← België

Arrest 172969 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/06/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.969 Rolnummer: A. 72057/X-7035 Zaak: Arrest 172969 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-09 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-06-29 21:51 Fiche Arrest nr 172.969 van 29 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.969 van 29 juni 2007 in de zaak A 72.057/X-

  1. In zake : de v.z.w. DE GEVAERTS, die woonplaats kiest bij advocaat S. SERGEANT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Zwijnstraat 3A (Beursplein) tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BOSSUYT, kantoor houdende te 8310 ASSEBROEK-BRUGGE, Bossuytlaan
  2. D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. DE GEVAERTS op 16 november 1996 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 17 oktober 1996 van de gemachtigde ambtenaar waarbij aan het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Waterinfrastructuur en Zeewezen, Gentse Zeehavendienst, de bouwvergunning wordt verleend voor het bouwen van een opwaarts gelegen sluishoofd van een keersluis, inclusief bovenbouw en bedieningsgebouw alsook van het afwaarts gedeelte, op een terrein gelegen Kanaal Gent-Oostende te Beernem ter hoogte van de wijk Gevaerts, kadastraal bekend onder Beernem 1e afdeling, sectie A, 1e blad, mits het naleven van de opgelegde voorwaarden; Gelet op het arrest nr. 64.367 van 4 februari 1992 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgemaakt door adjunct-auditeur A. EYLENBOSCH; X-7035-1/7 Gelet op de beschikking van 7 november 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 februari 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 23 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat S. FALEPIN, die loco advocaat S. SERGEANT verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. BOSSUYT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur A. EYLENBOSCH; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Rechtspleging Overwegende dat de memorie van antwoord van de verwerende partij te laat werd ingediend en bijgevolg ambtshalve uit de debatten moet worden geweerd;
  4. Feiten Overwegende dat de -voor de oplossing van het geschil- relevante feitelijke gegevens als volgt kunnen worden samengevat: 2.
  5. Op 20 juli 1995 verleent de gemachtigde ambtenaar aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Waterinfrastructuur en Zeewezen, Gentse Zeehavendienst, Nederkouter 28, B. 9000 Gent, de bouwvergunning voor het bouwen van een stuwsluis, met inbegrip van de normalisatie van het kanaal te Beernem en alle nodige grond-, afwaterings- en wegenwerken, op een perceel X-7035-2/7 gelegen Kanaal Gent-Oostende te Beernem ter hoogte van de wijk Gevaerts, kadastraal bekend onder Beernem sectie A, 1e blad, mits het naleven van de opgelegde voorwaarden. Bij arrest nr. 60.157 van 13 juni 1996 schorst de Raad van State, op verzoek van Joost Goethals, de tenuitvoerlegging van die vergunning. Op 12 juli 1996 trekt de gemachtigde ambtenaar de vergunning van 20 juli 1995 in. 2.
  6. Eveneens op 12 juli 1996 geeft de gemachtigde ambtenaar een nieuwe voorwaardelijke bouwvergunning af aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Water- infrastructuur en Zeewezen, Gentse Zeehavendienst voor hetzelfde project met uitzondering van “het opwaarts sluishoofd ter hoogte van dwarsprofiel 51 en van het gedeelte van het stuwsluiscomplex tussen de profielen 52 en 54 (...) die gedeelten van het complex dienen het voorwerp uit te maken van een afzonderlijke bouwaanvraag”. Het van de vergunning van 12 juli 1996 uitgesloten project- onderdeel wordt op afzonderlijke bouwaanvraag vergund bij de thans bestreden beslissing van 17 oktober 1996 van de gemachtigde ambtenaar;
  7. Ontvankelijkheid 3.
  8. Standpunt van de partijen 3.1.
  9. Overwegende dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift het volgende aanbrengt inzake de ontvankelijkheid van haar annulatieberoep: “Verzoekster is een vennootschap (lees: vereniging) die rechtspersoon- lijkheid bezit. De statuten van de vennootschap (lees: vereniging) werden gepubliceerd in de bijlage tot het Belgisch Staatsblad van 10 oktober 1996 (stuk 2). De ledenlijst werd neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge (stuk 4). Het grootste gedeelte van de leden woont vlakbij de bouwplaats of hebben aldaar een eigendom. Verzoekster brengt onder stuk 14 een toelichting van deze bewering. De vzw heeft tot maatschappelijk doel “het bevorderen van het wijkleven van het gehucht Gevaerts, het verdedigen van de belangen van de bewoners van de straten Gevaerts-Noord, Gevaerts-Zuid, Halve Maanstraat, Hooiestraat en X-7035-3/7 Waterstraat, onder meer het nastreven van een voor alle inwoners leefbare situatie na uitvoering van de geplande infrastructuurwerken op de wijk (rechttrekking en verbreding van het kanaal en bouwen van een keersluis)”. Verzoekster heeft met verwijzing naar haar maatschappelijk doel en naar de belangen die zij behartigt dan ook een persoonlijk, rechtstreeks, stellig en geoorloofd belang. (...)” 3.1.
  10. Overwegende dat de verzoekende partij in haar toelichtende memorie nog het volgende aanbrengt inzake haar belang: “(...) Enkel wat de ontvankelijkheid van deze vordering betreft, wordt hierna nog enige toelichting gegeven. Verzoekster heeft gekozen voor de procedure bij wege van uiterst dringende noodzakelijkheid. Dit had tot gevolg dat met betrekking tot bepaalde opmerkingen van de verwerende partij geen stellingname meer kon gebeuren. Met verwijzing naar de stellingname van auditeur Lancksweerdt in zijn boek “Het administratief kort geding” blz. 23, nr. 35 kan gesteld worden dat de kamer die ten gronde een arrest velt, vrij is in haar beoordeling van de feitelijke toedracht, de ontvankelijkheid van het beroep en de gegrondheid van de middelen (naar analogie van het artikel 1039 Ger. W.). Men kan verzoekster het verwijt maken dat haar statuten niet uitblinken inzake duidelijkheid. Toch lijkt de bedoeling voldoende uitgedrukt en is deze bedoeling niet in overeenstemming te brengen met hetgeen, op basis van de summiere debatten, beslist werd in het kader van de procedure schorsing. In dat verband heeft de verwerende partij een onjuiste interpretatie gegeven aan de statuten (daarin gevolgd door de kamer) van verzoekster. De statuten vermeldden als basisomschrijving: “...het verdedigen van de belangen van de bewoners van de straten Gevaerts- Noord, -Zuid, enz... onder meer het nastreven van een voor alle inwoners leefbare situatie na uitvoering van de geplande infrastructuurwerken op de wijk (rechttrekking en verbreding van het kanaal en bouwen van een keersluis).” Het is altijd het standpunt geweest van de vzw Gevaerts dat de werken op zich niet ter discussie werden gesteld, zeker ook niet de rechttrekking van het kanaal maar wel het type van sluis dat gekozen werd. De oprichters van verzoekster hebben met het woordje keersluis een algemene term willen gebruiken voor de geplande constructie. Een keersluis kan dus zowel een sluis met hefdeuren als één met draaideuren zijn. In het maatschappelijk doel werd dus aangegeven dat men zou ijveren dat de werken op dusdanige wijze zouden gebeuren (bvb. kiezen voor een keersluis met draaideuren in plaats van voor een keersluis met een hefdeur) dat het uitzicht van het landschap (en de levenskwaliteit) zo weinig mogelijk zou geschaad worden. De verwerende partij (daarin gevolgd door de kamer) stelde dat de vzw enkel binnen haar maatschappelijke doel kan optreden na het uitvoeren van de werken en dus de bouwvergunning zelf niet kan aanvechten. Gelet op de beperkte debatten kon verzoekster daar niet tegen inbrengen dat deze voorgehouden interpretatie strijdig is met de algemene bewoordingen van hetgeen voorafgaat (“verdediging van de belangen”, “onder meer door”...) maar X-7035-4/7 ook dat dan niet kan begrepen worden waarom dan verwezen wordt naar de infrastructuurwerken. In de interpretatie, voorgehouden door verzoekster, is deze verwijzing wel verklaard. (...)” 3.1.
  11. Overwegende dat de verzoekende partij, na ontvangst van het auditoraatsverslag waarin haar beroep onontvankelijk wordt geacht, geen laatste memorie, maar slechts een verzoek tot voortzetting heeft ingediend; 3.1.
  12. Overwegende dat de verwerende partij zich in haar laatste memorie aansluit bij het auditoraatsverslag; 3.
  13. Beoordeling Overwegende dat ambtshalve moet worden onderzocht of de verzoekende partij op ontvankelijke wijze in rechte is getreden; 3.2.
  14. Overwegende dat verenigingen zonder winstoogmerk krachtens de wet van 27 juni 1921 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend, in rechte mogen optreden ter verdediging van het doel of de doeleinden waarvoor zij zijn opgericht; dat voor de Raad van State diezelfde verenigingen in rechte kunnen optreden op voorwaarde dat zij de rechtspersoonlijkheid bezitten en mits te voldoen aan de voorwaarden die gelden voor alle andere fysieke en rechtspersonen, te weten doen blijken van een persoonlijk, rechtstreeks, actueel, zeker en geoorloofd belang, alsmede van de vereiste hoedanigheid; dat een vereniging van de vereiste hoedanig- heid getuigt wanneer de ingestelde vordering kan worden ingepast in het doel dat zij zich heeft gesteld, dit doel niet samenvalt met de behartiging van het algemeen belang zelf en evenmin samenvalt met het persoonlijk belang van de leden van de vereniging; 3.2.
  15. Overwegende dat artikel 1, tweede lid van de statuten van de verzoekende partij bepaalt wat volgt: “De vereniging heeft tot maatschappelijk doel, het bevorderen van het wijkleven van het gehucht Gevaerts, het verdedigen van de belangen van de bewoners van de straten Gevaerts (Noord en Zuid), Halve Maanstraat, Hooiestraat en Waterstraat, onder meer het nastreven van een voor alle inwoners leefbare situatie na uitvoering van de geplande infrastructuurwerken X-7035-5/7 op de wijk (rechttrekking en verbreding van het kanaal en bouwen van een keersluis)”; 3.2.
  16. Overwegende dat de doelstelling om voor alle bewoners van de genoemde straten een leefbare situatie na te streven “na uitvoering van de geplande infrastructuurwerken op de wijk (rechttrekking en verbreding van het kanaal en bouwen van een keersluis)” niet voor interpretatie vatbaar is; dat het duidelijk gaat om het nastreven van een leefbare situatie voor de inwoners van de wijk “na” de uitvoering van de geplande infrastructuurwerken, namelijk de rechttrekking en de verbreding van het kanaal en het bouwen van een keersluis; dat die werken nog niet waren uitgevoerd op het ogenblik van het indienen van het annulatieberoep; dat, op het ogenblik dat het annulatieberoep door de verzoekende partij werd ingesteld, het aanvechten van de bouwvergunning voor de bedoelde infrastructuurwerken dan ook buiten het maatschappelijk doel van de verzoekende partij viel; dat, met andere woorden, de vordering niet kan worden ingepast in het maatschappelijk doel van de verzoekende partij; 3.2.
  17. Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de vordering niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  18. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  19. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. X-7035-6/7 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-7035-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.969 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1997:ARR.64.367 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.