← België

Arrest 174204 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 03/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.204 Rolnummer: A. 147181/X-11745 Zaak: Arrest 174204 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 03/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-06 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 00:13 Fiche Arrest nr 174.204 van 3 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Intrekking beslissing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK.nr. 174.204 van 3 september 2007 in de zaak A. 147.181/X-11.

  1. In zake : de v.z.w. NATUURPUNT, afdeling KLEIN-BRABANT, gevestigd te 2870 PUURS, Guido Gezellelaan 26 tegen : het Vlaamse gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat H. SEBRECHTS, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  2. tussenkomende partij : de n.v. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, thans het extern verzelfstandigd agentschap Waterwegen en Zeekanaal, die woonplaats kiest bij advocaten K. LEUS en B. SCHUTYSER, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Goedheidsstraat 5-
  3. DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. NATUURPUNT, afdeling KLEIN -BRABANT op 10 februari 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 november 2003 van de Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie houdende de onteigening van gronden gelegen op het grondgebied van Puurs en Bornem, op het oostelijk deel van het Zuidelijk Eiland, gelegen tussen de Rupel en de oude kanaalarm, aan de voormalige sluis van Wintam; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst, op 19 april 2004 ingediend door de n.v. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, thans het extern verzelfstandigde agentschap Waterwegen en Zeekanaal; Gelet op de beschikking van 23 april 2004 die de tussenkomst van de n.v. Zeekanaal en Watergebonden Grondbeheer Vlaanderen, thans het extern verzelfstandigde agentschap Waterwegen en Zeekanaal, toelaat; X-11.745-1/3 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL ; Gelet op de beschikking van 16 januari 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 27 januari 2007; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, bepaald in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; dat, op grond van het toenmalige artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; X-11.745-2/3 Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie september 2007, door : de H. R. STEVENS, kamervoorzitter, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. R. STEVENS. X-11.745-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.204 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.