id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.409 Rolnummer: A. 92724/VII-21720 Zaak: Arrest 173409 - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) - 12/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-03 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 22:48 Fiche Arrest nr 173.409 van 12 juli 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Varia (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.409 van 12 juli 2007 in de zaak A. 92.724/VII-21.
- In zake : de n.v. INDUSTRIELE DAK- EN GEVELWERKEN (IDG), gevestigd te MARBELLA (SPANJE), OFFICE COMPANY SOLUTIONS - LOCAL 6 & 7, PLAZA de los FAROLES - PASAJE LAS PALMERAS, SAN PEDRO DE ALCANTARA tegen : de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), die woonplaats kiest bij advocaat M. VAN DIEVOET, kantoor houdende te BRUSSEL, Boomstraat 14, bus
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. INDUSTRIELE DAK- EN GEVELWERKEN (IDG) op 16 juni 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing d.d. 25 april 2000 van de RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, Bestuur der juridische diensten, Directie voor Gerechtelijke Navordering, met kenmerk A.D.iv/B196/1.621.243-44/MG/R28, voorwerp behandeling verzoek tot ontheffing van de bijdrageopslagen en intresten inzoverre beslist wordt tot afwijzing van het verzoek tot volledige kwijtschelding van bijdrageopslagen voor het eerste kwartaal van 1999 en vermindering met 20% van de intresten verschuldigd op de bijdragen voor het eerste kwartaal 1999"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 8 juni 2006 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; VII-21.720-1/4 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 18 april 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 24 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat T. DE KETELAERE die, loco advocaat M. VAN DIEVOET verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De feiten 1.
- De verzoekende partij was voor het eerste en het vierde kwartaal van 1999 bijdrageopslagen en verwijlintresten verschuldigd wegens de laattijdige betaling van RSZ-bijdragen. De verzoekende partij heeft op 24 juni 1999 verzocht om een ontheffing van de opgelopen sancties. 1.
- Met een brief van 25 april 2000 deelt de RSZ aan de verzoekende partij onder meer mee wat volgt: - er wordt volledige ontheffing verleend voor de aangerekende bijdrageopslagen voor het vierde kwartaal 1999, op grond van artikel 55, §3, 1/, van het voormelde koninklijk besluit van 28 november 1969; - het feit dat de btw-administratie na 30 april 1999, via een speciale procedure, het “over te dragen” saldo vermeld op het btw-rekeninguittreksel nr. 671 van 30 april 1999 toch heeft “terug gegeven”, neemt niet weg dat zij op 30 april 1999, datum waarop de sociale zekerheidsbijdragen voor het eerste kwartaal 1999 eisbaar werden, enkel het bestaan van een “over te dragen” tegoed erkent; - een “over te dragen” bedrag wordt niet als vast en opeisbaar aanzien, zodat geen volledige ontheffing van de bijdrageopslagen voor het eerste kwartaal 1999 kan worden toegestaan; VII-21.720-2/4 - ingevolge het uitzonderlijk karakter van de omstandigheden die geleid hebben tot het “over te dragen” tegoed, wordt met toepassing van artikel 55, §2, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 wel een gedeeltelijke ontheffing van 50 % verleend van de bijdrageopslagen voor het eerste kwartaal 1999; - er wordt geen ontheffing verleend van de intresten voor het eerste kwartaal 1999; - met toepassing van het voormelde artikel 55, §2, wordt wel een gedeeltelijke vermindering van 20 % verleend voor de intresten m.b.t. het vierde kwartaal
- Dit is de bestreden beslissing.
- De ontvankelijkheid 2.
- De zaak werd een eerste maal vastgesteld op de zitting van 19 oktober
- Met een brief van 25 september 2006 laat de raadsman van de verzoekende partij, bij wie keuze van woonplaats was gedaan, weten dat hij zonder instructies is. Daarop wordt aan de verzoekende partij zelf kennis gegeven van de beschikking waarbij de zaak wordt vastgesteld op 19 oktober
- Dit gebeurt eerst met een brief van 4 oktober 2006 gericht aan het adres opgegeven in het verzoekschrift als zetel van de verzoekende partij. Het ontvangstbericht wordt naar de Raad van State teruggezonden met de vermeldingen “verhuisd” en “ontvangt de briefwisseling niet meer op het aangeduide adres”. Een tweede verzending wordt op 6 oktober 2006 gedaan naar het adres Vosmeer 3 te 9200 Dendermonde, dit is volgens een uittreksel uit de Kruispuntbank Ondernemingen het adres van een vestiging van de verzoekende partij. Het ontvangstbericht wordt naar de Raad van State teruggezonden met de vermelding “onbekend”. De zaak wordt sine die uitgesteld. Zij wordt opnieuw vastgesteld op de zitting van 24 mei
- De beschikking houdende vaststelling van de zaak op die datum wordt verzonden naar het adres in Spanje waarnaar de verzoekende partij blijkens een afschrift uit de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van 6 januari 2004 haar maatschappelijke zetel heeft overgebracht. De ontvangstmelding wordt naar de Raad van State teruggezonden met de vermelding "desconocido" [onbekend]. VII-21.720-3/4 2.
- Opdat een verzoekende partij haar belang bij het ingestelde beroep zou bewaren, is vereist dat zij een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces vertoont en haar medewerking aan de rechter verleent. Door zich zelfs niet de moeite te getroosten de Raad van State op de hoogte te brengen van de plaats waar zij haar actuele zetel heeft gevestigd, geeft de verzoekende partij geen blijk van een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor het door haar ingediende beroep. Bij gebrek aan actueel belang dient ambtshalve te worden vastgesteld dat het beroep niet langer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juli tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. Ch. BAMPS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-21.720-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.409 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.