id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.265 Rolnummer: A. 113375/VII-25174 Zaak: Arrest 174265 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 06/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-14 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-06-30 00:23 Fiche Arrest nr 174.265 van 6 september 2007 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.265 van 6 september 2007 in de zaak A. 113.375/VII-25.
- In zake :
- Laurette VAN WAESBERGHE, die woonplaats kiest bij advocaten M. STORME en I. ROGIERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Verenigingstraat 28
- de n.v. WASSERIJ SNEEUWWITJE, in faling, vertegenwoordigd door curator G. WAETERLOOS, kantoor houdende te GENT, Willem van Nassaustraat 4 tegen : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM), die woonplaats kiest bij advocaat J. BERGÉ, kantoor houdende te LEUVEN, Naamsestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Laurette VAN WAESBERGHE en de n.v. WASSERIJ SNEEUWWITJE op 26 november 2001 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissingen van OVAM van 1 juni 2001 waarbij wordt bepaald dat op de percelen 0451/F, 0451/E en 0451/E2 historische bodemver- ontreiniging voorkomt die een ernstige bedreiging vormt, dat op het perceel 0453/B3 zowel historische bodemverontreiniging voorkomt die een ernstige bedreiging vormt als nieuwe bodemverontreiniging die de bodemsaneringsnormen overschrijdt, dat deze percelen opgenomen zijn in het register der verontreinigde gronden, en dat sanering van deze gronden noodzakelijk is; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd M. LEFEVER; VII-25.174-1/3 Gelet op de beschikking van 5 december 2006, die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgevingen van dat verslag aan de verzoekende partijen op 15 en 18 december 2006; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgevingen aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 14quater, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat in het auditoraatsverslag de verwerping van het beroep wordt voorgesteld; dat de hoofdgriffier bij de kennisgevingen van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 21, zesde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater, § 1, van voornoemd besluit van de Regent; Overwegende dat de verzoekende partijen binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zesde lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure hebben ingediend; dat krachtens die wetsbepaling te hunner aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. VII-25.174-2/3 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 347,06 euro, komen ten laste van eerste verzoekster en van de failliete boedel van de tweede verzoekende partij, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes september tweeduizend en zeven, door : de H. L. HELLIN, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. L. HELLIN. VII-25.174-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.265 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div