id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.970 Rolnummer: A. 74653/X-7493 Zaak: Arrest 172970 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 29/06/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-09 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-06-29 21:51 Fiche Arrest nr 172.970 van 29 juni 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 172.970 van 29 juni 2007 in de zaak A. 74.653/X-
- In zake : de n.v. LEVRAU, die woonplaats kiest bij advocaat H. DEKEYZER, kantoor houdende te 8210 ZEDELGEM-VELDEGEM, Torhoutsesteenweg 266 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BOSSUYT, kantoor houdende te 8310 ASSEBROEK-BRUGGE, Bossuytlaan
- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. LEVRAU op 12 juni 1997 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 14 april 1997 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, houdende verwerping van haar beroep tegen het besluit van 19 juni 1996 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij de vergunning is geweigerd voor de uitbreiding en de verbouwing van een metaal- verwerkend bedrijf aan de Molenstraat te Dentergem, kadastraal bekend sectie B, nrs. 1100/2, 1100/b, 1100/c en 1112/a; Gelet op het arrest nr. 71.289 van 28 januari 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, op 7 maart 1998 ingediend door de n.v. LEVRAU; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-7493-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op de beschikking van 13 december 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 februari 2007 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 23 maart 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. VAN SEVEREN, die loco advocaat H. DE KEYZER verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat J. BOSSUYT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift met betrekking tot de ontvankelijkheid van haar beroep stelt dat “het besluit tot instelling van dit annulatieberoep rechtsgeldig is genomen op 09-06-1997 door de Raad van Bestuur van verzoekster, en dat volledigheidshalve een afschrift van dit besluit alsmede van de statuten bij dit verzoekschrift wordt gevoegd”; Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord een exceptie van onontvankelijkheid opwerpt; dat zij het volgende stelt: “De vordering ingesteld door eiseres dient als onontvankelijk afgewezen te worden aangezien door de optredende raadsman weliswaar een bewijs wordt voorgelegd dat de Raad van Beheer van de N.V. Levrau op 28.02.1998 de beslissing heeft genomen tot voortzetting van de procedure na het tussen- gekomen arrest houdende afwijzing van de schorsingsvordering; doch daarentegen blijft de optredende raadsman in gebreke het bewijs voor te leggen dat de Raad van Beheer van de N.V. Levrau destijds en vóór X-7493-2/6 17.06.1997 de beslissing zou hebben genomen het verzoekschrift in nietigverklaring over te maken aan Uw Hoog Rechtscollege, nu de door haar bestreden beslissing dateert van 14.04.1997 dewelke haar ter kennis werd gebracht op 17.04.
- (...) Er weze duidelijk beklemtoond dat het stuk 2 van eiseres slechts aantoont dat enkel en uitsluitend door een zogenoemde raad van bestuur (zoals hierna aangetoond volledig onregelmatig- en niet-statutair samengesteld, dus onregelmatig) op 09.06.1997 een opdracht werd gegeven " een beroep tot nietigverklaring in te stellen ". Dergelijke beslissing is niet rechtsgeldig en dan ook van generlei waarde, zodat zij dan ook geen rechtsgevolg kan ressorteren En zelfs indien zou voorgehouden worden dat het neerleggen van het verzoek in nietigverklaring zou bekrachtigd zijn/geweest zijn door het orgaan van het dagelijks bestuur, dan nog zou dergelijke bewering geenszins kunnen aanvaard worden nu een desbetreffende bekrachtiging zou dienen te dateren van binnen de termijn bepaald voor het instellen van de schorsingsvordering, dus uiterlijk op 16.06.1997 (nu de notificatie van het bestreden Ministerieel Besluit aan eiseres geschiedde op 17.04.1997). (...) Dergelijke bekrachtiging ligt niet voor, werd nimmer overgemaakt aan Uw Hoog Rechtscollege, noch was vervat in de zending van de raadsman van eiseres dd. 23.06.1997 aan de raadsman van verweerster. Uiteraard kan ook de beslissing van de Raad van Bestuur van 28.02.1998 niet als dusdanig gelden. En zelfs in het meest onmogelijke geval dat Uw Hoog Rechtscollege zou aanvaarden dat het zogenoemde stuk 2 zou kunnen doorgaan als beslissing om op te treden in rechte in voorliggend verzoek in nietigverklaring, dan nog weze beklemtoond dat de zogenoemde beslissing niet werd genomen door de Raad van Bestuur, daar de Raad van Bestuur overeenkomstig de statuten (Stuk 3, blz.4, kol. 2; zie ook het stuk 9 van eiseres) bestaat uit de Heren Alfons & Tommy Levrau, de Mevrouwen Vanluchene Monique & Levrau Ann en de N.V. J & N, en dus geenszins bestaat uit slechts en alleenlijk Mevrouw Van Luchene en de Heer Alfons Levrau die de beslissing dd. 09.06.1997 zouden hebben genomen. De beslissing die niet genomen is door de Raad van Bestuur, minstens door een onregelmatig samengestelde Raad van Bestuur, maakt dan ook dat dergelijke beslissing geen rechtsgevolgen kan ressorteren”; Overwegende dat de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord het volgende repliceert: “Verweerster werpt de niet-ontvankelijkheid op van huidig beroep tot nietigverklaring gezien de beslissing daartoe niet zou genomen zijn door een geldig samengestelde raad van bestuur. Het betreft de beslissing dd.09-06-1997 (stuk 2): ‘Op heden 09.06.97 is de Raad van Bestuur van de N.V. LEVRAU, met zetel te 8720 DENTERGEM-WAKKEN, Molenstraat 35 samengekomen, en werd met eenparigheid beslist een beroep tot nietigverklaring in te stellen bij de Raad van State tegen het Ministerieel Besluit van de Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening genomen te Brussel op 14-04-1997 houdende verwerping van het beroep van de N. V. LEVRAU tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West- Vlaanderen, waarbij de vergunning is geweigerd voor de uitbreiding en de verbouwing van een metaalverwerkend bedrijf aan de Molenstraat te Dentergem. X-7493-3/6 Waren aanwezig de leden DHR. LEVRAU ALFONS MEVR. VANLUCHENE MONIQUE (...)’ Overeenkomstig de statutenwijziging dd.28-04-1989 bestaat de raad van bestuur uit: dhr. Alfons LEVRAU (tevens aangesteld als voorzitter en gedelegeerd bestuurder), mevr. Monique VANLUCHENE, dhr. Joseph LEVRAU (tevens aangesteld als gedelegeerd bestuurder), mevr. Noëlla VERSTRAETE, de NV JOAL (...). Op de gewone algemene vergadering dd.01 -06-1994 (...) werd de raad van bestuur opnieuw samengesteld uit: dhr. Alfons LEVRAU (tevens benoemd als afgevaardigd-bestuurder), mevr. Monique VANLUCHENE, mevr. Ann LEVRAU, dhr. Tommy LEVRAU, de NV JOAL (ontbonden dd.30-012-1997 ...) en de NV J&N. Het besluit tot het instellen van een beroep tot nietigverklaring is echter rechtsgeldig; Immers, de statuten voorzien in een beding dat alle machten van de raad van bestuur toekent aan een gedelegeerd bestuurder: ‘De Heren Alfons LEVRAU en Joseph LEVRAU, beiden voornoemd, worden in toepassing van artikel drieëntwintig van de statuten het dagelijks bestuur van de vennootschap opgedragen en worden tot gedelegeerde- bestuurders benoemd aan wie alle machten van de Raad van Bestuur worden gedelegeerd overeenkomstig de artikelen drieëntwintig en vierentwintig van de statuten van de vennootschap.’ (...) Dergelijk beding wordt mogelijk gemaakt door artikel 54, vierde lid Venn.W.: ‘De statuten kunnen echter aan een of meer bestuurders bevoegdheid verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap in en buiten rechte te vertegenwoordigen.’ Deze bevoegdheid van de gedelegeerd bestuurder om de vennootschap in rechte te verbinden is door de rechtspraak van de Raad van State aanvaard (...). Het betrokken besluit werd onder andere ondertekend door de heer Alfons LEVRAU, gedelegeerd bestuurder (...). Na het tussengekomen arrest nr.71.289 van 28-01-1998 werd door voornoemde voltallige Raad van Bestuur beslist om de procedure ten gronde verder te zetten (...)”; dat zij daar in haar laatste memorie nog aan toevoegt: “Thans voegt verzoekster als haar stuk 12 de beslissing genomen dd. 22-02-2002 door de voltallige Raad van Bestuur, waarbij zij de beslissing dd. 09-06-1997 tot instellen van een annulatieprocedure bevestigen als zijnde haar beslissing”; Overwegende dat luidens artikel 54, eerste en tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, in principe alleen de raad van bestuur bevoegd is om namens een naamloze vennootschap een rechtsgeding in te leiden en de vennootschap in rechte te vertegenwoordigen; dat blijkens artikel 54, vierde lid, van evengenoemde gecoördineerde wetten de statuten aan één of meer bestuurders bevoegdheid kunnen verlenen om alleen of gezamenlijk de vennootschap in en buiten rechte te vertegenwoordigen; dat indien in de statuten geen dergelijke ondubbelzinnige bepaling te vinden is, alleen de raad van bestuur bevoegd is om de beslissing te nemen in rechte te treden; X-7493-4/6 Overwegende dat in de statuten van de verzoekende partij wordt bepaald wat volgt: “Bij ontstentenis van een bij Besluit van de Raad van Bestuur gegeven machtiging of volmacht en onverminderd de algemene vertegen- woordigingsbevoegdheid voor het dagelijks bestuur evenals de algemene vertegenwoordigingsbevoegdheid van de Raad van Bestuur als college, wordt de vennootschap ten aanzien van derden in en buiten rechte rechtsgeldig verbonden door een gedelegeerde-bestuurder, alleen optredende. (...)
- De Heren Alfons LEVRAU en Joseph LEVRAU, beiden voornoemd, worden in toepassing van artikel drieëntwintig van de statuten het dagelijks bestuur van de vennootschap opgedragen en worden tot gedelegeerde-bestuurders benoemd aan wie alle machten van de Raad van Bestuur worden gedelegeerd overeenkomstig de artikelen drieëntwintig en vierentwintig van de statuten van de vennootschap. (...)”; dat, in tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij voorhoudt, in de bovenvermelde statuutsbepaling geen duidelijke bevoegdheidsdelegatie kan worden gelezen die er ondubbelzinnig toe strekt dat de gedelegeerde bestuurders bevoegd waren de beslissing te nemen in rechte te treden; dat dit des te meer klemt nu de verzoekende partij, blijkens de door haar overgelegde stukken, zelf van oordeel was dat de beslissing diende genomen te worden door de raad van bestuur; dat bijgevolg alleen de raad van bestuur bevoegd was om de beslissing te nemen in rechte te treden; dat op het ogenblik van het nemen van de beslissing om in rechte te treden, de raad van bestuur samengesteld was uit zes bestuurders; dat het besluit van 9 juni 1997 van de raad van bestuur van de verzoekende partij, waarbij werd beslist “een beroep tot nietigverklaring in te stellen bij de Raad van State”, werd genomen door slechts twee van de zes bestuurders; dat in casu de raad van bestuur niet regelmatig was samengesteld; dat bovendien, anders dan de verzoekende partij in haar memorie van antwoord voorhoudt, de beslissing van de raad van bestuur, ook al waren daarin op dat ogenblik de gedelegeerde bestuurders aanwezig, niet kan worden gelijkgesteld met een rechtsgeldige beslissing van een gedelegeerd bestuurder als orgaan van de vennootschap; Overwegende dat het gebrek aan een rechtsgeldige beslissing om in rechte te treden niet kan worden goedgemaakt door de bij de laatste memorie van de verzoekende partij gevoegde beslissing, gedagtekend op 26 februari 2002 en ondertekend door de voltallige raad van bestuur, waarin wordt gesteld dat “de Raad van Bestuur bevestigt (...) dat de beslissing dd. 09-06-1997 genomen door de gevolmachtigde gedelegeerd bestuurder LEVRAU Alfons en bestuurder VANLUCHENE Monique, tot het instellen van de onderhavige annulatieprocedure dient te worden aanzien als de beslissing van de voltallige Raad van Bestuur, dit X-7493-5/6 overeenkomstig de statuten waarbij de Raad van Bestuur alle machten kan delegeren aan de gedelegeerd bestuurder”; dat immers rechtshandelingen die binnen een vervaltermijn dienen te worden verricht, in casu het nemen van de beslissing om in rechte te treden vóór het verstrijken van de beroepstermijn, slechts kunnen worden bekrachtigd of bevestigd wanneer die bekrachtiging of bevestiging vóór het verstrijken van die termijn geschiedt; dat aangezien het bestreden besluit aan de verzoekende partij werd betekend op 17 april 1997, de bevestiging, gedagtekend op 26 februari 2002, buiten de beroepstermijn werd genomen; Overwegende dat uit wat voorafgaat volgt dat het beroep niet op ontvankelijke wijze werd ingesteld; dat de exceptie gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig juni 2007, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. R. STEVENS, kamervoorzitter, J. BOVIN, staatsraad, D. MOONS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-7493-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.172.970 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.71.289 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div