id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 augustus 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.173.936 Rolnummer: A. 181360/X-13194 Zaak: Arrest 173936 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 09/08/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-08-17 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-29 23:42 Fiche Arrest nr 173.936 van 9 augustus 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 173.936 van 9 augustus 2007 in de zaak A. 181.360/X-13.194. In zake : Dirk DE MEURECHY, die woonplaats kiest bij advocaat W. DE CUYPER, kantoor houdende te 9100 SINT-NIKLAAS, Vijfstraten 57 tegen : 1. de stad SINT-NIKLAAS, 2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, die woonplaats kiezen bij advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan 128. tussenkomende partij : de n.v. SOLIDUM TERRA, die woonplaats kiest bij advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5. DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Dirk DE MEURECHY op 27 februari 2007 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 22 januari 2007 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas, waarbij aan de n.v. SOLIDUM TERRA de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het oprichten van een meergezinswoning na afbraak van een bestaande woning gelegen aan de Bellestraat te Sint-Niklaas, op percelen kadastraal gekend onder sectie B, nrs. 1092/a, 1092/b, 1093/b, 1093/f, 1118/a en 1120; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; X-13.194-1/11 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 mei 2007 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 mei 2007; Gehoord het verslag van staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat E. RENTMEESTERS, die loco advocaat W. DE CUYPER verschijnt voor de verzoeker, van advocaat T. DE SUTTER, die loco advocaat V. TOLLENAERE verschijnt voor de verwerende partijen, en van advocaat W. MERTENS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. SOLIDUM TERRA met een verzoekschrift van 21 maart 2007 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; 1. De feiten Overwegende dat de feiten die van belang zijn voor de zaak kunnen worden samengevat als volgt: 1.1. De bestreden beslissing heeft betrekking op percelen grond, gelegen aan de Bellestraat 84 te Sint-Niklaas, waarop zich thans nog een villa met bijhorende garage, een zwembad en een poolhouse bevindt. De verzoekende partij is naar eigen zeggen “kosteloze gebruiker” van de ernaast gelegen woning, Bellestraat 82, die eigendom is van een c.v. AFIBO waarvan de verzoekende partij verklaart zaakvoerder te zijn. X-13.194-2/11 1.2. De bovenvermelde eigendommen zijn volgens de bestemmings- voorschriften van het gewestplan Sint-Niklaas-Lokeren, vastgesteld bij koninklijk besluit van 7 november 1978, alle gelegen in een woongebied met een diepte vanaf de straat van 50 meter, met daarachter agrarisch gebied. Zij blijken niet te zijn gelegen binnen het beheersingsgebied van een bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan, en blijken evenmin deel uit te maken van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling. 1.3. De rechtsvoorganger van de tussenkomende partij ontwikkelt sedert 2005 plannen om de villa aan de Bellestraat 84 te slopen en te vervangen door een meergezinswoning (appartementsgebouw) met een 30-tal woongelegenheden. Daartoe werden bij het stadsbestuur een aantal stedenbouw- kundige aanvragen ingediend, die evenwel telkens werden ingetrokken, mede ingevolge bezwaarschriften die door o.m. de verzoekende partij werden geformuleerd. 1.4. Op 24 augustus 2006 dient de tussenkomende partij bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas een herwerkte stedenbouw- kundige aanvraag in, strekkende tot de afbraak van de villa en de vervanging ervan door een meergezinswoning met in totaal 31 appartementen, verdeeld over een gelijkvloers en twee verdiepingen, plus een verdieping onder een mansardedak. Het ontworpen gebouw is (parallel met de straat) 60 m breed, en 20 m diep op het gelijkvloers tot 14 m diep op de verdiepingen. Onder de nieuwbouw wordt een ondergrondse parking voorzien, en de garage, het zwembad en het poolhouse worden in het parklandschap achteraan behouden. 1.5. Tijdens het openbaar onderzoek worden zes bezwaarschriften ingediend, waaronder ook één door de verzoekende partij. Op 11 september 2006 laat het agentschap voor natuur en bos van de Vlaamse gemeenschap weten gunstig advies te verlenen voor de te verrichten ontbossing en de door de bouwheer voorgestelde compensaties. X-13.194-3/11 Ook de stedelijke diensten milieu, ruimtelijke ordening en steden- bouw, en brandweer verstrekken een gunstig advies. 1.6. In vergadering van 27 november 2006 bespreekt en weerlegt het college van burgemeester en schepenen van de stad Sint-Niklaas de ingediende bezwaren, en wordt beslist het dossier over te maken aan de diensten van de gemachtigde ambtenaar met een gunstig pre-advies, onder de voorwaarde dat de aanvrager alle te behouden bomen die toch beschadigd zouden worden ingevolge de bouwwerken en waarvan de schade zichtbaar wordt binnen een periode van 5 jaar na de werken, op zijn kosten vervangt door streekeigen boomsoorten. 1.7. Op 10 januari 2007 verleent ook de gemachtigde ambtenaar een gunstig advies, waarbij hij zich aansluit bij de behandeling van de bezwaren door het college. 1.8. Bij het bestreden besluit van 22 januari 2007 verleent het college van burgemeester en schepenen de gevraagde stedenbouwkundige vergunning. Als bijlage aan de beslissing worden gehecht, het advies van de gemachtigde ambtenaar, het preadvies van het college, en de hierboven onder randnummer 1.5. van dit verslag vermelde adviezen van het agentschap voor natuur en bos en de stedelijke diensten milieu, ruimtelijke ordening en stedenbouw, en brandweer; 2. Ten gronde 2.1. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoor- den en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat het op het ogenblik van het indienen van het X-13.194-4/11 verzoekschrift van toepassing zijnde artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten “een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoer- legging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen”; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; 2.2.1. Overwegende dat de verzoeker het moeilijk te herstellen ernstig nadeel dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden stedenbouwkundige vergunning hem kan berokkenen, uiteenzet als volgt: “De bestreden beslissing verleent een stedenbouwkundige vergunning om op het perceel naast dat van verzoekende partij de bestaande ééngezinswoning te slopen en hierop een meergezinswoning te bouwen met niet minder dan 31 appartementen, 48 ondergrondse parkeerplaatsen met bijhorende inrit en een aantal bovengrondse parkeerplaatsen. Het gebouw heeft een gevelbreedte van 60 meter boven de grond - 72 meter wanneer de ondergrondse parkeerkelder wordt meegerekend. Volgens de aanvrager is dit ongeveer 2/3 van de perceelsbreedte, maar dit is niet correct. Aan de straat zelf is het perceel 92,67 m breed, maar de linkerperceelsgrens loopt schuin naar rechts waardoor het perceel naar achter toe versmalt. Rekening houdend met het feit dat het gebouw op 17 m achter de rooilijn wordt ingeplant, is de perceelsbreedte ter hoogte van het begin van het gebouw slechts 88,46 m, en op het einde van het gebouw 83,61 (zie stuk 14 : opmetingsplan landmeter Koppen). Dit betekent dat het gebouw veel meer dan 2/3 van het perceel inneemt, zeker wanneer daarenboven nog eens rekening wordt gehouden met de onder- grondse parkeerkelder van 72 meter breed, en de inrit die daar naartoe leidt. Verzoeker wenst nu reeds op te merken dat deze berekening uitgaat van de juiste inplanting van de linkerperceelsgrens. Zoals verder bij de behandeling van het eerste middel zal blijken, heeft de aanvrager op zijn plan deze perceelsgrens (het midden van de waterloop nr. 104) immers verkeerd getekend (te veel naar links afbuigend) waardoor het perceel van de aanvrager groter lijkt dan het in werkelijkheid is. Beëdigd landmeter Koppen heeft de correcte inplanting van de waterloop nagegaan en opgetekend, terwijl de plannen van de aanvrager niet door een beëdigde landmeter zijn gemaakt. De correcte opmeting werd op vraag van verzoeker op kalkpapier afgedrukt, op dezelfde schaal als de plannen van de aanvrager, zodat Uw Raad de mogelijkheid heeft een vergelijking te maken tussen de juiste inplanting en de door de aanvrager voorgestelde verkeerde inplanting (...). Zoals verder uitgewerkt zal worden, geven de plannen dus een verkeerd beeld en wordt het gewenste gebouw veel dichter tegen de perceelsgrens met verzoeker geplaatst dan wordt voorgesteld. Maar ook als men geen rekening X-13.194-5/11 houdt met de foutieve inplanting van de gracht, moet vastgesteld worden dat het appartementsgebouw met bijhorende garage en inrit onaanvaardbaar dicht tegen de eigendom van verzoeker komt te staan. Verzoeker komt hier later op terug. De bouwdiepte bedraagt volgens de aanvrager 20 m op het gelijkvloers en 14 m op de eerste, tweede en dakverdieping, plaatselijk 15 m in het midden. Wanneer de terrassen worden meegerekend, bedraagt de werkelijke bouwdiepte echter ook op de eerste verdieping 20 m (want een ruim terras is voorzien op het dak van het gelijkvloers) en +16,50 m op de tweede en derde verdieping (terrassen met berging vooraan en raamerkers achteraan meegerekend). Het gebouw heeft aan de voorkant een kroonlijsthoogte van 9,30 m, aan de 2 dakkapellen aan de voorzijde van het gebouw zelfs 10,30 m over een gevelbreedte van 2 keer 5,70 m. Deze hoogte wordt lokaal verlaagd tot 8,65 m - aan de linkerzijde over een gevelbreedte van 15 m en aan de rechterzijde over een gevelbreedte van 7,50 m. De kroonlijsthoogte is dus niet een kroonlijsthoogte van 8,65 m, lokaal verhoogd tot 9,30 m zoals in het aanvraagdossier en de bestreden beslissing wordt beweerd, maar wel 9,30 m, lokaal verhoogd tot 10,30 m en aan de zijkanten lokaal verlaagd tot 8,65 m. Ook wordt nergens melding gemaakt van de ‘lokale verhoging’ tot 10,30 m. Het gebouw heeft een nokhoogte van 13,55 m. In tegenstelling tot wat in het aanvraagdossier wordt beweerd, blijkt uit plan 4 zeer duidelijk dat deze afmetingen van zowel kroonlijsthoogte als nokhoogte gelden ten opzichte van de aanzet van het gebouw, hetgeen aanzienlijk hoger is dan de woningen in de omgeving. Het juiste referentiepunt voor nok- en kroonlijsthoogte is trouwens verwarrend. Men toont op de plannen (plan 4) immers een 0-pas, maar de opgegeven afmetingen beginnen vanaf -0, 15. Blijkens de bijzondere voorwaarde in de stedenbouwkundige vergunning mag de onderkant van het dorpelpeil gelegd worden op maximum 35 cm vanaf de bovenkant van de kruin van de bestaande weg. Bij het bepalen van de nok- en kroonlijsthoogte moet hiermee dan ook rekening gehouden worden. De aanzet van het gebouw (vanwaar nok- en kroonlijsthoogte gerekend worden) ligt dus 35 cm boven het straatniveau. Daarbij moet rekening gehouden worden met het feit dat die bestaande weg werd heraangelegd en verhoogd. Bij de heraanleg van de Bellestraat is de oude bestaande kasseibedding blijven liggen, en werd de nieuwe weg hier bovenop gelegd. De straat werd dus opgehoogd, waardoor de bestaande woningen (onder meer de woning van verzoekende partij) lager zijn komen te liggen ten opzichte van de kruin van de bestaande weg. In werkelijkheid is de nokhoogte ten opzichte van de woning van verzoekende partij dan ook nog groter. Zoals gesteld, worden in het gebouw 31 appartementen ondergebracht op 4 bouwlagen : telkens 8 appartementen op het gelijkvloers, de eerste en tweede verdieping, en 7 appartementen op de derde verdieping. De ondergrondse parkeerkelder voorziet 48 parkeerplaatsen. Vooraan in de voortuinstrook, worden 7 parkeerplaatsen voor bezoekers voorzien, en nog eens 4 indien de bestaande bomen hierdoor niet moeten verdwijnen. Volgens de aanvrager is er een zijdelingse bouwvrije strook van 15,10 m links en 14 m rechts zodat er voldoende groene buffer bestaat. Dit is echter niet correct wat de linkerzijde betreft. Ten eerste wordt in die strook van 15,10 m de inrit naar de ondergrondse garage én een deel van de ondergrondse garage zelf ingeplant. Beide zijn uiteraard ‘bouwwerken’ zodat het niet om een bouwvrije strook gaat. Ten tweede is ook de opgegeven 15,10 m niet correct, omdat men, zoals gezegd, uitgaat van een verkeerde inplanting van de waterloop (= perceelsgrens). Zoals blijkt uit de opmeting van landmeter Koppen (...) bedraagt de afstand van de gracht tot het beginpunt van het gebouw zelf 13,71 m. Aangezien de perceelsgrens het midden van de gracht is, en deze gracht 1,50m breed is, is de afstand van het begin van het gebouw tot de perceelsgrens X-13.194-6/11 (13,71 + 0,75 m =) 14,46 m. Op het achterste punt van het gebouw is de afstand tot de perceelsgrens slechts (8,86 + 0,75 m =) 9,61 m. Zoals gezegd moet voor het bepalen van de bouwvrije strook echter ook rekening worden gehouden met de ondergrondse garage (die langs elke kant van het gebouw 6 m breder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.