id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 augustus 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.079 Rolnummer: A. 181420/X-13195 Zaak: Arrest 174079 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 23/08/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-04 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-06-30 00:01 Fiche Arrest nr 174.079 van 23 augustus 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN S TATE, AFDELING BES TUURS RECHTS PRAAK. ARRES T nr. 174.079 van 23 augustus 2007 in de zaak A. 181.420/X-13.195. In zake : 1. Hendrik DE GROEF, 2. Godelieve DOX, die woonplaats kiezen bij advocaat W. DOM , kantoor houdende te 2580 PUTTE, Waversesteenweg 81 tegen : 1. de gemeente SINT-KATELIJNE-WAVER, 2. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, M echelsesteenweg 160. tussenkomende partijen : 1. Ives DRIESEN, 2. Tine DE GROEF, wonende te 2861 ONZE-LIEVE-VROUW-WAVER, Uilelei 3 DE WND. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Hendrik DE GROEF en Godelieve DOX op 1 februari 2007 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 4 december 2006 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Katelijne-Waver waarbij aan Ives DRIESEN en Tine DE GROEF de stedenbouwkundige vergunning werd verleend voor het verbouwen en het uitbreiden van een eengezinswoning, gelegen te Sint-Katelijne-Waver, Uilelei 3, kadastraal bekend sectie B, nr. 370/r ; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur T. DE WAELE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-13.195-1/11 Gelet op de beschikking van 30 mei 2007, datum waarop de zaak wordt uitgesteld tot de terechtzitting van 15 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad D. M OONS; Gehoord de opmerkingen van advocaat N. SCHELLEM ANS, die loco advocaat W. DOM verschijnt voor de verzoekende partijen, van advocaat J . CLA ES, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van advocaat T. DECOSTER, die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van auditeur T. DE WAELE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Rechtspleging Overwegende dat Ives DRIESEN en Tine DE GROEF met een verzoekschrift van 16 maart 2007 hebben gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; 2. Feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak zich in de huidige stand van het geding als volgt aandienen: 2.1. De verzoekende en de tussenkomende partijen zijn rechtstreekse buren van elkaar. Zij bewonen aan elkaar palende woningen, respectievelijk gelegen aan de Uilelei 3 en 4 te Onze-Lieve-Vrouw-Waver. Het zou gaan om een vroegere, omstreeks 1975 in twee delen gesplitste langgevelhoeve, die volgens de bestemmingsvoorschriften van het gewestplan M echelen gesitueerd is in agrarisch gebied. Ter plaat s e is geen bijzonder plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan van kracht, noch zijn er verkavelingsvoorschriften. X-13.195-2/11 2.2. De tussenkomende partijen wensen hun woning te verbouwen en uit te breiden. Een eerste stedenbouwkundige aanvraag daartoe werd ingediend in december 2005, doch stuitte op verzet vanwege de verzoekende partijen. De gemeente heeft gepoogd de partijen te brengen tot een vergelijk, hetgeen resulteerde in een aantal aanpassingen van de ingediende plannen. Een akkoord tussen partijen werd evenwel niet bereikt. 2.3. Over de plannen werd door de afdeling land-Antwerpen van het ministerie van de Vlaamse gemeenschap op 10 februari 2006 gunstigadvies verstrekt. De dienst waterbeleid van het departement leefmilieu van de provincie Antwerpen adviseert op 24 februari 2006 eveneens gunstig. 2.4. De door de tussenkomende partijen aangepaste bouwplannen worden bij de gemeente ingediend. De plannen tonen dat de aanvragers de voorgevel van het gebouw terug een gesloten structuur wensen te geven, door aldaar nog slechts één raamopening te voorzien ter hoogte van de inkom. Inwendig wordt een herverdeling van de diverse ruimten voorzien, terwijl de achterbouw vervangen wordt door een glasconstructie waarin de living zou komen. Het gebouw wordt voorts afgewerkt met een vegetatiedak, dat kan gebruikt worden als dakterras, en dat van in de living bereikbaar is via een trap. Door de werken zou de woning 215,46m² groot worden in plaats van 147,36m², en het bouwvolume zou gaan van 361,3m³ naar 526,87m³. 2.5. Tijdens het openbaar onderzoek tekenen de verzoekende partijen bezwaar aan tegen de plannen van de tussenkomende partijen. X-13.195-3/11 De verzoekende partijen verzetten zich in het bijzonder tegen het voorziene dakterras, een patio aan de achterzijde, een zij- en tuinmuur, en te verwachten problemen van afwatering naar de naast de woning gelegen beek. 2.6. In vergadering van 7 augustus 2006 bespreekt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Katelijne-Waver het dossier en het bezwaarschrift van de verzoekende partijen, dat wordt verworpen. Het college besluit om de aanvraag met een gunstig preadvies door te zenden naar de diensten van de gemachtigde ambtenaar. 2.7. Op 28 november 2006 verleent de gemachtigde ambtenaar een gunstig advies, onder voorwaarde dat de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek worden nageleefd. Op 4 december 2006 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Katelijne-Waver de stedenbouwkundige vergunning. Dit is het thans bestreden besluit. 3. Ten gronde 3.1. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietigingvan de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.1. Overwegende, wat de eerste schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoekende partijen een eerste middel aanvoeren dat als volgt luidt: “Verweerster doet de bezwaren van verzoekende partijen vermeld in hun bezwaarschriften dd. 3/2/2006 alsmede dd. 20/7/2006 eenvoudig weg af als zijnde ‘geen stedenbouwkundig argument’. Een fundament ele vereiste bij de beoordeling van een aanvraag tot het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning is de bestaanbaarheid met de omgeving. Conform art. 145 e.v. van het Decreet Ruimtelijke Ordening mag de aanvraag de goede ruimtelijke ordening niet schaden. X-13.195-4/11 De ruimtelijke draagkracht van het gebied mag niet overschreden worden en de aanwezige bestemmingen in de onmiddellijke omgeving mogen niet in het gedra(n)g gebracht of verstoord worden. Zowel de gemachtigde ambtenaar in zijn advies dd. 28/7/2006 als verweerster in de motivering van de bestreden beslissing doen de bezwaren van verzoekende partijen standaard af als zijnde ‘geen stedenbouwkundig aspect’. Alhoewel beide woningen zonevreemd zijn, zijn zij beiden gelegen in een residentiële omgeving. De door de bestreden beslissing vergunde werken doen echter een ernstige afbreuk aan de bewoonbaarheid van het perceel en niet in het minst de woning van verzoekende partijen. Verzoekende p artijen wijzen daarbij in de eerste plaats naar de volledige omsluiting van hun slaapkamervenster en ook kelderraam. De vloerbedekking (kiezels) van de kleine patio ko(m)t tot tegen het kelderraam, wat onvermijdelijk vochtproblemen zal opleveren. De slaapkamervenster van verzoekende part ijen wordt als het ware geïntegreerd in de geplande uitbreiding van woning A. De aanwezigheid rond deze kleine binnenkoer van een trap, ingebouwde kasten en een groot schuifraam dat uitgeeft op de leefruimte van het echtpaar DRIESEN - DE GROEF kan niet louter afgedaan worden als een normale last die met de woorden van (eerste) verweerster moet ‘kunnen gedragen worden door de omwonenden’... Daarnaast, doch in mindere mate, zal de aanwezigheid van een dakterras vlak boven dit vensterraam eveneens belastend zijn voor woning B, temeer daar men van op dit terras ongestoord inkijkt in de tuin van het perceel van verzoekende partij. Het is dan ook duidelijk dat de door (eerste) verweerster vergunde werken geenszins bestaanbaar zijn met de - zeer onmiddellijke - omgeving en in die zin ook niet voldoen aan een goede ruimtelijke ordening in de zin van art. 145 e.v. van het Decreet Ruimtelijke Ordening”; 3.1.1. Overwegende dat de eerste verwerende partij er in haar nota in essentie op wijst dat de tussenkomende partijen door hun ingediend ontwerp erin slagen om de behoeften aan hedendaags wooncomfort te verenigen met het esthetisch en historisch aspect van de langgevelhoeve die omstreeks 1975 in twee delen werd gesplitst en dat bijgevolg het eerste middel niet ernstig is, omdat de uitvoering van de verleende stedenbouwkundige vergunningbestaanbaar is met de omgeving en voldoet aan de vereisten van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de specifieke ligging van de eigendommen van de verzoekende en tussenkomende partijen; 3.1.2. Overwegende dat de tweede verwerende partij in haar nota een gelijkaardig verweer voert en tot hetzelfde besluit komt; 3.1.3. Overwegende dat de tussenkomende partijen in hun verzoekschrift argumenteren dat in het bes t reden besluit uitvoerig wordt stilgestaan bij de verenigbaarheid van de bouwaanvraag van de verzoekende partijen met de goede ruimtelijke ordening; X-13.195-5/11 3.1.4.1. Overwegende dat de verzoekende partijen in het eerste middel in essentie aanvoeren dat het bestreden besluit niet bestaanbaar is met de onmiddellijke omgeving en de goede ruimtelijke ordening schaadt; dat zij hiertoe refereren aan hun bezwaarschriften van 3 februari 2006 en van 20 juli 2006, die de vergunning- verlenende overheid verwierp omdat de bez w aren “geen stedenbouwkundig argument” zouden bevatten; 3.1.4.2. Overwegende dat de verzoekende partijen op het eerste gezicht niet genoegzaam preciseren in hun middel welke bezwaren die zij formuleerden wel en welke bezwaren niet van stedenbouwkundige aard zouden zijn; dat het de Raad van State op het eerste gezicht niet toekomt om de niet weerhouden bezwaren te onderzoeken, noch om na te gaan of de verzoekende part ijen al dan niet terecht betogen dat bepaalde bezwaren werden verworpen omdat zij niet van stedenbouwkundige aard zouden zijn; Overwegende dat het bestreden besluit enerzijds het preadvies van het college van burgemeester en schepenen overneemt en anderzijds het advies van de gemachtigde ambtenaar en tenslotte een eigen motivering inhoudt over de bouwaanvraag, waarin onder meer de bijzondere ligging van de eigendommen van de verzoekende en de tussenkomende partijen wordt beschreven en wordt overwogen dat de afbraak van de achterbouw die niet bij de hoeve past positief is; dat het bestreden besluit verder overweegt dat de geplande werken en het verlenen van een gesloten karakter aan de voorgevel er voor zorgen dat “het uitzicht van een langgevelhoeve opnieuw wordt versterkt” en dat de geplande werken met bakstenen en dakpannen die identiek zijn aan de originele materialen een (harmonieuz
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.