← België

Arrest 173284 - Varia (onderwijs en cultuur) - 06/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.284 Rolnummer: A. 184110/XII-5142 Zaak: Arrest 173284 - Varia (onderwijs en cultuur) - 06/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-11 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 22:15 Fiche Arrest nr 173.284 van 6 juli 2007 Onderwijs en cultuur - Varia (onderwijs en cultuur) Beslissing : Bevolen Verwerping dwangsom Verwerping voorlopige maatregelen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.284 van 6 juli 2007 in de zaak A. 184.110/XII-

  1. In zake : Koen VAN MONTFORT, die woonplaats kiest bij advocaat G. BAETEN, kantoor houdende te STERREBEEK, Burchtstraat 18 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep Midden-Brabant, dat woonplaats kiest bij advocaat M . STOMMELS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Amerikalei 220 bus
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER, Gezien het verzoekschrift dat Koen VAN MONTFORT op 23 juni 2007 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 22 mei en 7 juni 2007 van de delibererende klassenraad van het koninklijk atheneum Zaventem, betekend bij aangetekend schrijven van 13 juni 2007 van de directeur, ontvangen op 15 juni 2007, om verzoeker opnieuw een oriënteringsattest C toe te kennen voor het tweede jaar van de derde graad ASO Moderne Talen - Wetenschappen”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoeker de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien het verzoekschrift tot voorlopige maatregelen en tot het opleggen van een dwangsom; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 28 juni 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 4 juli 2007, om 10.00 uur; XII-5142-1/10 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. BAETEN, die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat M. STOMMELS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd R. VAN DER GUCHT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; OVERWEEGT WAT VOLGT : De gegevens van de zaak
  3. Verzoeker volgt tijdens het schooljaar 2005-2006 de lessen van het tweede jaar van de derde graad ASO, moderne talen-wetenschappen, aan het koninklijk atheneum te Zaventem. Nadat de delibererende klassenraad een beslissing over verzoeker heeft uitgesteld tot na het afleggen van bijkomende examens wiskunde en chemie, beslist de klassenraad op 31 augustus 2006 verzoeker een oriënteringsattest C te verlenen met als motief: “niet geslaagd in 1 van beide herexamens”. Nadat verzoeker de interne beroepsprocedure van overleg en beroep bij de beroepscommissie heeft doorlopen, wordt hem door de algemeen directeur van de scholengroep met een brief van 8 september 2006 meegedeeld dat de delibererende klassenraad overeenkomstig het advies van de beroepscommissie niet opnieuw wordt samengeroepen zodat het C-attest gehandhaafd blijft. Bij arrest nr. 167.732 van 13 februari 2007 beveelt de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van deze beslissing. XII-5142-2/10 Op 16 februari 2007 deelt de algemeen directeur aan verzoeker mee dat hij, kennis nemende van het schorsingsarrest, de beslissing van 8 september 2007 intrekt en dat hij de delibererende klassenraad “zo vlug mogelijk opnieuw zal samenroepen”. Op 1 maart 2007 beslist de klassenraad “met unanimiteit” verzoeker het C-attest toe te kennen. Bij arrest nr. 170.231 van 19 april 2007 beveelt de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van deze tweede beslissing. De delibererende klassenraad komt opnieuw samen op 22 mei en 7 juni 2007, en beslist met unanimiteit om (opnieuw) het C-attest toe te kennen aan verzoeker, op grond van een zeer omstandige motivering. Volgens de klassenraad hielden de punten die door verzoeker in de voorgaande jaren voor wiskunde en chemie werden gehaald en die in de bestreden beslissing worden opgesomd een “duidelijke waarschuwing in om geen richting met veel wiskunde (en chemie) te overwegen” en werd verzoeker mondeling daarop gewezen en gewaarschuwd dat ofwel “een studierichting met vijf uur wiskunde moeilijk haalbaar is” of minstens dat “een zeer grote inzet en inspanning voor wiskunde zou nodig zijn.” De klassenraad stelt dan wat volgt : “De klassenraad is (...) van oordeel dat wanneer een leerling over de hele periode van het schooljaar onder de helft blijft op de quotaties voor dagelijks werd, hoofdzakelijk gesteund op toetsen en overhoringen, dit zoniet een automatisch aantonen is van niet in staat zijn regelmatig te werken, dan toch minstens daar heel erg op wijst. Ook is het zo dat in de loop van het tweede jaar van de derde graad mevrouw A. Luyten, leerkracht wiskunde, Koen Van Montfort regelmatig verzocht naar de door haar aangeboden en gegeven inhaallessen wiskunde te komen. Koen vond het, ondanks aandringen van mevrouw A. Luyten, in tegen- stelling tot andere leerlingen uit de klas van Koen (o.m. Sonia Santamaria Rodriguez die regelmatig aanwezig was) niet nodig die inhaallessen bij te wonen. De klassenraad gaat er mee akkoord dat : ‘De oorspronkelijke formulering ‘niet geslaagd in 1 van beide herexamens’ op het rapport de indruk zou kunnen wekken dat er een blinde toepassing gemaakt werd van de regel waarbij het niet slagen in een uitgestelde proef ipso facto moet leiden tot een beslissing tot niet slagen.’ Maar samen met de in de delibererende klassenraad van 01.03.07 aange- haalde argumenten nu aangevuld met de bovenstaande en het voor de XII-5142-3/10 klassenraad ook niet onbelangrijke feit dat de tekorten voor wiskunde (34,5 en 27 op 100) van een zeer erge grootorde zijn is de klassenraad van oordeel dat de beslissing van een C-attest te geven niet enkel en alleen steunt op het ‘niet slagen in een uitgestelde proef’. De klassenraad is van oordeel dat wanneer een leerling, in casu Koen Van Montfort, ondanks heel wat aanwijzingen dat de vijf uur wiskunde moeilijk haalbaar zou zijn opteert voor de studierichting moderne talen-wetenschappen met vijf uur wiskunde, dit nu net een afdoende reden is om het belang van dat vak an sich zeer zwaar te laten doorwegen. Indien Koen Van Montfort voor zijn verdere studies mikte op de pool ‘moderne talen’, daarbij zeer goed beseffende uit zijn eerdere secundaire schoolloopbaan dat wiskunde een voor hem (te?) zwaar vak was, was in de derde graad van het secundair onderwijs een keuze van bijvoorbeeld de studie- richting moderne talen-economie (met drie uur wiskunde) of in functie van zijn reeds blijkbaar lang verhoopte keuze in het hoger onderwijs (1ste jaar bachelor geschiedenis aan de KUB) wellicht nog veel beter de studierichting humane wetenschappen, een meer voor de hand liggende keuze geweest. De beide studierichtingen bevatten enerzijds een identiek pakket aan talen doch anderzijds slechts drie i.p.v. vijf uur wiskunde in moderne talen-wetenschap- pen. De klassenraad gaat ervan uit door bovenstaande heroverwogen, aangevulde of geëxpliciteerde motiveringen te hebben voldaan aan volgende opmerking van de Raad van State : ‘Maar ook voor ‘het meest gegeven vak’ moet een hoe dan ook alleenstaand tekort het bereiken van de finaliteit van de algemene vorming van het algemeen secundair onderwijs door de betrokken leerling ook niet per se uitsluiten. Van de delibererende klassenraad wordt een afweging in concreto gevergd’ De klassenraad wenst zich in deze motivering niet te beperken tot het vak wiskunde doch eveneens in te gaan op de aanmerking van de Raad van State dat : ‘Op zicht van verzoekers rapport mag hij en met hem de Raad van een zorg- vuldig delibererende klassenraad vernemen waarom dit ene tekort voor wiskunde toch niet wordt gecompenseerd door de andere behaalde cijfers om te kunnen besluiten dat verzoeker voor het geheel van de vorming heeft voldaan.’ Naast het voldoen aan de eindtermen van de afzonderlijke vakken dient een leerling ook te voldoen aan een aantal vakoverschrijdende eindtermen o.m. leren-leren en sociale vaardigheden. In deze is de klassenraad van oordeel dat Koen Van Montfort een aantal attitudes vertoont die het ‘bekwaam geacht worden zijn studies voor te zetten in het hoger onderwijs’ zoniet hypothekeert dan toch ernstig in het gedrang brengen. In verband met ‘leren-leren’ stelt de klassenraad het volgende vast : - Koen Van Montfort slaagt er niet in de ‘transfer’ naar echte wetenschap te maken : - hij is een geweldige aanhanger van quasi-pseudo-wetenschap (genre von Däniken, cfr. ‘Waren de goden Astronauten’). Hij steunt ‘zijn’ weten- schap op tv-documentaires die op een eenzijdige manier één welbepaald facet van een problematiek weergeven (cfr. het 9/11 standpunt over de complot-theorie) en weigert vanaf dat moment, ook al wordt door de leerkracht en regelmatig ook door medeleerlingen aangetoond dat er andere facetten zijn en dat wetenschap minstens veronderstelt dat alle facetten in overweging worden genomen. - analoog hecht Koen Van Montfort blindelings geloof aan zaken die hij op het internet vindt doch met een zelfde weinig wetenschappelijke benade- ring achteraf. XII-5142-4/10 Slechts na veel en lang aandringen van de leerkracht was Koen Van Montfort bereid ook eens een wetenschappelijk boek te hand te nemen. - door zijn vele ‘ontdekkingen’ via documentaires en via internet weet Koen Van Montfort bijvoorbeeld zeer veel over aspirine. Hij weet te vertellen wat men daarmee allemaal reeds aanving, welke de gevolgen er kunnen zijn van het nemen van aspirine, dat aspirine een van de medica- menten was die voor wetenschappelijk onderzoek mee naar de maan werden gestuurd en nog veel meer leuke weetjes. Doch Koen Van Montfort is er nooit in geslaagd om zich de weten- schappelijke benaming acetylsalycilzuur eigen te maken. - hij vertoont een gebrek aan empathie. Dit niet alleen op sociaal vlak maar ook voor het opvangen van gelijk welke didactische signalen die hem in veelvoud werden overgemaakt. Wat sociale vaardigheden betreft, eveneens een niet onbelangrijke factor, om te oordelen of een leerling ‘bekwaam geacht wordt zijn studies voor te zetten in het hoger onderwijs’ stelt de klassenraad volgende tekortkomingen vast doorheen de hele derde graad : - zelfevaluatie is aan hem te weinig besteed - hij heeft een vrij beperkte zelfkennis en vooral zelfrelativering - er zijn duidelijke aanwijzingen van terugkerende zelfoverschatting - hij betoonde nooit luisterbereidheid naar andere leerlingen toe in de lessen bleef hij steeds ‘doordraven’ op zijn idee(ën) in die mate zelfs dat het regel- matig tot kleine conflicten kwam met medeleerlingen die de leerkrachten vroegen daar een einde aan te maken en de les verder te zetten - hij is veelal overtuigd van zijn gelijk, ook wanneer men hem duidelijk aantoont dat dit niet het geval is - hij staat absoluut niet open voor de mening van een ander - het reeds hoger aangehaalde negeren van de verzoeken om de aangeboden inhaallessen bij te wonen wijst op het negeren van impliciete en expliciete waarschuwingen - Koen is enkel en alleen geïnteresseerd, voor de zaken die hij zelf belangrijk acht. Daarvoor wil hij wel een inspanning leveren maar hij is daartoe niet in staat voor wat hij zelf niet belangrijk of interessant vindt.” De schorsingsvoorwaarden
  4. Luidens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. Beoordeling van de eerste en de derde schorsingsvoorwaarde
  5. Het bestaan van de uiterst dringende noodzakelijkheid en het moeilijk te herstellen ernstig nadeel worden door de verwerende partij niet betwist. XII-5142-5/10 Ten gronde De standpunten van de partijen Verzoeker stelt dat de bestreden beslissing niet afdoende is gemotiveerd, dat er bepaalde specifieke redenen moeten voorhanden zijn om een leerling met slechts één cijfermatig tekort, die de vijf voorgaande schooljaren met vrucht heeft beeïndigd, zonder op het einde van het vijfde jaar een waarschuwing te hebben gekregen voor bepaalde vakken, in het laatste jaar van de humaniora een C-attest uit te reiken en hem aldus het diploma secundair onderwijs te ontzeggen. Hij betoogt dat de delibererende klassenraad, om tegemoet te komen aan de overweging van de Raad van State in het laatste schorsingsarrest, luidens welke “hoe dan ook een alleenstaand tekort het bereiken van de finaliteit van de algemene vorming van het ASO door de betrokken leerling niet per se moet uitsluiten” en “van een zorgvuldig delibererende klassenraad mag worden vernomen waarom dat een tekort voor wiskunde toch niet wordt gecompenseerd door de andere behaalde cijfers om te kunnen besluiten dat verzoeker voor het geheel van de vorming heeft voldaan”, naast het tekort voor wiskunde thans een aantal tekortkomingen inzake zogenaamde vakoverschrijdende eindtermen, inzonderheid “leren - leren” en sociale vaardigheden aanvoert, waarvan hij voorhoudt dat ze zelfs indien inhoudelijk correct, niets abnormaals zeggen over een leerling van 17 jaar in het secundair onderwijs, niet relevant zijn ten aanzien van de wettelijke opdracht met betrekking tot het onderzoeken of een leerling al dan niet voldoet aan de eindtermen van het leerplan, niet schriftelijk bewezen zijn door de klassenraad, zelfs al zouden ze ooit mondeling door een leerkracht of de directie zijn geuit, niet kunnen worden gelijkgesteld met een formele waarschuwing en eventueel begeleidende maatregelen in de loop van het schooljaar, nooit in de vorm van een opmerking in de klasagen- da’s van de laatste twee jaren werden vermeld, en dat bij de aflevering van A- attesten in de vorige schooljaren nooit enige opmerking in die zin werd geformu- leerd. De verwerende partij stelt daar tegenover onder meer dat de bestreden beslissing nagaat of verzoeker in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen, heeft bereikt en aldus voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffende jaar, en bekwaam wordt geacht zijn studies verder te zetten in het hoger onderwijs, en dat de klassenraad tot het besluit komt dat XII-5142-6/10 dit niet het geval is en dit besluit ook gedetailleerd motiveert. Hierbij blijkt uitdrukkelijk dat de beslissing van de klassenraad niet alleen gesteund is op het niet-slagen in het vak wiskunde, maar dat met het geheel van de resultaten rekening is gehouden. Beoordeling De delibererende klassenraad wijst in de bestreden beslissing als motief voor het andermaal verlenen van een C-attest, naast het tekort voor wiskunde, een aantal attitudes aan, die verband houden met zogenaamde “vakover- schrijdende eindtermen”, met name “leren-leren” en “sociale vaardigheden” en die er in het geval van verzoeker van doen blijken dat ze het “bekwaam geacht worden zijn studies voort te zetten in het hoger onderwijs” zoniet hypothekeren, dan toch ernstig in het gedrang brengen. Hij komt met volstrekt nieuwe beoordelingscriteria te voorschijn en is van oordeel dat de concrete invulling op grond van verzoekers attitudes ervan doen blijken dat ze zijn bekwaamheid om hogere studies aan te vatten “zoniet hypothekeert, dan toch ernstig in het gedrang brengen”. Die vaststelling is echter niet bewezen en volstrekt hypothetisch en levert op zich genomen niet het bewijs van verzoekers onbekwaamheid om hogere studies aan te vatten. Verder valt prima facie niet in te zien -en de delibererende klassenraad toont niet expliciet aan- hoe die zogenaamde attitudes kaderen in wat de delibererende klassenraad te dezen, met toepassing van artikel 38, 3/, van het organisatiebesluit van 19 juli 2002 te onderzoeken had, met name of in hoofde van verzoeker in voldoende mate de doelstellingen van het leerplan werden bereikt. De gehanteerde criteria lijken evenmin bestaanbaar met wat in artikel 5, § 5, van hetzelfde organisatiebesluit wordt gesteld, met name dat de delibererende klassenraad zich bij zijn beslissingen dient te laten leiden door de concrete gegevens uit het dossier van de leerling, omdat dit dossier in voorkomend geval resultaten van proeven, toetsen of examens en de beslissingen, vaststellingen of de adviezen van de begeleidende klassenraad bevat. XII-5142-7/10 Te dezen blijkt verzoeker in de loop van de laatste twee schooljaren nooit een schriftelijke opmerking betreffende zijn attitude te hebben gekregen, laat staan dat de school terzake op enige wijze remediërend zou zijn opgetreden of verzoeker zelfs maar de mogelijkheid zou zijn verleend zich met betrekking tot een en ander te verweren of desgevallend zijn gedrag aan de gestelde eisen dienaangaande te conformeren. In zijn arrest nr. 170.231 van 19 april 2007 heeft de Raad van State het volgende geoordeeld: “Het is aannemelijk dat een verschillend gewicht in lesuren in het secundair onderwijs het profiel van de gekozen studierichting kan bepalen en in verhouding staat tot de omvang van de leerstof en de te leveren leerin- spanningen. In die zin, om te antwoorden op de vraag of een leerling een schooljaar met vrucht beëindigt, moet het resultaat voor het ene of andere vak niet ipso facto gelijk doorwegen. Maar ook voor ‘het meest gegeven vak’ moet een hoe dan ook alleenstaand tekort het bereiken van de finaliteit van de algemene vorming van het algemeen secundair onderwijs door de betrokken leerling ook niet per se uitsluiten. Van de delibererende klassenraad wordt een afweging in concreto gevergd. Te dezen volgt verzoeker de richting moderne talen - wetenschappen, zodat het bedoelde vak ook niet evident profielbepalend is spijts het wekelijks aantal uren onderricht. Verzoeker slaagt er zelfs inclusief zijn ‘zeer grote tekorten’ en ‘zwaar onvoldoende’ cijfers voor wiskunde nog in om een gemiddelde te behalen van 68,1% tegenover een klasgemiddelde van 66,2%. Voor elk van zijn moderne talen scoort hij hoger dan het klasgemiddel- de. Behalve voor chemie scoort hij voor twee van de drie andere vakken wetenschappen ruim boven het klasgemiddelde, voor het derde vak 0,2% onder het klasgemiddelde. Op zicht van verzoekers rapport mag hij -en met hem de Raad- van een zorgvuldig delibererende klassenraad vernemen waarom dit ene tekort voor wiskunde toch niet wordt gecompenseerd door de andere behaalde cijfers om te kunnen besluiten dat verzoeker voor het geheel van de vorming heeft voldaan.” Met de thans voorliggende motivering komt de delibererende klassenraad niet tegemoet aan die vereiste. Het middel is ernstig. De voorlopige maatregelen Verzoeker vraagt als voorlopige maatregelen : “Verweerster te horen bevelen dat de delibererende klassenraad van het tweede jaar van de derde graad ASO Moderne Talen - Wetenschappen binnen 48 uur na de betekening van het arrest inzake het verzoek van heden tot XII-5142-8/10 schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing d.d. 22 mei en 7 juni 2007 van de delibererende klassenraad van het koninklijk atheneum Zaventem, betekend bij aangetekend schrijven van 13 juni 2007 van de directeur, ontvangen op 15 juni 2007, weerom bijeen te komen om een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de klassenraad, in geval van schorsing van de bestreden beslissing, rekening houdend met het arrest, aan verzoeker het diploma secundair onderwijs wordt toegekend; Bij gebrek hieraan te voldoen, verweerster te veroordelen tot een dwangsom van i 2.500 per dag vertraging; In voorkomend geval te zeggen voor recht dat het arrest zal gelden als bewijs van het behalen van het diploma secundair onderwijs, in afwachting van een nieuwe beslissing van de delibererende klassenraad;” De Raad van State kan zich door het opleggen van voorlopige maatregelen niet in de plaats stellen van de overheid en kan met het bevelen van die maatregelen aan de verzoekende partij niet meer geven dan wat deze met een vernietigingsarrest zou kunnen bekomen. Verzoeker haalt geen rechtsregel aan die tot gevolg heeft dat de verwerende partij ondanks de tot driemaal toe onwettig bevonden motivering haar discretionaire bevoegdheid om te beslissen zou hebben verloren. Anderzijds laat niets veronderstellen dat de verwerende partij zich deze keer niet zal schikken naar het uitgesproken arrest. De verwerende partij legt zelf een krantenartikel neer waarvan zij en verzoeker de inhoud niet betwisten noch tegenspreken en waarin de directeur van de scholengroep bevestigt dat de school - als zij deze keer de Raad van State niet kan overtuigen- zich zal neerleggen bij het arrest. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  6. Bevolen wordt de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 22 mei en 7 juni 2007 van de delibererende klassenraad van het koninklijk atheneum Zaventem, betekend bij aangetekend schrijven van 13 juni 2007 van de directeur, ontvangen op 15 juni 2007, om verzoeker opnieuw een oriënteringsattest C toe te kennen voor het tweede jaar van de derde graad ASO Moderne Talen - Wetenschappen”. XII-5142-9/10 Artikel
  7. De eis tot voorlopige maatregelen en tot het opleggen van een dwangsom wordt verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 6 juli 2007, door : de H. E. BREWAEYS, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. E. BREWAEYS. XII-5142-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.284 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.820 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.