← België

Arrest 174263 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 06/09/2007

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.263 Rolnummer: A. 103627/VII-23495 Zaak: Arrest 174263 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 06/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-19 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-06-30 00:22 Fiche Arrest nr 174.263 van 6 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.263 van 6 september 2007 in de zaak A. 103.627/VII-23.

  1. In zake : de n.v. TOTALFINAELF BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaat B. MARTENS, kantoor houdende te BRUSSEL, Louizalaan 106 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
  2. tussenkomende partij : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM), die woonplaats kiest bij advocaat P. LUYPAERS, kantoor houdende te HEVERLEE, Industrieweg 4, bus
  3. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. TOTALFINAELF BELGIUM op 20 april 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Landbouw van 15 februari 2001 waarbij het beroep ingesteld tegen het bevelschrift van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM) van 19 oktober 2000, waarbij de verzoekende partij wordt aangemaand om bovenop het beschrijvend bodemonderzoek “TotalFina Lubricants Ertvelde: stand van zaken, plan van aanpak na fase III”, voor 31 oktober 2001 een uitwerking voor te leggen van ernstige voorstellen voor de aanpak van de bron, met name het zuurteerbekken, ongegrond wordt verklaard en het beroepen bevelschrift wordt bevestigd; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 21 juni 2001 ingediend door OVAM; VII-23.495-1/3 Gelet op de beschikking van 27 juli 2001 die de tussenkomst van OVAM toelaat; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelings- hoofd M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 29 januari 2007, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de verzoekende partij op 9 februari 2007; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partij melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partij binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure heeft ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, VII-23.495-2/3 BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes september tweeduizend en zeven, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-23.495-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.263 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.