← België

Arrest 174105 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 23/08/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 augustus 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.105 Rolnummer: A. 175372/X-12968 Zaak: Arrest 174105 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 23/08/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-05 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 00:03 Fiche Arrest nr 174.105 van 23 augustus 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN S TATE, AFDELING BES TUURS RECHTS PRAAK. ARRES T nr. 174.105 van 23 augustus 2007 in de zaak A. 175.372/X-12.

  1. In zake :
  2. Thibault de BRIEY,
  3. Henrianne de GERLACHE de GOHERY, handelend als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kinderen Gaëtan de BRIEYen Anne-Claire de BRIEY, die woonplaats kiezen bij advocaten D. RYCKBOST en E. RYCKBOST, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat 80 tegen :
  4. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat P. AERTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Coupure 5
  5. de deputatie van de provincieraad van LIM BURG, die woonplaats kiest bij advocaat K. GEELEN, kantoor houdende te 3500 HASSELT, Gouverneur Roppesingel
  6. tussenkomende partij: de n.v. PLINIUS, die woonplaats kiest bij advocaat S. VAN GEETERUYEN, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II laan
  7. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Thibault de BRIEY en Henrianne de GERLACHE de GOM ERY, handelend als wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige kinderen Gaëtan de BRIEY en Anne-Claire de BRIEY op 28 juli 2006 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van, eensdeels, het besluit van 18 mei 2006 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening houdende goedkeuring van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan t oeristisch hefboomproject “Plinius” (Tongeren) van de provincie Limburg, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juni 2006, en anderdeels, het besluit van 15 maart 2006 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Limburg X-12.968-1/3 houdende definitieve vaststelling van het provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan “Plinius”; Gelet op het arrest nr. 166.511 van 10 januari 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 7 februari 2007; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer z ij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek t ot voortzett ing van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, X-12.968-2/3 B ES LUIT : Artikel
  8. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  9. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 525 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, ieder voor een derde. Aldus te Brussel uitges proken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig augustus 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, M evr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS . R. S TEVENS . X-12.968-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.105 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.