id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.203 Rolnummer: A. 108978/XII-3248 Zaak: Arrest 173203 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 05/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-20 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-29 22:11 Fiche Arrest nr 173.203 van 5 juli 2007 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.203 van 5 juli 2007 in de zaak A. 108.978/XII-
- In zake : Willy OSSELAERE, die woonplaats kiest bij advocaten E. Van der Mussele en Y. Vanden Bosch, kantoor houdende te Antwerpen, Justitiestraat 18 A tegen :
- de STAD ANTWERPEN,
- het VLAAMSE GEWEST. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Willy Osselaere op 14 augustus 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 15 juni 2001 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken houdende goedkeuring van het besluit van 14 maart 2001 van het college van burgemeester en schepenen van Antwerpen waarbij hem de tuchtsanctie van schorsing voor een maand wordt opgelegd; Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur B. Thys; Gelet op de beschikking van 24 januari 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 8 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3248-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat S. Bleyenbergh die, loco advocaat P. Van Der Straten verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur B. Thys; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoeker sinds 1 mei 1976 in dienst is van de stad Antwerpen; dat hij luitenant is bij de stedelijke brandweerdienst; dat de officier- dienstchef op 13 december 2000 lastens verzoeker een feitenverslag opstelt; dat verzoeker op 15 december 2000 zijn opmerkingen meedeelt, waarna de officier- dienstchef op 11 januari 2001 stelt dat een inhouding van 20% van wedde voor zes maanden verdedigbaar is; dat de secretaris van de stad Antwerpen op 20 februari 2001 in een tuchtverslag lastens verzoeker besluit dat, gezien eerdere feitenverslagen voor gelijkaardige feiten en de op grond daarvan opgelegde tuchtstraf van inhouding van 20% van wedde gedurende twee maanden die nog niet is doorgehaald, een bestraffing met een schorsing gedurende één maand verantwoord is; dat het college van burgemeester en schepenen op 14 maart 2001 besluit verzoeker bij tuchtmaatregel gedurende een maand te schorsen; dat een afschrift van voormeld besluit bij ter post aangetekende brief van 26 maart 2001 aan verzoeker wordt bezorgd; dat verzoeker op 12 april 2001 bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap beroep instelt tegen voornoemd tuchtbesluit; dat op 15 juni 2001 de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken de bestreden beslissing neemt; Overwegende dat artikel 307 van de nieuwe gemeentewet luidt : “Van de met redenen omklede beslissing wordt zonder verwijl kennis gegeven aan de betrokkene, hetzij bij een ter post aangetekende brief, hetzij door overhandiging tegen ontvangstbewijs. Wordt van de beslissing geen kennis gegeven binnen de termijn van tien werkdagen, dan wordt ze als ingetrokken beschouwd. Tuchtvervolging voor dezelfde feiten kan niet worden ingesteld. In de kennisgeving van de beslissing wordt melding gemaakt van de bij de wet bepaalde rechtsmiddelen en van de termijn waarbinnen ze uitgeoefend kunnen worden”; Overwegende dat het begrip “werkdag” in de aangehaalde bepaling alle dagen omvat behalve zon- en feestdagen; dat de kennisgeving gebeurt XII-3248-2/4 op het ogenblik dat de aangetekende zending aan de betrokkene wordt aangeboden, niet op het ogenblik dat zij voor verzending ter post wordt afgegeven; Overwegende dat het tuchtbesluit van 14 maart 2001 van het college van burgemeester en schepenen door de afgevaardigde schepen en de gemachtigde stadsambtenaar bij brief van vrijdag 23 maart 2001 aan verzoeker is meegedeeld; dat uit de “lijst der aangetekende stukken” blijkt dat voormelde brief pas op maandag 26 maart 2001 ter post voor aangetekende verzending werd afgegeven; dat, aangenomen dat verzoeker die brief reeds op dinsdag 27 maart 2001 heeft ontvangen, moet worden besloten dat de kennisgeving van het tuchtbesluit van het college van burgemeester en schepenen niet binnen de door artikel 307 van de nieuwe gemeentewet voorgeschreven termijn is gebeurd: dinsdag 27 maart 2001 is immers de elfde werkdag na het nemen van het tuchtbesluit op 14 maart 2001; dat bijgevolg de sanctie geldt waarin artikel 307 van de nieuwe gemeentewet voorziet: het tuchtbesluit moet als ingetrokken worden beschouwd en een tuchtvervolging voor dezelfde feiten kan niet worden ingesteld; Overwegende dat aangezien het tuchtbesluit van 14 maart 2001 als ingetrokken moet worden beschouwd, tweede verwerende partij haar bevoegdheid te buiten is gegaan door er niettemin het goedkeuringstoezicht na beroep, zoals bedoeld in artikel 6 van het decreet van 24 juli 1991 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de handelingen betreffende tucht- en sommige ordemaatregelen genomen ten opzichte van het gemeentepersoneel bedoeld in de nieuwe gemeentewet, op uit te oefenen; Overwegende dat de bevoegdheid de openbare orde raakt en de betrokken onwettigheid ambtshalve moet worden aangevoerd; dat ze de nietigverklaring dient mee te brengen van het aangevochten ministerieel besluit, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt het besluit van 15 juni 2001 van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Huisvesting en Ambtenarenzaken houdende goedkeuring van het besluit van 14 maart 2001 van het college van XII-3248-3/4 burgemeester en schepenen van Antwerpen waarbij Willy Osselaere de tuchtsanctie van schorsing voor een maand wordt opgelegd. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf juli 2007, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3248-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.203 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div