id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.321 Rolnummer: A. 116809/IX-3216 Zaak: Arrest 173321 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 09/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 22:27 Fiche Arrest nr 173.321 van 9 juli 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.321 van 9 juli 2007 in de zaak A. 116.809/IX-
- In zake : XXXX, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGP/DPS, gevestigd te BRUSSEL, Fritz Toussaintstraat
- -------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE RAAD VAN S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat XXXX op 6 maart 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 4 februari 2002 van de directeur-generaal van het personeel van de IX-3216-1/9 federale politie houdende de intrekking van zijn mutatie en de verplichting om naar zijn oorspron-kelijke eenheid terug te keren; Gelet op het arrest nr. 110.249 van 16 september 2002 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 22 oktober 2002 door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de beschikking van 16 maart 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; IX-3216-2/9 Gelet op de beschikking van 22 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van adviseur [EVR], die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker XXXX wordt met ingang van 16 oktober 1997 toegelaten tot de stage in de hoedanigheid van onderluchthavenmeester bij de Regie der Luchtwegen. Hij wordt aangeworven voor de functie van agent bij de luchthavenpolitie ten behoeve van de luchthaven Brussel-Nationaal. Ter uitvoering van de wet van 17 november 1998 houdende integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de rijkswacht wordt verzoeker, die inmiddels met behoud van zijn statuut bij de Regie IX-3216-3/9 der Luchtwegen naar het personeelsbestand van BIAC was overgegaan, op 1 maart 1999 als onderofficier (graad: onderluchthavenmeester) opgenomen in de categorie bijzonder politiepersoneel van de rijkswacht. Hij wordt aangewezen voor de afdeling politiezorg van het Veiligheidsdetachement Nationale Luchthaven (VDNL) te Zaventem. Bij artikel 11 van het ministerieel besluit van 20 oktober 2000 tot benoeming in een gelijkwaardige graad van de naar de categorie bijzonder politiepersoneel van het operationeel korps van de rijkswacht overgeplaatste personeelsleden wordt verzoeker, als personeelslid van de categorie bijzonder politiepersoneel, dienst luchtvaartpolitie van de rijkswacht, met toepassing van artikel 9, tweede lid, van het koninklijk besluit van 26 januari 1999 tot vaststelling van de inwerkingtreding van sommige bepalingen van de wet van 17 november 1998 houdende integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de rijkswacht en houdende de regeling van de integratie van de zeevaartpolitie, de luchtvaartpolitie en de spoorwegpolitie in de rijkswacht, op datum van 26 juni 1999 benoemd in de graad van wachtmeester bij de rijkswacht binnen de personeelscategorie met bijzondere politiebevoegdheid, dienst luchtvaartpolitie van het operationeel korps van de rijkswacht. 1.
- Op 16 maart 2001 maakt de Algemene Directie van het personeel van de federale politie een “plaatsaanbieding” nr. PA 020301 bekend waarmee de “mutatiecyclus R4-R5 2001” binnen de federale politie wordt opgestart. Blijkens die bekendmaking krijgen ook de “voormalige leden van de (...) luchtvaartpolitie die met succes hun opleiding tot het bekomen van het statuut ‘full’ hebben gevolgd” de mogelijkheid om over te gaan naar een territoriale brigade van de federale politie. Verzoeker betwist niet dat hij die voorwaarde niet vervult. IX-3216-4/9 1.
- Op 11 april 2001 dient verzoeker door middel van het geëigende formulier “plaatsaanvraag” toch een aanvraag in voor overplaatsing naar de brigade Molenbeek-Ganshoren (eerste keuze) of naar de brigade Anderlecht (tweede keuze). Hij zet uiteen dat hij “geen vertrouwen heeft in de integriteit, noch in de bekwaamheid van meerdere leden van het commando VDNL en PZ” en dat hij officieel tweetalig is. De directeur-personeel van VDNL geeft over de aanvraag een gunstig advies met de mededeling “Ingevolge een moraliteitsonderzoek werd belanghebbende niet weerhouden als kandidaat-officier”. Terzelfdertijd vraagt hij rechtstreeks aan de directeur-generaal van het personeel een gunstig gevolg te geven aan zijn aanvraag. Hij stelt : “Zelfs indien ik niet gerechtigd zou zijn om mee te dingen naar de in de plaatsaanvraag vermelde bedieningen, meen ik dat mijn aanvraag in overweging dient genomen te worden om onder meer de redenen aangehaald in mijn opmerkingen neergeschreven in de plaatsaanvraag zelf”. 1.
- In het Bulletin van het personeel van de federale politie nr. 0039/01/03 van 17 november 2001 wordt bekendgemaakt dat verzoeker -die inmiddels binnen de nieuwe politiestructuur benoemd is in de nieuwe graad van inspecteur van politie- wordt aangewezen voor de brigade Anderlecht van de federale politie, met ingang van 30 november
- 1.
- Bij nota van 4 februari 2002 (DGP/DPM/Bur1-TM-336 “Annulatie van een mutatie”) deelt de directeur-generaal van het personeel van de federale politie aan de bevoegde diensten mede dat verzoeker een bediening in de brigade Anderlecht heeft gekregen, dat “na een laatste verificatie van de toegewezen bedieningen is gebleken dat betrokkene die plaats niet had mogen krijgen”, aangezien hij niet behoorde tot de categorie personeelsleden die met succes hun opleiding tot het bekomen van het statuut “full” hadden gevolgd, maar integendeel tot de categorie “fifi”. IX-3216-5/9 Beslist wordt dat verzoeker naar zijn oorspronkelijke eenheid (DAC-Brussel-Nationaal-politiezorg) moet terugkeren op 11 februari 2002 . Zijn mutatie wordt “geannuleerd”. Dit is de bestreden beslissing. 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij aanvoert dat verzoeker geen geoorloofd belang kan doen gelden, aangezien hij niet voldoet aan de voorwaarden om deel te nemen aan de mutatiecyclus 2001 waarop de plaatsaanbieding van 16 maart 2001 betrekking had en de vernietiging tot gevolg zal hebben dat hij opnieuw terechtkomt in de onwettige toestand waarin hij zich vóór de bestreden beslissing bevond; 2.1.
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord stelt dat het bestreden besluit hem financiële en morele schade berokkend heeft, dat hij in Anderlecht aanzienlijk meer weekend- en nachtprestaties leverde dan in de VDNL en er een maaltijdvergoeding ontving, hetgeen de verwerende partij in geval van vernietiging zal moeten herberekenen, en dat hij bij de brigade Anderlecht van de federale politie -en sinds 1 januari 2002 in de lokale politiezone Zuid- recht had op “meerdere premies waaronder de premie Brussels Hoofdstedelijk Gewest”; IX-3216-6/9 2.1.
- Overwegende dat de vernietiging van de bestreden intrekkingsbeslissing tot gevolg heeft dat verzoeker geacht moet worden gemuteerd te zijn naar de brigade Anderlecht van de federale politie en sinds 1 januari 2002 opgenomen te zijn in de lokale politiezone Zuid-; dat verzoeker die situatie voordeliger vindt dan die waarin hij zich ingevolge de bestreden beslissing bevond; dat de vraag of verzoeker de mutatie naar Anderlecht niet had mogen krijgen niet relevant is, nu de onregelmatigheid van een individueel besluit geen invloed heeft op het definitief worden ervan en dergelijke definitieve beslissingen slechts onder strikte voorwaarden ingetrokken kunnen worden; dat de exceptie verworpen wordt; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie betoogt dat verzoeker geen actueel belang meer heeft, aangezien hij op eigen verzoek sedert 1 september 2002 bij wege van mobiliteit overgegaan is naar de politiezone West, terwijl deze mutatie, die op eigen verzoek gebeurd is, niet ongedaan gemaakt zal worden door de vernietiging van de intrekking van zijn mutatie naar de brigade Anderlecht en zijn inschakeling in de politiezone Zuid; 2.2.
- Overwegende dat verzoeker daarop antwoordt dat zijn actueel belang er onder meer in bestaat dat een vernietiging tot gevolg IX-3216-7/9 heeft dat hij geacht moet worden gedurende tien maanden in de brigade Anderlecht en in de lokale politiezone Zuid tewerkgesteld geweest te zijn, hetgeen hem anciënniteit oplevert in het kader van zijn tewerkstelling in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest; dat hij ook nog betoogt dat er binnen de lokale politie een ander systeem van verloning bestaat dan bij de federale politie; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij het standpunt van verzoeker niet ontkracht; dat het bewijs niet geleverd is dat de vernietiging van het bestreden besluit verzoeker geen tastbaar voordeel meer kan opleveren; dat de exceptie verworpen wordt; 3.
- Overwegende dat verzoeker in het eerste middel aanvoert dat de verwerende partij onrechtmatig een beslissing die rechten verleende, ingetrokken heeft en dat zij het rechtszekerheidsbeginsel geschonden heeft; dat hij het middel als volgt adstrueert: de door hem aangevraagde en door de verwerende partij toegestane mutatie naar de brigade Anderlecht van de federale politie heeft hem, wat zijn administratieve toestand betreft, rechten toegekend; een onregelmatige beslissing kan, wanneer zij rechten toekent, slechts onder bepaalde voorwaarden worden ingetrokken; in dit geval is de intrekking niet IX-3216-8/9 toegelaten door een uitdrukkelijke bepaling, de ingetrokken mutatiebeslissing is niet zodanig onregelmatig dat zij voor onbestaande gehouden moet worden en zij is ook niet bedrieglijk uitgelokt en dus kon zij slechts worden ingetrokken binnen de annulatietermijn van 60 dagen; zijn mutatie naar de brigade Anderlecht is op 17 november 2001 bekendgemaakt en het intrekkingsbesluit is genomen op 4 februari 2002; dit is buiten de 60 dagen-termijn; de verwerende partij verwijst ten onrechte naar de evidente onregelmatigheid van het ingetrokken besluit, aangezien artikel 128 van de wet van 7 december 1998 hem toelaat te muteren binnen de federale politie, aangezien de onregelmatigheid, bestaande uit het feit dat hij zijn kandidatuur niet mocht stellen in het kader van de plaatsaanbieding van 16 maart 2001, de toegestane mutatie niet dermate onregelmatig maakt dat zij voor onbestaande gehouden mag worden en aangezien zijn mutatie door de bevoegde overheid verleend werd; er zal, wat zijn persoonlijke houding betreft, trouwens ook vastgesteld worden dat hij zelf aan de directeur-generaal van het personeel geschreven heeft om zijn mutatie om persoonlijke redenen in te willigen, wat betekent dat hij de mutatiebeslissing “in redelijkheid voor ernstig kon houden en er geen grove onregelmatigheid werd begaan”; IX-3216-9/9 3.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord uiteenzet wat volgt: de mutatiebeslissing naar de brigade Anderlecht was aangetast door een zodanige onregelmatigheid dat ze voor onbestaande gehouden moet worden; verzoeker voldeed immers niet -en hij wist dat ook- aan de administratieve voorwaarden gesteld in de plaatsaanbieding van 16 maart 2001, met name dat een aanvraag ingediend kon worden door alle personeelsleden van de federale politie “inbegrepen de voormalige leden van de spoorweg-, zeevaart- en luchtvaartpolitie die met succes hun opleiding tot het bekomen van het statuut ‘full’ hebben gevolgd”; verzoeker stelt ten onrechte dat hij in de voorwaarden was om een mutatie te krijgen, aangezien de plaatsaanbieding van 16 maart 2001 nog gebeurde onder de oude rijkswachtregeling, waarin onder meer de “fifi’s” in hun oorspronkelijke eenheid bleven en geen andere ambten konden aanvragen; 3.
- Verzoeker repliceert daarop dat de plaatsaanbieding van 16 maart 2001 hem niet uitsloot van de mutatie, aangezien erin gesteld wordt dat alle personeelsleden van de federale politie -wat hij was- een aanvraag kunnen indienen; hij stelt ook dat hij, omdat de plaatsaanbieding voor meerdere interpretaties vatbaar was, zijn aanvraag ingediend heeft en deze, met een voorbehoud, ook nog eens aan de beslissingnemende IX-3216-10/9 overheid medegedeeld heeft, zodat nu moeilijk voorgehouden kan worden dat er een grove onregelmatigheid gebeurd zou zijn, dat hem vroeger medegedeeld is dat hij het full-statuut bezat en dat de vermeende onregelmatigheid niet choquerend is en niemand schade berokkent; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie benadrukt dat verzoeker niet aan de voorwaarden voldeed om te muteren aangezien hij de opleiding ‘full’ niet gevolgd had en dat hij dat ook goed wist; dat zij nu ook wijst op de complexiteit van de materie inzake de overheveling van de luchtvaartpolitie naar de rijkswacht en de daarop gevolgde integratie in de nieuwe politiestructuur, wat impliceert dat uit de brief die verzoeker aan de directeur-generaal van het personeel gezonden heeft, niet afgeleid mag worden dat de directeur zijn mutatie met kennis van zaken toegestaan heeft; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij niet betwist dat de beslissing waarbij verzoeker werd gemuteerd van VDNL naar de brigade Anderlecht van de federale politie, een beslissing is die verzoeker rechten verleent; dat zij evenmin betwist dat de bestreden intrekkingsbeslissing genomen is na het verstrijken van de termijn waarbinnen de vernietiging van de mutatiebeslissing kon gevraagd worden; dat zij wel van oordeel is IX-3216-11/9 dat de mutatieaanvraag van verzoeker nooit aanvaard had mogen worden omdat hij niet aan de voorwaarden voldeed; Overwegende dat een van de voorwaarden waaronder een beslissing die rechten toekent na het verstrijken van de beroepstermijn nog kan ingetrokken worden, is dat het om een onbestaande bestuurshandeling gaat, dit wil zeggen een handeling die door een zodanig grove en manifeste onregelmatigheid aangetast is dat haar feitelijk bestaan genegeerd mag worden door de burger en het bestuur; dat volgens de verwerende partij in dit geval die grove onregelmatigheid ligt in het feit dat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarden die in de plaatsaanbieding van 16 maart 2001 waren gesteld, inzonderheid de voorwaarde dat de leden van de luchtvaartpolitie met succes de opleiding voor het full-statuut gevolgd moeten hebben; Overwegende dat de plaatsaanbieding van 16 maart 2001 duidelijk vermeldt dat de ambtenaren van de luchtvaartpolitie slechts in aanmerking komen voor mutatie wanneer zij “met succes hun opleiding tot het bekomen van het statuut ‘full’ gevolgd hebben”; dat verzoeker niet in dat geval is; dat, vanuit dat oogpunt, de mutatieaanvraag van verzoeker verschijnt als een poging om de mogelijke onoplettendheid van IX-3216-12/9 de overheid in zijn voordeel om te buigen, wat ontoelaatbaar is; dat de omstandigheid dat verzoeker de directeur-generaal van het personeel rechtstreeks aangeschreven heeft en daarin gewag gemaakt heeft van de mogelijkheid dat hij niet voldeed aan de voorwaarden, aan die vaststelling niets verandert; dat evenwel het formulier waarop de kandidaten hun plaatsaanvraag moesten formaliseren, die duidelijkheid wegneemt waar het, met betrekking tot de in te winnen adviezen, de adviserende overheid de mogelijkheid biedt te verwijzen naar de volgende voorgedrukte vermelding: “Ofschoon de aanvrager niet in de voorwaarde is om mee te dingen naar de gevraagde bediening, meen ik dat zijn aanvraag moet in overweging genomen worden voor de redenen die ik in mijn adviezen aanhaal”; dat het bestuur met het gebruik van dergelijke bewoordingen een opening maakt voor het indienen van aanvragen door personeelsleden die de gestelde voorwaarden niet vervullen, zoals het bezit van het ‘full’-statuut; dat met dat gegeven voor ogen, verzoeker niet verweten kan worden dat hij, onder verwijzing naar het wantrouwen tegen het commando van VDNL, toch een mutatieaanvraag ingediend heeft; dat zijn personeelscommandant daarover trouwens, verwijzend naar een voor verzoeker negatief uitgevallen moraliteitsonderzoek, een gunstig advies gegeven heeft; IX-3216-13/9 Overwegende dat, in de gegeven omstandigheden, de aanvraag van verzoeker niet dermate aberrant was dat onmogelijk een positief gevolg daaraan gegeven kon worden; dat het daarop gevolgde besluit dan ook niet als een onbestaande handeling aangemerkt kan worden; dat de verwerende partij die beslissing na het verstrijken van de beroepstermijn niet meer rechtsgeldig kon intrekken; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 4 februari 2002 van de directeur-generaal van het personeel van de federale politie houdende de intrekking van de mutatie van XXXX en de verplichting om naar zijn oorspronkelijke eenheid terug te keren op. Artikel
- IX-3216-14/9 De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. IX-3216-15/9 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 9 juli 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. P. LEMMENS. IX-3216-16/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.321 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.103.967 ECLI:BE:RVSCE:2002:ARR.110.249 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.