← België

Arrest 173410 - Milieuheffingen - 12/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.410 Rolnummer: A. 103441/VII-36459 Zaak: Arrest 173410 - Milieuheffingen - 12/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-02 Raadplegingen: 49 - laatst gezien 2026-06-29 22:48 Fiche Arrest nr 173.410 van 12 juli 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuheffingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.410 van 12 juli 2007 in de zaak A. 103.441/VII-36.

  1. In zake : Luc VAN RYCKEGHEM, die woonplaats kiest bij advocaat J. GHYSELS, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 187 tegen : de Vlaamse Landmaatschappij, die woonplaats kiest bij advocaat R. DE MEYER, kantoor houdende te GENT, Zuidstationstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc VAN RYCKEGHEM op 17 april 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van : "- de beslissing dd. 9 februari 2001 van de Vlaamse Landmaatschappij, Afdeling Mestbank, waarbij verzoeker veroordeeld wordt tot betaling van een administra- tieve geldboete van 100.000 Bef, en bij samenhang, - de kennisgeving van de beslissing i.v.m. de administratieve geldboete dd. 22 januari 2001"; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de beschikking van 12 september 2006 die de neerleg- ging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; VII-36.459-1/4 Gelet op de beschikking van 7 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 7 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. LARDENOIT die, loco advocaat J. GHYSELS verschijnt voor verzoeker, en van advocaat S. BULCKE die, loco advocaat R. DE MEYER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De feiten 1.
  4. Verzoeker baat onder de naam "LVR Groenonderneming" een bedrijf uit van aanleg en onderhoud van groenzones aan de Donsegemstraat 4 te Aarsele. 1.
  5. Ingevolge die activiteiten stapelt hij groenafval op naast zijn woning. 1.
  6. Met betrekking tot deze composthoop worden in de loop van 1998 en 2000 meerdere processen-verbaal opgesteld. 1.
  7. Bij brief van 22 januari 2001 wordt door de Vlaamse Landmaat- schappij kennis gegeven van de beslissing in verband met de administratieve geldboete. Dit is de tweede bestreden beslissing. 1.
  8. Op 9 februari 2001 neemt de Vlaamse Landmaatschappij de eerste bestreden beslissing waarbij verzoeker wordt veroordeeld tot de betaling van een administratieve geldboete van 100.000 Bef. VII-36.459-2/4
  9. De ontvankelijkheid Bij brieven van 12 januari 2006 en 20 maart 2006 werd door de auditeur aan de raadsman van verzoeker gevraagd of hij de administratieve geldboete van 9 februari 2001 effectief heeft betaald. De raadsman van verzoeker antwoordt hierop bij brief van 4 april 2006 dat er niets werd betaald. Er werd geen dwangbevel uitgevaardigd, noch enige actie ondernomen om de betaling van de geldboete te bewerkstelligen. Gelet op artikel 26 van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, op artikel 2244 van het Burgerlijk Wetboek en op het feit dat de vordering tot heffing van de administratieve geldboete verjaart na vijf jaar, kan verzoeker geen voordeel meer halen uit de nietigverklaring van beide bestreden beslissingen, zodat hij niet meer beschikt over het rechtens vereiste belang. Dit wordt door de partijen als dusdanig niet betwist. Het beroep is bijgevolg niet ontvankelijk. Het teloorgaan van het belang van verzoeker is te wijten aan het niet-handelen van de verwerende partij, zodat de kosten ten haren laste worden gelegd, BESLUIT: Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. VII-36.459-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juli tweeduizend en zeven, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, de H. E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. Ch. BAMPS, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-36.459-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.410 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.