← België

Arrest 173363 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 10/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.363 Rolnummer: A. 65091/IX-102 Zaak: Arrest 173363 - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen - 10/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-22 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 22:30 Fiche Arrest nr 173.363 van 10 juli 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt (behalve bijzondere statuten) - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.363 van 10 juli 2007 in de zaak A. 65.091/IX-

  1. In zake : Noëlla GHYSELS, die woonplaats kiest bij, het A.C.V. Openbare Dienst, gevestigd te BRUSSEL, Helihavenlaan 21 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Noëlla GHYSELS op 10 augustus 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur; Gezien het administratief dossier; Gezien de toelichtende memorie van de verzoekster; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 13 mei 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 23 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 juni 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; IX-102-1/3 Gehoord de opmerkingen van adviseur L. CLOET, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT :
  2. De verzoekster vordert de nietigverklaring van het koninklijk besluit van 10 april 1995 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur. Het bestreden besluit is inmiddels vervangen door het koninklijk besluit van 22 juni 1998 met hetzelfde opschrift. Dat besluit van 22 juni 1998 is inmiddels op zijn beurt vervangen door het koninklijk besluit van 27 oktober 2000 met hetzelfde opschrift. De toepassing van het bestreden besluit is aldus in de tijd beperkt geweest tot de periode liggend tussen de inwerkingtreding van het bestreden besluit (1 augustus 1995) en de opheffing en vervanging ervan door het voornoemde besluit van 22 juni 1998 (1 juli 1998).
  3. In haar inleidend verzoekschrift stelt de verzoekster uitdrukkelijk, wat haar belang bij het beroep betreft, dat zij als secretaris van de Christelijke Centrale van de Openbare Diensten een functioneel belang heeft bij de naleving van de bepalingen die het syndicaal statuut uitmaken. Uit de middelen blijkt voorts dat zij aan het bestreden besluit verwijt dat het is genomen zonder dat er daarover een ernstig overleg is geweest in het betrokken overlegcomité. Ten gevolge van de opheffing ervan is het bestreden besluit uit de rechtsorde verdwenen. In principe heeft een partij geen belang meer om de nietigverklaring van een besluit te vorderen dat in de loop van het geding werd opgeheven en -zoals te dezen- vervangen door een ander besluit, tenzij zij aannemelijk maakt dat zij een actueel belang bij het beroep heeft behouden. Het komt derhalve in deze gewijzigde context aan de verzoekster toe om nader toe te lichten waarin haar actueel belang bij het annulatieberoep nog bestaat. Daartoe IX-102-2/3 uitgenodigd bij schrijven van de staatsraad-verslaggever van 22 mei 2007, heeft zij echter geen nadere toelichting verschaft. Zij is ook niet ter terechtzitting verschenen. Ambtshalve wordt dan ook vastgesteld dat de verzoekster geen actueel belang meer heeft bij het beroep.
  4. In de concrete omstandigheden van de zaak past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
  5. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  6. De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 10 juli 2007, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, L. HELLIN, kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. P. LEMMENS. IX-102-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.363 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.