id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 juli 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.794 Rolnummer: A. 183147/IX-5644 Zaak: Arrest 173794 - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan - 30/07/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-02 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-06-29 23:29 Fiche Arrest nr 173.794 van 30 juli 2007 Openbaar ambt - Federaal openbaar ambt - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.794 van 30 juli 2007 in de zaak A. 183.147/IX-
- In zake : Bartel JANSSENS, die woonplaats kiest bij advocaten D. LINDEMANS en A. WIRTGEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Keizerslaan 3 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaten P. PEETERS en A. VANDAELE, kantoor houdende te BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 177/
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Bartel JANSSENS op 9 mei 2007 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Nederlandstalige benoemingscommissie voor het notariaat, betekend bij brief van 21 maart 2007, waarbij aan de heer Bartel Janssens wordt meegedeeld dat hij geen 60 % van de punten heeft behaald op het schriftelijk gedeelte van het vergelijkend examen voor de rangschikking van kandidaat- notarissen (jaar 2007) en dus niet uitgenodigd wordt op het mondelinge gedeelte van dit vergelijkend examen, en (van) de door de kandidaten, die toegelaten werden tot het mondelinge gedeelte, behaalde resultaten voor het schriftelijk gedeelte van het vergelijkend examen (jaar 2007) en (van) de beslissing van de Nederlandstalige benoemingscommissie van het notariaat om deze kandidaten toe te laten tot het mondeling gedeelte van het vergelijkend examen voor de rangschikking van kandidaat-notarissen (jaar 2007)”; Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissingen; Gezien de nota van de verwerende partij; IX-5644-1/8 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 8 juni 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 juni 2007; Gehoord het verslag van kamervoorzitter P. LEMMENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat D. LINDEMANS die verschijnt voor de verzoeker, en van advocaat A. VANDAELE die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelings- hoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, OVERWEEGT WAT VOLGT : 1.
- Artikel 39 van de wet van 16 maart 1803 (25 ventôse jaar XI) op het notarisambt bevat bepalingen i.v.m. het vergelijkend examen voor de kandidaat- notarissen. Paragraaf 2 van dat artikel luidt als volgt: “§
- Elke kandidaat die aan de voorwaarden van artikel 35, § 3, 1/ en 2/, voldoet, wordt volgens zijn taalrol verwezen naar de ene of de andere benoemingscommissie bedoeld in artikel 38, §
- Elke benoemingscommissie moet de voor de uitoefening van het notarisambt noodzakelijke kennis, maturiteit en praktische bekwaamheden van de kandidaten beoordelen en de meest geschikte kandidaten rangschikken op basis van hun bekwaamheid en geschiktheid. De rangschikking wordt opgemaakt op grond van een vergelijkend examen dat bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte en op grond van een onderzoek van de adviezen. Tot het mondeling gedeelte worden slechts die kandidaten toegelaten die op het schriftelijk gedeelte minstens 60 % van de punten hebben behaald. Het mondeling gedeelte wordt afgenomen vooraleer de leden van de benoemingscommissie kennis kunnen nemen van de adviezen. Op het mondeling gedeelte moet de kandidaat minstens 50 % van de punten hebben behaald. Het schriftelijk en het mondeling gedeelte tellen in gelijke mate mee voor de berekening van de einduitslag van het vergelijkend examen. IX-5644-2/8 Het programma van het schriftelijk en mondeling gedeelte wordt opgesteld door de verenigde benoemingscommissies. Het programma wordt bij ministerieel besluit door de minister van Justitie goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.” 1.
- In het Belgisch Staatsblad van 12 januari 2007 werd het koninklijk besluit van 8 januari 2007 bekendgemaakt, tot vaststelling van het aantal kandidaat- notarissen per taalrol voor het jaar
- Voor de Nederlandse taalrol werd het aantal te benoemen kandidaat-notarissen vastgesteld op
- In hetzelfde Belgisch Staatsblad verscheen ook de oproep tot de kandidaten voor het vergelijkend examen voor het jaar
- Bij aangetekend schrijven van 6 februari 2007 deelde de verzoeker mee dat hij aan het examen wenste deel te nemen. Op 10 maart 2007 had het schriftelijk examen plaats. Aan de kandidaten werden vier vragenlijsten voorgelegd: een vragenlijst I, met acht open vragen (praktische gevallen), in totaal te quoteren op 22 punten; een vragenlijst II, met zes vragen waarbij de kandidaten telkens een bepaalde clausule moesten schrijven naar aanleiding van een consultatie over een praktisch geval, in totaal te quoteren op 28 punten; een vragenlijst III, met 30 vragen waarop telkens een kort antwoord gegeven moest worden, in totaal te quoteren op 30 punten; een vragenlijst IV, bestaande uit een akte tot oprichting van een vennootschap, waaruit de kandidaten 20 fouten moesten halen, in totaal te quoteren op 20 punten. Het hele examen werd aldus gequoteerd op 100 punten. Overeenkomstig het examenregle- ment is elke vragenlijst verbeterd door twee leden van de Nederlandstalige Benoemingscommissie van het Notariaat. Op 17 maart 2007 vond de deliberatie van de Benoemingscom- missie plaats. Nadat de punten van de onderscheiden onderdelen van de schriftelijke proef waren gecollationeerd, bleek dat slechts 8 kandidaten 60 % of meer behaald hadden. Daarop besliste de commissie, “teneinde voldoende kandidaten toe te laten tot het mondeling examengedeelte”, om de punten voor alle kandidaten met 10 punten op te trekken, te verdelen als volgt: 4 punten voor lijst I, 2 punten voor lijst II, 3 punten voor lijst III, en 1 punt voor lijst IV. Na die aanpassing behaalden 51 kandidaten 60 % of meer voor het schriftelijk gedeelte van het examen. De lijst van de geslaagde kandidaten werd bekendgemaakt op de website van de Benoe- mingscommissie. IX-5644-3/8 Op de vier vragenlijsten behaalde de verzoeker de volgende punten, rekening houdend met de aanpassing waarvan alle kandidaten genoten: - vragenlijst I (open vragen): 15 /22 - vragenlijst II (consultaties en clausules): 10 /28 - vragenlijst III (basiskennis): 21,25/30 - vragenlijst IV (te verbeteren akte): 12,75/20 Over het hele schriftelijke gedeelte behaalde de verzoeker aldus 59/100, d.i. minder dan 60 %. Bij aangetekend schrijven van 21 maart 2007 deelde de Voorzitter van de Benoemingscommissie aan de verzoeker deze uitslag van diens examen mee. Aan de verzoeker werd tevens meegedeeld dat, aangezien hij geen 60 % van de punten had behaald op het schriftelijke gedeelkte van het examen, hij niet uitgenodigd kon worden voor het mondelinge gedeelte. Ten slotte werd hem meegedeeld dat indien hij meer uitleg wenste, hij kon deelnemen aan één van de informatievergaderingen die georganiseerd zouden worden en waarvan de data later meegedeeld zouden worden. Bij aangetekende brieven van 25 en 27 maart 2007 betwistte de verzoeker de aan hem gegeven quotering. Tevens vroeg hij inzage en afschrift van zijn examenteksten, met de verbetering daarvan, en van zijn examendossier. Op 30 maart 2007 antwoordde de Voorzitter van de Benoemingscommissie dat een collectieve bespreking van het schriftelijk examen voorzien was op 20 april of 4 mei, en dat de verzoeker dan inzage kon verkrijgen van zijn examenkopijen. De verzoeker nam daarop deel aan de informatievergadering van 20 april
- Hij kreeg er inzage van zijn examenkopijen, waarop geen enkele commentaar was aangebracht. Voorts kreeg hij, zoals de andere aanwezigen, een bundel met de modelantwoorden op de vragen. Het mondelinge gedeelte van het examen had ondertussen plaatsgevonden tussen 26 en 30 maart
- Over het resultaat ervan zijn aan de Raad van State geen nadere gegevens meegedeeld.
- De verwerende partij werpt een exceptie van onontvankelijkheid van de vordering op, in zoverre deze betrekking heeft op de resultaten van de kandidaten die toegelaten werden tot het mondelinge gedeelte en op de beslissing van de Benoemingscommissie om deze kandidaten toe te laten tot het mondelinge gedeelte. IX-5644-4/8 Uit hetgeen hierna volgt zal blijken dat in elk geval niet voldaan is aan de grondvoorwaarden voor het inwilligen van de vordering tot schorsing. In die omstandigheden is het niet nodig om de opgeworpen exceptie in deze stand van het geding te onderzoeken.
- Overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen. 4.
- In verband met het moeilijk te herstellen ernstig nadeel voert de verzoeker vooreerst aan dat de procedure tot benoeming van de kandidaat-notarissen voor het jaar 2007 volledig afgewikkeld zal zijn en de betrokken benoemingen in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt zullen zijn op het ogenblik dat de Raad van State uitspraak zal doen over het door de verzoeker ingediende beroep tot nietigverklaring. De verzoeker is als notaris-klerk reeds tien jaar werkzaam bij notaris V. Deze wordt op 10 augustus 2007 66 jaar. Op die datum wordt notaris V. als ontslagnemend beschouwd en kan de procedure om te voorzien in zijn opvolging een aanvang nemen, zodat de opvolging zelf kan ingaan op de datum waarop hij 67 jaar wordt. Om tot notaris benoemd te worden, of om desgevallend als plaatsvervanger te worden aangewezen, als de opvolging niet binnen het jaar kan worden afgerond, moet men kandidaat-notaris zijn. Ingevolge de bestreden beslissingen wordt de verzoeker uitgesloten van deelname aan de nakende procedure tot benoeming van een opvolger van notaris V., en kan hij in voorkomend geval ook niet als diens plaatsvervanger worden aangewezen. De bestreden beslissingen veroorzaken dan ook een nadeel dat niet alleen ernstig, maar ook moeilijk herstelbaar is. Voorts voert de verzoeker aan dat hij 49 jaar oud is en al meer dan 20 jaar werkzaam is in het notariaat. Dat hij thans zeer nipt niet geslaagd verklaard is voor het schriftelijke gedeelte van het examen, is van aard zijn gezag en faam aan te tasten, zowel binnen het notariaat als daarbuiten. Daardoor wordt de uitoefening van zijn beroepstaak bemoeilijkt. Het slechte resultaat op het examen is immers voer voor verdachtmakingen en betekent een ernstige morele kaakslag. Ook om die reden IX-5644-5/8 is het nadeel dat voor de verzoeker uit de bestreden beslissingen voortvloeit ernstig en moeilijk herstelbaar. 4.
- In zoverre de verzoeker het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel afleidt uit het feit dat hij, ten gevolge van de bestreden beslissingen, geen kandidaat zal kunnen zijn voor de opvolging van notaris V., moet vooreerst opgemerkt worden dat niet zeker is dat in diens opvolging zal worden voorzien. Zoals de verwerende partij terecht opmerkt, bestaat volgens artikel 32 van de wet op het notarisambt immers de mogelijkheid om bij het ontslag van een notaris de betrokken standplaats af te schaffen. Zelfs in de veronderstelling dat een vacature effectief bekendgemaakt zal worden, blijkt uit het enkele feit dat de verzoeker niet geslaagd is voor het schriftelijke gedeelte van het examen voor het jaar 2007 nog niet dat hij daardoor een ernstig nadeel lijdt. Om in aanmerking te komen voor de opvolging van notaris V. zou de verzoeker eerst nog moeten slagen, niet enkel in het schriftelijke gedeelte van het examen, maar ook in het mondelinge gedeelte. Vooralsnog is die mogelijk- heid zuiver hypothetisch. Bovendien is de opvolging van notaris V. niet de enige benoeming waarvoor de verzoeker in aanmerking kan komen. Het feit dat hij thans in dat notariaat werkzaam is, zou hem geen voorrang verlenen op andere kandidaten voor de benoeming op die standplaats. Voorts kan de verzoeker later, na benoemd te zijn als kandidaat-notaris, nog meedingen voor een benoeming als notaris op een andere standplaats. Het nadeel dat voortvloeit uit het feit dat de verzoeker in voorkomend geval niet als plaatsvervanger van notaris V. aangewezen kan worden, kan evenmin als een ernstig nadeel beschouwd worden. Een plaatsvervanging is immers slechts tijdelijk van aard, en zij verschaft aan de plaatsvervanger geen bijzondere aanspraken op de benoeming in het ambt. 4.
- In zoverre de verzoeker het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel afleidt uit de morele kaakslag die hem wordt toegebracht, voert hij een moreel nadeel aan. Er kan aangenomen worden dat het niet geslaagd verklaard worden in een examen in bepaalde gevallen een nadeel oplevert dat als ernstig is te kwalificeren. In beginsel kan een dergelijk moreel nadeel echter hersteld worden, met name door de morele genoegdoening van de eventueel uit te spreken nietigver- klaring, overigens met terugwerkende kracht. De verzoeker maakt niet aannemelijk IX-5644-6/8 dat dit in zijn geval anders is. De bewering dat zijn gezag en zijn faam aangetast worden, dat de uitoefening van zijn beroepstaak daardoor wordt bemoeilijkt, en dat zijn slechte resultaat op het examen voer is voor verdachtmakingen, wordt door hem niet met enig concreet gegeven gestaafd. De verzoeker krijgt bovendien reeds in 2008 de kans om opnieuw deel te nemen aan het vergelijkend examen voor kandidaat-notarissen, en om alsdan te bewijzen dat hij voldoet aan de vereisten om tot notaris benoemd te kunnen worden. 4.
- De conclusie is dan ook dat de verzoeker niet aantoont dat hij een ernstig, minstens een moeilijk te herstellen nadeel lijdt.
- Hieruit volgt dat niet voldaan is aan een van de bij artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te kunnen bevelen. Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen. OM DIE REDENEN BESLIST DE RAAD VAN STATE : Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-5644-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 30 juli 2007, door : de HH. P. LEMMENS, kamervoorzitter, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. P. LEMMENS. IX-5644-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.794 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.