronde Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat het toentertijd geldende artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen”; dat uit X-13.042-4/7 deze bepalingen volgt dat de verzoeker in zijn verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat hij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit kan berokkenen, uiteenzet als volgt: “Het nadeel dat de verzoekende partij dreigt te lijden is een moeilijk (

  1. te)herstellen ernstig nadeel: - Verzoekende partij lijdt een ernstig nadeel dat zich situeert op verschillende vlakken: De verzoekende partij woont op een boogscheut van de plaats waar de gebouwen zullen ingeplant worden. Hij heeft er ook zijn broodwinning: hij heeft ter plaatse een bloemenwinkel en kweekt er ook planten. (stuk 2, stuk 3 en stuk 4) Het woon-, leef- en werkklimaat van de verzoekende partij wordt zeer ernstig aangetast. Het hoeft geen betoog dat de op te richten constructies een sterke visuele hinder zullen veroorzaken. De verzoekende partij heeft nu nog zicht op een vrij ongeschonden landschappelijk waardevol agrarisch gebied, dwz een gebied waar bijzondere aandacht dient besteed te worden aan de schoonheidswaarde van het gebied. In casu wordt een industriële inrichting ondergebracht in dit vrij ongeschonden landschappelijk waardevol agrarisch gebied, waarbij men vervolgens aan het probleem probeert te verhelpen door het plaatsen van een gronddam met groenscherm erop. Het spreekt voor zich dat het plaatsen van dergelijk(
  2. e)gronddam evenzeer - onaanvaardbare - visuele hinder veroorzaakt voor de verzoekende partij. De verzoekende partij kan zich niet van de indruk ontdoen dat het feit dat Vlaanderen 100% ruimtelijk kwetsbaar gebied is, tot gevolg heeft dat een biogas-installatie automatisch wordt vergund. Zulks kan uiteraard niet. - Het ernstig nadeel is ook moeilijk te herstellen. Om het geschetste nadeel op een efficiënte wijze te bestrijden, dient de ten uitvoerlegging van de bestreden beslissing te worden geschorst. Zoniet blijft de beslissing immers uitvoerbaar en zal de vergunninghouder het gebouw kunnen oprichten en afwerken en zal het nadeel ten volle intreden. Het gebouw zou immers opgetrokken zijn vooraleer een uitspraak mag worden verwacht van uw Raad in de vernietigingsprocedure. Bovendien leert de ervaring dat wanneer een gebouw - zelfs illegaal - afgewerkt is, het bijzonder moeilijk wordt om het nadeel dat dergelijke gebouw meebrengt - door de afbraak ervan - terug ongedaan te maken. Dit lukt slechts na het voeren van lange en kostelijke procedures en zal in elk geval veel tijd in beslag nemen. De enige effectieve mogelijkheid om dit te beletten is te vermijden dat de stedenbouwkundige vergunning uitgevoerd wordt, hetgeen veronderstelt dat de ten uitvoerlegging van de vergunning wordt geschorst”; X-13.042-5/7 Overwegende dat de verzoeker verklaart te wonen “op een boogscheut van de plaats waar de gebouwen zullen ingeplant worden”, en stelt dat zijn “woon-, leef- en werkklimaat” zeer sterk zal worden aangetast en dat “de op te richten constructies een sterke visuele hinder zullen veroorzaken”; Overwegende dat de verzoeker in zijn uiteenzetting zelf niet aangeeft hoever zijn woning van de op te richten constructies is verwijderd; dat uit de neergelegde plannen blijkt dat deze afstand circa 230 m bedraagt; dat voorts blijkt dat de betrokken biogasinstallatie ten opzichte van de Herkkantstraat zal worden ingeplant achter en aansluitend bij de bestaande gebouwen en wordt omgeven door een aan te leggen aarden wal met een hoogte van 2,5m, waarop een 5m breed groenscherm wordt aangelegd; dat de verzoeker een luchtfoto en foto’s bij zijn verzoekschrift heeft gevoegd van de Gasterbosstraat genomen vanaf de Steenweg, van het kasteel en de kasteelhoeve Gasterbos en omgeving en van het bedrijf Lavrijsen; dat op deze foto’s niet is aangeduid waar de vergunde constructies precies zullen worden opgericht, noch de relevantie ervan wordt aangegeven ten aanzien van de visuele hinder die de verzoeker stelt te zullen ondervinden vanaf zijn eigendom; dat deze stukken onvoldoende duidelijk zijn ter staving van de bewering dat de oprichting van de betrokken installatie en de gronddam voor de verzoeker, die op circa 230m afstand woont, een “ernstige visuele hinder” zal veroorzaken; Overwegende voorts dat, gelet op de afstand van de inplantingsplaats van de betrokken installatie tot verzoekers woonplaats, de enkele bewering dat de bouw van de betrokken installatie verzoekers woon-, leef- en werkklimaat ernstig zal aantasten, bij gebreke aan concrete elementen ter staving van deze bewering, evenmin overtuigt; Overwegende dat verzoekers uiteenzetting onvoldoende concrete en precieze gegevens bevat die kunnen aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten stedenbouwkundige vergunning een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan één van de door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-13.042-6/7 BESLUIT: Artikel 1. Het verzoek tot tussenkomst van Antoon LAVRIJSEN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig juni 2007, door : de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-13.042-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.928 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.207.282 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.