← België

Arrest 173318 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 09/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.318 Rolnummer: A. 174191/IX-5352 Zaak: Arrest 173318 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 09/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 22:26 Fiche Arrest nr 173.318 van 9 juli 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.318 van 9 juli 2007 in de zaak A. 174.191/IX-

  1. In zake : Stefaan VAN BASTELAERE, die woonplaats kiest bij advocaat D. LINDEMANS, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegenwoordigd door zijn afgevaardigd bestuurder. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Stefaan VAN BASTELAERE op 21 juni 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 21 april 2006 van SELOR waarbij hij, met betrekking tot het examen voor de selectie van attachés voor internationale samenwerking voor de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -examen nr. ANG 05828-, niet geslaagd wordt verklaard voor het mondeling gedeelte over de persoonlijkheid; Gelet op het arrest nr. 164.037 van 24 oktober 2006 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt bevolen; Gelet op de kennisgeving van dat arrest aan de verwerende partij op 28 oktober 2006; Gelet op de beschikking van 22 mei 2007, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 11 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-5352-1/3 Gehoord de opmerkingen van advocaat F. JUDO die, loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de verzoekende partij, en van adviseur- generaal J. MOMMENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van auditeur D. MAREEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de partijen, op grond van artikel 15bis, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer uitspraak zal doen over de vernietiging van de beslissing waarvan de schorsing is bevolen en dat zij met ingang van de kennisgeving over een termijn van vijftien dagen beschikken om te vragen gehoord te worden; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4bis, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, de Raad van State de akte of het reglement kan nietig verklaren waarvan de schorsing gevorderd wordt indien, binnen dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing wordt bevolen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging is ingediend door de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil; Overwegende dat de verwerende partij binnen de termijn van dertig dagen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend; dat de verwerende partij wel bij brief van 17 januari 2007 aan de Raad van State medegedeeld heeft dat verzoeker het mondeling selectiegedeelte opnieuw afgelegd heeft en dat hij hiervoor geslaagd is; dat zulks verklaart waarom de verwerende partij de voortzetting van het geding niet gevraagd heeft; Overwegende dat de raadsman van verzoeker ter terechtzitting uiteenzet dat het hem niet duidelijk is of de proef waarin verzoeker geslaagd is “de rechtzetting van de onwettige beslissing” betreft, dan wel “een volledig nieuwe proef” en dat een expliciete vernietiging zich opdringt; dat evenwel, zoals de vertegenwoordiger van de verwerende partij daarop antwoordt, de proef waarin verzoeker slaagde precies werd ingericht om de door de Raad van State in het IX-5352-2/3 schorsingsarrest vastgestelde onwettigheid te remediëren; dat er ter zake geen onduidelijkheid bestaat; Overwegende dat verzoeker niet betwist dat hij, door te slagen in de opnieuw georganiseerde proef, volledig rechtsherstel gekregen heeft; dat een vernietiging hem derhalve geen voordeel meer kan opleveren; dat hij het vereiste belang ontbeert om alsnog het bestreden besluit vernietigd te zien; dat het wel past de kosten van het beroep ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 9 juli 2007, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-5352-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.318 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.037 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.