← België

Arrest 173311 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 09/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.311 Rolnummer: A. 63593/IX-1374 Zaak: Arrest 173311 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 09/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-15 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 22:23 Fiche Arrest nr 173.311 van 9 juli 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.311 van 9 juli 2007 in de zaak A. 63.593/IX-

  1. In zake : Roland VAN DE VELDE, wonende te GENT, Absdalestraat 31 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Roland VAN DE VELDE op 8 mei 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 24 november 1994 waarbij de minister van Financiën hem een eenmalige inhouding van wedde van 1.000 frank oplegt en van de weigering de ordemaatregel van de gewestelijk directeur van 19 februari 1993, waarbij hij met ingang van 1 maart 1993 in het belang van de dienst wordt tewerkgesteld ter Inspectie Aalst II, ongedaan te maken; Gelet op het arrest nr. 131.174 van 10 mei 2004 waarbij de debatten worden heropend, en waarbij het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat met het verder onderzoek wordt belast; Gezien het bijkomend verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 24 november 2004 die de neerleg- ging ter griffie van het bijkomend verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 23 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juni 2007; IX-1374-1/4 Gehoord het verslag van kamervoorzitter L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat I. MARTENS die verschijnt voor de verzoeker, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. Overwegende dat de partijen hun standpunt hebben uiteengezet over de vraag of de bestreden beslissing gebeurlijk rekening heeft gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn en of die overschrijding voor verzoeker ofwel persoonlijk, ofwel voor zijn bewijsvoering, ofwel voor de uitoefening van zijn rechten van verdediging in de tuchtprocedure een zo ernstige schade heeft berokkend dat die schade alleen maar goedgemaakt zou kunnen worden door de annulatie van de bestreden beslissing;
  3. Overwegende dat verzoeker in dat verband van oordeel is dat de tuchtprocedure hem een zo ernstige schade heeft berokkend dat die schade alleen maar zou kunnen worden goedgemaakt door de annulatie van de bestreden beslissing; dat citerend uit het auditoraatverslag van 26 augustus 1998 hij stelt dat “het lange aanslepen van een tuchtprocedure op zich reeds morele schade veroor- zaakt” en “dat verzoeker bovendien gedurende meer dan twee jaar een overplaatsing heeft moeten ondergaan met alle nadelige gevolgen eraan verbonden”;
  4. Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat, wanneer het College van dienstchefs de tuchtzaak behandelde, het heeft overwogen dat “wegens het aanslepen van de tuchtprocedure slechts rekening wordt gehouden met (een aantal) ernstige tekortkomingen” en het de ten laste gelegde feiten aldus heeft beperkt; dat zulks onrechtstreeks de zwaarte van de straf heeft beïnvloed omdat de aldus beperkte tekortkomingen overtrokken werden bevonden en de vaststaande feiten, met name de fiscale tussenkomsten en het verkeerde gebruik van de prikklok, niet van aard waren om de voorgestelde tuchtstraf te rechtvaardigen; dat de raad van beroep dan adviseerde om slechts een inhouding van wedde ten bedrage van IX-1374-2/4 1000 frank op te leggen, waarmee de minister zich akkoord verklaarde; dat mocht de procedure binnen een redelijke termijn zijn verlopen er rekening gehouden zou zijn geweest met alle oorspronkelijk aan verzoeker ten laste gelegde feiten waarbij kan worden aangenomen dat dan een zwaardere tuchtstraf opgelegd zou geworden zijn; dat niet blijkt dat de overschrijding van de redelijke termijn verzoeker benadeeld zou hebben bij zijn bewijsvoering of in zijn rechten van verdediging; dat verzoeker immers steeds het zelfde standpunt heeft verdedigd doorheen de gehele procedure; dat hij niet stelt dat er door het verloop van de termijn documenten en/of getuigenverklaringen verloren zouden zijn gegaan; dat ook niet blijkt dat de bestreden tuchtstraf verzoeker moreel zwaarder zou belasten door het enkele overschrijden van de redelijke termijn, temeer daar het slechts gaat om een veeleer symbolische sanctie;
  5. Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat om reden van de lange duur van de tuchtprocedure is voorgesteld om tuchtfeiten, die dateren van eind 1990, 1991 en begin 1992, slechts te weerhouden voor zover het gaat om ernstige tekortkomingen; dat aldus aangenomen mag worden dat de verwerende partij bij de definitieve vaststelling van de aan verzoeker ten laste gelegde feiten rekening heeft gehouden met de lange duur van de procedure; dat verzoeker niet aanvoert dat de overschrijding van de redelijke termijn hem ofwel voor zijn bewijsvoering, ofwel voor de uitoefening van zijn rechten van verdediging in de tuchtprocedure een zo ernstige schade heeft berokkend dat die schade alleen maar zou kunnen worden goedgemaakt door de loutere annulatie van de bestreden beslissing; dat hij wel aanvoert dat het lange aanslepen van de tuchtprocedure op zich reeds morele schade veroorzaakt; dat verzoeker ongetwijfeld blootgesteld is geweest aan een langdurige morele druk doordat in het aanvankelijke strafvoorstel de overplaatsing bij tuchtmaatregel was gesuggereerd; dat zulks voor hem een bijzonder nadeel oplevert; dat niet blijkt dat bij het opleggen van de strafmaat rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn zodat die overschrijding niet gecompenseerd is geweest door een gebeurlijke strafverminde- ring; dat de schending van de redelijke termijn in deze dan ook aanleiding geeft tot de annulatie van de beslissing van 24 november 1994 waarbij aan verzoeker een eenmalige inhouding van wedde wordt opgelegd; Overwegende dat de ordemaatregel van 19 februari 1993 waarbij verzoeker met ingang van 1 maart 1993 in het belang van de dienst wordt tewerkgesteld in de Inspectie Aalst II is opgeheven met ingang van 1 juli 1995; dat IX-1374-3/4 verzoekers annulatieberoep tegen de weigering die maatregel op te heffen derhalve doelloos geworden is, BESLUIT: Artikel
  6. Vernietigd wordt het besluit van de minister van Financiën van 24 november 1994 waarbij aan Roland VAN DE VELDE een eenmalige inhouding van wedde van 1000 frank wordt opgelegd. Artikel
  7. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 9 juli 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-1374-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.311 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.174 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.