← België

Arrest 173562 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 17/07/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.562 Rolnummer: A. 183282/X-13291 Zaak: Arrest 173562 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 17/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-23 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-29 23:13 Fiche Arrest nr 173.562 van 17 juli 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.562 van 17 juli 2007 in de zaak A. 183.282/X-13.

  1. In zake : Jacques WINSEL, wonende te 1702 DILBEEK, Nieuwe Gentsesteenweg 12, bus 11 tegen :
  2. de Vlaamse vervoermaatschappij ‘DE LIJN’,
  3. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering. DE WND. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Jacques WINSEL op 11 mei 2007 heeft ingediend om “zes aangevraagde nietigverklaringen ontvankelijk en gegrond te verklaren”, met name:
  4. de “ingenomen standpunten” van de Vlaamse Vervoermaatschappij ‘De Lijn’, zoals blijkbaar verwoord in brieven van 15 mei 2002 en 15 juli 2002’;
  5. de “roekeloze en tergende daadstelling van onwettige aanvang der werken”, meer bepaald “openbare wegeniswerken” in de Heilige Familiekerk-wijk op het grondgebied van de gemeente Dilbeek (Groot-Bijgaarden);
  6. de “roekeloze en tergende daadstelling van aanvang van wegeniswerken met onwettige voorafgaande aanbesteding van dito werken”, welke, allicht, evenzeer betrekking hebben op Heilige Familiekerk-wijk op het grondgebied van de gemeente Dilbeek;
  7. de “vastgestelde niet toelaatbare handelingen vanwege de gemeente Dilbeek” blijkbaar naar aanleiding van een, op 6 juni 2005, door de gemachtigde ambtenaar verleende bouwvergunning op grond van artikel 127 van het decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening. Die bouw- vergunning zou, allicht, betrekking hebben op de “aanleg busbaan- N09 - H. Famieliekerk-WIJK, Nieuwe Gentsesteenweg te Groot-Bijgaarden”(Dilbeek);
  8. een “aanvraag tot inachtneming met extra-pollatie aan de Raad van State”, welke blijkbaar betrekking heeft op “de aanleg van een busbaan”, waarvan sprake in voormelde brieven van 15 mei 2002 en 15 juli 2002; X-13.291-1/4
  9. een “aanvraag voor inachtneming van verzwaring van milieu problematiek door de Raad van State”, waarin verzoeker aanklaagt dat de Vlaamse Vervoer- maatschappij ‘De Lijn’ en “de verschillende tussenkomende administraties” zouden hebben nagelaten “in deze zaken ... een milieueffectenrapport op te stellen”. alsmede “de bouwvergunning onontvankelijk, ongegrond en nietig te verklaren”; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 12 juni 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 juni 2007 om 11.00 uur; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. HONNAY, die loco advocaat D. LINDEMANS verschijnt voor de eerste verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het verslag van het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het auditoraat betreffende de ontvankelijkheid van het beroep wordt uiteengezet wat volgt: “Het op 11 mei 2007 ingestelde annulatieberoep blijkt, duidelijk, een meer- voudig voorwerp te hebben. Ten deze heeft de Raad van State reeds meermaals gewezen dat in beginsel slechts één rechtshandeling per verzoekschrift kan worden bestreden en dat, derhalve, meerdere rechtshandelingen slechts ontvankelijk in één verzoekschrift kunnen worden bestreden indien daardoor de goede rechtsbedeling wordt X-13.291-2/4 bevorderd, meer bepaald wanneer de bestreden rechtshandelingen verknocht zijn. Het eerste voorwerp van het beroep blijkt gericht te zijn tegen ‘ingenomen standpunten’ van de Vlaamse Vervoermaatschappij ‘De Lijn’, verwoord in brieven van 15 mei 2002 en 15 juli
  10. In die brieven is er sprake van ‘de herinrichting van het kruispunt Keizer Karellaan met de Zelliksesteenweg te Sint-Agatha-Berchem’. Of voornoemde herinrichting deel uitmaakt van de wegeniswerken waarvan sprake in het tweede en derde voorwerp van het beroep is, aan de hand van het verzoekschrift, niet uit te maken. Mocht dit inderdaad zo zou zijn, dan dient vastgesteld dat die openbare wegeniswerken (zullen) plaats grijpen niet alleen op het grondgebied van verschillende gemeenten, doch ook van verschillen(de) Gewesten, wat, allicht een beslissing noodzaakt van minstens twee verschillende overheden en, zo het om gewestelijke overheden gaat, meer dan waarschijnlijk, volgens van elkaar verschillende procedures. Alleen al dit gegeven sluit uit dat er tussen de drie eerste voorwerpen van het beroep de vereiste verknochtheid voorhanden zou zijn. Bovendien dient vastgesteld dat, kennelijk, geen van de drie eerste voorwerpen van het beroep kunnen aangemerkt worden als een ‘akte of reglement van een administratieve overheid’, als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Immers het eerste voorwerp van het beroep blijkt gericht te zijn tegen een ‘ingenomen standpunten’ van de Vlaamse Vervoermaatschappij ‘De Lijn’, verwoord in brieven van 15 mei 2002 en 15 juli
  11. Het tweede en derde voorwerp betreffen ‘roekeloze en tergende daadstellingen’. Op grond van het verzoekschrift is evenmin uit te maken of het vierde voorwerp van het beroep, m.n. ‘vastgestelde niet toelaatbare handelingen vanwege de gemeente Dilbeek’ naar aanleiding van een, op 6 juni 2005, door de gemachtigde ambtenaar verleende bouwvergunning, onlosmakelijk deel uitmaakt van ‘de herinrichting van het kruispunt Keizer Karellaan met de Zelliksesteenweg te SintAgatha-Berchem’. Een zelfde vaststelling geldt, in dezelfde mate, t.a.v. zesde en zevende voorwerp van het beroep. Vastgesteld dient bovendien het vierde voorwerp van het beroep, net zoals de eerste drie voorwerpen, kennelijk evenmin kunnen worden aangemerkt als een ‘akte of reglement van een administratieve overheid’, als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Daarenboven komt het, kennelijk, de Raad van State niet toe in te gaan op het vijfde’ en zesde 4 voorwerp. Wat betreft het zevende en laatste voorwerp van het beroep, m.n ‘de bouwvergunning’, -zijnde allicht een op 6 juni 2005, door de gemachtigde ambtenaar verleende bouwvergunning voor de ‘aanleg busbaan- N09 - H. Famieliekerk-WIJK, Nieuwe Gentsesteenweg te Groot-Bijgaarden’ (Dilbeek)-, dient vastgesteld dat, hoewel, anders dan de andere voorwerpen van het beroep, een bouwvergunning wel een akte is als bedoeld in meergenoemd artikel 14, § 1, niet blijkt en geenszins aannemelijk wordt gemaakt dat die vergunning een dermate verknochtheid vertoont met het eerste voorwerp van het beroep dat deze, op ontvankelijke wijze, in één verzoekschrift kan worden bestreden. In de gegeven omstandigheden zijn wij dan ook van oordeel dat het op 11 mei 2007 ingestelde annulatieberoep, kennelijk, niet ontvankelijk is en dat dit beroep derhalve dient te worden verworpen;” X-13.291-3/4 Overwegende dat, wanneer meerdere vorderingen met één verzoekschrift aanhangig worden gemaakt terwijl er geen reden in verband met de goede rechtsbedeling kan worden onderkend om die vorderingen als één geheel te onderzoeken en er met één uitspraak over te beslissen, het beroep moet worden geacht uitsluitend te strekken tot de nietigverklaring van de als eerste bestreden beslissing; dat, om de redenen hiervoor uiteengezet in het verslag van het met het onderzoek van de zaak gelaste lid van het auditoraat, ambtshalve dient te worden vastgesteld dat er geen verknochtheid bestaat tussen de als eerste bestreden “ingenomen standpunten” van de Vlaamse Vervoersmaatschappij ‘De Lijn’, en de overige voorwerpen van het beroep, en dat het eerste voorwerp van het beroep kennelijk geen “akte of reglement van een administratieve overheid” uitmaakt in de zin van artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, en derhalve geen voor vernietiging vatbare handeling is; dat het beroep kennelijk niet ontvankelijk is, B E S L U I T: Artikel
  12. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  13. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zeventien juli 2007, door: de H. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. J. BOVIN. X-13.291-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.562 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.