← België

Arrest 173392 - Milieuvergunningen - 12/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.392 Rolnummer: A. 126540/VII-27816 Zaak: Arrest 173392 - Milieuvergunningen - 12/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-02 Raadplegingen: 48 - laatst gezien 2026-06-29 22:42 Fiche Arrest nr 173.392 van 12 juli 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.392 van 12 juli 2007 in de zaak A. 126.540/VII-27.

  1. In zake : Geert LOX, die woonplaats kiest bij advocaat J. DE RIECK, kantoor houdende te LEUVEN, Vaartstraat 70 tegen : de deputatie van de provincie VLAAMS-BRABANT die woonplaats kiest bij advocaat K. VAN ALSENOY, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat
  2. tussenkomende partij : Roger GILIS, die woonplaats kiest bij advocaten R. BEEKEN en K. MINNE, kantoor houdende te TIELT-WINGE, Kraasbeekstraat
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Geert LOX op 9 september 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van Vlaams-Brabant van 27 juni 2002 waarbij de beroepen ingediend tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Lubbeek van 21 februari 1996, houdende het verlenen van de vergunning aan de tussenkomende partij voor het exploiteren van een zandgroeve, gelegen aan de Vlierbeekstraat te Binkom, niet worden ingewilligd en de beroepen beslissing wordt bevestigd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 13 december 2002; Gelet op de beschikking van 3 januari 2003 die de tussenkomst van Roger GILIS toelaat; VII-27.816-1/3 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 14 november 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 28 maart 2007 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 3 mei 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat L. DANCET die, loco advocaat J. DE RIECK verschijnt voor verzoeker, van advocaat K. VAN ALSENOY, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat W. GOOSSENS die, loco advocaat R. BEEKEN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat, zoals de verwerende partij in haar laatste memorie stelt en dit ter terechtzitting werd bevestigd, de stedenbouwkundige vergunning waarop de bestreden milieuvergunning betrekking heeft definitief geweigerd werd bij ministerieel besluit van 7 september 2006; dat, luidens artikel 5, § 2, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, de milieuvergunning voor een inrichting waarvoor krachtens de stedenbouwkundige wetgeving een bouwvergunning nodig is, van rechtswege vervalt op de dag van de weigering in laatste aanleg van laatstbedoelde vergunning; dat dienvolgens de VII-27.816-2/3 bestreden milieuvergunning van rechtswege vervallen is en het voorliggende annulatieberoep zonder voorwerp is; Overwegende dat het beroep tot nietigverklaring evenwel initieel niet kennelijk onontvankelijk werd bevonden en het onderzoek ten gronde tot de conclusie heeft geleid dat het bestreden besluit moest worden vernietigd; dat het bijgevolg passend is de kosten van het geding ten laste van het Vlaamse Gewest te leggen, BESLUIT: Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juli tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, de HH. E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-27.816-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.392 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.