← België

Arrest 173407 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 12/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.407 Rolnummer: A. 85611/VII-18936 Zaak: Arrest 173407 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen - 12/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-30 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-06-29 22:47 Fiche Arrest nr 173.407 van 12 juli 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.407 van 12 juli 2007 in de zaak A. 85.611/VII-18.

  1. In zake : de BELGISCHE BEROEPSVERENIGING VAN GENEESHEREN-SPECIALISTEN IN DE MEDISCHE BIOPATHOLOGIE, die woonplaats kiest bij advocaten W. GONTHIER en D. DHAENENS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 12, bus 13 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat M. RYELANDT, kantoor houdende te BRUGGE, Filips de Goedelaan
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de BELGISCHE BEROEPSVERENIGING VAN GENEESHEREN-SPECIALISTEN IN DE MEDISCHE BIOPATHOLOGIE op 20 juli 1999 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten (Belgisch Staatsblad van 29 mei 1999), "en meer in het bijzonder: de bepalingen van gezegd MB vervat onder artikel 6.4"; Gelet op het arrest nr. 137.091 van 9 november 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; VII-18.936-1/6 Gelet op de beschikking van 12 december 2006 die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 7 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. KAMERS die, loco advocaat W. GONTHIER verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat M. RYELANDT, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Juridisch kader Het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten bepaalt in zijn artikel 6.4., waarvan de vernietiging wordt gevraagd, het volgende : "Art.
  4. Voor de erkenning als stagedienst zoals bepaald in het hoger vermeld koninklijk besluit van 21 april 1983, moet aan volgende algemene criteria zijn voldaan : (...)
  5. behoudens afwijkingen vastgesteld in de bijzondere criteria, moet in alle medische diensten van het ziekenhuis de functie van geneesheer-diensthoofd waargenomen worden door een erkend geneesheer-specialist, behalve in het laboratorium voor klinische-biologie. (...)". VII-18.936-2/6
  6. Ten gronde 2.
  7. De verzoekende partij formuleert het eerste onderdeel van het tweede middel als volgt : "Eerste onderdeel : Schending van het artikel 13 WZH Gezegd artikel stelt : 'In ieder ziekenhuis moet de medische activiteit gestructureerd zijn. In ieder ziekenhuis is er :
  8. Een hoofdgeneesheer ...
  9. Een geneesheer-diensthoofd voor ieder van de verschillende diensten van het medisch departement; hij wordt benoemd en/of aangewezen door de Beheerder;
  10. Een medische staf ... De Koning bepaalt de minimum-taken welke aan de Hoofdgeneesheer en de geneesheren-diensthoofd worden opgedragen; deze taken hebben betrekking op de organisatie en coördinatie van de medische activiteit in het ziekenhuis'. Gezegde bepaling stelt voorop dat de taak van geneesheer-diensthoofd enkel kan worden toevertrouwd aan een geneesheer. Weliswaar stelt het artikel 9 WZH : 'de bepalingen van de artikelen 13 tot 17 en van titel IV die op de ziekenhuisgeneesheren van toepassing zijn, zijn mede van toepassing op de in het ziekenhuis werkzame beoefenaars van de tandheelkunde bedoeld in artikel 3, eerste lid van het KB nr. 78 van 10-11-1967, evenals op de in het ziekenhuis werkzame apothekers of licentiaten in de scheikundige wetenschappen die overeenkomstig artikel 5 § 2 van het voorgenoemde besluit gemachtigd zijn analyses van klinische biologie te verrichten'. Gezegd artikel stelt enkel de in dit artikel bedoelde artikels van de WZH toepasselijk op in het ziekenhuis werkzame apothekers of licentiaten in de scheikundige wetenschappen, gemachtigd analyses van klinische biologie te verrichten, doch gezegde bepaling van artikel 9 kan zeker niet gelezen worden als zouden gezegde categorieën van zorgverstrekkers de hoedanigheid van geneesheer verwerven, zoals uitdrukkelijk vereist is onder artikel 13.2 WZH, om de functie van diensthoofd te vervullen. De in artikel 9 gebruikte term 'van toepassing zijn' kan enkel betekenen dat de structurering van de medische activiteit zoals ze is opgelegd in artikel 13 WZH ook geldt voor en tegenstelbaar is voor de niet-geneesheren bedoeld bij artikel 9 WZH. In dit opzicht verwijst verzoekster naar de bepalingen van het artikel 8.3 WZH waarin wordt gesteld : 'wordt verstaan onder geneesheer : de beoefenaar van de geneeskunde bedoeld in artikel 2 § 1, van het KB 78 van 10-11-1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunde, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies'. Waarbij verzoekster overigens laat gelden dat het artikel 8.3 niet onder het toepassingsveld van artikel 9 valt". VII-18.936-3/6 2.
  11. In de memorie van antwoord repliceert de verwerende partij, samengevat, dat de conclusie die de verzoekende partij trekt uit artikel 9 van de Gecoördineerde wet van 7 augustus 1987 op de ziekenhuizen, (hierna : Ziekenhuiswet), namelijk dat de taak van geneesheer-diensthoofd enkel kan worden toevertrouwd aan een geneesheer, in strijd is met wat ze verder in haar verzoekschrift uiteenzet, namelijk dat de gezegde categorieën van zorgverstrekkers door de toepasselijkheid van artikel 9 niet de hoedanigheid van geneesheer verwerven en dat de toepasselijkheid van dat artikel enkel kan betekenen dat de structurering van de medische activiteit ook geldt voor en tegenstelbaar is aan de niet-geneesheren. Zij voegt daaraan toe, met verwijzing naar rechtsleer, dat een niet- geneesheer deel kan uitmaken van de medische raad en dat zulks impliceert dat een niet-geneesheer ook diensthoofd kan zijn. Ten slotte merkt zij op dat, als onder geneesheer de beoefenaar van de geneeskunde bedoeld in artikel 2, §1, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 wordt verstaan, de klinische biologie als een tak van de geneeskunde dient te worden beschouwd, aangezien ook apothekers en licentiaten in de scheikundige wetenschappen gemachtigd kunnen worden om analyses van klinische biologie uit te voeren. 2.
  12. In de memorie van wederantwoord betoogt de verzoekende partij dat de interpretatie van de verwerende partij strijdig is met de wettelijke en reglementaire bepalingen, onder meer met artikel 8 van de Ziekenhuiswet, dat stelt dat onder geneesheer wordt verstaan "de beoefenaar van de geneeskunde bedoeld in artikel 2, §1 van het koninklijk besluit nr. 78", met artikel 13 van dezelfde wet, dat voorziet dat er in elk ziekenhuis een geneesheer-diensthoofd is, maar waarin geen sprake is van een ziekenhuisgeneesheer en met het koninklijk besluit van 15 december 1987 tot uitvoering van de artikelen 13 tot 17 van de Ziekenhuiswet, dat in zijn hoofdstuk III, wat betreft de geneesheer-diensthoofd, spreekt van een geneesheer maar niet van een ziekenhuisgeneesheer. 2.
  13. In de laatste memorie voegt de verwerende partij er nog aan toe dat artikel 13 van het "koninklijk besluit van 7 augustus 1987 houdende coördinatie van de wet op de ziekenhuizen" (sic) stelt dat in ieder ziekenhuis de medische activiteit gestructureerd moet zijn en dat zowel onder punt 1/, punt 2/ en punt 3/ uitdrukkelijk wordt gesproken van een medisch departement, dat in hetzelfde VII-18.936-4/6 koninklijk besluit ook nog sprake is van de verpleegkundige activiteit, "hetwelk blijkbaar binnen het ziekenhuis als een afzonderlijk 'departement' dient te worden beschouwd" en dat in het koninklijk besluit van 10 augustus 1987 tot vaststelling van de regels met betrekking tot de samenstelling en de werking van de medische raad het woord geneesheer niet in de strikte betekenis van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 dient te worden beschouwd. Ten slotte impliceert het feit dat de kandidaten geneesheer- specialist in de klinische biologie zich in het kader van hun opleiding steeds moeten kunnen wenden tot een geneesheer-specialist in de klinische biologie - omdat er voor de opleiding en erkenning als stagedienst in het laboratorium steeds een voltijds geneesheer-specialist erkend voor klinische biologie dient aanwezig te zijn, zoals bepaald in artikel 1, 8/, van het koninklijk besluit van 12 augustus 1985 - niet dat het diensthoofd voor klinische biologie steeds een geneesheer dient te zijn, en dat het overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1985 dan ook in de lijn van de logica en organisatie lag dat het diensthoofd van de dienst voor klinische biologie geen geneesheer diende te zijn. 2.
  14. Artikel 13 van de Ziekenhuiswet bepaalt uitdrukkelijk dat voor ieder van de verschillende diensten van het medisch departement een geneesheer- diensthoofd wordt benoemd. Zelfs indien een aantal andere bepalingen van deze gecoördineerde wet die de structurele organisatie van het ziekenhuiswezen betreffen, van toepassing zijn op andere medische beroepen dan dat van geneesheer, betekent zulks nog niet dat de beoefenaars van die andere medische beroepen daardoor de kwalificatie geneesheer zouden verkrijgen. Door voor het laboratorium voor klinische biologie niet te eisen dat de functie van geneesheer-diensthoofd wordt waargenomen door een geneesheer, schendt het bestreden besluit artikel 13 van de Ziekenhuiswet. Het eerste onderdeel van het tweede middel is gegrond, VII-18.936-5/6 BESLUIT: Artikel
  15. Vernietigd wordt het artikel 6.
  16. van het ministerieel besluit van 30 april 1999 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten (Belgisch Staatsblad van 29 mei 1999). Artikel
  17. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde artikel. Artikel
  18. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juli tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van state, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. Ch. BAMPS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-18.936-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.407 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.137.091 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.