id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 september 2007 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.274 Rolnummer: A. 176698/VII-36512 Zaak: Arrest 174274 - Geneesmiddelen - 06/09/2007 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-09-19 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-06-30 00:26 Fiche Arrest nr 174.274 van 6 september 2007 Sociale zaken en volksgezondheid - Geneesmiddelen Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. nr. 174.274 van 6 september 2007 in de zaak A. 176.698/VII-36.
- In zake : de n.v. EUROGENERICS, die woonplaats kiest bij advocaat K. ROOX, kantoor houdende te BRUSSEL, Koningsstraat 71 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat R. DEPLA, kantoor houdende te BRUGGE (SINT-KRUIS), Karel van Manderstraat
- ----------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. EUROGENERICS op 11 september 2006 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van "de beslissing van 30 mei 2005 van een niet-geïdentificeerd persoon, tekenend voor de Directeur-Generaal van het Directoraat-Generaal Geneesmiddelen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu, waarbij aan AktuaPharma N.V. ('Aktuapharma') een vergunning voor parellelimport werd verleend voor het geneesmiddel ‘Loperamide EG ® 2 mg, capsules’, zoals op de markt gebracht door registratiehouder EGLabo-Laboratoires EuroGenerics, waarbij het referentiegeneesmiddel het registratienummer 616 S 308 F 4 draagt"; Gelet op het arrest nr. 166.354 van 4 januari 2007 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 22 januari 2007; VII-36.512-1/4 Gelet op de brief van de hoofdgriffier van 16 maart 2007, waarbij de verzoekende partij in kennis wordt gesteld van de mogelijkheid om te worden gehoord; Gezien het aangetekend schrijven van de verzoekende partij van 2 april 2007, waarin zij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 30 mei 2007 houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 28 juni 2007; Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat B. BOONE die, loco advocaat K. ROOX verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat P. EECLOO die, loco advocaat R. DEPLA verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 166.354 van 4 januari 2007 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; VII-36.512-2/4 Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt; Overwegende dat de verzoekende partij ter zitting niet aantoont dat zij ingevolge overmacht niet bij machte was een verzoek tot voortzetting in te dienen; dat er aldus geen redenen zijn die de toepassing van de voormelde bepalingen in de weg staan; Overwegende dat op beide verzoekschriften - het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing - fiscale zegels werden aangebracht; dat, gezien de toepassing van artikel 15ter, § 1, van het hoger genoemde koninklijk besluit, er 175 euro dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partij, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Artikel
- De teveel betaalde fiscale zegels ten bedrage van 175 euro dienen te worden terugbetaald aan de verzoekende partij. VII-36.512-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zes september tweeduizend en zeven, door : de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. E. BREWAEYS. VII-36.512-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.174.274 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.166.354 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.