← België

Arrest 173371 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 11/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.371 Rolnummer: A. 180957/X-13184 Zaak: Arrest 173371 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 11/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-16 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-29 22:34 Fiche Arrest nr 173.371 van 11 juli 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.371 van 11 juli 2007 in de zaak A. 180.957/X-13.

  1. In zake :
  2. Yves ADRIAENSSENS,
  3. Maria Theresia JANSSENS, die woonplaats kiezen bij advocaat G. CAYRON, kantoor houdende te 1850 GRIMBERGEN, Hellebeekstraat 6 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat T. DE SUTTER, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
  4. tussenkomende partij : de stad MECHELEN, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  5. DE WND. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Yves ADRIAENSSENS en Maria Theresia JANSSENS op 12 februari 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 23 november 2006 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering waarbij voor de verwerving van onroerende goederen gelegen te Mechelen machtiging tot onteigening wordt verleend in toepassing van de spoedprocedure aan het gemeentebestuur van de stad Mechelen met het oog op de realisatie van het onteigeningsplan: “Leermarkt - Muntstraat - Huidevettersstraat - Blaasbalgstraat”; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; X-13.184-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. VAN LINT, die loco advocaat G. CAYRON verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat T. DE SUTTER, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat R. TYS, die loco advocaat H. SEBREGHTS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  6. Rechtspleging Overwegende dat de stad MECHELEN met een verzoekschrift van 2 april 2007 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen;
  7. De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens die van belang zijn voor de zaak, kunnen worden samengevat als volgt: Verzoekers houden voor respectievelijk naakte eigenaar en vruchtgebruiker te zijn van een pand, gelegen te Mechelen, Leermarkt 19, kadastraal bekend sectie C, nr. 315/b. Bij het bestreden besluit van 23 november 2006 beslist de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, dat de verwerving van de onroerende goederen gelegen te Mechelen, met name “het bouwblok begrensd door de Muntstraat, Huidevettersstraat, Blaasbalgstraat en X-13.184-2/4 Leermarkt” met een oppervlakte van 8.221 m² onontbeerlijk is (artikel 1), wordt het stadsbestuur van Mechelen ertoe gemachtigd om, ter verwezenlijking van de in artikel 1 van dit besluit bedoelde verrichting, tot onteigening over te gaan (artikel 2), en wordt beslist dat de onmiddellijke inbezitneming van de onroerende goederen die voorkomen onder de volgnummers 1 tot 15 op bijgaand plan en de daarbij behorende tabel van de te onteigenen percelen die als bijlage is toegevoegd en integraal deel uitmaakt van dat onteigeningsplan, waaronder verzoekers eigendom, gelegen Leermarkt 19, volstrekt noodzakelijk is en de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden bedoeld bij artikel 5 van de wet van 26 juli 1962 derhalve op deze onteigening mag worden toegepast. Dit besluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 december 2006 en bij brief van 11 december 2006 aan de verzoekende partijen betekend. Op 11 mei 2007 heeft de stad Mechelen de verzoekende partijen gedagvaard voor de vrederechter van het kanton Mechelen om de onteigening te horen uitspreken van het huis op en met grond gelegen te Mechelen, Leermarkt 19, kadastraal bekend sectie C, nr. 315/b, zoals aangeduid op het onteigeningsplan;
  8. Ontvankelijkheid Overwegende dat krachtens de bepalingen van de wet van 26 juli 1962 betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte, wanneer de onteigenaar de vordering tot onteigening bij de vrederechter heeft ingeleid, deze laatste als opdracht heeft de voor de onteigening vereiste besluiten van de onteigenende overheid zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen; dat die bevoegdheid van de gewone rechter de bevoegdheid van de Raad van State uitsluit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen, evenals van een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging ervan, indien dat beroep en die vordering zijn ingesteld door de onteigende of door een belanghebbende derde, als bedoeld in artikel 6 van voornoemde wet van 26 juli 1962; dat deze bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben; Overwegende dat uit voormelde niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat de stad Mechelen de vordering tot onteigening bij de vrederechter heeft ingeleid; dat zowel de verzoekende partijen als de verwerende partij er ter X-13.184-3/4 terechtzitting terecht van uitgaan dat als gevolg hiervan de Raad van State niet meer bevoegd is om kennis te nemen van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden ministerieel besluit; dat de vordering niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  9. Het verzoek tot tussenkomst van de stad MECHELEN in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
  10. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  11. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf juli 2007, door : de H. J. BOVIN, staatsraad, Mevr. G. SCHEVENEELS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, G. SCHEVENEELS. J. BOVIN. X-13.184-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.371 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.176.273 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.