id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.590 Rolnummer: Zaak: Arrest 173590 - Milieuvergunningen - 19/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-27 Raadplegingen: 47 - laatst gezien 2026-06-29 23:20 Fiche Arrest nr 173.590 van 19 juli 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.590 van 19 juli 2007 in de zaken I. A. 133.992/VII-29.211 II. A. 140.508/VII-30.
- In zake : I. + II. Marc VALCKE, die woonplaats kiest bij advocaat Ph. LEROY, kantoor houdende te GENT, Coupure 5 tegen : I. +II. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse rege- ring, dat woonplaats kiest bij advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- ------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marc VALCKE op 12 maart 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Landbouw en Leefmilieu van 10 januari 2003 waarbij het beroep van Nöel VALCKE, aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 23 januari 1992, houdende de gedeeltelijke weigering van de vergunning om een vergunde varkensfokkerij, gelegen aan de Roeselarestraat 92 te Hooglede, uit te breiden, ongegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt bevestigd (A. 133.992/VII-29.211); Gezien het verzoekschrift dat dezelfde verzoeker op 18 augustus 2003 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerleg- ging van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Landbouw en Ontwikkelingssamenwerking van 15 juni 2003 waarbij het beroep van de Vlaamse Landmaatschappij, aangetekend tegen de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 19 december 2002, houdende het verlenen van de vergunning aan Marc VALCKE om een varkens- en runsveefokke- VII-29.211 en VII-30.532-1/8 rij, gelegen aan de Roeselarestraat 92 A te Hooglede, te exploiteren, gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing gedeeltelijk wordt gewijzigd (A. 140508/VII-30.532); Gezien het verzoekschrift dat dezelfde partij op dezelfde datum heeft ingediend om de vernietiging te vragen van hetzelfde besluit van 15 juni 2003 (A. 140.508/VII-30.532); Gelet op het arrest nr. 121.541 van 9 juli 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit in de zaak A. 133.992/VII-29.211 wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting ingediend door verzoeker in de zaak A. 133.992/VII-29.211; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord in de zaak A. 133.992/VII-29.211; Gezien de nota van de verwerende partij in de zaak A. 140.508/VII-30.532; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, in de zaak A. 140.508/VII-30.532; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur P. PROVOOST , op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in de beide zaken; Gelet op de beschikkingen van 23 en 25 april 2007, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 31 mei 2007; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-29.211 en VII-30.532-2/8 Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. BOCKSTAELE die, loco advocaat Ph. LEROY verschijnt voor verzoeker, en van advocaat N. DE WINT die, loco advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- De rechtspleging 1.1 Overwegende dat beide zaken betrekking hebben op dezelfde inrichting; dat, in het belang van een goede rechtsbedeling, het aangewezen is beide zaken wegens verknochtheid samen te behandelen en te beslechten; 1.
- Overwegende dat, wat de vordering tot schorsing in de zaak A. 140.508/VII-30.532 betreft, de zaak op de terechtzitting van 6 november 2003 op vraag van verzoeker wordt uitgesteld naar een onbepaalde datum; dat op een nieuwe terechtzitting van 22 april 2004 de zaak op vraag van verzoeker nogmaals wordt uitgesteld naar een onbepaalde datum; dat dit de reden is waarom de vordering tot schorsing nog steeds hangende is;
- De feiten Overwegende dat de gegevens van de zaken als volgt kunnen worden samengevat : Op 20 februari 1987 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Hooglede aan Noël VALCKE, vader van huidig verzoeker, een bouwvergunning voor een zeugenstal en twee mestvarkensstallen. Op 16 juni 1988 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen aan Noël VALCKE een exploitatievergunning (ARAB-regime) voor een varkenshouderij met een stal voor 350 zeugen en beren en 750 gespeende biggen, en een stal voor 950 mestvarkens. De vergunning wordt VII-29.211 en VII-30.532-3/8 verleend voor een termijn van vijftien jaar. Een tweede stal voor 950 mestvarkens wordt geweigerd. Deze beslissing wordt niet aangevochten. Op 23 januari 1992 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen een vraag (ingediend in november 1990, nog steeds onder het ARAB-regime) om de inrichting uit te breiden met een stal voor 950 mestvarkens. Noël VALCKE tekent administratief beroep aan. In het beroepschrift laat hij onder meer weten dat de stal in opbouw is. Uit het dossier blijkt niet duidelijk of de stal ook in gebruik genomen is. In de loop van 1992 laat huidig verzoeker weten de inrichting te hebben overgenomen. Op 5 augustus 1994 wordt het administratief beroep verworpen. Verzoeker en zijn vader dienen een annulatieberoep in tegen de weigering van de vraag tot uitbreiding, ten gevolge waarvan deze wordt vernietigd bij arrest nr. 91.671 van 18 december 2000, omwille van wat gemeenzaam het mestafzet-motief wordt genoemd. Na het vernietigingsarrest wordt de procedure hernomen. Gelet op het verstrijken van de basisvergunning voor de inrichting, dient verzoeker op 13 juni 2002 een vergunningsaanvraag in ter hernieuwing, en tegelijk ook opnieuw voor de uitbreiding met een stal voor 950 mestvarkens. Op 19 december 2002 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen, ingevolge de vraag van 13 juni 2002, een milieuvergunning voor de exploitatie van, wat dieren betreft, 1.900 mestvarkens, 350 zeugen en 5 beren, voor een termijn op proef die aanvangt op 19 december 2002 en eindigt op 31 december
- Op 10 januari 2003 wordt het eerste bestreden besluit genomen : het beroep wordt opnieuw verworpen, de in november 1990 gevraagde uitbreiding met een stal voor 950 mestvarkens blijft geweigerd. Met een brief van 13 januari 2003 tekent de Vlaamse Landmaat- schappij administratief beroep aan tegen de door de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen op 19 december 2002 vergunde uitbreiding. Ze is gekant tegen de uitbreiding met 950 mestvarkens, en meent ook dat uitdrukkelijk dient bepaald dat slechts 80 runderen nog vergund zijn. Nadat de vereiste adviezen werden verleend, wordt op 15 juni 2003 het tweede bestreden besluit genomen : de uitbreiding met 950 mestvarkens, door de bestendige deputatie vergund op 19 december 2002, wordt VII-29.211 en VII-30.532-4/8 geweigerd, de hernieuwing van de rest (350 zeugen, 5 beren en 950 mestvarkens; de runderen worden buiten beschouwing gelaten) geldt voor een termijn op proef tot 31 december 2003;
- De ontvankelijkheid van de beroepen 3.A. De zaak A.
- 992/VII-29.
- 3.A.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord opwerpt dat, aangezien de basisvergunning sedert 16 juni 2003 is verstreken, verzoeker geen actueel belang meer heeft bij de vernietiging van het eerste bestreden besluit dat betrekking heeft op de uitbreiding van de verlopen basisvergunning; 3.A.
- Overwegende dat verzoeker in essentie antwoordt dat het in de tweede zaak aangevochten ministerieel besluit van 15 juni 2003 gesteund is op het "(onwettig)" ministerieel besluit van 10 januari 2003 "om de bestaande vergunnings- toestand van het bedrijf (...) weer te geven" en dat hij nog steeds over het vereiste actueel belang beschikt voor het handhaven van zijn annulatieberoep tegen het eerste bestreden besluit; dat, voorts, in een antwoord op een vraag van het auditoraat van 29 januari 2007 naar het actueel belang, verzoeker verwijst naar evengenoemde uiteenzetting, alsook naar het gegeven dat er "op basis van onwettige vergunningen nog steeds een strafrechtelijke procedure lastens (verzoeker) hangende is voor de Correctionele Rechtbank te Kortrijk"; 3.A.
- Overwegende dat het eerste bestreden besluit werd genomen ingevolge een aanvraag strekkende tot uitbreiding van een exploitatievergunning die op 16 juni 1988 werd verleend, voor een termijn van vijftien jaar; dat deze vergunning bijgevolg is verstreken sedert 16 juni 2003; dat uit het feit dat de basisvergunning waarop de gevraagde uitbreiding betrekking had is verstreken, noodzakelijkerwijze voortvloeit dat, na een gebeurlijke vernietiging door de Raad van State, de verwerende partij alleen de aanvraag zou kunnen afwijzen bij gebrek aan een voorwerp; dat dit principe met betrekking tot de milieuvergunning wordt verwoord in artikel 30, §5, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergun- ning (Vlarem I), dat bepaalt dat de vergunning voor de verandering van een inrichting wordt verleend voor een bepaalde duur waarvan de einddatum deze van VII-29.211 en VII-30.532-5/8 de lopende vergunning niet mag overschrijden; dat een vernietigingsarrest er niet toe kan leiden dat aan verzoeker alsnog de gevraagde vergunning wordt verleend; dat de stelling van verzoeker als zou zijn belang er in bestaan dat uit de vernietiging van het eerste bestreden besluit zou volgen dat er duidelijkheid zou komen over de bestaande vergunde toestand, die als uitgangspunt moest dienen voor de hernieu- wing van de vergunning na 16 juni 2003, niet opgaat daar een eventuele vernietiging niets zou veranderen aan de vergunningstoestand van verzoekers bedrijf op 16 juni 2003 en ook niets zou kunnen veranderen; dat, voorts, verzoeker geen toelichting verschaft bij de beweerde strafrechtelijke procedure die nog hangende zou zijn; dat daarenboven, zoals reeds gesteld, de vernietiging van het eerste bestreden besluit niet kan meebrengen dat aan verzoeker alsnog de milieuvergunning naar het verleden toe wordt verleend; dat niemand mag exploiteren zonder over de vereiste milieuvergunning te beschikken; dat dienvolgens verzoeker niet over het vereiste actueel belang bij zijn annulatieberoep in de zaak A. 133.992/VII-29.211 beschikt; 3.B. De zaak A. 140.508/VII-30.
- 3.B.
- Overwegende dat het tweede bestreden besluit de uitbreiding met 950 mestvarkens weigert en de hernieuwing voor de overige varkens (350 zeugen, 5 beren en 950 mestvarkens) verleent voor een termijn op proef tot 31 december 2003; dat de zaak houdende de vordering tot schorsing op vraag van verzoeker tot tweemaal toe werd uitgesteld naar een onbepaalde datum, waarbij werd verwezen naar een nog door de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen te nemen beslissing; dat blijkbaar de bestendige deputatie op 18 december 2003 een beslissing heeft genomen "waarbij de proeftermijn voor de varkens wordt geacht door te lopen tot 2004 en de evaluatie (... ) in de loop van 2004 (zal) gebeuren", en dat zij op 15 juli 2004 een milieuvergunning heeft verleend voor de dierenaantallen zoals vergund bij de beslissing van de bevoegde Vlaamse minister van 15 juni 2003, voor een termijn tot 1 september 2011; dat verzoeker de beslissing van 15 juli 2004 niet met een administratief beroep heeft bestreden, zodat deze definitief is geworden; dat aldus een uitbreiding van deze vergunning enkel kan na een nieuwe vergunningsaanvraag; 3.B.
- Overwegende dat op de vragen vanuit de Raad van State, namelijk op 13 juli 2005 en op 6 oktober 2005, naar het actueel belang van verzoeker bij zijn annulatieberoep en zijn belang bij de nog steeds hangende vordering tot schorsing, hij verzuimd heeft te antwoorden en aldus de aan de rechter VII-29.211 en VII-30.532-6/8 noodzakelijke medewerking niet heeft verleend; dat, voorts, voor wat de argumenten betreft vanwege verzoeker met betrekking tot zijn actueel belang, meegedeeld bij brief van 23 maart 2007 -brief die blijkbaar slaat op de twee zaken-, het volstaat te verwijzen naar de beoordeling van verzoekers actueel belang bij het eerste bestreden besluit; 3.B.
- Overwegende dat, gelet op wat voorafgaat, de vordering tot schorsing en het annulatieberoep in de zaak A. 140.508/VII-30.532 doelloos zijn geworden, BESLUIT: Artikel
- De zaken A. 133.992/VII-29.211 en A. 140.508/VII-30.532 worden gevoegd. Artikel
- De annulatieberoepen en de vordering tot schorsing worden verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het annulatiebe- roep in de zaak A. 133.992/VII-29.211, bepaald op 350 euro, komen ten laste van verzoeker. De kosten van de vordering tot schorsing in de zaak A. 140.508/VII-30.532, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. VII-29.211 en VII-30.532-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien juli tweeduizend en zeven, door : Mevr. M.-R. BRACKE, voorzitter van de Raad van State, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-29.211 en VII-30.532-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.590 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div