id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.125 Rolnummer: A. 184015/XII-5136 Zaak: Arrest 173125 - Overheidsopdrachten - 03/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-06 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 22:05 Fiche Arrest nr 173.125 van 3 juli 2007 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 173.125 van 3 juli 2007 in de zaak A. 184.015/XII-
- In zake : de NV ISS, die woonplaats kiest bij advocaat C. De Wolf, kantoor houdende te Maarkedal, Etikhovestraat 6 tegen : de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN VLAAMS-BRABANT, die woonplaats kiest bij advocaat D. Socquet, kantoor houdende te Tervuren, Merenstraat
- tussenkomende partij : de NV EUROCLEAN, die woonplaats kiest bij advocaat T. Eyskens, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV ISS op 15 juni 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beslissing d.d. 31 mei 2007 van verwerende partij, aan verzoekende partij overgemaakt bij schrijven d..d. 5 juni 2007 en door haar ontvangen op 6 juni 2007 om de opdracht “‘Provinciehuis Vlaams-Brabant te Leuven. Het dagelijks en periodiek hygiënisch onderhoud van het provinciehuis Vlaams-Brabant. Algemene Offerteaanvraag met Europese bekendmaking’. te gunnen aan de firma Euroclean”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-5136-1/12 Gelet op de beschikking van 18 juni 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 juni 2007, om 10.30 uur; Gezien het op 22 juni 2007 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Euroclean vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat C. De Wolf, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat D. Socquet, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat T. Eyskens, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. Barra; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST : De gegevens van de zaak
- De in het geding zijnde overheidsopdracht is te begeven volgens de procedure van de algemene offerteaanvraag waarbij de uit te voeren dienst “één perceel betreft bestaande uit twee onderdelen: dagelijkse en periodieke schoonmaak van het Provinciehuis Vlaams-Brabant”. Inzake prijsbepaling wordt in het toepasselijke bestek gesteld dat het gaat om een gemengde opdracht, bedoeld in artikel 86 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken. De gunningscriteria zijn de prijs (zeventig punten) en de technische kwaliteit (dertig punten). De raming van opdracht bedraagt 600 000 euro, BTW inbegrepen. XII-5136-2/12
- Er worden vijf offertes ingediend waaronder die van verzoekende partij en die van tussenkomende partij.
- Er wordt door verwerende partij een vergelijking opgesteld der inventarissen van de diverse inschrijvers. Hieruit blijkt dat alle inschrijvers voor bepaalde posten te duur of te goedkoop zijn (meer dan 15 % boven gemiddelde of meer dan 15 % onder gemiddelde).
- Met een brief van 20 februari 2007 stelt verwerende partij een aantal vragen aan tussenkomende partij. Inzake abnormaal hoge prijzen betreft het drie posten uit de reeks dagelijkse en periodieke schoonmaak (totaal van 14 posten) en één post inzake de reeks op afroep (op een totaal van 7 posten). Inzake de abnormaal lage prijzen betreft het tien posten uit de reeks dagelijkse en periodieke schoonmaak en drie posten inzake de reeks op afroep. Verzoekende partij heeft dezelfde problemen met in totaal 3 posten uit de reeks dagelijkse en periodieke schoonmaak en 6 posten inzake de reeks op afroep. Voorts wijst verwerende partij bij tussenkomende partij op het abnormaal laag aantal uren, namelijk 36,58 uur per dag, dat opgegeven wordt en waarvan verwerende partij stelt dat ze meer dan 15 % lager liggen dan het gemiddelde. Verwerende partij verwijst daarbij naar artikel 110 van het voormelde koninklijk besluit van 8 januari 1996 en geeft een antwoordtermijn van 12 kalenderdagen. Met een brief van 28 februari 2007 antwoordt tussenkomende partij.
- Op 13 april 2007 brengt de juridische dienst van verwerende partij volgend advies uit : “Naar aanleiding van de abnormale prijzen werd er aan de inschrijvers schriftelijk gevraagd om een omstandige, gedetailleerde motivering te geven van de prijsbepaling van de bewuste posten. Er werd ook bijkomende informatie gevraagd omtrent bestanddelen van de offerte die niet met de werkelijkheid overeenstemmen. Euroclean vermeldt in haar brief van 28 februari 2007 dat de 36,58 uren per dag vermeld in de ingezonden inventaris enkel de dagelijkse schoonmaakwerken zoals beschreven in het lastenboek omvatten. Voor de XII-5136-3/12 periodieke werken worden er 4,83 uren extra gemiddeld per dag voorzien (niet vermeld in de oorspronkelijke inventaris, maar wel verrekend in de opgegeven prijzen). Naar aanleiding van de vraag naar informatie wijzigt Euroclean z’n oorspronkelijke offerte. De uren per dag worden immers opgetrokken van 36,58 uren naar 41,41 uren. De verklaring die Euroclean hiervoor geeft (onderscheid tussen ‘dagelijks’ en ‘dagelijks en periodiek’), is weliswaar gezocht, maar kan niet zomaar genegeerd worden. Het lijkt niet kennelijk onredelijk dat men deze vergissing begaan heeft. Met enige goodwill kan men deze ‘verduidelijking’ dan ook aanvaarden. Het blijft uiteraard wel mogelijk om de offerte van Euroclean als onregelmatig te beschouwen, omwille van het abnormaal karakter van de prijzen. Vooreerst kan daarbij vastgesteld worden dat de door Euroclean gegeven verantwoording eerder een stijlclausule dan wel een grondige verantwoording is. Daarnaast moet vastgesteld worden dat Euroclean op wel zéér veel elementen een substantieel van het gemiddelde afwijkende prijs opgeeft. Deze elementen kunnen zeker bijdragen tot de afdoende motivering van het te nemen besluit. De offerte van Euroclean nv kan derhalve worden geweerd.”
- Er wordt een ontwerp van beslissing door de administratie van verwerende partij opgesteld en voorgelegd aan de bestendige deputatie, waarbij als een van de conclusies geldt dat NV Euroclean “na overleg met en advies van de juridische dienst niet verder wordt meegenomen in de analyse”. De offertes van de andere inschrijvers worden wel verder beoordeeld en er wordt voorgesteld de opdracht toe te wijzen aan verzoekende partij NV ISS. In vergadering van 3 mei 2007 wordt dit voorstel door de bestendige deputatie niet gevolgd. De deputatie beslist om de offerte van NV Euroclean toch mee op te nemen en een nieuw toewijzingsdossier voor te leggen omdat NV. Euroclean zijn prijzen en middelen voldoende heeft verduidelijkt en aangetoond via referenties dat zij grote opdrachten aankan.
- Op 31 mei 2007 treft de bestendige deputatie de bestreden beslissing waarbij de opdracht wordt toegewezen aan NV Euroclean voor een totaal jaarlijks bedrag van 275.411,05 euro, BTW inbegrepen. Wat het onderzoek van de neergelegde prijzen betreft, vermeldt die beslissing hetgeen volgt : “De firma Euroclean nv geeft in haar brief van 28 februari 2007 een eerder summiere verklaring voor de abnormale prijzen. Zij verwijst in eerste instantie naar haar jarenlange ervaring in soortgelijke gebouwen. Het bestuur stelt inderdaad vast dat de firma Euroclean nv, via de gevraagde referentielijst in de selectiecriteria, beschikt over voldoende soortgelijke referenties. De inschrijver XII-5136-4/12 werd dan ook, na onderzoek van de selectiecriteria (zie punt IV
- - hierboven), voor dit item geselecteerd. Men kan niet voorbij aan het feit dat Euroclean voor sommige posten afwijkt van de gemiddelde prijzen. Voor de belangrijkste posten evenwel, de totale prijs én de schoonmaak van de administratieve ruimtes, is er van een abnormale afwijking van de gemiddelde prijs geen sprake. Voor de andere posten is moeilijk in te schatten of deze een substantiële impact zullen hebben op de kwaliteit van de geleverde prestaties. Aangezien er, conform het bestek (zie ondermeer p. 20-22), een regelmatige opvolging én correctieve bijsturingen zullen gebeuren, kunnen de opgegeven uren slechts als richtinggevend, en niet als determinerend (i.c. eliminerend) beschouwd worden. In deze omstandigheden is het niet verantwoord enkel op grond van deze elementen de offerte onregelmatig te verklaren. Bovendien geeft Euroclean een aanvaardbare uitleg voor het lage aantal uren waarmee zij aanvankelijk “ingeschreven” had. In haar oorspronkelijke offerte vermeldde deze firma 36,58 uren in de inventaris. Euroclean stelt hierover letterlijk : De voorziene 36,58 uren per dag in de ingezonden inventaris omvatten enkel de dagelijkse schoonmaakwerken zoals beschreven in het lastenboek. Voor de periodieke werken voorzien wij 4,83 uren extra gemiddeld per dag (niet vermeld in de oorspronkelijke inventaris, maar wel verrekend in de opgegeven prijzen) De voorziene totale aantal werkuren (toezicht inbegrepen) bedraagt dus 41,41 uren gemiddeld per dag. Wij laten U dan ook in bijlage een nieuwe (meer gedetailleerde) inventaris geworden (de prijzen zijn ongewijzigd gebleven). Als bijlage voegt Euroclean dan een verduidelijkende inventaris. Vooreerst moet vastgesteld worden dat door de redactie van de inventaris (blz. 75 van het bestek) enige verwarring mogelijk is. Waar bovenaan duidelijk ‘Dagelijkse en periodieke schoonmaak van het provinciehuis’ (eigen cursivering) wordt vermeld, staat onder de titel ‘AANTAL UREN PROGR’ enkel het woord ‘dagelijks’. Het is derhalve aannemelijk dat Euroclean zich, door de afwezigheid van de term ‘periodiek’ onder de tweede titel, vergist heeft en enkel uren van de louter ‘dagelijkse’ schoonmaakbeurten heeft vermeld. In deze omstandigheden kan deze vergissing en de rechtzetting ervan principieel aanvaard worden. Uit de ‘verduidelijkende’ inventaris blijkt verder het volgende :
- Euroclean voorziet 835,08 schoonmaakuren per maand, terwijl de huidige dienstverlener ISS in zijn offerte 868,95 uren per maand voorziet. Euroclean wijkt hiermee slechts 4 % af van de offerte van ISS, hetgeen niet als abnormaal beschouwd kan worden.
- Indien men de maandprijs van Euroclean (18.103,73i) deelt door het aantal schoonmaakuren, bedraagt het gemiddelde uurloon 21,68 i, hetgeen volledig in de lijn ligt van de andere inschrijvers, die gemiddeld 21,93 i als gemiddeld uurloon aanrekenen. Euroclean wijkt hier dus nauwelijks meer dan 1 % van af.
- Euroclean wijzigt zijn oorspronkelijke prijs niet. De offerte bevat evenmin enig voorbehoud met betrekking tot deze prijs. In deze omstandigheden kan de offerte van Euroclean, zoals verduidelijkt bij brief van 28 februari 2007, als regelmatig beschouwd worden”. XII-5136-5/12 Als eindrangschikking wordt dan het volgende vastgesteld : Firma TOTAAL TOTAAL TOTAAL SCORE RANG score score score ‘prijs’ ‘program ‘veiligheid, ma’ kwaliteit, milieu’ Laurenty 64,97 11,25 7,50 83,72 4 NV ISS nv 66,13 11,25 11,25 88,63 2 Euroclean 70,00 11,25 11,25 92,50 1 nv Cleaning 60,90 11,25 15,00 87,15 3 Masters nv GOM nv 60,72 11,25 11,25 83,22 5
- Met een brief van 5 juni 2007 wordt verzoekende partij in kennis gesteld van de toewijzing aan tussenkomende partij. Met een brief van 8 juni 2007 vraagt verzoekende partij aan verwerende partij het toekenningsverslag en de gemotiveerde beslissing. Met een brief van 11 juni 2007 bezorgt verwerende partij aan verzoekende partij de gemotiveerde beslissing. De grondvoorwaarden voor de schorsing
- Krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. De middelen
- Wat de tweede voorwaarde betreft, steunt verzoekende partij een enig middel op schending van artikel 16 van de wet van 24 december 1993 XII-5136-6/12 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, van artikel 110, § 2, § 3 en § 4 en van artikel 115, voorlaatste lid, van het meervermelde koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, van het gelijkheidsbeginsel, van artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, en van de materiële motiveringsplicht als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur. Zij betoogt daartoe in een eerste onderdeel dat tussenkomende partij n.a.v. een door verzoekende partij gevraagde prijsverantwoording haar offerte, met name de inventaris heeft gewijzigd, dat de offerte behept was met een substantiële onregelmatigheid wegens abnormale prijzen, dat om zulks dit te regulariseren tussenkomende partij haar offerte heeft gewijzigd door het aantal uren per dag op te trekken van 36,58 uren tot 41,41 uren en er geen sprake is van een vergissing of toelichting. In een tweede onderdeel betoogt zij dat er een kennelijk ontoereikende en niet draagkrachtige prijsverantwoording is vanwege tussenkomende partij, dat zelfs volgens de juridische dienst van verwerende partij de door tussenkomende partij verstrekte verantwoording “eerder een stijlclausule dan wel een grondige verantwoording” was en daarin wordt opgemerkt dat tussenkomende partij “op wel zeer veel elementen een substantieel van het gemiddelde afwijkende prijs opgeeft”. Beoordeling
- De in te vullen inventaris te voegen bij de offerte voorziet in het invullen van twee reeksen posten. Een eerste reeks bevat 14 posten voor “dagelijkse en periodieke” schoonmaak; voor deze posten dient een forfaitaire prijs opgegeven te worden voor een maand; onder aan die reeks wordt gevraagd het “aantal uren” voor dit programma te vermelden enerzijds naast de term “dagelijks”, anderzijds naast de term “maandbasis”. Een tweede reeks -van 7 posten- is te vinden onder de rubriek “op afroep”; voor deze posten is een vermoedelijke hoeveelheid per jaar vermeld. De problematiek van de uren is bij de eerste reeks te situeren. XII-5136-7/12 Tussenkomende partij heeft in de inventaris zoals gevoegd bij haar offerte als aantal uren dagelijkse schoonmaak opgegeven 36,58 u, op maandbasis 737,70 uur; verzoekende partij geeft opgegeven 43,09 u/868,95 u; het gemiddelde over de inschrijvers is 44,11/889,60 u. (berekend over drie inschrijvers - de hoogste en de laagste (tussenkomende partij) worden niet meegerekend). Tussenkomende partij stelt in haar verantwoording dat daar waar de inventaris uitdrukkelijk stelt “dagelijks”, ze de periodieke uren niet had opgenomen; in haar verantwoording bepaalt ze periodieke uren op 97 uur op maandbasis wat een maandtotaal geeft aan dagelijkse en periodieke schoonmaakuren van 835,08 u of per dag 41,41 u. Verwerende partij past blijkbaar per analogie de bepaling toe inzake abnormale prijzen van artikel 110, § 4, van het voormelde koninklijk besluit van 8 januari
- Die bepaling regelt echter enkel aanbestedingen van werken en niet een offerte-aanvraag voor diensten die te dezen voorhanden is. Ongeacht de vraag of in rechte gevolgen zouden moeten worden verbonden aan deze werkwijze inzake prijsonderzoek, kan in de huidige stand van de procedure worden volstaan vast te stellen dat alle inschrijvers, en zekerlijk ook verzoekende partij in niet geringe mate, “abnormale” prijzen hebben opgegeven. Aldus is bij verzoekende partij zelfs van alle zeven posten bij de reeks op afroep er slechts één niet abnormaal.
- Gelet op hetgeen voorafgaat, leidt het eerste onderdeel van het middel wezenlijk tot de vraag of tussenkomende partij na opening van de offertes haar offerte heeft aangepast, op een wijze dat het de verwerende partij niet meer was toegestaan ze nog als regelmatig aan te merken. Volgens verzoekende partij is het “optrekken” van de uren periodieke/dagelijkse schoonmaak van 36,58 naar 41,41 per dag een wijziging van de offerte. De uitleg van tussenkomende partij daaromtrent lijkt echter een andere conclusie te rechtvaardigen en wel om volgende redenen. In de bestreden beslissing zelf wordt terecht aangegeven dat de redactie van de inventaris niet zeer duidelijk was. Het feit dat tussenkomende partij de enige was die hier een vergissing heeft begaan lijkt op zich niet bepalend voor de beslechting van het geschil. De totale prijs van haar offerte lijkt niet te zijn gewijzigd. Het gemiddelde uurloon wordt 18.103,73 euro gedeeld door 835,08 u/maand = 21,68 euro wat vergelijkbaar XII-5136-8/12 is met de prijs die andere inschrijvers bieden. Zulks was reeds het geval voor de uren op afroep, namelijk 21,65 euro. Met de oorspronkelijke inventaris zou het uurloon echter notoir hoger liggen : 18.103,73 euro gedeeld door 737,70 u/maand = 24,54 euro. Noch het advies van de juridische dienst van verwerende partij noch dit van de dienst centraal gebouwenbeheer zoals opgenomen in het voorstel van beslissing dat door de bestendige deputatie op 3 mei 2007 niet werd bijgevallen, lijken tot een andere opvatting te moeten leiden. De juridische dienst bestempelt immers de verduidelijking uiteindelijk als aanvaardbaar. Van zijn kant stelt de dienst centraal gebouwenbeheer dat het gaat om een wijziging door toevoeging van uren “periodieke werken” en uren “controle, begeleiding en werkorganisatie”. De toevoeging van de uren periodieke schoonmaak lijken zoals hoger vastgesteld inderdaad een verduidelijking. De uren “controle, begeleiding en werkorganisatie” lijken, in tegenstelling tot hetgeen de voormelde dienst stelt, wel reeds te zijn opgenomen in de oorspronkelijke inventaris. Uit de brief van tussenkomende partij van 28 februari 2007 kan zulks blijken: de eerst voorziene 36,58 uren worden juist gespecificeerd als bevattend 34,58 uren dagelijkse schoonmaakwerken en 2 uren per dag “controle, begeleiding en werkorganisatie”. Het eerste onderdeel is niet ernstig.
- In het tweede onderdeel wordt in wezen de verwerende partij een schending van de zorgvuldigheidsplicht en van de materiële motiveringsplicht verweten doordat ze de prijsverantwoording van de tussenkomende partij heeft aangenomen. De verantwoording van tussenkomende partij op de vraag naar bepaalde “abnormale” posten is de volgende : “
- Betreffende onze prijzen met een afwijking van meer dan 15 % tov het gemiddelde stellen wij onze jarenlange ervaring in soortgelijke gebouwen (o.a. provinciehuis te Hasselt) proefondervindelijk bewezen heeft dat de gebruikte rendementen nodig en realiseerbaar zijn.
- Het rendement en de kwaliteit van de schoonmaak is in hoge mate afhankelijk van : - begeleiding van personeel - motivatie van personeel - opleiding van personeel (ieder personeelslid wordt opgeleid) - werkplanningen en werforganisatie - opvolging en controle van de kwaliteit Hierin wordt tijdens de opstartfase (vanaf dag 1) extra geïnvesteerd door Euroclean. XII-5136-9/12
- De inzet van moderne schoonmaakmiddelen garandeert ons de vooropgestelde schoonmaakkwaliteit te kunnen behalen. Deze schoonmaakmiddelen bestaan uit : - efficiënte producten en materialen : o.a. kwalitatief hoogstaande schoonmaakproducten. - gebruik van microvezeldoeken en microvezeldweilen - rasantsystemen met microvezelrasanten - vloerautomaat (schrobzuigmachine) - ...
- Tevens verwijzen wij naar andere referenties in de nabije omgeving zoals : - Ubicenter, Philipssite te Leuven - Innovation te Leuven - Aveve te Leuven - K.U. te Leuven - Missiehuis te Heverlee - Ikea te Zaventem - Hoofdkwartier Belgisch Leger te Evere - ...”.
- In de bestreden beslissing lijkt verwerende partij een afweging te hebben gemaakt en uiteindelijk tot het besluit te zijn gekomen dat het in de gegeven omstandigheden niet verantwoord was de offerte onregelmatig te verklaren. Het advies van de juridische dienst van verwerende partij besluit weliswaar dat de offerte “kan” worden geweerd doch besluit niet dat er een rechtsplicht tot onregelmatigverklaring zou moeten zijn. Verwerende partij heeft vastgesteld dat in de offerte van de tussenkomende partij de totaalprijs en de belangrijkste post van de schoonmaak administratieve ruimten niet abnormaal waren. Zulks werd als volgt in de motivering van de bestreden beslissing verwoord : “Men kan niet voorbij aan het feit dat Euroclean voor sommige posten afwijkt van de gemiddelde prijzen. Voor de belangrijkste posten evenwel, de totale prijs én de schoonmaak van de administratieve ruimtes, is er van een abnormale afwijking van de gemiddelde prijs geen sprake. Voor de andere posten is moeilijk in te schatten of deze een substantiële impact zullen hebben op de kwaliteit van de geleverde prestaties”. Er moet in de huidige stand van de procedure worden aangenomen dat verwerende partij daarmee de bestreden beslissing steunt op deugdelijke motieven en niet onzorgvuldig was in haar besluitvorming. Zulks geldt des te meer, nu verzoekende partij zelf in haar brief van 2 maart 2007 met verantwoording van haar abnormale prijzen in wezen vergelijkbare opmerkingen geeft als tussenkomende partij, argumenten gelieerd onder meer aan procédés van zuinigheid, die passen in artikel 110, § 3, van het naar analogie voormelde koninklijk besluit van 8 januari
- In die brief beroept verzoekende partij, om XII-5136-10/12 haar prijzen te verantwoorden, zich trouwens van haar kant, ook op haar eigen ervaring. Het tweede onderdeel is evenmin ernstig, zodat het enig middel in zijn geheel niet ernstig is.
- Aan de tweede in het voormelde artikel 17 gestelde voorwaarde is niet voldaan. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLUIT DE RAAD VAN STATE : Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV Euroclean in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. XII-5136-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie juli 2007, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-5136-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.125 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.