← België

Arrest 173476 - Milieuvergunningen - 12/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.476 Rolnummer: A. 181247/VII-36945 Zaak: Arrest 173476 - Milieuvergunningen - 12/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-30 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-29 22:54 Fiche Arrest nr 173.476 van 12 juli 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.476 van 12 juli 2007 in de zaak A. 181.247/VII-36.

  1. In zake : de b.v.b.a. VOETS, die woonplaats kiest bij advocaat A. CORTHOUTS, kantoor houdende te HASSELT-KURINGEN, Kuringenstraat 11 tegen : de deputatie van de provincie LIMBURG. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. VOETS op 22 februari 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincie Limburg van 11 januari 2007 waarbij de beroepen ingediend tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hoeselt van 3 april 2006, houdende het verlenen van de vergunning aan de verzoekende partij voor het exploiteren van een inrichting voor de productie van zandcement en magere beton, gelegen te Hoeselt, Teugelveld- straat, worden ingewilligd en de beroepen beslissing wordt opgeheven; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 29 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; VII-36.945-1/6 Gehoord de opmerkingen van advocaat G. CORTHOUTS die, loco advocaat A. CORTHOUTS verschijnt voor de verzoekende partij, en van bestuurssecretaris I. WILLEMS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  2. De feiten 1.
  3. De verzoekende partij exploiteert een inrichting die zandcement en magere beton produceert, gelegen aan de Teugelveldstraat te Hoeselt (Schalken- hoven). 1.
  4. Volgens het bij koninklijk besluit van 5 april 1977 vastgestelde gewestplan Sint-Truiden-Tongeren ligt de inrichting deels in een woongebied met landelijk karakter (eerste 50 meter) en deels in een agrarisch gebied. 1.
  5. Op 12 september 2005 dient de verzoekende partij een milieuver- gunningsaanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hoeselt voor de exploitatie van een inrichting voor de productie van zandcement en magere beton. Volgens het aanvraagformulier gaat het om het hernieuwen van een vergunning voor een bestaande inrichting. 1.
  6. Op 3 april 2006 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hoeselt de gevraagde milieuvergunning voor een termijn van twee jaar. 1.
  7. Tegen deze beslissing stellen een aantal omwonenden beroep in bij de deputatie van de provincie Limburg. 1.
  8. Na het inwinnen van de nodige adviezen, neemt de verwerende partij op 11 januari 2007 het besluit waarbij de beroepen worden ingewilligd, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de vergunning aan de verzoekende partij wordt geweigerd, omdat de inrichting niet verenigbaar is met de geldende VII-36.945-2/6 stedenbouwkundige voorschriften, omdat het aanvraagdossier onvolledig is en tegenstrijdigheden bevat, omdat er geen preventieve voorzieningen inzake geluid aanwezig zijn en omdat er stofhinder is. Dit is het thans bestreden besluit.
  9. Beoordeling 2.
  10. Op grond van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 2.2.
  11. In een eerste middel uit de verzoekende partij kritiek op de inhoud van de beroepschriften. Zij wijst erop dat bepaalde administratieve beroepschriften werden ingetrokken en dat andere omwonenden hun steun betuigen aan het kwestieuze bedrijf. 2.2.
  12. De verzoekende partij voert geen schending aan van enig rechtsbeginsel of enige rechtsregel. Luidens artikel 8, 4/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet het verzoekschrift onder meer een uiteenzetting bevatten "van de feiten en de middelen die de vernietiging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement kunnen rechtvaardigen". Onder "middel" in de zin van deze bepaling moet worden verstaan de voldoende duidelijke omschrijving van de overtreden rechtsregel en van de wijze waarop die rechtsregel door het bestreden besluit werd geschonden. De verzoekende partij geeft te dezen niet aan welke de overtreden rechtsregel of het overtreden rechtsbeginsel zou zijn en verduidelijkt evenmin op welke wijze het bestreden besluit deze regel of dit beginsel zou hebben geschonden. Het eerste middel is niet ontvankelijk. 2.3.
  13. In een tweede middel wordt de schending ingeroepen van het evenredigheids- en het gelijkheidsbeginsel. De verzoekende partij stelt hieromtrent dat "de ontzegging van iedere vergunning, zijnde in casu een vergunning klasse 2, VII-36.945-3/6 zelfs maar voor een duur van 2 jaar, naar billijkheid en evenredigheid hic et nunc niet te rechtvaardigen is". 2.3.
  14. Te dezen wordt aan de verzoekende partij de milieuvergunning geweigerd omdat deze inging tegen dwingende stedenbouwkundige voorschriften. Op het eerste gezicht primeert het redelijkheids- of evenredigheidsbeginsel niet op wetskrachtige voorschriften. De verzoekende partij brengt bovendien geen concrete elementen aan die zouden wijzen op een kennelijke schending van het evenredig- heidsbeginsel of het gelijkheidsbeginsel. Het tweede middel is niet ernstig. 2.4.
  15. In een derde middel voert de verzoekende partij aan dat het bestreden besluit is aangetast door tegenstrijdigheid en dat onvoldoende rekening werd gehouden met de draagwijdte van artikel 43, §6, van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening omdat "de Bestendige Deputatie gemeend heeft de vergunning voor een overgangsperiode te moeten weigeren, omdat zij er van uitging dat de ruimtelijke ordening zou zijn geschaad door het tijdelijk behoud van de firma ter plaatse". De verzoekende partij stelt verder dat het bestreden besluit voorbijgaat aan de milieuvergunning die door de gemeente Hoeselt op 3 april 2006 werd verleend en die in feite en in rechte hoofdzakelijk was gegrond "op de overweging dat het bedrijf (...) als één van de eerste zonevreemde bedrijven in aanmerking werd genomen bij het in praktijk brengen van het gemeentelijk structuurplan in het kader van het structuurplan Vlaanderen, terwijl er ook op gewezen werd dat het schepencollege en de gemeenteraad goedkeuring hadden gegeven voor de realisatie van een nieuw BPA, waar het bedrijf zou worden overgebracht, binnen afzienbare tijd, in verhouding waarvan de duur der vergunning werd bepaald". Ten slotte argumenteert zij "dat de ruimtelijke draagkracht van het gebied zou zijn overschreden door het besluit van de gemeente Hoeselt, dat voorzag in het behoud van het bedrijf over nog 2 luttele jaren waarvan inmiddels één jaar (is) verstreken". 2.4.
  16. In haar nota repliceert de verwerende partij dat het bestreden besluit niet alleen is gegrond op "de stedenbouwkundige onverenigbaarheid van de inrichting met de gewestplanbestemming(en)", maar eveneens op milieutechnische argumenten, waarop de verzoekende partij volgens haar geen kritiek uit, "zodat het besluit op deze gronden alleen al overeind blijft wegens een afdoende motivering". VII-36.945-4/6 2.4.
  17. Op het eerste gezicht kan het aangevoerde middel op zich niet tot de schorsing van de tenuitvoerlegging of de nietigverklaring van het bestreden besluit leiden, omdat dit besluit niet alleen steunt op stedenbouwkundige, maar ook op andere weigeringsmotieven. Deze weigeringsmotieven zijn, onder meer, dat het aanvraagdossier niet volledig is en tegenstrijdigheden bevat, en dat de inrichting geen preventieve voorzieningen inzake geluidshinder heeft voorzien. De verzoeken- de partij levert op geen enkel ogenblik kritiek op deze weigeringsmotieven. Ook al zouden de grieven van de verzoekende partij op stedenbouwkundig vlak terecht zijn, dan nog moeten zij op het eerste gezicht worden gekwalificeerd als kritieken op een overtollig motief, vermits het bestreden besluit voldoende steun vindt in andere motieven. Het derde middel is niet ernstig.
  18. Er is bijgevolg niet voldaan aan de eerste voorwaarde van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken, BESLUIT: Artikel
  19. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  20. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. VII-36.945-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twaalf juli tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-36.945-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.476 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.121 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.